Cuba Columns




Ramonaaa-presentator Richard van Galen is in de maanden april, mei en juni op sigareneiland Cuba, samen met zijn vriendin Jeanine. Wat lastig dus om iedere vrijdag naar de studio van RTV Rijswijk 105.9FM te komen. Jeroen Zwaan presenteert het programma intussen alleen. Om het gemis wat te verkleinen, probeert Richard Ramonaaa op de hoogte te houden van zijn belevenissen in deze column. Iedere week wordt het weer spannend of hij een internetcafé heeft gevonden. Als dat gelukt is, leest Jeroen de column voor in de uitzending. Je kunt de column een dag na de uitzending hier nalezen, beginnend met de meest recente.

Patria o muerte!
Volgende week ga ik terug naar Nederland. Vorige week keerde ik, na drie weken Canada, terug naar Cuba. Hoe droevig een vertrek ook kan zijn, een terugkeer staat garant voor een hoop plezier en nostalgie.

Het was heerlijk om weer terug te keren naar Havana. De paspoortcontrole is streng als vanouds en de zenuwen komen weer naar boven als de douanier me eindeloos lang aankijkt om te controleren of de foto in mijn paspoort klopt. De hal waar je bagage haalt staat vol met rook: natúúrlijk mag je roken op het vliegveld, waarom ook niet?

Het is tegen elven in de avond en de terugkomst gaat verder. Met een taxi scheuren we naar ons vertrouwde adresje in Havana. De weg is leeg, want de olieprijzen zijn verder gestegen, en de handelsblokkade van Bush is verder aangescherpt. Langs de weg zien we weer de vertrouwde beelden. Stokoude auto's met of zonder panne en vele mannen en vrouwen die langs de snelweg lopen en hopen op een lift. Rijdend door donkergrijze uitlaatgassen zie ik ontzagwekkende propagandaborden staan. Ze laten zien dat de revolutie van het volk is, dat Che Guevara een grote held is en dat het hele volk trouw achter Fidel staat. Ik weet wel beter.

De taxi scheurt over de Plaza de la Revolución - de route is me bekend - en de chauffeur zet ons voor onze verblijfplaats af. Voor de deur heet Enrique, de zoon des huizes, ons van harte welkom: hij zat buiten rustig onze komst af te wachten. In een temperatuurtje die ik gewend was - een graadje of dertig in de nacht - zoek ik het bed op en val in slaap. Diep dromen over die volgende terugkeer: afscheid nemen van dit rare, aantrekkelijke en afstotende land in de Caraïben en de vreugde om je vaderland weer te zien.

25 juni - Zen en de kunst van het fietsonderhoud
Op aanraden van een goede vriend ben ik het boek 'Zen en de kunst van het motoronderhoud' van Robert M. Pirsig aan het lezen. In directe zin gaat het weinig over Zen of motoronderhoud, maar wat mooi is voor mijn reis is dat de schrijver in het boek een reis maakt en daarover vertelt. Althans, dat is nog eens een kwart van het boek, maar dat doet er nu even niet toe. Ik wil graag een citaat uit het boek aan jullie voorleggen. Dat luidt als volgt:
'Als je tochten maakt op een motorfiets zie je de dingen totaal anders dan op welke manier van reizen dan ook. In een auto zit je altijd in een besloten ruimte, en omdat je eraan gewend bent besef je niet meer dat alles wat je ziet door die autoruit alleen nog maar tv is. Je bent een passieve waarnemer en alles trekt stomvervelend aan je voorbij in een omlijsting. Op de motor is de lijst weg. Dan sta je volkomen met alles in contact. Dan zit je in het landschap, en kijk je er niet alleen maar naar, en is het gevoel dat je er ook werkelijk bij bent overweldigend. Dat alles, die hele belevenis, kan nooit weggenomen worden uit je directe bewustzijn'.
Na twee weken rondkarren in een auto in Canada beaam ik graag deze woorden van Pirsig. Ik sluit me bij hem aan en raad alle autorijdende vakantiegangers aan eens een ander reisvoertuig te kiezen. Of eerst het eerste hoofdstuk uit zijn boek te lezen.
Toch wil ik mijnheer de schrijver er op wijzen dat er een nog veel mooiere manier van reizen is: fietsen, natuurlijk. De motorrijder staat misschien met veel elementen in contact, de fietser staat dat nog meer. De fietser heeft geen ronkende machine tussen zijn benen. Daarom hoort hij elk vogeltje fluiten en elk biggetje knorren. Ook zal de motorrijder minder intens kunnen genieten van een bloeiend weiland of een geurend dennenbos. En die motorhelm belemmert het zicht toch echt meer dan een fietshelmpje. En wat is er nou lekkerder dan bergafwaarts te suizen of met wind mee te mogen rijden? Vooruit, je reist niet zo snel, maar vanwaar die haast? Het is toch vakantie?
Kortom, nu voor Nederland de vakantie er aan komt en de mijne er bijna op zit geef ik jullie dit advies: pak de fiets!

