De Visschenwinkel

salmo


The Fish Shop De Klantenservice
Visschen Jukebox Namen van Visschen De Bastaarden Hondert Vischtips
De Prikken De Steurachtigen De Aalachtigen De Haringachtigen
De Zalmachtigen De Karperachtigen De Meervalachtigen De Kabeljauwachtigen
De Stekelbaarsachtigen De Schorpioenvisachtigen De Baarsachtigen De Platvisachtigen
Vischwijzen Schoone Plaaten De Mosschel

Over De Visschenwinkel.

(laatstelijk bijgewerkt op den 2 Februarij 2007)

Er is veel geschreeven over de zoetwatervisschen, dat moet gezegd. Al leezende valt de opmerkzaame lezer op, dat er heel wat onjuistheeden worden beweerd over de zoetwatervisschen. Uw behoefte aan betrouwbaare informatie over de zoetwatervisschen zal op deeze paginae worden bevreedigd.

Het oudste werk, dat de Visschenwinkel voor u heeft geselecteerd, maakt deel uit van de 'Natuurlijke historie of uitvoerige beschrijving der dieren, planten en mineralen volgens het samenstel van Linnaeus'. In dit werk heeft Martinus Houttuyn (1765) getracht de gehele toen bekende natuurlijke historie samen te vatten volgens het systeem van Linnaeus. Tusschen de jaren 1761 en 1785 verscheen te Amsterdam dit driedelige, uit 37 stukken bestaande werk. De Visschen worden door Houttuyn behandeld in het 7e en 8e stuk van het eerste deel (de Dieren).

Een zeer vroege, interessante, maar ook vermakelijke bron van informatie is het "Verslag der werkzaamheden van de Vereeniging tot bevordering der Inlandsche Ychthyologie" van W.P. Van den Ende (1847/'50). Nijssen en De Groot (zie verder) zeggen hierover: De datum 6 mei 1846 is een hoogtepunt in de geschiedenis van de nederlandse ichthyologie: het is de dag waarop in Warnsveld een gezelschap samen kwam onder voorzitterschap van W.P. van den Ende, om te besluiten tot oprichting van de: 'Vereeniging tot bevordering der inlandse ichthyologie'. De leden waren zonder uitzondering onderzoekers van goede huize: een jaarlijkse contributie van f 251 - en de namen op de ledenlijst bevestigen dit. De ziel en drijfkracht van de vereniging was de voorzitter, die de drie verschenen 'Verslagen der Werkzaamheden' - op één artikel na - vol schreef (1847, 1849, 1850). Over het voorkomen van zoetwatervissen zijn vooral belangrijk: 'Lijst van eenige vischsoorten, die in de IJssel bij Zutphen worden gevangen' en 'Opnoeming van eenige vischsoorten, die in de Berkel bij Warnsveld worden waargenomen'. Beide titels verschenen in het eerste deel van de 'Verslagen'.

Schlegel, Hermann
1804-1884
Aalderink, Hein
1853-1939
Redeke, Heinrich Carl
1873-1945

Professor H. Schlegel (1862)1) is met "De Visschen", afdeeling van de door professor Schlegel uitgebracht reeks "Natuurlijke Historie van Nederland", één van de vroegst betrouwbaare bronnen gebleeken, waaruit wij bij de verschillende vischsoorten die de revue passeeren, zullen putten.

Wij hebben voor u beslag weten te leggen op "De liefhebber van het Hengelen", een 19de eeuws werk met als subtitel: "Volledig handboek ten dienste der Hengelaars". Het werk is naar het Nederlandsch vertaald "naar de zevende Hoogduitsche uitgave van Baron Von Ehrenkreutz (1863), met een uitslaand steendrukplaatje".

Uit het derde deel van de "Bouwstoffen voor eene fauna van Nederland", een werk in drie deelen, bijeenverzameld door J.A. Herklots, conservator bij 's Rijks Museum van Natuurlijke Geschiedenis te Leiden, hebben wij interessante informatie uit de "Lijst van visschen in Nederland waargenomen": zaamgesteld door A.A. van Bemmelen (1866), opgenomen.

"De zoetwatervisschen in Nederland en de kunst om ze te vangen" van H. Aalderink (1911; tweede druk) is het eerste twintigste eeuwsche en een alleraardigst, neen zelfs zeer leezenswaardig werk over de zoetwatervisschen, dat zich echter op taxonomisch gebied niet kan meeten met dat van professor Schlegel. Aalderink was dan ook "slechts" Lid van het Bestuur der Hoofdafdeeling "Zoetwatervisscherij" der Ned. Heidemaatschappij en Voorzitter der Hengelclub Groningen.

