English translation below

 

Trouw zaterdag 21 april 2007

Letter en Geest pagina 4/5

 

De klimatologen en hun kwelgeesten

 

Klimaatdeskundigen en sceptici blijven hangen in een zinloos welles-nietesspelletje, vindt wetenschapsredacteur Joep Engels. Het debat moet volgens hem naar een hoger plan getild en over de echte problemen gaan. " Want er mag dan grote wetenschappelijke consensus zijn over de basisprincipes van het broeikaseffect, daarbuiten is het onzekerheid troef en zijn de meningen verdeeld. "

 

Joep Engels

 

 

Het was geen fraaie vertoning. Toen twee jaar geleden de 'hockeystick” onder vuur kwam te liggen, een icoon in de klimaatwetenschap, beet de geestelijke vader ervan fel van zich af. Michael Mann diskwalificeerde zijn critici. hij weigerde inzage te geven in zijn eigen gegevens en hij verweet het wetenschappelijk tijdschrift dat het een flutartikel had gepubliceerd. Dat had hij allemaal beter niet kunnen doen. Zijn reactie bevestigde het beeld dat velen van de klimatologenwereld hebben: een gesloten bastion dat meer politiek bedrijft dan wetenschap beoefent, en dat geen kritiek toestaat. Begrijpelijk was het wel. Na een jarenlange achtervolging hadden zijn critici hem eindelijk te pakken gekregen. In 1997 had Michael Mann in het vakblad Nature een reconstructie gepubliceerd van de temperatuur op het noordelijk halfrond in de laatste duizend jaar. Aan de hand van boomringen, ijskernen en andere historische bronnen, en met behulp van ingewikkelde statistiek had Mann een grafiek gefabriceerd die liet zien hoe de temperatuur sinds de vroege Middeleeuwen gestaag daalde om na 1900 plots te stijgen.

 

Verontwaardiging

 

De grafiek, vanwege zijn vorm de 'hockeystick' genoemd, kreeg een prominente plaats in het vorige rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) uit 2001. In een hoofdstuk dat mede geschreven was door diezelfde Michael Mann. Dat maakte hem tot een interessant doelwit: als je de hockeystick onderuithaalde, schoot je een flink gat in het IPCC-rapport. Twee Canadezen, de econoom Ross McKitrick en de statisticus Steven McIntyre, plozen de reconstructie van Mann na en ontdekten dat ze met kleine aanpassingen een heel andere grafiek konden krijgen. Manns conclusie dat de huidige opwarming uniek is in dit millennium, leek helemaal niet zo hard. De twee leurden een paar jaar met hun artikel, geen enkel respectabel blad wilde het plaatsen. De verontwaardiging hierover zwol aan op het internet totdat Geophysical Research Letters in 2005 besloot de Canadese kritiek te publiceren. Tot groot verdriet van Michael Mann.

 

Geuzen

 