18 juni - De schijnbaar demente hond en het propere baasje
Vandaag hebben we in Canada een schijnbaar demente hond ontmoet. We liepen in een prachtig dennenbos toen we langs een huisje liepen. Twee oude honden lagen op de veranda. Eentje besluit toenadering te zoeken en komt kwispelend op ons af. Na een korte kennismaking wijst hij met zijn snufferd op een stok. Ik begrijp dat hij met de stok wil spelen en daarom raap ik de stok op. Hij kwispelt nog harder. Daarop gooi ik de stok weg. En wacht.
Het enige wat de hond doet is goedkeurend kijken hoe de stok op de grond valt. Met zijn drieëneenhalve poot blijft hij echter als aan de grond genageld staan. Hmmm. Volgende poging. Geen beweging. Ik gooi de stok dichterbij. Nog niks. Hmmm. Ik pak een grotere stok en gooi die weg. Geen beweging, alleen een nietszeggende blik. Wat nu? Ik besluit de stok een flink eind verder te gooien. En warempel, het beestje rent er kwispelend achteraan. En blijft op een paar meter afstand naar de stok staan kijken. Wat heeft die loebas, wat wil hij van ons?
Ik gooi de stok nog eens, nu wat hoger en dichterbij de plek waar hij nu staat. Hij kijkt naar de stok, rent, springt en... ja! Hij heeft hem. Dat was het dus. Deze hond is netjes opgevoed en raapt geen spullen van de straat op. Hij zal wel een heel proper baasje hebben.

28 mei - Ten Aanval
Links van me zit een lief klein hondje op een botje te knauwen en boven me piept gezellig een papegaaitje, tevreden. Gelukkig weet ik nog dat beestjes best lief kunnen zijn. Zet je schrap voor een eersteklas nachtmerrie. Het speelt zich af in een donker bos tussen Rancho Luna en Playa Giron.
We hadden al eerder gelezen en gezien in Cuba dat we zo nu en dan een krabbenslalom konden verwachten. Deze dag begint als een krabbeninvasie. Nadat we vanuit Rancho Luna zijn vertrokken steken we links een bos in. Waar de zee eindigt start het bos, en daar lopen duizenden krabben uit de zee het bos in. We sparen graag zieltjes, dus ontwijken we netjes alle rode, gele en zwarte achtvoeters. Het is een beetje een eng gezicht maar de beestjes zijn gelukkig banger voor ons dan andersom. Als ze maar met de scharen van de fietsbanden blijven.
Na een paar kilometer krabbenbospad wordt het bos dichter en het pad nauwer. We horen om ons heen meer getsjilp. Krekels? Sprinkhanen? Kakkerlakken? Vervolgens barst de hel los. Om de paar seconden horen we een tweetal korte harde tsjilpen achter elkaar waarna we worden aangevallen door - ja, hoe moet je dat nou omschrijven? Het lijken mega-kamikazebijen. Ik ben bang dat we dwars door hun grondgebied zijn gefietst, want we krijgen de volle laag. De krabben zijn verdwenen, alleen dat vermaledijde tsjilpen om je heen en die bijen die met een grote vaart tegen onze helmen opbotsen, in onze t-shirts willen kruipen, proberen op onze armen en benen te landen. Ik zag ze overal vliegen. Naast me, voor me, onder me... Ze hadden helmpjes op en schreeuwden naar me. Ik zag in de bossen de hoofdbij al de coördinaten doorgeven om mij zo goed mogelijk te raken. Maar dat was vast mijn verbeelding. Eerlijk waar, ik had erg veel zin om een potje te gaan janken. Ik besefte dat dat niet zo veel zin zou hebben. Ik kreeg een ingeving en ik ben gaan neuriën.
Neuriën maakt je rustig en laat je aan andere dingen denken. En ik hoopte dat het de superbijen ook zou afleiden. De dag daarvoor werd op een Noordamerikaanse muziekzender het slechtste liedje aller tijden bekendgemaakt. Juist dat liedje is een tijdje in mijn hoofd blijven hangen. Juist dat nummer van de weergaloze band Starship heeft me op dat moment geholpen. Bedankt mannen, dat jullie voor mij zongen 'We built this city, we built this city on rock and roll'.

