De twee overgangen

Gedrag is het resultaat van de interactie tussen genen en de omgeving. Genen beïnvloeden het gedrag en de omgeving beïnvloedt het gedrag. In de mens zijn de belangrijkste mechanismen waarmee de omgeving het gedrag aanpast Leren en Geheugen. Leren is het proces waarmee we kennis van de wereld verkrijgen. Geheugen is het proces waarmee kennis wordt gecodeerd, opgeslagen en later teruggehaald.


Het Negenvlak kent twee overgangen van het rode gebied naar het blauwe gebied. Deze twee overgangen zijn gekenmerkt door twee zwarte lijnen die bijeenkomen in het punt van één-wording. De overgang Rood ↔ Blauw in het Geestelijke komt overeen met Leren. De overgang Rood ↔ Blauw in het Fysieke komt overeen met Geheugen.



Rood ↔ Blauw in het Geestelijke

Leren is het voor een persoon tot stand komen van een betekenis of een verandering van betekenis met een relatief duurzaam karakter. We spreken ook van leren wanneer iemand meer kennis heeft verworven, iets van buiten heeft geleerd, een regel heeft toegepast, een vaardigheid heeft verworven, vooruitgang heeft geboekt, een andere houding heeft aangenomen.


Elke gedachte (onstoffelijk) veroorzaakt een lichamelijke reactie (stoffelijk). Geest en lichaam zijn in deze visie neurobiologische parallelle universa. Men kan met zogenaamde PET-scans driedimensionale fotografische opnamen maken van de weg die een gedachte aflegt (chemische patronen). Je lichaam is het driedimensionale fysieke beeld van wat je denkt. Overal in de innerlijke ruimte wordt de geest geprojecteerd.


Het punt waar een gedachte en de lichamelijke reactie samenkomen is ook het punt waar het bewustzijn begint zich te doen voelen. Meestal vormen de gedachte en de reactie één geheel, een informatie-impuls, een gedachte en een molecuul, met elkaar verbonden als twee zijden van een muntstuk. Als de impuls eenmaal op gang is gekomen vormt de informatie-impuls de volledige realiteit. Het is niet meer mogelijk een eenmaal opgekomen gedachte te veranderen. De transformatie van niet-materie (gedachte) in materie (molecuul), is een proces dat plaatsvindt achter de schermen. Vanuit een onzichtbaar, onbegrijpelijk niets, ontstaat een iets.



Rood ↔ Blauw in het Fysieke

Als we het over het geheugen hebben bedoelen we feitelijk verschillende dingen: onthouden, herinneren en de opgeslagen informatie. De volgende termen worden meestal met betrekking tot het geheugen gebruikt. Het is opslag, waaruit je iets kan terughalen of ontsluiten en waarin je iets nieuws kan opslaan of coderen. Consolidatie is nodig voor het opslaan in het lange termijn geheugen. Het werkgeheugen of short term geheugen heeft slechts een gelimiteerde capaciteit, we kunnen 6 tot 8 stukken informatie tegelijk vasthouden.


Er bestaan twee fundamenteel van elkaar te onderscheiden vormen van geheugen, één voor kennis (expliciet) en één voor vaardigheden (impliciet). Deze twee vormen komen precies overeen met de indeling uit het Negenvlak. Kennis komt voort uit het Geestelijke en vaardigheden komen voort uit het Fysieke.


De twee vormen van geheugen
Expliciet geheugen (declaratief) Impliciet geheugen (niet declaratief)
  • Feiten
  • Gebeurtenissen
  • Priming (oefenen)
  • Procedureel (vaardigheden + gewoonten)
  • Associatief
  • Non-associatief

Expliciet geheugen is bijzonder flexibel and komt tot stand door het samengaan van meerdere stukken uiteenlopende informatie. Impliciet geheugen daarentegen is star en wordt verbonden aan de veroorzakende stimulus.