Het was wel volgens goed wetenschappelijk gebruik. Nu de kritiek openbaar was, kon iedereen nagaan wat er niet deugde aan het werk van Mann en of de kritiek van M&M - zoals de Canadezen in de wandelgangen werden genoemd – hout sneed. Na een jaar was het beeld duidelijk. Inderdaad, de hockeystick was niet helemaal correct in elkaar gezet. Maar ook M&M hadden wat al te gretig naar hun antwoord toegewerkt. En het belangrijkste: de hoofdconclusie dat de huidige opwarming uniek is voor dit millennium, bleef overeind. lntussen gaf de affaire.ook een aardig inkijkje in de controverse tussen klimaatwetenschappers en hun kwelgeesten:zij die zich sceptici noemen. Sommige klimatologen lieten zich in dit debat goed kennen. Zij hebben een missie: de klimaatverandering is een immens probleem waartegen actie moet worden ondernomen. Kritiek of twijfel leidt de aandacht maar af. In dat kader past de opmerking van sommige klimatologen om het niet meer over de opwarming van de aarde te hebben, maar over de verhitting. Global warming klinkt immers niet onaantrekkelijk, en veel minder dreigend dan global heating. Maar de gebeurtenissen vertelden vooral veel over de sceptici,Ook zij hebben een missie: tegenwicht bieden aan de gevestigde wetenschap dat de mens de belangrijkste veroorzaker is van de huidige opwarming. Het is een bont gezelschap van wetenschappers (vaak met pensioen, zelden uit de klimatologie) en leken. Maar onderschat hen niet.Nadat Martijn van Calmthout, chef wetenschap van de Volkskrant, in de zaterdagbijlage van zijn krant een artikel had geschreven over de hockeystick, vond hij het zondags terug op internet. Vertaald in het Engels en door menigeen voorzien van vernietigend commentaar. Het zijn geuzen. Tenminste, zo zien ze zichzelf graag. Als verstotelingen van het wetenschappelijk debat spuien ze vanaf de zijlijn hun kritiek. En spiegelen ze zichzelf graag aan helden die de heersende opvattingen durfden te bestrijden. Werd ook Galilei niet lange tijd verketterd?

 

Interruptiemicrofoon

 

Nederlands bekendste scepticus is op dit moment de econoom Hans Labohm. Het is bijna onmogelijk om hem op een klimaatbijeenkomst niet tegen te komen. En telkens als een spreker klaar is en vragend de zaal in kijkt. staat Labohm al bij de interruptiemicrofoon.Is spreker bekend met studie A? Deelt spreker de opvatting dat ontdekking B een heel ander licht op het geheel werpt? Over het algemeen krijgt Labohm vriendelijk en zakelijk antwoord. Ja. Studie A is bekend, maar spreker interpreteert de uitkomsten heel anders. Nee. ontdekking B zegt niets over het onderwerp van deze lezing. Hier lijkt een wetenschappelijke discussie gaande, maar het is niet meer dan de academische mores om vragenstellers beleefd te bejegenen. Voor de goede orde: Labohm en zijn medesceptici nemen niet deel aan het" wetenschappelijk debat. Zij publiceren niet in wetenschappelijk tijdschriften, en dragen niet bij aan de kennisvorming. Maar dat doen geuzen ook niet. Een geus draagt geen uniform. Vreemd genoeg wekt Labohm de indruk dat hij dat wel doet. Hoewel hij zich voortdurend beklaagt dat hij wordt buitengesloten, ondertekent hij zijn artikelen niet alleen als onafhankelijk econoom en publicist, maar ook als 'expert reviewer' van het IPCC, de VN-klimaatcommissie die hij zo verfoeit. Het KNMI heeft hem namelijk uitgenodigd om IPCC-artikelen van commentaar te voorzien. Hij mag dus gewoon meedoen en wordt helemaal niet buitengesloten. Zijn bijdragen aan het IPCC hebben met wetenschap weinig te maken -het is meer een tactische zet van het KNMI om hem bij het proces te betrekken. Zijn sommige klimatologen wat overijverig om het publiek van de ernst van de opwarming te overtuigen, Labohm heeft maar een missie: verwarring stichten en twijfel zwaaien. Wat zijn diepere motieven zijn, is onbekend. Als hij zegt ervan uit te gaan dat de klimaatwetenschappers die hij kent, oprecht zijn en zich niet met zwendel inlaten, gaan we daar ook voor hem vanuit. Intussen haalt hij oude koeien uit de sloot en gebruikt hij onzinnige, of allang verworpen theorieën. Ook in het stuk elders in dit katern komt hij weer op de proppen met de theorie dat de zon de belangrijkste actor in het spel is, terwijl diverse studies hebben uitgewezen dat de invloed van de zon niet zo groot kan zijn. Een ander geliefd wapen van de sceptici is de drietrapsraket: de huidige opwarming is niet ernstig;als het wel ernstig is, komt het niet door de CO2; en als het wel door de CO2 komt, is het veel te duur om daar iets tegen te doen.

