If you can't read Dutch, click here.

Johanna de WaanzinnigeJohanna de Waanzinnige

(Juana la Loca)

(1479 - 1555)

Johanna's jeugd

Johanna (Juana) was het vijfde kind en de vierde dochter van het roemruchte koningspaar Ferdinand van Aragón en Isabella I van Castillië. Door het huwelijk van Ferdinand en Isabella in 1469 werd Spanje, dat tot dan toe uit een bonte verzameling elkaar bevechtende rijkjes bestond, veranderd in een verenigd koninkrijk. Isabella en Ferdinand waren fanatieke katholieken. De inquisitie vierde in hun dagen hoogtij en in 1481 werden in Sevilla de eerste ketters verbrand. Joden werden sinds 1478 vervolgd en in 1492 voor de keus gesteld: bekeren tot het katholicisme of Spanje verlaten, uiteraard met achterlating van al hun bezittingen. In datzelfde jaar werd Granada op de Moren heroverd, die in 1502 uiteindelijk definitief uit Spanje verbannen zouden worden. In 1496 werden Isabella en Ferdinand door paus Alexander VI voor deze "vroomheden" beloond met de eretitel "Katholieke Majesteiten."

Johanna met haar ouders, Ferdinand en IsabellaIsabella en Ferdinand kregen in totaal tien kinderen, waarvan er slechts vijf in leven bleven; Isabella, geboren in 1470, Juan, geboren op 30 juni 1478, Johanna, geboren in Toledo op 6 november 1479, haar jongere zuster Maria, geboren in 1482, en tenslotte Catherina geboren op 15 december 1485.

Net als haar zusters leidde de kleine Johanna een streng, bijna ascetisch leven, waarin niet de liefde maar de angst de boventoon voerde. Ze aanbad haar vader, maar kon het met haar moeder slecht vinden. Ze leerde diverse muziekinstrumenten bespelen en sprak verschillende talen, waaronder Latijn.

In 1490 trouwde Johanna’s zuster Isabella, die net als haar moeder fanatiek was in haar geloof en intolerantie, met de Portugese troonopvolger Alfonso. Deze Alfonso viel echter na acht maanden huwelijk van zijn paard en gaf onmiddellijk de geest. Isabella keerde weer terug naar het hof van haar moeder.

Filips de Schone

Maximiliaan I van OostenrijkIn 1495 onderhandelden Isabella van Castillië en Ferdinand van Aragón met de Heilige Roomse Keizer Maximiliaan I over huwelijkspartners voor Johanna en haar oudere broer Juan. Maximiliaan bood hen zijn zoon Filips (geboren in 1478) aan als bruidegom voor Johanna, terwijl Maximiliaan’s dochter Margareta (1480) als bruid voor Juan naar voren werd geschoven.

Vorsten uit die tijd zagen graag hun dochters gehuwd met een buitenlandse vorst. Ten eerste was hun dochter dan tenminste niet meer hun verantwoordelijkheid en ten tweede, misschien nog wel belangrijker, was het altijd handig om aan andere vorstenhuizen geparenteerd te zijn. In dit geval kwam dat wel erg mooi uit, want Karel VIII van Frankrijk had het koninkrijk Napels, dat bij Aragón behoorde, veroverd. Ferdinand kon de steun van Frankrijks aartsvijand Oostenrijk dus goed gebruiken.

Er was nauwelijks kans dat door het huwelijk tussen Johanna en Filips de troon van Spanje in handen zou komen van Filips, de troonopvolger van het Heilige Roomse Rijk. Johanna had immers nog een oudere broer Johan en een oudere zuster Isabella, zodat ook dat een huwelijk niet in de weg stond.

