Analyse

Waar we in de wereld ook kijken, overal zien we samengestelde dingen die uit een aantal verschillende elementen bestaan. Een boom bijvoorbeeld bestaat uit hout, bast, merg, sap en bladeren. Wanneer we iets proberen te begrijpen, analyseren we het door het net zo lang in componenten op te splitsen totdat er geen verdere onderverdeling mogelijk is. Deze enkelvoudige bestanddelen komen ons voor als de primaire componenten, en het samengestelde geheel dat ze met elkaar vormen als secundaire.


We zoeken dus voortdurend naar het enkelvoudige, naar zijnsvormen die we niet verder kunnen opdelen. Een van de axioma's van de filosofie luidde dat de werkelijkheid een logisch, samenhangend geheel vormt. Dat betekent dat het enkelvoudige waar we eindeloos naar speuren, een afspiegeling moet zijn van dingen die op een hoger niveau staan.


De meervoudigheid die we om ons heen zien, is afhankelijk van een oereenheid. Aangezien het inderdaad waar is dat onze geest samengestelde dingen als secundaire en afgeleide zijnsvormen ziet, moet de oorzaak van deze neiging te vinden zijn in iets wat zich buiten die dingen bevindt en een hogere, enkelvoudige werkelijkheid is.


Meervoudige dingen zijn contingent en contingente dingen zijn inferieur aan de werkelijkheden waar ze van afhankelijk zijn. Iets wat de Enkelvoud zelf is, wordt door filosofen een Noodzakelijk Zijnde genoemd, dat wil zeggen, het is voor zijn existentie niet van iets anders afhankelijk.


Bestaat er zoiets? Voor een filosoof spreekt het vanzelf dat de kosmos een rationeel systeem is. In een dergelijk rationeel heelal moet er een Onveroorzaakt Zijnde zijn, een Onbewogen Beweger, die in de hiërarchie van zijnsvormen de hoogste plaats inneemt. Er moet iets zijn wat de keten van oorzaak en gevolg in beweging heeft gezet. Als een dergelijke allerhoogste zijnsvorm niet bestaat, zou dat betekenen dat onze geest niet in harmonie is met de werkelijkheid als geheel. En dat zou vervolgens betekenen dat de kosmos geen samenhangend en rationeel geheel vormt.


Deze uiterst enkelvoudige zijnsvorm, waarvan de hele meervoudige, contingente werkelijkheid afhankelijk is, is wat de religies God noemen. Omdat dit het hoogste van alle dingen is, moet het absoluut volmaakt zijnen verdient het te worden geëerd en vereerd. Maar omdat zijn existentie volkomen anders is dan die van de rest, is het niet zomaar een zoveelste laag in de hiërarchie van zijnsvormen.


De filosofen en de Koran zijn het met elkaar eens dat God de enkelvoudigheid zelf is. Hij is E`én. Hieruit volgt dat Hij niet kan worden geanalyseerd, of in componenten of attributen kan worden opgedeeld. Omdat dit zijnde absoluut enkelvoudig is, heeft het geen oorzaak, geen attributen, geen tijdelijke dimensie, en kunnen we er absoluut niets over zeggen. God kan niet het object van discursief denken zijn, omdat onze hersenen zich niet op dezelfde manier met Hem kunnen bezighouden. Omdat God werkelijk enig is, kan Hij niet worden vergeleken met andere dingen die in normale, contingente zin bestaan.


Het traditionele (machine)denken is gebaseerd op reductionisme en mechanisme en wordt gekenmerkt door de analyse. Reductionisme heeft als veronderstelling dat alles te reduceren, uiteen te nemen valt tot uiteindelijk ondeelbare elementen. Mechanisme kent als veronderstelling dat verschijnselen verklaarbaar zijn uit het bestaan van oorzaak en gevolg relaties.
Analyse nu wordt gezien als een wijze van verklaren die gebaseerd is op een drietal stappen. Ten eerste datgene wat moet worden verklaard, wordt opgedeeld in stukken. Ten tweede het gedrag van deze stukken wordt verklaard. Ten derde de verklaringen met betrekking tot de delen worden geaggregeerd tot een verklaring van het geheel.



De menselijke geest

Peuters en jonge kinderen blijken, als ze met ingenieuze methoden worden getest, al zeer vroeg de basiscategorieën van de fysieke en sociale wereld te begrijpen en soms te beschikken over informatie die ze nooit gekregen hebben. Mensen houden er vele overtuigingen op na die in strijd zijn met hun ervaring, maar die wel golden in de omgeving waarin ze geëvolueerd zijn, en streven doelen na die hun eigen welzijn ondergraven, maar in die omgeving een adaptieve functie hadden. Ondanks het wijdverbreide geloof dat culturen willekeurig en onbeperkt kunnen verschillen, blijkt uit de etnografische literatuur dat de volkeren van de wereld een verbazingwekkend gedetailleerde, universele psychologische overeenkomst vertonen.