 

Drijfzand

 

Ook in de affaire van de hockeystick lieten de sceptici zich niet onbetuigd. Ere wie ere toekomt: zij waren het die dit onderwerp - kritiek op de werkwijze van Michael Mann - op de wetenschappelijke agenda plaatsten. Dat ze er wat minder ruchtbaarheid aan hebben gegeven dat het onderwerp inmiddels weer is afgevoerd, zullen we hun niet al te euvel duiden. Kwalijker is dat ze die discussie hebben scheefgetrokken. Als de hockeystick was gebroken (hoewel de conclusie overeenkomt met wat tal van andere studies hebben laten zien), dan hadden we de huidige opwarming niet meer uniek voor het afgelopen millennium kunnen noemen, Dat is wat anders dan dat het bewijs voor de menselijke invloed op het klimaat onderuit zou zijn gehaald. Dat bewijs is gebaseerd op directe temperatuurmetingen van de laatste 150 jaar. Maar de sceptici verkondigden voortdurend dat de twee Canadezen de broeikastheorie in haar geheel hadden ontkracht. 'Kyoto berust op drijfzand', kopte Natuurwetenschap&Techniek. Met hun gigantische kennis zouden ze toch beter moeten weten. De vraag is:wat doe je ermee? Hoe moet je omgaan met sceptici? Het probleem is dat ze het debat vertroebelen. Met hun prominente rol in de media wekken ze de indruk dat de wetenschap nog volop in discussie is over de oorzaak van de opwarming. 'De geleerden zijn het niet eens', denkt de leek. Moet je hun theorieën bestrijden? Moet je telkens weer uitleggen dat ze weliswaar gelijk hebben dat waterdamp het belangrijkste broeikasgas is, maar dat waterdamp alleen een indirecte rol speelt? (Als de mens meer waterdamp in de atmosfeer zou brengen, liet de natuur het surplus meteen weer 'terug'-regenen.)

 

Flauwekul

 

Of moet je ze doodzwijgen? Boycotten? Van Calmthout van de Volkskrant voelt daar veel voor. Het is flauwekul wat de sceptici beweren, vindt hij, en voor onzin zou je geen krantenkolommen moeten vrijmaken. Journalisten of redacteuren die volgens het principe van hoor en wederhoor sceptici om hun opvatting vragen of hun artikelen plaatsen, trappen in de val dat ze daarmee het debat zouden weergeven. Er is geen wetenschappelijk debat over de klimaatverandering of de oorzaak ervan; door sceptische geluiden te laten doorklinken. breng je de lezer alleen maar in verwarring. We laten toch ook niemand meer in de krant zeggen dat de aarde plat is?

 

Iets te verbergen

 