Vervolgens zullen wij een aantal nuttige dan wel opmerkelijke citaaten presenteren uit het standaardwerk "De Visschen van Nederland" door Dr. Heinrich Carl Redeke (1941), dat tot 1987 als hèt standaardwerk op het gebied van de Nederlandsche visschen kan worden beschouwd.

Dr.H.Nijssen en Dr.S.J.De Groot (1987) hebben met hun "Vissen van Nederland" de eerste volwaardige opvolger van het standaardwerk van Redeke geleverd. Naar onze meening (maar wie zijn wij, vergeleken bij deze beide zeer kundige en belezen wetenschappers van het eerste uur) is het voor de zoetwatervisschen niet de opvolger, die het had kunnen zijn. Het boek is wetenschappelijk zeer verantwoord en compleet, bevat een leuke en lezenswaardige inleiding, een prachtig historisch overzicht van de literatuur over de nederlandse visfauna en een boeiend verhaal over exoten. Het bevat de meest volledige systematische indeling der Nederlandse vissoorten en een determineersleutel die zijn weerga niet kent. En tòch had het wat ons betreft allemaal wat uitgebreider gekund. Aanvullende informatie over gedrag, ecologie, habitat e.d. zijn opgeofferd aan de volledigheid van ALLE (jawel, dat wel!) vissen van Nederland. En ja, dat is een keuze die we respecteren. Het boek is niet erg populair geschreven of geïllustreerd, maar geeft door zijn mix van wetenschappelijke degelijkheid, lezenswaardige wetenswaardigheden en oude pentekeningen dat speciale gevoel, dat de oudere boeken over vis ook geven: iets "authentieks". Van de illustraties van met name de karperachtigen en zalmachtigen in dit werk zijn wij niet echt kapot, maar vooruit. Al met al is het het werk van de heren Han Nijssen (een zeer gedreven, kundige, humoristische en aimabele wetenschapper, aan wie wij een aparte winkel zouden kunnen wijden) en Bas de Groot (een zeer belezen, kundige, ietwat eigenzinnige persoonlijkheid) te beschouwen als een van de belangrijke standaardwerken over de vissen van Nederland. De citaten uit dit werk dragen zeker bij aan de volleedigheid van ons over- en inzicht, dat wij U, als greetige leezer, niet in onvolleedige vorm willen aanbieden.

1)Schlegel, Hermann, Duits zoöloog,
°10.6.1804 Altenburg (Saksen)
†17.1.1884 Leiden.
Schlegel was sinds 1825 aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden verbonden en sinds 1828 conservator aldaar.
Hij bestudeerde vooral de dieren van Nederland en de overzeese gebiedsdelen, m.n. de vogels.
Vanaf 1860 tot zijn dood was hij directeur van het Rijks Museum van Natuurlijke Historie.

Tot slot zullen wij voor een aantal geselecteerde vischsoorten met U de diepte ingaan tot de essentie van de visschen ende hun eigenaardigheeden, beschreeven zoals werkelijk zijn. Wij doorgronden de visch in uitgeschreeven, niet altijd even waarheidsgetrouwe mono- en dialoogen, onder andere uit het dagelijkse reilen en zeilen in

De Visschenwinkel.

De prikkenbijters Jonge knaapen met een onfrissche taak.

De schotgarde De voorloper van de werphengel; met de kikvorsch op snoek.

Een gezellige visch Hollandscher kan het haast niet, zou je zoo denken.

De snoek De 10 meest gestelde vragen en hun antwoorden.

Karperstekken Hoe vindt U op eenvoudige wijze uit waar Karper zit.

Vischaas Van aardbeziën en geronnen bloed tot vleeschmade en jalappe.

Hoe Padden en Kikkers Hun vleeschelijke lusten botvieren op de Visschen.

Visschennamen In het Engelsch, Weetenschappelijk en in de rest van Nederland?

Reigerolie Lokt de visschen uit den kunst.

Visschen met muziek! Catfish Blues!

Over valsche parelen De Duitschers op hun slechtst!

Hoe een pooier Een paling vangt

Met de schubben kunt u veele zaken vervaardigen

Vleesch in urine en hondslever in reuzel De roofvisschen zijn er gek op!