Intelligentie komt niet voort uit een bijzonder soort schim, stof of energie, maar uit ander grondmateriaal, namelijk informatie. Informatie is een correlatie tussen twee dingen die tot stand is gekomen via een wetmatig proces (en niet is ontstaan door louter toeval). De ringen in een boomstam bijvoorbeeld bevatten informatie over de leeftijd van de boom, omdat er een correlatie is tussen het aantal ringen en de leeftijd van de boom (hoe meer ringen, hoe ouder de boom). Die correlatie is niet toevallig, maar wordt veroorzaakt door de manier waarop bomen groeien. Correlatie is een wiskundig en logisch begrip en wordt niet gedefinieerd aan de hand van de materie waaruit de gecorreleerde entiteiten bestaan.


Sigmund Freud (1856-1939) is van mening dat het geloof in God een illusie is en door volwassenen afgelegd dient te worden. De godsidee is als zodanig geen leugen, maar is een kunstgreep van het onbewuste en moet psychologisch worden gedecodeerd. Een persoonlijke god is niets anders dan een verheven vaderfiguur. Het verlangen naar een dergelijke god komt voort uit een kinderlijke hunkering naar een sterke, beschermende vader, naar rechtvaardigheid en eerlijkheid en naar een leven dat eeuwig zal duren. God is simpelweg de projectie van deze verlangens en Hij wordt door de mensen gevreesd en aanbeden uit een blijvend gevoel van hulpeloosheid. Religie behoort tot de kindertijd van het mensdom. Ze is een noodzakelijke fase in de overgang van kindertijd naar volwassenheid.


Nu de mensheid volwassen is geworden, zou ze de religie eigenlijk achter zich moeten laten. De wetenschap, de nieuwe Logos, kan Gods plaats innemen. Zij kan ons een nieuwe zedelijke basis verschaffen en ons helpen onze angsten onder ogen te zien. Mensen moeten echter God op hun eigen tijd ontgroeien. Als ze, voordat ze er klaar voor zijn, met dwang in de richting van atheïsme of secularisatie worden gedreven, kan dat ongezonde ontkenning en verdringing tot gevolg hebben. Men gaat dan tekenen van geestelijke overspannenheid vertonen.


Om hun eigen unieke natuur te verwerkelijken moeten alle mensen als GOD worden. Dat houdt in dat elk mens individueler en creatiever moet worden en deze creativiteit in daden moet omzetten. Sommige moslims moeten hun passiviteit en lafhartige neiging om zich weg te cijferen van zich af zetten. De Koran eist immers constante herbezinning en zelfonderzoek. De empirische instelling, de sleutel van vooruitgang, is van oorsprong islamitisch en via islamitische wetenschappen en wiskunde ooit aan het Westen doorgegeven!


In het Westen is individualisme een nieuwe vorm van idolatrie geworden, omdat het nu een doel op zich is. De mens is vergeten dat individualiteit van GOD komt. De islam heeft de taak het wezen van waarachtig individualisme tegenover de westerse corrumpering van dit ideaal te stellen. De moslims kunnen daarbij bogen op hun soefische ideaal van de Volmaakte Mens, het eindpunt van de schepping en het doel van haar bestaan. Dit in tegenstelling tot de Übermensch, die zich superieur acht en op het gepeupel neerkijkt. De Volmaakte Mens kenmerkt zich door zijn totale ontvankelijkheid voor het Absolute en zal de massa met zich meevoeren bij zijn opgang naar GOD.


Uit de huidige toestand van de wereld valt op te maken dat de vooruitgang afhangt van de talenten van een elite die het vermogen bezit om verder te kijken dan het heden en die de mensheid naar de toekomst kan dragen. Uiteindelijk zal iedereen in GOD volmaakte individualiteit bereiken.



De schepping

Wanneer we het antwoord kennen op de vraag (namelijk waarom wij in het heelal bestaan), dan is dat de bekroning van het menselijke verstand, want dan kennen we de geest van GOD.


Wetenschap kan alleen vaststellen wat is, maar niet wat zou moeten zijn; daar hebben we de religie voor. Wie zich bezighoudt met wat zou moeten zijn, houdt zich bezig met de toekomst, met het Koninkrijk van GOD, en zijn gerechtigheid.


Natuurkundige theorieën zijn een benaderende beschrijving van een beperkt gedeelte van de fysische verschijnselen die op hun beurt slechts een beperkt gedeelte van onze menselijke ervaringen uitmaken. Geen totalitarisme dus, wel een driemaal herhaalde relativering.
Wetenschap en techniek vormen een bewonderenswaardig en productief tweetal, maar ze hebben zich losgemaakt van alle banden en beperkingen, ook die welke worden opgelegd door wijsheid en naastenliefde.


In de kwantummechanica wordt het opgeven van het ideaal van een objectieve beschrijving van de werkelijkheid nog veel radicaler (dan in de relativiteitstheorie) tot uitvoering gebracht. Volgens de huidige wetenschap bevat iedere fysische toedracht subjectieve en objectieve trekken. De objectieve wereld van de natuurwetenschap van de vorige eeuw was, zoals we nu weten, een ideaal grensbegrip, maar niet de werkelijkheid.