Er is veel voor zijn standpunt te zeggen. Maar er is ook een tegenargument. Het bevestigt de sceptici in hun geuzenrol. Nu al schermt Labohm met de vrijheid van meningsuiting. En hoe vaker hij dat roept, des te meer zal het publiek denken dat de wetenschap iets te verbergen heeft. Dat er zaken zijn die niet gezegd mogen worden. Media moetende klimaatsceptici hun podium blijven bieden. Zolang ze de bijdragen maar niet als een onderdeel van het wetenschappelijk debat presenteren. Desnoods schakelen ze iedere keer weer een wetenschapper in die de sceptische geluiden mag ontzenuwen. Of ze pakken het slimmer aan en laten de lezer kennisnemen van het echte debat. Want er mag dan grote wetenschappelijke consensus zijn over de basisprincipes van het broeikaseffect, daarbuiten is het onzekerheid troef en zijn de meningen verdeeld. ". De wetenschap over de huidige opwarming en de rol van de mens daarin is behoorlijk robuust. Meer zekerheid dan het IPCC-rapport van februari tentoonspreidde, kun je van wetenschappers niet verwachten. Maar dan. Klimaatwetenschappers hebben een behoorlijk vertrouwen in hun computermodellen. In die zin dat die modellen het klimaat van de afgelopen decennia getrouw nabootsen. Maar hoe goed voorspellen die modellen de toekomst? Zitten alle relevante processen erin? Een bekend criticus van de klimatologen, de Delftse geoloog Salomon Kroonenberg. verlangt bijvoorbeeld dat de modellen laten zien waar het heengaat. De modellen laten de temperatuur alleen maar stijgen, zegt hij. Wanneer zet de daling in? Hij weet dat die daling er moet komen, al was het maar omdat grotere krachten dan het broeikaseffect ons vroeg of laat naar een volgende ijstijd zullen leiden. Ook binnen de beperkte tijdshorizon van de klimaatwetenschap is er onzekerheid. Het IPCC verwacht dat het in 2100 tussen 1,1 en 6,4 graden warmer is dan nu. Die spreiding wordt voor de helft veroorzaakt doordat we niet weten hoe de mensheid gaat handelen. De andere helft is wetenschappelijke onzekerheid. Blijvende oceanen net zo veel CO2 opnemen? Gaat de opwarming zichzelf versterken? Zijn de ijsbewegingen bij de polen van tijdelijke aard of een voorbode van groter onheil? En als we in actie komen: hoeveel effect heeft dat? Moe- ten we onze levensstandaard inleveren? Zijn maatregelen betaalbaar, of kunnen we onze energie en geld beter in andere noden steken?

 

Welles-nietes

 

Sommige klimatologen vinden dat de kennis nog te beperkt is om vergaande uitspraken en voorspellingen te doen. Anderen zien het als hun plicht om het publiek zoveel mogelijk te informeren over de nieuwste inzichten. Ook al raakt de leek door al die informatie soms het overzicht kwijt. Dáárover zou het klimaatdebat moeten gaan. Het is minder spannend en overzichtelijk dan het welles-nietes met de sceptici. maar het gaat tenminste ergens over. En als we ons best hebben gedaan om ons in dat debat te verdiepen, wie taalt er dan nog naar de oude koeien van Hans Labohm?

 

Joep Engels is wetenschapsredacteur van deze krant.

 

 

Saturday 21 April 2007 Trouw

Section Letter en Geest page 4/5

 

The climatologists and their tormenting spirits

 

Climate experts and sceptics are locked in a meaningless “so-not so” game, thinks science editor Joep Engels. The debate must according to him be lifted to a higher level and deal with the real problems. “Because there may be a large scientific consensus about the basic principles of the greenhouse effect, beyond that uncertainty rules and opinions are divided”.

 

Joep Engels

 

 

It was no pleasant show. When two years ago the hockeystick came under fire, an icon in climate science, it’s mental father was biting fiercely. Michael Mann disqualified its critics. he refused to let others examine his own data and he blamed the scientific journal that it had published a lousy paper. He shouldn’t have done all that. His reaction reaffirmed the image that many of the climatologist world have: a closed bastion which commits more politically than science practises, and that permits no criticism. Understandably it was, however. After a many years' pursuit its critics had at last caught him. In 1997, Michael Mann had published a reconstruction of the temperature in the northern hemisphere in the last thousand years in the professional journal Nature. By means of tree rings, ice cores and other historical sources, and using complicated statistics Mann had fabricated a graph which showed how the temperature had decreased from the early middle ages steadily to increase suddenly after 1900.

 

Indignation

 

The graph, so called because of its form the ' hockeystick ', got a prominent place in the previous report of the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in 2001, in a chapter which it was written by the same Michael Mann. That turned him into an interesting target: if you brought down the hockeystick, you shot a considerable breach in the IPCC-report. Two Canadians, the economist Ross McKitrick and the statistician Steven McIntyre, nitpicked the reconstruction of Mann and discovered that they could get a complete different graph with small adaptations. Manns conclusion that current warming is unique in this millennium, seemed not at all that robust. The two tried a couple year to place their article, but absolutely no respectable journal wanted to publish it. Indignation about this swelled on the Internet until Geophysical Research Letters decided in 2005 to publish the Canadian criticism. To great sadness for Michael Mann.

