If you can't read Dutch, click here.

Hildegard von Bingen Hildegard von Bingen

(1098 - 1179)

Eigenlijk is het jammer dat dit stuk pas nu verschijnt, want in 1998 werd de 900-ste geboortedag van deze opmerkelijke vrouw gevierd. En opmerkelijk was ze, want in een tijd waarin zeer weinig vrouwen schreven, en de vrouwen die de schrijfkunst machtig waren vaak niet verder kwamen dan wat gekunstelde suikerzoete rijmpjes, produceerde Hildegard, ook bekend als de Sibille  van de Rijn, belangrijke theologische werken en visionaire geschriften. In haar tijd werden vrouwen bepaald niet om hun intellectuele vermogens gerespecteerd, maar Hildegard's werken maakten zo'n indruk, dat bisschoppen, pausen en koningen haar om raad vroegen. Ze was een kenner van de genezende krachten van natuurlijke objecten en schreef verschillende artikelen over het medicinale gebruik van planten, dieren en stenen.

Voor de muziekliefhebbers is het interessant te weten, dat Hildegard de eerste componist is waarvan een biografie bekend is. Met haar muziek was ze haar tijd ver vooruit. Ze stichtte een klooster waarin haar muzikale werken werden uitgevoerd. Hoewel Hildegard nog steeds niet is heilig verklaard (ze is wel al zalig verklaard, een stap die in de katholieke kerk vóór de heiligverklaring komt) wordt ze toch al regelmatig aangeduid als St. Hildegard. Een paar jaar geleden werd de aandacht op Hildegard gevestigd door musicologen, geschiedkundigen en theologen, die vonden dat haar 900-ste geboortedag een goede aanleiding was voor hernieuwde aandacht voor deze opmerkelijke vrouw.

Haar jonge jaren

Hildegard werd als tiende kind geboren in een adellijke familie in Bermersheim, niet ver van Mainz. In die tijd was het gebruikelijk dat het tiende kind werd opgedragen aan de kerk. Behalve dat dit beschouwd werd als een eerbetoon aan God, was het ook een praktische oplossing voor een probleem waar zulke grote gezinnen in die tijd voor gesteld stonden, want ook voor adellijke families was het een hele toer zoveel monden te voeden. Bij haar geboorte werd Hildegard dus al aan de kerk opgedragen. Het meisje kreeg op driejarige leeftijd visioenen van lichtgevende voorwerpen. Kennelijk reageerde haar omgeving hier niet onverdeeld positief op, want al snel begreep Hildegard dat niet iedereen dergelijke dingen zag en verborg haar gave verder voor haar omgeving.

Ruine van het klooster DisibodenbergOp achtjarige leeftijd werd Hildegard door haar familie naar een kluizenaarster, Jutta, gestuurd om een religieuze opvoeding te ontvangen. Deze Jutta was de dochter van de graaf van Sponheim en werd in het algemeen als een aantrekkelijke jonge vrouw beschouwd. Zij versmaadde echter alle wereldse verleidingen en besloot haar leven aan God te wijden. In plaats van in het klooster te treden, verkoos Jutta een zwaarder leven en werd in 1106 kluizenaarster. In die tijd leefden kluizenaars opgesloten in een kleine kluis (vandaar het woord kluizenaar), een soort cel, die vaak direct naast een kerk gebouwd werd, zodat ze de mis konden volgen, met alleen een klein raam dat kun enige verbinding met de buitenwereld vormde. De meeste tijd spendeerden ze aan gebed, meditatie, of eenzame handenarbeid, zoals naaien of borduren. Omdat deze kluizenaars voor de wereld in principe dood zouden zijn, ontvingen zij de laatste riten voordat ze zich in hun cel op lieten sluiten. Deze macabere ceremonie was een complete begrafenisplechtigheid, waarbij de toekomstige kluizenaar zelfs opgebaard lag.