21 mei - Cultuurshock!

Ik had niet verwacht dat ik het nog mee zou maken, maar een cultuurshock zit blijkbaar in een klein hoekje. In dit geval in een eilandje, omringd door 22 kilometer wit strand en palmbomen: Cayo Coco, het eiland in het paradijs.
Cayo Coco is jaren geleden verbonden met het vasteland door een lange weg dwars door zee aan te leggen: natuurlijk om de toeristenstroom goed op gang te brengen. Voor ons is het iets lastiger - fietsen door zee! - maar al snel zien we de eerste flamingo's die bij het eiland zitten. Op het eiland lachen de billboards met witte stranden ons al toe. Als we de eigen internationale luchthaven van Cayo Coco passeren worden we vergezeld door een stoet bussen die naar de hotels rijden. We volgen de 'authentieke' houten verkeersbordjes en komen aan bij ons Hotel Club Tryp Cayo Coco.
We betalen 120 dollar aan de verbaasde receptionist ('Maar één nacht? Op de fiets? Geen arrangement?') en lopen naar een van de veertien gebouwen op het complex. Op de tweede verdieping trekken we deur van kamer 133 open en... brrr, wat een kou! De airco staat op 15 graden, die zetten we dus gauw uit en de ramen open. We staan verbaasd om de enorme luxe voor de toeristen. We dumpen onze spullen en vertrekken naar een van de acht restaurants om te lunchen. Het verblijf is all inclusive, dus alles wat we eten en drinken is gratis. Dat is te zien aan de gasten... Terwijl we aanschuiven zien we de andere kant van Cuba. Dikke toeristen die zich de hele dag volvreten, vrouwen die voor elk moment van de dag een ander kledingsetje bij zich hebben en jongeren die extra grote pullen hebben meegenomen om met gratis drank te laten vullen. Iedereen schept dubbel op, om vervolgens de helft te laten staan.
Op elk hoekje kun je wel iets eten of drinken. In een van de drie zwembaden is zelfs een bar gebouwd zodat je in het water kunt zitten om je vol te laten lopen. Ik ben toch maar even gaan zitten en eerlijk gezegd: ik ben nog nooit zo lekker van een barkruk gevallen. Gelukkig kunnen we toch wel wat genieten van de overdadige overmatige luxe waarin deze toeristen baden. Toch blijven we vooral buitenstaanders die met afgrijzen kijken naar een vrouw die zo dronken is dat ze niet meer alleen het zwembad uit kan stappen.
We gaan slapen nadat we met alle andere 700 paradijsgangers een 'echt Cubaans' optreden hebben gezien, compleet met dansers en muzikanten. Kortom: een toerist die op Cayo Coco verblijft hoeft dit eiland niet te verlaten om het 'echte' Cuba te zien. Toch ben ik maar wat blij als ik weer op een campismo zit waar de stereo's op tien staan, het zwembad al jaren buiten gebruik is en gifgroene kikkers tegen je bed opspringen.
14 mei - Een land zoals elk ander land
Elk land heeft iets wat een ander land ook heeft. Zo eten ze in Amerika meer pizza's dan in Italië en kun je in Den Haag beter Indisch eten dan in Jakarta. Met Cuba is dat net zo.
In Cuba heersten de Indianen, de Spanjaarden, en de Amerikanen. Engelsen hebben er ook even gezeten. Veel Afrikanen zijn er door de slavernij gekomen en de Fransen hadden zo ook hun redenen om zich in Cuba te vestigen. Cuba kun je met veel landen vergelijken.
Neem nou Ijsland. Ik vraag me af of de Ijslanders de hitte hier zouden overleven, maar de ruige kustlijn en de dunbevolkte gebieden zullen ze niet vreemd vinden. En van een visje houdt een Cubaan net zoveel als een Ijslander. Ook de Cubanen eten graag ijsjes, liefst vijf tegelijk.
Nee, dan Italië. Als je midden op het stadsplein van Santiago de Cuba een Italiaan neer zou zetten en hem zou zeggen dat hij in zijn eigen land is, dan zou hij dat best kunnen geloven. Een prachtige 16e-eeuwse kathedraal, op de achtergrond mooi glooiende heuvels en oude Fiatjes die flink toeterend langsrijden. Maar bovenal de macho's die met hun open bloesjes de vrouwtjes nafluiten of -sissen en stoer flaneren over het plein.
Dichter bij huis: Hollanders, thuis in Cuba. Op de weg zie je vaak meer fietsers dan auto's. Met een beetje geluk wordt er ook netjes op een fietspad gefietst. Van een patatje houden ze hier ook wel, als ze maar meer aardappels op de bon zouden krijgen... Er rijden hier gele Nederlandse streekbussen, met bestemming Leusden-Zuid of Leidschendam. Een enkele bus heeft zelfs Discobus op het bordje staan. En paraplu's zijn hier handig voor de brandende zon in de middag en de tropische regen in de namiddag.
Zo zou ik nog even door kunnen gaan met Oostblokflats naast Afrikaanse lemen huisjes met palmboomtakken als dakbedekking, Australische jeeps uit Flying Doctors en de vaardigheid te recyclen zoals Nieuwzeelanders dat kunnen. Cuba is een heel typisch land, in veel dingen zo volstrekt anders dan andere landen. Maar een mug zou denken: een land zoals elk ander land.