De uitspraak dat de mens "een schitterend ongeluk" is staat, hoe je het ook wendt of keert, lijnrecht tegenover de fundamentele notie van het Christelijk geloof dat God de mens doelbewust gewild heeft en dat Hij wereld en mens naar een heilsbestemming leidt (God uit wie en door wie en tot wie alle dingen zijn).


Een theorie van geleidelijk voortschrijdende verandering beheerst onze geest en verbeelding zo volledig dat we ons met ons allen op één of andere manier hebben afgewend van enkele van de meest fundamentele patronen waarvan de geschiedenis van het leven doortrokken is. Het zijn de paleontologen geweest die er het meest verantwoordelijk voor zijn geweest dat ideeën de werkelijkheid gingen overheersen. De paleontologen hebben gezegd dat de geschiedenis van het leven steun verleent aan de interpretatie van geleidelijke ontwikkeling door natuurlijke selectie, terwijl we al die tijd wel wisten dat het niet waar was.


Aannemen dat de ontwikkeling van wonderbaarlijk aangepaste biologische mechanismen alleen afhankelijk is van een keuze uit een stel willekeurige veranderingen, elk geproduceerd door blind toeval, is hetzelfde als suggereren dat, als we beginnen met stenen op een hoop te gooien, we op den duur in staat zouden zijn het meest wenselijke huis uit te kiezen.


De mens heeft een ingeboren neiging om te streven naar het voldoen aan betekenis en het verwezenlijken van waarden. In tegenstelling tot de dieren heeft de mens geen instincten die hem vertellen wat hij moet doen. En in tegenstelling tot de mens van vroegere tijden vertellen zijn tradities en waarden hem niet langer wat te doen. Duizenden en duizenden jonge studenten worden blootgesteld aan de indoctrinatie volgens de lijnen van een reductionistische opvatting van het leven, die het bestaan van waarden ontkent. Het resultaat is een wereldwijd verschijnsel: meer en meer patiënten bevolken onze klinieken met de klacht van innerlijke leegheid, het gevoel van een totale betekenisloosheid van het leven.


Als GOD zich grote moeite getroost heeft (en dat nog steeds doet) om zich aan mensen bekend te maken, dan volgt daar helemaal niet uit dat een speciale tak van wetenschap, die zich daar met haar eigen wetenschappelijke methoden op toelegt, het meest geschikte middel is om kennis van GOD te verwerven.


Wil de theologie werkelijk zin hebben, dan moet zij beginnen waar zij alleen maar beginnen kan en waar zij haar oorsprong vindt: in de werkelijkheid van de ontmoeting met GOD die zich aan ons openbaart. We hebben aan niemand te vragen of dat mag of kan, want het gebeurt.


Theologie: praten onderweg over Eén die boven ons uitgaat (rij 1). Natuurwetenschap: praten onderweg over Iets dat boven ons uitgaat (rij 3). De ware bestemming van beide is de stilte die welsprekend wordt. Waarin het ons zelfs kan dagen dat de Eén en het Iets met elkaar van doen hebben (rij 2, kolom C). Uiteindelijk zullen wij tot de stilte gedreven worden, hoewel het "praten onderweg", als het al voor iets dient, zijn waarde kan hebben doordat het de stilte welsprekender maakt en ons de gelegenheid biedt een overweldigende menselijke ervaring te beleven.


De antropologen en psychologen hebben zich beijverd het verschijnsel godsdienst te verklaren uit een combinatie van de structuur van de menselijke geest en de culturele en materiele condities waaronder de mens leeft. Het verschijnsel godsdienst wordt zo herleid tot hetzij illusie of vergissing, hetzij (iets vriendelijker) tot een innerlijke of existentiële noodzaak.


Het sterven van Christus vormt het punt in de wereldgeschiedenis, waarop iets absoluut onbegrijpelijks van buitenaf zich in ónze wereld openbaart. Als we nu niet in staat zijn een voorstelling te geven van de atomen waaruit onze eigen wereld is opgebouwd, dan kunnen wij natuurlijk evenmin ooit een juiste voorstelling geven van dit feit. Op het moment dat we het volledig begrijpen, is dat het bewijs dat dit feit niet was wat het beweerde te zijn, namelijk de neerdaling van het niet begrijpbare, ongeschapene, van buiten de natuur afkomstige, inslaande in de natuur als een bliksemstraal.


Uit de overlevering kennen we het verhaal met het offer van Abraham, waarbij hij de dieren deelde in twee stukken en de vogels niet. Het bijzondere offer wat Abraham brengt op aanwijzing van God, nadat aan hem is verteld hoe de schepping is, hoe de wereld is gemaakt. In de kristallisatie van die bepaalde tijd, wordt verteld hoe zich dat uit in het leven van de mens.