Johanna's beoogde bruidegom, Filips van Bourgondië, beter bekend als Filips de Schone, was door de dood van zijn moeder Maria van Bourgondië, in 1482, graaf van Vlaanderen, Artesië, Henegouwen en Holland-Zeeland, markgraaf van Namen, hertog van Brabant-Limburg en Luxemburg. Omdat Filips toen nog minderjarig was, oefende zijn vader het regentschap over deze gebieden uit. Tijdens zijn opvoeding in Mechelen stond de jonge hertog sterk onder invloed van de inheemse adel. Dat werd duidelijk toen hij in 1494 meerderjarig werd verklaard en persoonlijk het bewind in handen nam. Tijdens zijn regeerperiode kon hij rekenen op de steun van de Gewestelijke Staten en de Staten-Generaal. Bovendien was hij ook erg geliefd bij het volk in de Nederlanden.

Aanvankelijk stond zijn beleid vooral in functie van de belangen van de Nederlanden, wat neerkwam op een strikt neutrale houding in de conflicten tussen Frankrijk en Engeland. Hierdoor week hij af van de politieke lijn van zijn vader, die een harde anti-Franse houding had aangenomen. Op binnenlands vlak zette hij de centralisatiepolitiek van zijn voorgangers voort, o.m. door de Grote Raad definitief te Mechelen te vestigen.

Het huwelijk tussen Johanna van Castillië en Filips van Bourgondië werd begin 1496 “bij volmacht” of “met de handschoen” gesloten. Pas in september of oktober van dat jaar arriveerde Johanna in de Nederlanden, waar zij haar man voor het eerst ontmoette. Op 21 oktober 1496 vond de officiële huwelijksplechtigheid plaats en, hoewel het huwelijk een verstandhuwelijk was, was Johanna toen al stapelverliefd op Filips.

De zestienjarige Spaanse prinses zelf werd door haar tijdgenoten beschreven als “de schoonheid van de familie.” Filips was dan ook bepaald niet ontevreden met zijn bruid. Het jonge paar ging in Brussel wonen, waar Johanna zich erg gelukkig voelde. Ze miste haar vader, maar haar moeder, met wie ze een ronduit slechte relatie had, miste ze totaal niet. Op 15 november 1498 schonk Johanna het leven aan een dochter; Eleonore.

Filips droeg echter niet voor niets de bijnaam "de Schone". Hij was voor de vrouwen van zijn tijd een uiterst aantrekkelijke man. Het kostte hem dan ook niet veel moeite om allerlei mooie vrouwen in zijn bed te krijgen, waar hij trouwens helemaal niet geheimzinnig over deed. Johanna, die toch al niet bekend stond om haar stabiele geest, ging zwaar gebukt onder de buitenechtelijke escapades van haar echtgenoot. Haar woedeaanvallen uit die tijd, waarvan zowel Filips, het personeel als het huisraad het slachtoffer was, werden berucht.

Carlos en zijn zusters, Eleonore en IsabellaOndanks de echtelijke strubbelingen schonk Johanna op 24 februari 1500 het leven aan een zoon, die Carlos genoemd werd. Volgens een oud Vlaams volksverhaal, verwarde Johanna de weeën met "die andere aandrang die men in de onderbuik kan voelen": ‘Het was belachelijk, grotesk en afschuwelijk: uit de vuilnis van een nachtpot moest men deze oprapen die de grote Keizer Karel zou worden, de laatste vorst van het grote Bourgondische Rijk, de heerser die met aan niets te vergelijken hoogmoed zou zeggen: "In mijn land gaat de zon nooit onder."’ In hoeverre het verhaal op waarheid berust, is achteraf niet meer te achterhalen.

De Spaanse troon

De voormalige koninkrijken van SpanjeIntussen was Johanna's oudere broer Juan in 1497 overleden. Haar oudere zuster Isabella, de weduwe van Alfonso van Portugal, die in oktober 1497 met Manuel I van Portugal was hertrouwd, stierf in 1498 aan kraamvrouwenkoorts. Haar zoontje, Miguel van Asturias, was niet bepaald sterk en overleed op 20 juli 1500. Johanna was zo, tegen alle verwachting in, toch erfgename geworden van de troon van de dubbelmonarchie Castillië-Aragón, die inmiddels sterk was uitgebreid en dankzij Isabella's beschermeling Columbus en de conquistadores onder andere ook de West-Indische koloniën omvatte.