7 mei - Santiago de Cuba
Het is 7 uur in de ochtend, na een bustocht van 16 uur van La Habana in het noordwesten naar Santiago de Cuba in het zuidoosten. Een stap uit de ijskoude geairconditionde bus en je weet weer waar je bent: in een nog heter deel van Cuba. We hebben een adres en op dat adres krijgen we weer een ander adres waar we kunnen blijven. Beetje goor, beetje duur, maar het zij zo.
Tijd om de stad te verkennen! We kennen La Habana nu, een krioelstad met drie miljoen inwoners, racende privétaxi's, fietstaxi's, ladataxi's en toeristische paardentaxi's. Santiago is andere koek. Hier rijden maar weinig auto's, daar is geen brandstof voor. Wel zijn er een hoop andere "taxi's".
Brommers, gammele vrachtwagens, huifkarren en paardenwagens. "Taxi Sir" klinkt hier hetzelfde, maar je hoort het gelukkig wat minder dan in de hoofdstad. Door de lange busreis zijn we vroeg en kunnen we nog net een stukje ochtendmis meemaken, met een mooie zwarte priester en een omroeper die alle kerkgangers vraagt om toch vooral de socialistische 1 mei partijdag niet te vergeten.
De stad is ook na de zondagmis erg leeg. We slenteren wat rond, naar de kade aan de zee, langs bedelende oude mannen en vrouwen. We drinken wat en kijken naar een stadsgek die met rode jurk, strohoed en een dikke sigaar in haar mond de zon staat te vereren.
De stad is leeg. Het is drie uur en de temperatuur loopt tegen de 40 graden. We hadden gehoord dat Calle Hersisia een drukke toeristische straat is met veel gezellige kraampjes en veel muziek. We moeten goed zoeken, uiteindelijk vinden we de straat. We bleken er al eerder door heen te zijn gelopen. Nou ja, waar is nou iedereen? Is zondag rustdag of is het te heet voor iedereen?
Bueno, we zetten door. Er schijnt het beste muziekcafé, Casa de la Trova, van heel Cuba te zijn. We staan voor een rustig tentje, dit schijnt het te zijn. We worden gewenkt om te gaan zitten want de muziek gaat zo beginnen. Even wachten... en binnen een half uur laat Cuba zich van haar andere kant zien. Swingende, rum drinkende, lachende mannen, mooie vrouwen en fantastische muziek. Dit is het Cuba zoals ze het graag willen laten zien, maar ik geloof dat we daar toch beter s avonds voor op uit kunnen.