  Verdeelde Koe Verdeelde Geit Verdeelde Ram  
Hele Tortelduif dikke duisternis, rokende oven, vurige fakkel Jonge Duif
  Verdeelde Koe Verdeelde Geit Verdeelde Ram  


Entropie

De entropie is een maat voor de wanorde in een systeem. Het streven van een systeem naar een toestand van maximale wanorde (maximale entropie) wordt tot uitdrukking gebracht door de generalisering van de tweede hoofdwet uit de thermodynamica. Het tegengestelde streven naar orde komt naar voren in het streven naar vergaring van informatie. Informatie kan worden opgevat als een maat voor orde in een systeem. Als alleen wanorde makende processen (toenemen van entropie) invloed op een systeem zouden hebben, zou het in korte tijd een toestand van maximale entropie bereiken. Invoeren van informatie geeft de gelegenheid om orde te scheppen in de chaos. Open systemen om ons heen, zoals de wereld, vertonen dit beeld. Open systemen zijn dan ook in staat informatie te vergaren om zo de drang naar wanorde te beteugelen. Entropie en informatie zijn elkaars opponenten.



Voorwaarden voor effectieve besturing

Een besturingsparadigma vormt een kader waarin de denkbeelden over de besturing van systemen kunnen worden geïntegreerd; het vormt daarvoor een basismodel. Een besturingsparadigma valt te omschrijven als een klasse abstracte systemen, bestaande uit een te besturen systeem (BS), een omgeving (E) en een besturend orgaan (BO).


BesturingsparadigmaHet Negenvlak
Het (BO) moet t.a.v. het (BS) een doel specificeren dat tot richtsnoer dient bij de besturing God (BO), de Schepper, heeft de wereld (BS) de opdracht gegeven het snijpunt van de twee overgangen te vinden, het punt van één-wording (GOD)
Het (BO) moet over een model van het (BS) beschikken Het model van de wereld bevindt zich in rij 1 van het Negenvlak in het rode gebied
Het (BO) moet beschikken over informatie over de toestand van het (BS) en daarop inwerkende omgevingsgrootheden De informatie over het (BS) bevindt zich in rij 3 van het Negenvlak in het rode gebied
Het (BO) moet beschikken over voldoende besturingsvariëteit Het (BO) heeft de beschikking over de Mens

Zodra de wereld (BS) effectief kan worden bestuurd door GOD (BO), en de één-wording een feit is, kan een aanvang worden gemaakt met het gericht beïnvloeden van de omgeving, het heelal, het universum (E). De Mens speelt daarin een cruciale rol, omdat de Mens immers zorg moet dragen voor de benodigde besturingsvariëteit. De Mens is echter verdreven uit het overgangsgebied, waardoor de wereld niet effectief bestuurd kan worden.



Componenten

Een weerstand (R) is een elektrische component die de eigenschap elektrische weerstand heeft. Weerstanden worden gebruikt als onderdeel in elektrische netwerken. Voor een dergelijke component is er volgens de wet van Ohm een vaste verhouding tussen de aangelegde spanning en de stroom die vloeit. Deze verhouding is de weerstandswaarde, die uitdrukt in welke mate de stroom hinder ondervindt. De weerstandswaarde, kortweg ook weerstand genoemd, wordt uitgedrukt in de afgeleide eenheid Ohm (symbool: O). Een weerstand heeft een waarde van 1 Ohm als een spanning van 1 Volt over de component leidt tot een stroom van 1 Ampère.


Een condensator (C) is een elektrische component die is opgebouwd uit twee van elkaar door een isolator, het diëlektricum, gescheiden geleiders. De geleiders hebben een groot oppervlak, zodat de condensator in staat is elektrische lading vast te houden. Dit vermogen wordt de capaciteit van de condensator genoemd en uitgedrukt in de eenheid Farad (symbool F). Een condensator die een lading bevat van 1 Coulomb en waarover een spanning van 1 Volt staat, heeft een capaciteit van 1 Farad.
Een condensator beïnvloedt het vloeien van elektrische stroom. Voor gelijkstroom is hij een isolator; slechts kort vloeit een stroom tot de condensator opgeladen is. Bij een aangelegde wisselspanning wordt de condensator afwisselend geladen, ontladen en tegengesteld geladen, waardoor schijnbaar stroom wordt doorgelaten; in het circuit waarin de condensator is opgenomen loopt een wisselstroom.


Een spoel (L) is een elektrische component bestaande uit (geleidende) draadwikkelingen, al dan niet rond een magnetiseerbare kern. Door zijn constructie heeft een spoel een zelfinductie. Zelfinductie is een verschijnsel waarbij een elektrische stroom door een geleider (zoals een spoel van koperdraad) een magnetisch veld opwekt, waarbij dat magnetische veld weer een stroom veroorzaakt in dezelfde geleider.


Wanneer je twee componenten aan elkaar soldeert, kom je tot de ontdekking dat de combinatie een bepaald gedrag vertroont. Het gedrag is ook nog eens afhankelijk van de volgorde waarin je dat doet. Onderstaande tabel laat vier combinaties zien. De combinaties C+R en R+L vormen elektronisch een hoogdoorlaat filter. De combinaties R+C en L+R vormen een laagdoorlaat filter.