 

Geuzen (Dutch poorly armed freedom fighters)

 

It was, however, according to good scientific practise. Now the criticism was public, everyone could examine what was not good about the work of Mann and wether the criticism of M&M - as the Canadians colloquially were called - would cut wood. After a year the picture was clear. Indeed, the hockeystick was not entirely correctly constructed. But also M&M had somewhat greedy worked toward their answer. And most importantly: the main conclusion that current warming is unique for this millennium, remained intact In the mean time the affair also gave a nice view into the controversy between climate scientists and their tormenting spirits :those who call themselves sceptics. Some climatologists showed their real faces in this debate. They have a mission: climate change is an immense problem against which action must be undertaken. Criticism or doubt only infers the attention. In that framework is it appropriate for some climatologists to talk no longer about global warming, but about global heating. Global warming does not sound unattractive, and much less threatening than global heating. But the affair told especially much about the sceptics, also they have a mission: offer a counterbalance to established science that people are the most important cause of current warming. It is a mixed bag of scientists (frequently pensioned, seldom from climatology) and laymen. But don’t not underestimate them: after Martijn van Calmthout, chief science editor of the Volkskrant, had written in the Saturday section of its newspaper an article concerning the hockeystick, he retrieved it Sunday on Internet. Translated in English and provided with many devastating comments. They are “geuzen”. At least, so they consider themselves. As rejects of the scientific debate they spout their criticism from the side lines. And they gladly reflect to heroes who dared fight the dominating conceptions. Also weren't Galilei for a long time execrated as well?

 

Interruption microphone

 

Dutch most renowned sceptic is at this moment the economist Hans Labohm. It is almost impossible not encounter him on a climate meeting. And each time a participant is finished and looks questioning into the room, Labohm is already at the interruption microphone. Is speaker familiar with study A? Does speaker share the conception that discovery B sheds a entirely different light on the matter? Generally Labohm gets friendly and to-the-point answers. Yes. Study A is known, but speaker interprets the outcome very differently. No discovery B says nothing about the subject of this evening. Here seems a scientific discussion going on, but it shows nothing more than the good academic habit to answer questioners in a friendly way. For the good order: Labohm and his fellow sceptics do not take part in the scientific debate. They don’t publish in scientific journals, and do not contribution to the increase of scientific knowledge. But “geuzen” don’t do this. A “geus” wears no uniform. Labohm strangely gives the impression that he notwithstanding does. Although he himself continuously pities that he is shut out, he sgns his publications not only as an independent economist and publicist, but also as a ' expert reviewer ' of the IPCC, the UN-climate committee that he so abhors. The KNMI has, as it happens, invited him to provide comments for IPCC-papers. He therefore simply can participate and is not at all shut out. His contributions to the IPCC have to do little about science - it more is a tactical move of the KNMI to involve him in the process. Are some climatologists somewhat overzealous in persuading the public of the seriousness of warming, Labohm has a mission: spreading confusion and doubt. What his deeper motives are, is unknown. If he says to assume that the climate scientists whom he knows, are sincere and don’t let themselves in with fraud, we also assume that for him. Meanwhile he “pulls old cows out of the canal” and uses inept, or long time rejected theories. Also in the piece in this section of the newspaper he props up the theory that the sun is the most important actor in the game, whereas several studies have demonstrated that the influence of the sun cannot be that large. A another one favourite weapon of the sceptics is the three step rocket: current warming is not serious; if it were serious it is not caused by CO2; and if it were caused by CO2, it is much too expensive to do something about it.