30 april - De onzichtbare regels van het Cubaanse leven
'Met het geven van een dollar kunnen onverwachte deuren voor je opengaan', staat in de Lonely Planet Cycling Cuba. Ter voorbereiding op de reis hebben we dit vaker gehoord en gelezen.
We staan in de rij voor de douane. Alleen een rij mensen en een deur scheidt ons nog van Cubaans grondgebied. Bij de deur in een hokje zit een douanier die secuur bij elke persoon de formaliteiten afhandelt. Ik kijk om me heen en zie dat iedereen netjes zijn documenten gereed houdt. Achter ons staat een familie. Als ik nog eens goed kijk zie ik een biljet van 10 dollar uit hun paspoort steken. Gespannen kijk ik naar Richard. Om niet ten prooi te vallen aan de willekeur van corruptie en bureaucratie besluiten we beiden een opgevouwen briefje van 10 dollar in onze broekzak gereed te houden. Na een half uur wachten en 3 minuten gutsend zweet bij de douanier mag ik net als Richard met een vriendelijk 'You're welcome' de deur door naar Cuba. Dat ging toch vlotjes. Is het misschien omdat ik blond ben?
Tweeëneenhalfuur na de landing verwelkomt het gastgezin ons met twee dikke kussen. Alle tassen hebben we, maar de fietsen moeten we een dag later ophalen. De volgende ochtend, na onze eerste Spaanse les, vertrekken we naar het vliegveld. Terminal 1, International Flights, wachten we dertig minuten bij 'Lost and found luggage'. De fietsen blijken er te zijn, maar de dozen schijnen te groot te zijn om door de normale douane te mogen. We worden doorverwezen naar een volgende man in uniform.
Na enig aandringen worden we door deze bewaker toegelaten en leggen we ons verhaal bij deze mannen uit. Ook al staan de dozen bij deze terminal, we worden toch doorverwezen naar de terminal twee kilometer verderop, de vrachtterminal. Daar mogen ze grote dozen inchecken, alleen daar zijn onze fietsen niet. We stappen toch maar in de taxi, op naar het volgende loket. Het blijkt complexer dan we denken. Bij terminal 2 mogen de douaniers niet de fietsen halen, en de mensen van de andere terminal mogen ze niet brengen. Terminal 1 belt naar 2, 2 belt nog eens naar 1 en dat herhaalt zich nog eens. In ons Spaans maken we een babbel met een jonge douanier die ook graag fietst. Hij legt in zijn beste Engels uit dat dit Cuba is en dat dit nou eenmaal de manier is waarop het gaat.
Na anderhalf uur wachten komt er een truck met onze fietsdozen. De jonge douanier regelt een pick-up voor ons en zonder ook maar enige blik in onze fietsdozen te werpen nemen we vriendelijk afscheid van onze nieuwe vriend. Een mooi staaltje doelloze bureaucratie en machtsvertoon dat we goed hebben
doorstaan.

Alle rechten voorbehouden door Kroeschke