RC Hoogdoorlaat filter RC Laagdoorlaat filter LR Hoogdoorlaat filter LR Laaggdoorlaat filter

Een filter is een elektronisch netwerk dat gebruikt wordt om signalen, die bijvoorbeeld naar een luidspreker gestuurd worden van ongewenste bijdragen te kuisen. Deze filters worden ook wel wisselfilters, crossoverfilters, frequentiewissels of scheidingsfilters genoemd.
Deze filters scheiden een elektrisch signaal op in meerdere kleinere banden. Een twee-weg filter scheidt het oorspronkelijke signaal op in een laagdoorlaat en een hoogdoorlaat. Filters met meer dan twee wegen hebben ook nog een banddoorlaat. Resultaat is dat bijvoorbeeld een hogetonen-luidspreker beschermd is voor schadelijke lage tonen en dat de vervorming minimaal kan zijn.
De filtering vindt hoofdzakelijk plaats door een stelsel van spoelen en condensatoren. Bij een spoel neemt de impedantie toe naar mate de frequentie toeneemt, waardoor hoge tonen steeds minder doorgelaten worden. Bij een condensator neemt de impedantie juist af naar mate de frequentie stijgt, waardoor lage tonen hier niet door heen kunnen.


Het menselijk lichaam bestaat uit drie in serie geschakelde cilinders: arm, romp en been. De totale weerstand van het lichaam is de optelsom van de weerstanden van deze drie cilinders. De lichaamscellen zijn door hun elektrisch geladen membranen op te vatten als een condensator, die een bepaalde spanning kan opvangen. Alle cellen van het lichaam bij elkaar vormen zo een grote condensator die een reactantie heeft. Dit heet ook wel de capacitieve weerstand van het lichaam. Het lichaam vormt aldus een groot RC-netwerk.


Een neuron kan met zijn dendrieten elektrische input ontvangen van andere cellen en kan met zijn axon en met behulp van neurotransmitters zelf een signaal sturen naar een andere cel. Biofysisch gezien is een neuron een vrij eenvoudig elektrisch netwerkje, met een weerstand en een condensator als voornaamste elementen.



De tien geboden

Volgens de geschiedenis, beschreven in het tweede bijbelboek Exodus, ontving Mozes op de top van de berg Horeb in de woestijn Sinaï van de Here ofwel Jaweh op twee stenen tafelen de 120 Hebreeuwse woorden die de Tien Geboden vormen. De Tien Geboden bevatten een aantal regels, die in vele landen en culturen als basisnormen worden erkend. Deze normen hebben ook hun weg gevonden naar de moderne rechtspraak. Er hebben vele versies van de geboden bestaan. De nu volgende, en wellicht de oudste, komt uit het boek Exodus:

  1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
  2. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen, want Ik, de Here, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
  3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken, want de Here zal niet onschuldig houden wie Zijn naam ijdel gebruikt.
  4. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die.
  5. Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Here, uw God, u geven zal.
  6. Gij zult niet doodslaan.
  7. Gij zult niet echtbreken.
  8. Gij zult niet stelen.
  9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
  10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is.

De Tien Geboden kunnen op tweeërlei wijze worden opgevat, namelijk als wet en als belofte. Het "gij zult" kan als imperatief gelezen worden, als een moeten, door God opgelegd aan zijn volk. Lezen we de Tien Geboden met nadruk (zoals de joden plegen te doen) op de verkondiging aan het begin, dan worden het woorden van belofte en bevrijding. De schets van de situatie waarnaar het volk onderweg is, een land van belofte, een wereld van rechtvaardigheid.


De mens werd geschapen naar het beeld van GOD, de uiterlijke vorm en gestalte van GOD. Hij kreeg bepaalde verantwoordelijkheden en rechten zoals GOD die zelf bezit. Hij kreeg gezag of heerschappij over al het geschapene op deze aarde. Hij kreeg bepaalde begrensde vermogens om nieuwe dingen te maken, te scheppen, dingen die voordien niet in diezelfde vorm bestonden. In deze beperkte zin bezit de mens enkele van dezelfde capaciteiten als GOD! Want het is GODs plan en doel dat wij uiteindelijk zullen worden als Hij. Wij weten dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen.


De wetenschap en onze beschaving wedijveren met GOD, en worden daardoor valse goden! De moderne wetenschap tracht op niets ontziende wijze de mens een macht te verschaffen die zijn mentale en geestelijke vermogens om zulke krachten te hanteren verre te boven gaat! Sommige wetenschappers menen zelfs de formule gevonden te hebben om de mens een eeuwig fysiek bestaan te geven. Zonder zich te bekommeren om de formule voor vrede, het voorkomen van geweld, honger, verkrachting, haat, nijd, afgunst, ziekte, onderdrukking, enz. Een eeuwig leven in een dergelijke wereld? En hier op aarde handhaaft onze beschaving haar heidense leer dat de mens de hoogste rechter is bij het vaststellen van wat Goed of Kwaad is en zij stelt de mens geheel in de plaats van GOD en Zijn wetten!