Voor Filips gingen de belangen van zijn dynastie zwaarder wegen dan die van de Nederlanden en in zijn beleid kwam een plotselinge ommekeer. De neutraliteitspositie werd vervangen door een duidelijke Fransgezinde houding, zoals onder andere bleek uit het huwelijksverdrag dat Filips in 1501 liet sluiten tussen zijn anderhalf jaar oude zoon Carlos en Claudia, dochter van de Franse koning Lodewijk XII.

Op 15 juni 1501 baarde Johanna een dochter, Isabella. Filips en Johanna gingen later dat jaar naar Castillië om Johanna’s ouders te bezoeken. Uiteraard moest Filips al vrij snel weer terug naar de Nederlanden. Op 19 december 1502 vertrok hij dan ook weer, maar omdat de reis door vijandelijk gebied ging (Filips’ vader Maximiliaan I was weer eens in een oorlog met Frankrijk betrokken,) bleef Johanna, die op dat moment alweer zwanger was, in Castillië achter. Op 10 maart 1503 schonk zij het leven aan een tweede zoon, Ferdinand.

Isabella, die haar labiele dochter liever in Spanje had waar zij haar beter in de gaten kon houden, bracht Johanna onder in het kasteel La Mota Media del Campo. Een bisschop, die in opdracht van het Spaanse koningspaar in La Mota verbleef, liet 's nachts de ophaalbrug van het kasteel ophalen. Johanna werd woest en beschuldigde haar moeder ervan dat zij haar als doodordinaire gevangene behandelde. Ze ging razend en tierend door het kasteel, terwijl het personeel verschrikt dekking zocht. Isabella moest hoogstpersoonlijk naar La Mota komen om haar dochter te kalmeren, wat overigens niet lukte. Alle haat en woede die Johanna haar hele leven jegens haar moeder gevoeld had, kwam tot een uitbarsting en uiteindelijk kon Isabella niets anders dan haar dochter weer naar de Nederlanden laten vertrekken. Isabella wist wel haar kleinzoon Ferdinand in Spanje te houden. Op 11 april keerde Johanna in Brussel terug en ze was dolblij weer bij haar man te zijn, maar al snel keerde de ziekelijke jaloezie weer terug.

Isabella van CastillieToen Isabella van Castillië op 26 november 1504 aan kanker overleed, bleek dat zij een merkwaardige clausule in haar testament had laten opnemen. Indien Johanna waanzinnig zou worden, dan zou zij in naam koningin blijven, maar haar vader Ferdinand zou als regent alle werkelijk macht in handen krijgen, totdat Johanna's zoon Carlos meerderjarig zou zijn. Sommige geschiedkundigen gaan er vanuit, dat Isabella de clausule in haar testament heeft op laten nemen, omdat zij in Johanna's jeugd al tekenen van krankzinnigheid gezien zou hebben. Hoe het ook zij, door het overlijden van Isabella werd Johanna koningin.

Terwijl Ferdinand van Aragón het regentschap voor zich opeiste, liet Filips zich te Brussel tot koning van Castillië uitroepen. Op 17 september 1505 schonk Johanna het leven aan Maria. Kort daarna vertrokken Johanna en Filips naar Spanje. Als gevolg van een storm in Engeland verzeild geraakt, moest hij daar het Intercursus Magnus sluiten, een voor de Nederlanden ongunstig handelsverdrag. Tenslotte belandden Filips en Johanna in 1506 dan toch in Spanje.

Johanna's vader wilde het regentschap niet neerleggen. Zijn dochter was duidelijk niet tot regeren in staat en het testament van Isabella was duidelijk over wat er in zo'n geval moest gebeuren. De Cortes, het Spaanse parlement, weigerde echter Ferdinand als regent te erkennen en niet veel later werden Filips en Johanna officieel koning en koningin van Castillië. Ferdinand vertrok mokkend naar Barcelona, terwijl Filips en Johanna zich in Burgos vestigden, zo'n 190 kilometer ten noorden van Madrid.