Jutta's cel was ook zo'n soort kluis, behalve dan dat er een deur was, waardoor Hildegard binnen kwam, samen met een dozijn andere meisjes uit adellijke families die door Jutta's roem werden aangetrokken. De opvoeding die Hildegard van Jutta kreeg was zeer beperkt en Hildegard kon maar niet ontsnappen aan gevoelens van tekortkoming en een gebrek aan onderwijs. Ze leerde het psalmboek in het Latijn te lezen, hoewel haar begrip van de grammaticale gecompliceerdheid van de taal nooit compleet was (gedurende haar hele leven zou ze schrijvers hebben die haar hielpen met het op papier vastleggen van haar visioenen en denkbeelden), maar ze had een goed begrip van de gecompliceerdheid van de taal zelf en construeerde zinnen met allerlei dubbele bodems die nu nog steeds een uitdaging zijn voor wie haar geschriften bestudeert. Doordat de cel waarin Hildegard in die jaren leefde zo dichtbij het Benedictijner klooster van Disibodenberg stond (de cel was tegen de kerk aan gebouwd), maakte de jonge Hildegard ongetwijfeld kennis met muzikale religieuze diensten, wat de basis heeft gevormd voor haar eigen muzikale composities. Op 14 of 15 jarige leeftijd legde Hildegard de eeuwige gelofte af. Toen Jutta in 1136 stierf was Hildegard 38 jaar en werd zij gekozen tot hoofd van het ontluikende nonnenklooster, waartoe Jutta's cel inmiddels was uitgegroeid.

Het ontwaken

Gedurende al deze jaren had Hildegard haar visioenen uitsluitend toevertrouwd aan Jutta en aan een monnik, genaamd Volmar, die later haar secretaris zou worden. In 1141 kreeg Hildegard echter een visioen dat de loop van haar leven zou veranderen. Een visioen van God schonk haar plotseling inzicht in de betekenis van religieuze teksten en droeg haar op om alles wat ze in haar visioenen waarnam op te schijven.
En het gebeurde ... toen ik 42 jaar en 7 maanden oud was, dat de hemelen werden geopend en een verblindend licht van buitengewone schittering door mijn hele brein stroomde. En zo liet het mijn hele hart en gemoed gloeien als een vlam, niet brandend, maar verwarmend... en plotseling begreep ik de betekenis van verklaringen van de boeken - het psalmboek, de evangelisten en de boeken van het oude en nieuwe testament.
Maar nog steeds werd Hildegard overspoeld door gevoelens van onvermogen en aarzelde om te handelen.
Maar hoewel ik deze dingen hoorde en zag, door twijfel en een lage dunk van mijzelf en door verschillende uitspraken van mensen, verzette ik mij lange tijd tegen de roeping om te schrijven, niet uit koppigheid maar uit nederigheid, totdat ik, terneergeslagen door een gesel Gods, door ziekte het bed moest houden.
Een pagina uit SciviasDe twaalfde eeuw was de tijd van kerkscheuring en religieus vuur, waarin iemand die een of andere buitenlandse doctrine predikte in korte tijd een grote schare volgelingen kon aantrekken. Hildegard stond kritisch tegenover schismatici. Ze predikte zelfs haar hele leven tegen ze, in het bijzonder tegen de Catharen. Ze wilde daarom graag dat haar visioenen gesanctioneerd of goedgekeurd zouden worden door de katholieke kerk, hoewel ze zelf nooit twijfelde aan de goddelijke oorsprong van haar verlichte visioenen. Ze schreef daarom een brief aan Bernard van Clairvaux, waarin ze om zijn zegen vroeg. Hoewel zijn antwoord nogal plichtmatig was, bracht hij de zaak op de synode van Trier, gesteund door de aartsbisschop van Mainz, toch onder de aandacht van paus Eugenius (1143-1153), een behoorlijk rationeel man die Hildegard aanspoorde om verder te werken aan haar geschriften. Met pauselijke toestemming wist Hildegard haar eerste visionaire werk Scivias ("Ken de wegen van de Heer") af te ronden en haar faam begon zich te verspreiden over Duitsland en daarbuiten.

De belangrijkste werken

De pauselijke zegen gaf Hildegard voldoende zelfvertrouwen om haar meest ambitieuze project te starten. Ze besloot het kleine nonnenklooster los te maken van het klooster in Disibodenberg en een onafhankelijk klooster te stichten op de ruines van de 9de eeuwse vestiging van St. Rupert, wat in die tijd werkelijk ongehoord was. De monniken zetten onder leiding van abt Kuno dan ook onmiddellijk de hakken in het zand en protesteerden heftig. Hildegard riep de hulp in van de aartsbisschop van Mainz, maar werd geveld door ziekte, waarvan abt Kuno getuige was. De aartsbisschop koos de zijde van Hildegard, waarna zij op "miraculeuze wijze herstelde."

