H. Aalderink (1911)

H. Aalderink (1911) Hein Aalderink H. Aalderink (1911)
De Visschenwinkel Aalderink's Index

(uit: Onze Zoetwatervisscherij 35(15) 27-7-1939)

H. Aalderink †

Al kwam het bericht van zijn overlijden niet geheel al onverwachts, toch werden wij pijnlijk getroffen toen dit inderdaad werd ontvangen. De heer Aalderink was immers voorheen vaker ongesteld geweest, zeer ernstig zelfs, maar dan kwam steevast een poosje later weer een van zijn karakteristieke brieven in hetzelfde handschrift van oudsher melden, dat hij gelukkig weer hersteld was. En al waren er wel eens tijden van inzinkingen, steeds heeft zijn optimistische levensbeschouwing den heer Aalderink voortgestuwd op het pad van werkzaamheid ten dienste van het algemeen belang. Hierbij nam de visscherij een zeer groote plaats in en uit dien hoofde kunnen de leden der Hoofdafdeeling en lezers van dit orgaan hem en nog talloos velen meer, die met onze binnenwateren bemoeienis hebben. Op dit gebied had hij zich twee idealen gesteld. Ten eerste zuiver water. Hoe vele malen heeft hij in woord en geschrift gepleit en betoogd tegen de waterverontreiniging? Zijn tweede ideaal was: goede samenwerking tusschen beroep en sport. Mede daaruit is voortgekomen de unieke hengelgelegenheid „Sassenheim". Behalve in dien naam zal zijn gedachtenis daar bewaard blijven door het op het terrein geplaatste standbeeld. Echter ook zonder deze tastbare herinneringen aan zijn persoon zal de heer Aalderink in dankbare herinnering blijven voortleven bij allen, die het voorrecht hadden hem te kennen in het Groninger visscherijleven. En niet minder daarbuiten. Hoe het contact tusschen de toenmalige landelijke Zoetwatervisscherij organisatie - later de Hoofdafdeeling Zoetwatervisscherij - en den heer Aalderink tot stand is gekomen, is niet meer na te sporen. Zijn naam staat echter op de eerste ledenlijsten. Toen in 1909 de Hoofdafdeeling Zoetwatervisscherij als Dochtervereeniging der Nederlandsche Heidemaatschappij tot stand kwam werd de heer Aalderink tot bestuurslid verkozen. In 1921 volgde hij wijlen den heer Kroef op als ondervoorzitter en kreeg daardoor meteen zitting in den Raad van Commissarissen der Nederlandsche Heidemaatschappij tot hij zich in 1935 wegens gezondheidsredenen genoopt zag die functie neer te leggen. In die tijd heeft hij verschillende malen als waarnemend voorzitter der Hoofdafdeeling moeten optreden. Op de eerstvolgende algemeene vergadering der Hoofdafdeeling in 1936 werd de heer Aalderink met instemming van allen benoemd tot lid van verdienste.

Na lid van den Raad van Toezicht en bestuurslid van den Coöperatieve Spaar- en Voorschotbank te zijn geweest werd hij in 1922 voorzitter, welke functie hij ook in 1935 heeft neergelegd.


Als onder-voorzitter der Hoofdafdeeling was hij eind December 1934 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Jaren lang is de heer Aalderink bestuurslid geweest van de Nederlandsche vereeniging tegen water-, bodem- en luchtverontreiniging.

Ook nog op andere wijze heeft hij zich op visscherijgebied doen kennen en wel door het schrijven van het boek „De Zoetwatervisschen v. Nederland en de kunst om ze te vangen", waarvan de tweede druk sedert lang is uitverkocht. Het is moeilijk volledig te zijn bij de opsomming van hetgeen de heer Aalderink op het gebied der zoetwatervisscherij heeft nagestreefd. Noemen wij nog slechts zijn leidende bemoeiïnigen in de afdeeling Groningen der Hoofdafdeeling en in de hengelaarsclub „Groningen".

Ook op ander terrein heeft zijn werkzame hand arbeid gevonden. Vermeld zij, dat hij te Groningen was mede-oprichter en hoofdbestuurd van den Bond van Orde, van de Centrale Werkverschaffing, van het Centr. bureau voor Werkverschaffing en Armenzorg, van de commissie voor steun, van de Wijkvereeniging „Helpman" (tevens eerelid), van de Friesche vereeniging „Halbertsma" (tevens eerelid), van de Begrafenisvereeniging „Groningen", lid van het dagelijks bestuur van den Groningschen Armenraad.

Uit dezen niet volledigen staat van dienst blijkt wel, dat de heer Aalderink, die met veel reeds doende was bij de waarneming zijner betrekking, na zijn pensionneering op 6 Mei 1921 als hoofdcommies ter secretarie van de gemeente Groningen, nog geenszins op zijn lauweren is gaan rusten.

Op 20 Juli overleed hij in den ouderdom van 86 jaren. Een man, die een welbesteed leven had, is van ons heengegaan. Dat zijn heengaan in zoo breeden kring oprecht wordt betreurd moge Mevrouw Aalderink mede tot troost strekken.

Hij ruste in vrede.

* *
*

Onder zeer groote belangstelling is de heer Aalderink 24 Juli op de Zuiderbegraafplaats ter aarde besteld. Namens de Visscherijinspectie hebben mede de laatste eer bewezen de heeren inspecteurs A. G. C. van Baren en technisch-opziener J. Bangma, namens de Heidemaatschappij en de Hoofdafdeeling Zoetwatervisscherij de directeur der Maatschappij en de tweede secretaris der Hoofdafdeeling.

Een index van de in de Visschenwinkel beschikbare hoofdstukken uit de 'Zoetwatervisschen in Nederland en de kunst om ze te vangen',
geschreven door H. Aalderink (1911)



  • De Kruiskarper
  • De Kwabaal
  • De Lange Blei
  • De Maankarper
  • De Meervallen
  • De Modderkruiper
  • Het Posje
  • De Prik
  • De Rietvoorn
  • De Rivier-donderpad
  • De Riviergrondel
  • De Rivierprik
  • De Ruischvoorn
  • De Serpeling
  • De Sneep
  • De Snoek
  • De Snoekbaars
  • De Spiering
  • De Steenkarper
  • De Stekelbaars
  • De Steur
  • De 10 stekelige Stekelbaars
  • De Steur
  • De Vlagzalm
  • De Voorn
  • De Winde
  • De Windvoorn
  • De Witvisch
  • De Zalm
  • De Zeelt
  • De Zeeprik


  • Hengelen naar karper
  • Hengelen naar meerval
  • Hengelen naar snoek
  • Hengelen naar snoekbaars
  • Het vangen van voorn en blei
  • Hengelen naar zeelt