Filips' dood

Filips heeft niet lang van de macht mogen genieten. Nauwelijks drie maanden later raakte hij plotseling buiten bewustzijn nadat hij, na het spelen van een spel (gesproken wordt over een balspel of een kaartspel) een koele drank tot zich nam. Johanna deed haar uiterste best in de verzorging van haar man, maar hij stierf enkele dagen later op 25 september 1506, slechts 28 jaar oud. Door zijn onverwachte dood kwamen de Bourgondische provinciën in handen van zijn zoon Carlos, en dus voor de tweede keer in handen van een minderjarige vorst. Andermaal trad keizer Maximiliaan van Oostenrijk als regent op.

In Spanje kwam het geruchtencircuit op gang. Al snel ging het verhaal dat Filips in opdracht van Johanna’s vader Ferdinand vergiftigd zou zijn. Op die manier zou Ferdinand de macht in het hele Spaanse rijk naar zich toe willen trekken. Een ander gerucht wilde dat Johanna zelf haar man vergiftigd zou hebben uit woede over zijn zoveelste buitenechtelijke misstap. Waarschijnlijker is echter dat Filips het slachtoffer is geworden van een boosaardige epidemie die dat jaar op het Iberisch schiereiland woedde. Hoe dan ook, Filips was zo dood als een pier.

Direct na het overlijden van Filips werd zijn lichaam gebalsemd, waarbij onder andere het hart werd verwijderd en naar Vlaanderen gestuurd. Vervolgens werd het lichaam in een loden kist geplaatst die op zijn beurt weer in een houten kist terecht kwam.

Bij Johanna sloegen door het overlijden van Filips de stoppen definitief door. Zij liet de kist, met het gebalsemde lichaam van Filips in haar slaapkamer plaatsen. Elke ochtend liet zij de kist openen, hopend een teken van leven te bespeuren. Vier maanden na Filips' dood, op 14 januari 1507, schonk Johanna het leven aan Filips' laatste kind, Catherina.

Johanna, onderweg met het gebalsemde lichaam van FilipsNa verloop van tijd besloot Johanna met het lichaam van Filips op pad te gaan naar Granada, waar haar moeder begraven was. Het gezelschap reisde alleen 's nachts en verbleef overdag in een kasteel of klooster. Onderweg liet Johanna regelmatig de kisten openen, zodat zij nog één keer een kus op de gebalsemde lippen van haar betreurde man kon drukken, onderwijl wanhopig speurend naar een teken van leven.

In de kloosters waar het reisgezelschap de nacht doorbracht werd de kist in de kloosterkapel geplaatst, waarna Johanna de zoveelste uitvaartmis voor hem liet opdragen. In één geval bleek het klooster een nonnenklooster te zijn. Johanna was geschokt en stuurde iedereen naar buiten, zelfs de nonnen die hun leven aan God wijdden, zo sterk was zij vervuld van de gedachte aan de vele gevallen van ontrouw waaraan Filips zich schuldig had gemaakt. Het was een stormachtige dag, maar Johanna gaf opdracht het klooster onmiddellijk te verlaten en het gezelschap was gedwongen de stormachtige wind en regen buiten te doorstaan. De begrafenisoptocht bereikte Granada nooit. Johanna bleef maar reizen en reizen, altijd maar hopend dat Filips weer tot leven zou komen.

Kardinaal Cisneros maakte zich intussen ernstig zorgen en nam voorlopig de rol van regent op zich. Hij liet Johanna's vader waarschuwen en smeekte hem herhaaldelijk de rol van regent op zich te nemen, zoals in Isabella's testament was voorgeschreven. De Cortes verklaarde Juhanna uiteindelijk officieel krankzinnig en in februari 1509 wist vader Ferdinand zijn dochter ervan te overtuigen, dat het lichaam van Filips begraven moest worden. Zo kwam het lichaam toch nog in Granada terecht. Johanna werd opgesloten in Tordesillas, waar zij gezelschap kreeg van haar jongere zuster Catherina van Aragón en de beschikking kreeg over een bescheiden hofhouding. Catherina trouwde echter in juni van dat jaar met Hendrik VIII van Engeland, zodat Johanna voortaan aan de grillen van het personeel overgeleverd was. Zij vulde haar dagen met rouwen om haar betreurde echtgenoot en wachten op zijn terugkeer. Want terugkeren zou hij, daarvan was zij overtuigd.

