Korte inhoud

Juttersbitter is het relaas van een gevoelige man, die zijn kwetsbaarheid het liefst maskeert met humor. Hier is een betrokken chroniqueur aan het woord met een visie op het grote geheel, maar ook met oog voor het beslissende detail. In een onderkoelde stijl, die nu eens geestig en dan weer bespiegelend uitpakt, schetst hij de eerste helft van zijn leven in drie bedrijven: als kind in de oorlog, als puber op zee en als volwassene die vaste grond probeert te vinden. 1940. Op zesjarige leeftijd ontvlucht de kleine Cees het door bombardementen levensgevaarlijke Den Helder, samen met zijn moeder en zusjes. De zwerftocht eindigt in Hoorn, waar hij de Duitse bezetting meemaakt die een onuitwisbare indruk op hem maakt. 1950. In Amsterdam monstert de inmiddels zestienjarige Cees, tegen de wil van zijn vader, aan als lichtmatroos op het halfvracht-/halfpassagiersschip de Boskoop. Hij vaart naar Zuid-Amerika en maakt kennis met het ruwe zeemansleven, maar op zee wordt hij ook volwassen. Hij leert omgaan met de meest uiteenlopende figuren, die hem soms danig op de proef stellen, en houdt zich staande tijdens letterlijk en figuurlijk stormachtige belevenissen. 1970. Geleidelijk aan leert Cees zijn weg beter beter te vinden, ook in het labyrint dat liefde heet, zij het met vallen en opstaan. Eindelijk komt het ook tot een toenadering tussen hem en zijn vader, die hem tot dan toe altijd heeft miskend. De ontknoping is ronduit aangrijpend.