De ware basis van alle afgoderij is dat de eigenzinnige, opstandige mens weigert GODs gebod op te volgen. Doordat de mens GOD niet werkelijk kent, noch Zijn geest bezit, meent hij een hulpmiddel of voorstelling nodig te hebben om hem bij te staan in de aanbidding van het door hem zelf uitgedachte begrip van GOD.


Velen zullen beweren dat zij portretten of afbeeldingen van Christus niet aanbidden. Dat is misschien zo. Maar een dergelijk vals beeld of begrip van Christus komt hun ongetwijfeld heel dikwijls in de geest als zij aan Christus denken, of als zij bidden. Deze valse portretten en beelden komen in feite tussen hen en Christus te staan. Ze scheiden de aanbidder en Christus.


Een der meest voorkomende vormen van moderne afgoderij is dat men van zijn eigen kerk of samenleving een afgod maakt. Voor veel mensen wordt de samenleving van deze wereld, met haar voorschriften, gewoonten en tradities, letterlijk een god. Veel mensen zijn vreselijk bang iets te doen wat als anders of raar zou kunnen worden beschouwd. Zij vinden dat men zich aan deze wereld en haar gewoonten moet conformeren.


Romeinen 12:2 En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.


En hoe schokkend het ook mag klinken, veel godsdienstige mensen herhalen steeds opnieuw in preken of gebeden de naam van GOD. Zij gebruiken GODs naam ijdel, zonder enig nut of doel! Het oorspronkelijke gebod zegt: De Here zal niet onschuldig houden wie Zijn naam ijdel gebruikt. Men is rein of onrein naar gelang men de naam van GOD in waarheid dan wel in ijdelheid gebruikt. Dit betekent dat iemand die, op grond van oprechte religieuze twijfels, de naam van GOD uit zijn woordenboek heeft geschrapt, er beter aan toe is dan de belijdende christen die voortdurend over GOD praat, maar Hem in zijn dagelijks leven loochent! Het derde gebod heeft direct te maken met het tonen van het juiste respect voor de naam van GOD.


Waartoe bent u geboren? Wat is de zin van uw leven? Wat is het ware doel van het leven en wat zijn de levenswetten waardoor dit doel kan worden bereikt? De meeste mensen hebben het zo druk met de dagelijks terugkerende zorg om de eindjes aan elkaar te knopen, met TV kijken of andere liefhebberijen, dat zij vrijwel helemaal geen tijd besteden aan de geestelijke zaken van het leven.


Op gezag van GOD zijn de eerste zes dagen van de week bestemd voor de zaken en de arbeid van de mens. Het is GODs wil dat de mens werkt en zijn dagelijks brood verdient. Wie op deze zes dagen zijn tijd verdoet, is in GODs ogen even schuldig als wie op de zevende dag werkt! De nietsnut heeft een slappe geest die hem tot vele rampzalige ondeugden en zonden leidt. Het tweede deel van het sabbatgebod is even bindend als het eerste! Wie nooit werkt, is ongeschikt om GOD te aanbidden! Eerlijke, doelbewuste arbeid op de eerste zes dagen is op zich al een vorm van aanbidding en gehoorzaamheid aan GOD.


In het vijfde gebod ligt direct opgesloten dat een ouder verplicht is zich eervol te gedragen. Want om geëerd te worden, moet men eer waard zijn. Elke ouder moet zich ervan bewust zijn dat hij voor zijn kind GOD vertegenwoordigt. Hij behoort daarom te leven op een wijze dat hij het diepe respect en de eerbied van het kind waardig is. Dan pas kan hij het kind leren zijn ouders te eren en te respecteren.


Wij leven in een tijdperk van haat en geweld, een tijdperk van moordende concurrentie, machtsstrijd en persoonlijke spanningen. De naties van deze aarde en de mensen die daartoe behoren, stellen hun denken en bewustzijn langzamerhand in op de waarschijnlijkheid van moord op grote schaal wellicht uitlopend op de zelfmoord van de wereld in haar geheel.


De mens ontvangt het leven van zijn Schepper. De mens gaf het niet aan zichzelf. Ook mag hij het zichzelf noch anderen ontnemen. Het leven is heilig omdat het door GOD is gegeven. De mens is gemaakt naar het beeld en de gelijkenis van GOD. Van alles wat tot de fysieke schepping behoort, bezit alleen de mens het soort verstand dat GOD bezit. GOD is de Heerser over alles wat er is. Maar uit menselijk vlees vormt Hij letterlijke zonen die op zekere dag in deze heerschappij zullen delen.


Wellicht de grootste internationale misdaad van de mensheid is de gesel van oorlog. Miljoenen naar GODs beeld geschapen mensen zijn in de loop der eeuwen meedogenloos vermoord in onnodige, zinloze, krankzinnige oorlogen, die in de meeste gevallen volslagen mislukten in het bereiken van het doel waarvoor ze werden gevoerd.


