Archief

 75 JAAR KOOR EN KERK 1939-2014



De kroniek "De kerk van Effen 75 jaar" geschreven door Piet Rasenberg

EFFEN – De Moeder Gods waakt over Effen. Haar beeltenis prijkt centraal op het front van de kerk. De auteur Piet Rasenberg heeft over het Godshuis een prachtige kroniek het licht doen zien.

DOOR RINIE MAAS: Een kerk prachtig in het landschap gelegen; kosten voor bouw en inrichting f.132.000; extra kosten vanwege een zwakke grondlaag f.10,000, om die reden gebouwd op 700 palen; bijdragen van bisdom en gelovigen en een huis aan huis collecte in de parochies brengt f. 75.000 op; veel komt binnen door de dubbeltjesactie uit de geenszins dikke portemonnee van de op het land hardwerkende Effenaren.

Geest: Het boek vertelt hoe diep de Geest deze kerk vanaf 1939 bezielt. De auteur vertelt dat Effenaren de grond schonken. Hoe architect Hurks zijn plan ontwierp en wat de parochianen, die voorheen in Princenhage hadden gekerkt, moreel over hadden voor hun eigen Godshuis. Juist in dat eerste oorlogsjaar laten ze hun bouwpastoor Ansems, die de bisschop een andere projectie van de kerk aanraadt, niet in de kou staan en dankzij de voorouders kan er heden gekerkt worden in een adembenemend mooi kerkje dat al driekwart eeuw bedaard het woeden van de wereld trotseert. Als bisschop Hopmans een tekeningetje laat zien toont Ansems bouwpastoor te zijn. Hij doet de bisschop uit de doeken dat hij zich de ligging van de kerk iets anders voorstelt. Niet tussen café de Halte en de winkel van Hendrik Huybregts, evenwijdig aan de Rijsbergseweg maar met gedraaid front naar Effen toe. “Nu keert de kerk zich van de gelovigen af”. Natuurlijk ligt aan de projectie van het Godshuis allereerst de gratis geschonken grond door de Effense families J. Peters-van Beek, J. Schoenmakers-Michielsen en P. Bastiaansen-Donker ten grondslag maar de ingeving is subliem. Ad by Streamads

Beeld: Nergens in de regio is een gebouw zo beeldbepalend gesitueerd. Het (geknikte) rode kerkdak en van de toren komt verrassend boven het groen van het landschap uit waardoor onder de oorlog de geallieerden weten dat ze Breda naderen en als de kerk opdoemt slaakt menig passant een zucht van verlichting. De auteur vertelt dat het graafwerk door de Effense parochianen gratis wordt uitgevoerd. “Met schop en paard en kar werden bergen werk verzet en het gedreun van het heien was tot ver in de omtrek te horen. De bouwplaats werd ’s zondags door veel parochianen bezocht”. Met huid en haar zijn de Effenaren aan de kerk verbonden. Het gebouw streelt hun trots. Dat Effen onder bescherming is gesteld van de Moeder Gods, zeer tot instemming van Mariavereerder bisschop Hopmans, mag getoond worden. Een eerste blijk daarvan is, na de inwijding van de kerk op 25 maart 1939 en de installatie van pastoor Ansems tot zielenherder van de parochie, de schenking van het Moeder Godsbeeld dat tot op heden het front van de kerk siert. Volgens de krant hadden de boeren en tuinders het in de jaren dertig het hard te verantwoorden maar dat neemt niet weg dat het Mariabeeld hun grootste bekommernis is. De schenking van de grote luidklok van de firma Petit en Fritsen volgt daarop; zijn geluid beiert over de daken van de huizen, van stallen en boerderijen.

Wijngaard: De auteur, Piet Rasenberg, beschrijft de opvolgers van Ansems, de verdiensten en inzet van pastoor Plasschaert, Van der Maade, Backx, Willemse, Van Geel en Heye en zij die diensten hebben geleid; over de misdienaarsgroep; de interieurgroep; de koren en de schoffelploeg, die zorgt dat het kerkhof er piekfijn bijligt. Piet Rasenberg is in het verleden gedoken maar hij praat ons ook bij over het heden; over het convenant om te fuseren met andere parochies en dat het toch goed is dat het ervan is gekomen. Het boek vertelt over de kerk, die de geschiedenis van Effen representeert. Andersom vertelt Effen over de kerk. Over de huishoudster juffrouw Beljaars, over de jongelieden J. Peters, N. Nooren en A. Schoenmakers, de priesters die het dorp levert maar ook over Driek Voesenek die veertig jaar kerkzanger zal zijn en Rinus van der Westen, de hulp van pastoor Ansems, die alle collectes regelt en de armenzorg gewiekst steunt door een uitvaart aan te zeggen zowel in de buurt als bij het armenbestuur bij wie gegeven wordt. De overleden milde gevers, althans de familieleden daarvan worden verblijd met de mededeling dat ’ kerk- en armenbestuur ter uitvaart genodigd zijn’. Het maakt dat Effen nauw op elkaar betrokken is. Op beloken Pasen in mei 1965 tijdens de communieviering valt pastoor Ansems neer met de ciborie in zijn hand. Temidden van de hosties eindigt zijn leven, oververmoeid, als herder van een bloeiende wijngaard. Een sacraal feit; een voor velen schokkend gebeuren, een teken van het grootse werk van velen na hem in zijn geest.