 

Quicksand

 

Also in the hockeystick affair the sceptics showed themselves. Kudos to whom it belongs: they were the ones that put this topic - criticism on the working method of Michael Mann - on the scientific agenda. That they gave given less attention to the fact that the subject meanwhile has been removed, we will not blame them too much. Worse is, that they have distorted that discussion. If the hockeystick were broken (although the conclusion agerees to what numerous other studies have shown), then we would not be able anymore to call the current warming unique for the previous millennium. Which not the same as the proof for human influence on the climate has been broken. That proof has been based on direct temperature measurements of the last 150 years. But the sceptics proclaimed constantly that the two Canadians had discredited the complete greenhouse theory. ' Kyoto relies on quicksand ', headed Natuurwetenschap&Techniek. With their huge knowledge base they should have known better. The question is: what do you do with it? How do you handle sceptics? The problem is that they confuse the debate. With their prominent role in the media they suggest that science is still in abundance in discussion concerning the cause of warming. ' the scientists don’t agree ', does the layman think. Do you have fight their theories? Do you have explain each time that they are indeed right that water wapour is the most important greenhouse gas, but that water vapour only plays an indirect role? (If people would bring more water vapour in the atmosphere, nature immediately would rain back the surplus.)

 

Rubbish

 

Or do you have to silence them? Boycott? Van Calmthout of the Volkskrant is of that opinion. It is rubbish what sceptics claim, he thinks, and for nonsense you don’t have to reserve newspaper columns. Journalists or editors who ask sceptics for their opinion according to the principle of “show all sides”, fall in the trap that they think they were reporting the debate with that. There is no scientific debate concerning the climate change or the cause of it; by letting ring through the sceptical sounds you only disconcert the reader. We also let nobody in the newspaper say that the earth is flat?

 

Something to hide

 

There is much to say for its point of view. But there is also a counter argument. It confirms the sceptics in their role of “geuzen”. Now already Labohm fences with the freedom of expression of opinion. And how more often he calls that, all the more the public will think that science has something to hide. That there are matters that are not allowed to be said. The Media must keep to offer climate sceptics their stage. As long as they do not present their contributions as a component of the scientific debate. If need be they can ask every time a scientist who can disprove those sceptical sounds. Or they tackle it more cleverly and let the reader know about the real debate. Because there may be a large scientific consensus concerning the basic principles of the greenhouse effect, beyond that uncertainty rules and opinions are divided. The science concerning current warming and the role of people in this are considerably robust. More certainty then what the IPCC-report of February displayed, you can not expect from scientists. But then, climate scientists have a considerable faith in their computer models. In the sense that those models mimic the climate of the previous decades closely. But how well do those models predict the future? Are all relevant processes included? A confessed critic of the climatologists, the Delft geologist Salomon Kroonenberg. wishes for example that the models show where it will lead to in the end. To the models only let the temperature increase, he says. When does the decrease start? He knows that the decrease must come some day, only if it were that in the future effects larger than the greenhouse effect will lead us sooner or later into the next ice age. Also within the restricted time horizon of climate science there is uncertainty. The IPCC expect that in 2100 it will be between 1.1 and 6.4 degrees warmer then present. That uncertainty is caused by half because we do not know how humanity will act. The other half is scientific uncertainty. Will oceans take up exactly this amount of CO2? Will warming reinforce itself? Are the ice movements at the pole of a temporary nature or a precursor of larger misfortune? And if we come into action: how much impact has that? Do we have to hand in our standard of living? Are measures affordable, or should we put our energy and money in improvement of other needs?

 

So-not so

 

Some climatologists think that knowledge is still too limited for far-reaching judgements and forecasts. Others consider it as their duty to inform the public as much as possible concerning the newest insights. Even if the layman looses sometimes the overview in all that information. About that the climate debate must go. It is less exiting and transparant then “so-not so” games with the sceptics. but it does proceed at least somewhere. And if we have done our best to deepen that debate, who needs then still the old cows of Hans Labohm?

 

Joep Engels is science editor of this newspaper.