In overeenstemming met GODs Woord en Zijn wet bestaan er slechts twee rechtmatige manieren om in het bezit van iets te komen. De eerste is door een schenking of een erfenis van een ander mens, dan wel van GOD zelf. De tweede is door eerlijke arbeid, waardoor iets als rechtmatige terugbetaling wordt verkregen. Iedere andere manier is diefstal: iets wegnemen wat een ander toebehoort. Het achtste gebod erkent het rechtmatig verwerven van bezit en verbiedt diefstal. Tevens verbiedt dit gebod internationale diefstal, waarbij regeringen met toepassing van geweld eigendommen en bezittingen van hun eigen onderdanen of die van andere naties verbeurd verklaren en stelen. En tot onze voortdurende schande moet worden gezegd dat wat dit betreft alle naties schuldig zijn aan het schenden van GODs wet.


Eigendom en bezit moeten worden verworven door eerlijke arbeid, niet louter om persoonlijke verlangens en behoeften te bevredigen, maar opdat eventuele overvloed vrijwillig aan een broeder in nood wordt geschonken. De diepste intentie en geest van GODs wet impliceren dat iemand steelt door zich iets van een ander toe te eigenen. Maar ook steelt men door te weigeren arbeid te verrichten teneinde de vruchten daarvan met anderen, die in nood verkeren, te delen.


Dit is de eeuw van de geraffineerde leugen, de dubbele moraal. Dit is de eeuw van eerbiedwaardig uitziende juristen, leiders van grote concerns, regeringsfunctionarissen en hoogleraren, die voor parlementaire enquêtecommissies onwaarheden spreken en voor het gerecht meineed plegen. Deze eeuw biedt ook het merkwaardige schouwspel van miljoenen mensen die in evolutie geloven, maar kerken bezoeken die (althans in naam) in GOD geloven.


Het is van vitaal belang dat wij allen leren waarheidsgetrouw te leven en te spreken. Niettemin leven wij in een maatschappij die in toenemende mate wordt doordrongen van vele vormen van onwaarheid, hypocrisie en zelfbedrog. Als wij ooit GODs karakter willen ontwikkelen en het eeuwige leven willen beërven, moeten wij het negende gebod met alle daaruit voortvloeiende consequenties in aanmerking nemen en leren eraan te gehoorzamen. Het negende gebod beschermt iedere oprechte en fatsoenlijke mens, doordat het helpt zijn reputatie te verzekeren. Wellicht is er geen verachtelijker zonde dan die van laster, de leugen die is bedacht en wordt verspreid met de bedoeling een medemens schade te berokkenen.


Hoe dikwijls komt het tegenwoordig niet voor dat hele naties worden geleid door mensen die aan de macht zijn gekomen door hun vermogen hun eigen volk te misleiden en te bedriegen. Overal ter wereld zien wij marionettendictators opstaan die hun volgelingen iets voor niets beloven. Door middel van sluwe propaganda brengt de leider het volk ertoe iets te geloven waarvan hij zelf weet dat het een leugen is. Dan volgen er vele maanden of jaren van onzekerheid, angst en verbittering, tot het uiteindelijke onheil toeslaat en de waarheid ten slotte alleen door de omstandigheden aan het licht komt. Ook in onze democratische landen worden maar al te dikwijls mensen voor hoge ambten voorgedragen, niet op grond van integriteit en capaciteiten, maar omdat het op dat ogenblik in de partijpolitiek opportuun lijkt. De politici en regeringsleiders die dit sanctioneren, spreken zeker valse getuigenis tegen hun landgenoten. Niet alleen hun leven is leugenachtig, hun spreken is dat evenzeer. In leugenachtige verkiezingscampagnes trachten leugenachtige politici macht en eer naar zich toe te trekken.


Agressieve reclame vormt een voortdurende aanmoediging van de neiging zijn stand op te houden. Er wordt gesuggereerd dat u achterloopt of dat het verkeerd is als u niet streeft en de begeerte hebt naar evenveel materiële bezittingen als uw buurman. De voortdurende druk om bij te blijven, wat meestal betekent meer geld en goederen verwerven, heeft steeds meer afgoderij voortgebracht. Eveneens de ziekelijke en onophoudelijke lust van velen om hebbedingetjes te kopen. Het verblindt het verstand en hart van miljoenen mensen voor het bestaan van GOD.


Wij leven in een maatschappij, die letterlijk is gebaseerd op hebzucht en begeerte naar steeds meer materiële zaken. De waanzinnige inspanning om met anderen te wedijveren en vooruit te komen is niet alleen de oorsprong van de meeste financiële moeilijkheden, maar ook de werkelijke oorzaak van veel lichamelijke en geestelijke ziekten, van uiteengevallen gezinnen en frustraties.


Meestal zijn het de rijken die beslissen over verdelen. Mensen met enkele tot vele malen het inkomen van het sociale minimum, zoals politici en deskundigen die in de media en forums hun zegje doen, verdelen met hun begerige aard 's lands inkomsten. Te veel managers, die geen eigenaar zijn van het bedrijf, graaien in hun hebzucht kapitalen (honderd keer het inkomen van een oprechte invalide of flinke ambachtsman) naar zich toe en gebruiken het woord verdienen als ze over hun inkomen spreken. Managers en overheidsfunctionarissen die vanwege hun begerigheid betrokken zijn bij omvangrijke fraudezaken worden niet vervolgd omdat de werkelijk gedupeerden niet hun rechters zijn.