Het geheugen voor feiten wordt het semantische geheugen genoemd; dit omvat kennis over de wereld, allerlei informatie en feiten, regels van de fysieke wereld en van taal. Sommige stukken kan je kwijt raken door schade aan de sensorische schors. Het gevolg is dan afasie, apraxie of agnosie. Dit is een soort geheugenverlies, namelijk het geheugen aan hoe de wereld in elkaar zit.


Het episodisch geheugen betreft gebeurtenissen, in de zin van weten dat iets gebeurde, episodes. Dit is dus het eigenlijke autobiografische geheugen. Gebeurtenissen waar je veel aandacht aan besteedt, worden beter opgeslagen. Ook emotioneel prikkelende informatie wordt meer gecodeerd dan neutrale.


Naast het onderscheid in korte termijn en lange termijn geheugen wordt er ook een onderscheid gemaakt in een aantal onderdelen van het lange termijn geheugen. Onder het procedurele geheugen worden automatische motorische vaardigheden verstaan, zoals lopen, fietsen, pianospelen, schrijven, en dergelijke. Het is een soort lichaamsweten, je doet het gewoon. Het is een vorm van geheugen dat je niet kwijt raakt, alleen bij beschadigingen. Onder het procedurele, impliciete geheugen valt ook priming, het kunnen herkennen van vormen, objecten en woorden op grond van fragmenten ervan en emotioneel leren, zoals in de ontwikkeling van fobieën en geconditioneerde angst.


Wat herinnerd wordt, hoeft niet historisch en fotografisch accuraat te zijn. De herinnering aan een gebeurtenis wordt beïnvloed door de persoonlijke betekenis, de fantasieŽn, wensen en emoties die erbij hoorden, de tijdsduur die verstreken is tussen de gebeurtenis en het moment van herinneren, de redenen waarom de persoon zich de gebeurtenis herinnert en tegen wie.


Geheugen, kortom, is een interactie tussen heden en verleden. Samenvattend is van het geheugen dus verreweg het meeste onbewust en voorgoed. We weten niet eens dat we het geleerd hebben. Het episodische en semantische geheugen kunnen eventueel bewust worden, maar het procedurele geheugen is per definitie nooit bewust. Leren pianospelen bijvoorbeeld begint episodisch, maar wordt vervolgens doorgegeven naar andere structuren. Procedurele herinneringen zijn moeilijk te leren en moeilijk te vergeten.



Het punt van één-wording

De mens heeft altijd over het punt van één-wording gespeculeerd, maar geen van zijn verklaringen is adequaat geweest. GOD kan onmogelijk worden beschreven, want ze is Goed noch Kwaad en er kan zelfs niet van worden gezegd dat ze bestaat. In het begin waren er geen goden, maar alleen GOD. Strikt gesproken was dat Niets. Aangezien ze niet bestond in een betekenis die we kunnen vatten.


Dit Niets had zichzelf kenbaar willen maken, want het wilde niet langer in Diepte en Stilte alleen zijn. In de diepten van zijn onpeilbare wezen vond een omwenteling plaats die tot een serie emanaties leidde. De eerste emanatie was de God die wij inmiddels kennen en tot wie we bidden. Maar zelfs God was voor ons ontoegankelijk en moest nader worden verklaard. Er volgden nieuwe emanaties die twee aan twee uit God voortkwamen. Elke helft van een tweetal drukte een van zijn goddelijke attributen uit. God was boven elk geslachtsonderscheid verheven. Elk tweetal bestond uit een mannelijk en een vrouwelijk deel.


De overlevering zegt dat er een catastrofaal ongeluk had plaatsgevonden, een zondeval die op verschillende manieren werd beschreven. Zo werd er verteld dat de Wijsheid, de laatste emanatie, uit de gunst was geraakt omdat ze naar verboden kennis van de ongenaakbare GOD had gestreefd. Wegens haar stoutmoedigheid was ze uit het Pleroma (term ter aanduiding van de goddelijke volheid) gevallen en uit haar verdriet en wanhoop was de stoffelijke wereld ontstaan.