Rond 1150 verplaatste Hildegard het groeiende klooster van Disibodenberg naar de Rupertsberg in Bingen, ongeveer 30 km naar het noorden aan de oever van de Rijn. De enige man die meeverhuisde was haar secretaris Volmar, die ook de priester van het klooster werd. Later stichtte ze nog een klooster, Eibingen, aan de andere kant van de rivier.

Hildegard als hoeksteenDe rest van haar jaren waren zeer productief. Ze schreef muziek met bijbehorende teksten, meestal liturgische eenstemmige gezangen te ere van heiligen en de maagd Maria voor de feestdagen en antifonen . Er zijn sterke aanwijzingen dat haar muziek en haar zedenspel Ordo Virtumum (Spel van de Zeden), dat in haar tijd werd aangeduid als een liturgisch drama, in haar eigen klooster uitgevoerd werden. Naast de eerder genoemde Scivias schreef ze nog twee belangrijke visionaire werken: Liber vitae meritorum (Boek van de verdiensten van het leven, 1150-1163) en Liber divinorum operum (Boek van Goddelijke erken, 1163), waarin ze haar theologische ideeën verder uiteenzette over de micro- en macrokosmos de mens als hoogtepunt van God's schepping en de mens als spiegel waarin de glorie van de macrokosmos weerspiegeld wordt. Hildegard schreef ook nog Physica en Causae et Curae (1150), twee werken over natuurhistorie en de genezende krachten van natuurlijke objecten, die samen bekend staan als Liber Subtilatum (Het boek van subtiliteiten van de gevarieerde Natuur der Dingen).
Deze werken waren niet karakteristiek voor Hildegard's manier van schrijven, inclusief haar correspondentie, in die zin dat ze niet werden gepresenteerd in de vorm van visioenen en geen verwijzing bevatten naar een Goddelijke bron of openbaring. Hoe dan ook, net als haar religieuze geschriften weerspiegelden ze haar religieuze filosofie, dat de mens het toppunt van God's schepping is en dat alles op aarde bestaat om door de mens gebruikt te worden.

Haar wetenschappelijke denkbeelden waren afgeleid van de oude Griekse kosmologie van de vier elementen: vuur, lucht, water en aarde, met hun complementaire eigenschappen als hitte, droogte, vocht en kou, en de bijbehorende vier essentialia in het lichaam: (gele) gal, bloed, slijm en melancholie (zwarte gal). De menselijke gesteldheid was gebaseerd op de overmacht van een van de twee bitterheden en een van de twee andere essentialia . In het Nederlands hebben we daar onder andere de uitdrukkingen "zijn gal spuwen" en "zwartgallig" aan over gehouden. Ziekte verstoorde de subtiele balans tussen de essentialia , en alleen het nuttigen van de juiste plant of het juiste dierlijke product dat de eigenschap bevatte waar je gebrek aan had, kon het gezonde evenwicht herstellen. Daarom legde Hildegard bij het beschrijven van planten, bomen, dieren en stenen zo veel nadruk op de eigenschappen van dat object en gaf ze aanwijzingen over het medicinale gebruik ervan.

Boerenwormkruid is heet en een beetje vochtig en is goed tegen alle overvloedig stromende essentialia en wie aan slijmvliesontsteking of hoest lijdt moet boerenwormkruid eten. Het zal de essentialia zo binden dat ze niet zullen overvloeien en aldus zullen ze minder worden.
Hildegard's geschriften zijn ook opmerkelijk om hun over het algemeen positieve kijk op seksuele relaties en haar beschrijving van het genot vanuit het gezichtspunt van de vrouw. Waarschijnlijk hebben wij aan Hildegard de eerste wetenschappelijke beschrijving van het vrouwelijk orgasme te danken.
Als een vrouw de liefde bedrijft met een man, brengt een gevoel van hitte in haar geest, dat een zinnelijk genot met zich mee brengt, de smaak van dat genot tijdens de daad over en roept de afgifte van het zaad van de man op. En als het zaad op zijn plaats is gevallen trekt die hevige hitte van haar geest het zaad naar zich toe en houdt het vast, en spoedig trekken de vrouwelijk organen zich samen, en alle delen die zich openen tijdens de menstruatie sluiten zich nu, op dezelfde manier waarop een sterke man iets in zijn vuist ingesloten kan houden.
Zij schreef ook dat de sterkte van het zaad het geslacht van het kind bepaalt, terwijl de hoeveelheid liefde en passie de ligging van het kind bepalen. In het slechtste geval, waarin het zaad zwak is en de ouders geen liefde voelen, leidt dit tot een "bittere dochter".