Johanna's eenzaamheid

Ferdinand van AragónFerdinand nam namens zijn dochter het regentschap op zich. Haar zoon Carlos was immers nog minderjarig. In februari 1516 overleed Ferdinand echter en Johanna's zoon Carlos was nog steeds in de Nederlanden, waar hij werd opgevoed door zijn tante, Margareta van Oostenrijk. Toen Carlos het nieuws van het overlijden van zijn grootvader vernam, vertrok hij echter onmiddellijk naar Spanje. In 1517 nam Carlos de titel koning van Castillië en Aragón aan, met toestemming van zijn moeder. In theorie regeerden Johanna en haar zoon Carlos samen, maar in de praktijk trok Carlos aan de touwtjes. Wel liet hij alle officiële stukken ook door zijn moeder ondertekenen.

Carlos' andere grootvader, keizer Maximiliaan I, die zich reeds jaren had ingezet om de keizerskroon aan zijn kleinzoon door te geven, stierf op 12 januari 1519. Met het kapitaal van het bankiersgeslacht Fugger uit Augsburg slaagde Carlos er in om zijn verkiezing tot Rooms-koning in hetzelfde jaar nog tot een goed einde te brengen. Een jaar later, op 23 oktober 1520, werd Carlos te Aken tot Rooms keizer gekroond. De Oostenrijkse erflanden werden aan zijn broer Ferdinand afgestaan. Het streven naar een Habsburgse wereldhegemonie lag binnen handbereik.

In 1520 brak er in Castillië een opstand uit, de oorlog van de "comuneros" (gemeenschappen), onder leiding van Juan de Padilla (1490). Carlos was in Spanje niet bepaald populair. Hij werd door velen gezien als een rare buitenlander. Zijn vader was immers een Habsburger uit de Nederlanden en zelf was hij aan het Brusselse hof geboren en had daar zijn jongste jaren doorgebracht. Zijn buitenlands beleid werd ook al als on-Spaans beschouwd. De opstand begon in Toledo en al snel voegden andere steden zich bij de "Santa Junta" (Heilig verbond). Juan de Padilla probeerde de opstand te rechtvaardigen met de bewering dat Johanna's krankzinnigheid een verzinsel was om Carlos aan de macht te helpen. Johanna weigerde vervolgens nog de stukken te tekenen die Carlos aan haar voorlegde. De beweging viel echter al snel ten prooi aan onderlinge strijd en Padilla's leger werd in april 1521 verslagen bij Villalar. Padilla zelf werd terechtgesteld.

Johanna's dochter Katherina, hier geportretteerd als Katherina van Portugal.Johanna's jongste dochter, Catherina, bleef bij haar moeder wonen en vormde haar enige bron van vreugde, totdat zij in 1524 aan haar Portugese neef Johan III werd uitgehuwelijkt. Vanaf dat moment ging het snel bergafwaarts met Johanna. De liefde waaraan zij zo sterk behoefte had, kreeg zij van het haar bewakende personeel niet. Ze verwaarloosde zichzelf, verschoonde zich niet meer, kamde haar haren niet meer en sliep op de vloer. Als ze werd gewassen, dan bekommerde het personeel zich niet om de watertemperatuur. De arme Johanna liep daardoor regelmatig brandwonden op. Haar kinderen namen al sinds 1518 niet meer de moeite hun verwarde moeder te bezoeken, zodat het personeel nooit rekenschap hoefde af te leggen voor de beschamende behandeling die de koningin moest ondergaan.

Op 12 april 1555 overleed Johanna. Haar dood moet voor haar een ware verlossing zijn geweest. Zij werd begraven in de Capilla Real in Granada, in dezelfde crypte waar haar ouders en echtegenoot ook al rustten. Carlos was vanaf dat moment de enige koning van Spanje. Hij zou, zeker in onze streken, veel beroemder worden dan zijn moeder, onder de naam Karel V.


Andere historische personen.

mail me
Kees Couprie

Andere pagina's van dezelfde auteur.