Kabbala

Wij hebben er al over gesproken dat de Kabbala zich bezighoudt met de belangrijkste vraag in het leven van de mens. Wij bevinden ons in een of andere voor ons onbegrijpelijke wereld, die wij met behulp van onze vijf zintuigen onderzoeken. Datgene, wat van buiten naar binnen in onze zintuigen komt, wordt in onze hersenen verwerkt. Deze verricht een synthese, d.w.z. alle afzonderlijke waarnemingen worden tot een geheel verbonden en laten ons alle informatie zien in de vorm van een schouwspel van onze wereld. Datgene, wat wij ons als het ons omringende voorstellen is niet meer dan een afbeelding van het zuivere licht in onze ongecorrigeerde zintuigen.


In werkelijkheid is dat alleen maar een fragment van het algehele heelal. Met andere woorden, wat wij waarnemen is een klein deel van het ons omringende. Indien wij over andersoortige zintuigen zouden beschikken, dan zouden wij van al het ons omringende ook andere fragmenten waarnemen, d.w.z., wij zouden deze wereld anders gewaarworden. Het zou ons lijken, dat de wereld om ons heen is veranderd. Maar in wezen veranderen wij en onze gewaarwordingen. Maar de wereld zal dezelfde blijven, omdat buiten ons alleen maar het eenvoudige hoogste licht van de Schepper bestaat.


Wij ervaren, hoe ons lichaam op een inwerking van buitenaf reageert. Alles hangt van de gevoeligheid van onze zintuigen af. Waren zij gevoeliger, dan zouden wij het stoten van atomen tegen ons lichaam gewaarworden. Wij zijn in staat om niet de objecten zelf te verklaren, te ervaren, ons te realiseren, maar hun wisselwerking. Niet de kern, maar de uiterlijke vorm van de materie. Zo is het ook met alle door ons gemaakte gereedschappen: zij reageren niet op de werking zelf, maar op het voortgebrachte resultaat.


Alles wat wij over onze wereld te weten zouden willen komen, opdat wij ons bestaan in deze wereld zouden begrijpen, hangt af van de grenzen der kennis, waarbinnen wij ons bevinden en onze vragen die eruit voortvloeien. Onze natuur, de reeds opgegeven eigenschappen, leggen ons onze nieuwsgierigheid op. De Schepper draagt ons als het ware op, door ons al deze eigenschappen te geven, waarvoor wij ons dienen te interesseren, wat wij moeten onderzoeken, bevatten en ontdekken. Per slot van rekening leidt de Schepper ons tot Zijn onthulling.


Een mens stelt zich vragen: Wie ben ik? Waarvoor ben ik geboren? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik heen? Waarvoor besta ik in deze wereld? Ben ik hier al eerder geweest? Zal ik later nog eens terugkomen? Waarom is in de wereld zoveel leed? Hoe kan ik tot genot, tot het volmaakte, tot rust komen? Onbewust voelt een mens, dat antwoorden op zijn vragen buiten onze wereld liggen.


Een mens komt tot de Kabbala, wanneer het materiële hem niet meer bevredigt. Hij hoopt, dat de Kabbala hem antwoorden zal geven op belangrijke levensvragen en problemen, waarvoor hij de oplossing tevergeefs in onze wereld heeft gezocht, en dat voor hem nieuwe horizonten zullen worden geopend.


De bevindingen van allerlei wetenschappen over de mens zeggen alleen iets over de mens zelf. Alles, wat zich buiten de mens bevindt is ontoegankelijk. Vandaar dat de vraag over de zin van ons leven met behulp van de wetenschap niet opgelost kan worden. Immers de wetenschappen ontdekken niets zonder ons, maar slechts door middel van ons nl. door onze zintuigen, onze gereedschappen, door de reacties van onze gereedschappen en de reacties van ons op de buitenwereld.


De meest globale menselijke vragen: de geboorte van de mens, de zin des levens, de dood - kunnen alleen door het bevatten van wat buiten ons omgaat worden opgelost. Niet door de waarneming van en het onderzoek naar onze reacties op de buitenwereld, maar door een objectieve kennis ervan. Maar juist dit is ontoegankelijk voor wetenschappelijke onderzoekingen. Pas nadat de mens in de geestelijke wereld rondtrekt, krijgt hij, als een gift, het bevatten van het objectieve bestaan: wat buiten hem in werkelijkheid bestaat en hoe het buiten hem in werkelijkheid bestaat.


Er is een methode met behulp, waarvan men volledige informatie kan ontvangen over het gehele Heelal, d.w.z., datgene ervaren, wat zich buiten de beperkingen van de menselijke waarneming manifesteert en datgene waarnemen, wat zich buiten ons om voordoet. Deze methode heet de Kabbala. Wie zich deze eigen maakt heet kabbalist.