Goddelijke harmonieën

Muziek was buitengewoon belangrijk voor Hildegard. Ze beschrijft het als een middel om de oorspronkelijke vreugde en schoonheid van het paradijs te heroveren. Volgens haar had Adam voor de zondeval een zuivere stem en deed mee met de engelen in het toezingen van God. Na de zondeval werd muziek volgens haar uitgevonden en muziekinstrumenten gemaakt met de bedoeling God op een toepasselijke manier te kunnen aanbidden. Misschien verklaart dit waarom haar muziek lijkt op wat wij ons vaak voorstellen van engelengezang.

Er zijn wat aardige citaten van Hildegard bekend, die ons duidelijk maken hoe belangrijk muziek voor haar was. "Muziek doet ons ontwaken uit onze luiheid." Sprak ze een tot een van de nonnen in haar klooster, en het is duidelijk dat Hildegard zelf beslist niet van luiheid beticht kon worden.

Een fraai versierde compositie van de hand van HildegardEen tweede citaat luidt: "Muziek maakt een koud hart warm." Hildegard wijdde haar leven aan het onderwijzen van anderen en het vereren van God, maar zorgde ook voor mensen bij wie het "bloed verstild was in de aderen". Juist deze mensen hadden muziek nodig om het verstilde bloed weer los te maken en om hun hart te verwarmen dat door alle zonden en slechte daden verkild was. Muziek hielp het effect van God's straf om te keren zo lang de muziek God maar verheerlijkte.

Een derde citaat, "Mensen zijn het muziekinstrument van God", stelt ons in staat ons te realiseren dat het verheerlijken van God de meest belangrijke bestaansreden voor muziek was. Hildegard stelde zich voor, dat God de muziek van zijn volgelingen gebruikte om het woord aan anderen te verkondigen. Er is zelfs historisch bewijs, dat bepaalde muziekinstrumenten louter en alleen ontworpen zijn ter ere van het christendom.

Hildegard schreef psalmen en sequensen  ter ere van heiligen, maagden en Maria Ze schreef in de traditie van de eenstemmige zang, die uit slechts één melodielijn bestond en in de liturgisch muziek van haar tijd gebruikelijk was. Haar muziek staat de laatste jaren weer sterk in de belangstelling en de groep Sequentia heeft een groot deel van Hildegard's muzikale nalatenschap op de plaat gezet (onder het Duitse label Harmonia Mundi) ter gelegenheid van haar 900ste geboortedag in 1998. Vooral de opname Canticles of Ecstasy is fantastisch. De liefhebbers van dit soort muziek moeten, om een idee te krijgen van de metaforische manier van schrijven van Hildegard, vooral ook eens de vertaling van de Latijnse teksten lezen, die doordrenkt zijn van levendige beschrijvingen van kleur en licht die ook in haar visionaire geschriften gevonden kunnen worden.

Er zijn vele aspecten aan Hildegard's muziek die haar tot een muzikaal genie van haar tijd maken. Voor het niet geoefende oor lijkt haar muziek veel op het gregoriaans met zijn eenstemmige melodielijn, maar het was feitelijk totaal anders. Hildegard's muziek was veel complexer en een uitdaging voor zowel de muziekhistorici van nu als voor de uitvoerenden van toen.

Haar composities waren ongelooflijk inspannend. Het is bekend dat tijdens uitvoeringen van haar muziek regelmatig musici tegen de vlakte gingen. Haar muziek vereiste het uiterste van de stem, waarbij de uiterste grenzen van het bereik werden gebruikt. Vaak schreef ze een rustige lyrische passage, onmiddellijk gevolgd door schokkende luide uitbarstingen en geschreeuw.

Door haar gevarieerde gebruik van thema's en stijlen, kon ze haar liederen niet tot een toonsoort beperken. Binnen een compositie schakelde ze vaak van de ene toonsoort op de andere over om variatie te creëren

Deze extreme variëteiten in haar muziek voldeden absoluut niet aan de strenge eisen die aan Gregoriaanse muziek gesteld werden. Met het gave voor melodieuze eenvoud werd ze vaak vergeleken met een bel canto opera componist. Voor een vrouwelijk componist stond dat in haar tijd zo'n beetje gelijk aan de status van een middeleeuwse rock ster en men is het er nu wel over eens, dat ze haar tijd ver vooruit was.