In de ziel bevinden zich drie vermogens: herinnering, inzicht en wil, corresponderend met kennis, zelfkennis en liefde. Deze geestesactiviteiten zijn in wezen één, want ze bezetten niet drie gescheiden gebieden van de geest. Elke activiteit vult de gehele geest en gaat in de andere twee over.


Het inzicht in de werking van onze geest is echter nog maar het begin. De Drie-eenheid die we in ons binnenste aantreffen is niet God zelf, maar een spoor van de God die ons heeft gemaakt.


Hoe bereiken we God zelf? De enorme afstand tussen God en de mens kunnen we niet alleen op eigen kracht overbruggen. Alleen doordat God ons in de persoon van het mensgeworden Woord tegemoet is getreden, kunnen we het beeld van God dat zich in ons binnenste bevindt en dat door zonde is beschadigd en bekrast herstellen. Als we ons aanleren om voortdurend ervan doordrongen te zijn dat God in onze geest aanwezig is, zal de Drieeenheid ons geleidelijk worden onthuld.


Openbaring 18:15-? En de kooplieden der aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt; Waren van goud, en van zilver, en van kostelijk gesteente, en van paarlen, en van fijn lijnwaad, en van purper, en van zijde, en van scharlaken; en allerlei welriekend hout, en allerlei ivoren vaten, en allerlei vaten van het kostelijkste hout, en van koper, en van ijzer, en van marmersteen; En kaneel, en reukwerk, en welriekende zalf, en wierook, en wijn, en olie, en meelbloem, en tarwe, en lastbeesten, en schapen; en van paarden, en van koetswagens, en van lichamen, en de zielen der mensen; En de vrucht der begeerlijkheid uwer ziel is van u weggegaan; en al wat lekker en wat heerlijk was, is van u weggegaan; en gij zult hetzelve niet meer vinden; De kooplieden dezer dingen, die rijk geworden waren van haar, zullen van verre staan uit vreze van haar pijniging, wenende en rouw makende.


Openbaring 21:1-11 En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer; En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is; En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn; En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan; En Die op den troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw; En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet; Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn; Maar den vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al den leugenaars, is hun deel in den poel, die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood; En tot mij kwam een van de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, welke vol geweest waren van de zeven laatste plagen, en sprak met mij, zeggende: Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de Vrouw des Lams; En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God; En zij had de heerlijkheid Gods, en haar licht was den allerkostelijksten steen gelijk, namelijk als den steen Jaspis, blinkende gelijk kristal,


Wat zal er gebeuren op het einde der tijden? In het punt van één-wording zullen alle geschiedenissen van onze aarde en kosmos samenvallen: al ons individuele kennen en denken, al onze persoonlijke liefde en leven. Maar het punt van één-wording is meer dan een samenkomen van de geschiedenis. Het was er al vóór het ontstaan van het heelal, vóór de oerknal. Het was van vóór het begin scheppende kracht. Daardoor transcendeert het ons in tijd en ruimte.


Na het samenkomen van de informatie van al het geschapene is op het einde der tijden het punt van één-wording (GOD) in staat om het gestorven geschapene weer te doen opstaan (reproduceren) in een verheerlijkte vorm. Op het einde der tijden keert de mens terug naar het punt van één-wording. Hij wordt deelgenoot van die absolute liefde die hem na de opstanding de mogelijkheid biedt om op volmaakte wijze deel te hebben aan het universele bewustzijn van het punt van één-wording of GOD (de hemel). Gezien de volmaaktheid van dit liefdevolle bewustzijn, kan het niet toestaan dat goede mensen nog kwaad zou worden aangedaan. Daarom worden kwaden uit het bestand van het eeuwige bewustzijn geschrapt: de eeuwige dood (de hel).


Omdat het leven het universum moet sturen, moet het alomtegenwoordig worden. Om die formidabele taak uit te voeren, moet het ook alwetend worden. En om in staat te zijn de immense hoeveelheid informatie te hanteren, moet het leven ook almachtig worden. Ten slotte zal het leven transcendent worden. Met deze kwalificaties wordt het leven goddelijk.