Thematische ontwikkeling is een ander kenmerk dat in Hildegard's muziek duidelijk is aan te wijzen. Pas veel later vinden we vergelijkbaar gebruik van thematisch materiaal bij andere componisten, zoals Haydn, en Mozart, die het vernieuwen van thema's gebruikten om technisch uitdagende composities te schrijven. Ook bij andere componisten, zoals Schubert, Tchaikovsky, Berlioz, en Mendelssohn zien we stijlelementen die eerder alleen bij Hildegard gevonden worden. Je zou daarom kunnen stellen dat de composities niet tot een bepaalde historische periode horen, maar eerder een voorloper zijn van wat later zou ontstaan. Brendan Doyle zegt in elk geval in zijn boek "Hildegard of Bingen's Divine Works," dat haar muziek uniek is voor haar tijd en zelf uniek voor alle tijden.

Hildegard als migraine patiënt

Men is het er inmiddels wel over eens dat Hildegard aan een ernstige vorm van migraine leed en dat haar visioenen in elk geval voor een deel aan deze kwaal toe te schrijven zijn. De manier waarop ze haar visioenen en uitputtende restverschijnselen beschreef,  wijzen op klassieke symptomen van migraine. Hoewel verschillende visuele hallucinaties op kunnen treden, bestaan de meest algemeen voorkomende wel uit lichtflitsen gevolgd door donkere vlekken, wat goed zou kunnen verklaren waarom Hildegard sprak over "punten van intens licht" en "uitdovende sterren". Migraine aanvallen worden vaak gevolgd door aanvallen van misselijkheid, verlammingsverschijnselen en blindheid, verschijnselen die allemaal door Hildegard zijn beschreven, en vervolgens door een periode waarin men zich juist zo goed voelt, dat het gerust euforie genoemd mag worden, en ook dat is door haar beschreven. Oliver Sacks schrijft:
Een van de vreemdste en meest intense symptomen van migraine en het meest moeilijk te beschrijven en analyseren, is het optreden van gevoelens van plotselinge bekendheid en overtuigen... of het tegenovergestelde. Zulke toestanden worden ervaren, voor een moment en incidenteel, door iedereen; hun optreden bij migraine kenmerkt zich door hun overweldigende intensheid en relatieve lange duur.
Het is een eerbetoon aan de opmerkelijke geest en de intellectuele vermogens van deze vrouw dat ze in staat was een uitputtende ziekte om te zetten in het woord van God en er zo veel mee te scheppen.

De laatste strijd

In de laatste jaren van haar leven ging Hildegard het zwaarste conflict van haar hele leven aan. Ze liet het lichaam van een jonge geëxcommuniceerde adellijke rebel begraven op het kloosterkerkhof, waarmee ze de kerkelijke wetten overtrad door hem in heilige grond te begraven. De bisschoppen bevolen haar het lichaam op te graven, wat ze weigerde, met als argument dat de jongelijk had gebiecht en was gestorven in gratie. Haar huis wordt de status van klooster ontnomen en zij en de zusters worden uitgesloten van de mis, maar ze vinden steun in de sacramenten en de muziek.

Hildegard hield voet bij stuk. Enkele maanden voor haar dood worden al haar rechten hersteld. Dit inspireert haar tot het schrijven van wellicht haar mooiste werk: "Over het vitale belang van muziek voor een ethisch en spiritueel leven."

Op 17 september 1179, op 81 jarige leeftijd, overlijdt ze. Getuigen zien op dat moment hoe vanuit de hemel een lichtschijnsel op haar sterfkamer valt. Ze werd begraven op het kloosterkerkhof en vond haar laatste rustplaats pas in 1642, toen haar gebeente werd verplaatst naar de parochiekerk in Eibingen.

De schrijn waarin het gebeente van Hildegard rust

Hildegard op het internet

Wie meer informatie over Hildegard zoekt, kan op internet een werkelijk gigantische hoeveelheid bronnen vinden. Een zeer uitgebreide bron van informatie is te vinden in de pagina's van Roland Horst van de Johannes Gutenberg universiteit. Het adres is http://www.Uni-Mainz.DE/~horst/hildegard, waarvan een kopie is te vinden op http://www.bingen.net/vereine/hildegard_von_bingen/. Hier is ook een uitgebreide lijst met links te vinden naar andere Hildegard-sites.

Andere historische personen.
mail me
Kees Couprie
Andere pagina's van dezelfde auteur.