De twee pijlen

De horizontale pijl

De horizontale pijl representeert het continuüm van 100% onwetend (uiterst links bij Oud) naar 100% alwetend (uiterst rechts bij Nieuw). Ieder mens heeft de opdracht te bewegen van Oud → Nieuw. Wanneer men het hele traject aflegt, passeert men 4 overgangen. De eerste overgang is die waarbij men het Negenvlak binnenkomt. Dit punt wordt ook wel de Wedergeboorte genoemd. Hier kan men er voor kiezen te geloven. Vervolgens zal men de tweede overgang bereiken. Bij dit punt kan men zich bekeren. Hier kan men er voor kiezen GOD te leren kennen. Uiteindelijk bereikt men de derde overgang, de dood. Men zal in het hiernamaals de vierde overgang bereiken (met of zonder kennis van GOD) en het Negenvlak verlaten bij het Volmaakte.


Bij de kolommen is al beschreven dat de derde kolom (kolom C) door diverse profeten is benoemd met Hemel. De keuze voor GOD bepaalt dus of men na de dood het Volmaakte zal bereiken vanuit de Hemel. Naar mijn idee is er niet zoiets als een Hel. Wel zou men Hel kunnen omschrijven als het Volmaakte bereiken zonder Hemel.


Ik wil ook graag onderscheid maken in GOD en God. GOD vindt men in de horizontale richting Nieuw, terwijl men God vindt in de verticale richting Geestelijk.


Al eeuwenlang hebben wel- en niet-gelovigen, onder wie wetenschappers, de mensheid overladen met meningen en vermeende bewijzen vóór of tegen het bestaan van GOD. Tegenstellingen vertaalden zich vaak in meer dan scheldpartijen, verwensingen of een blauw oog. Godsdienstoorlogen zijn niet op één hand te tellen. Geloof, iets aannemen op gezag van een ander of één of ander geschrift, onttrekt zich per definitie aan wetenschappelijke wetmatigheden. Eindresultaat van wetenschap is zeker weten (kennis) en bewijzen zichtbaar maken. Op de vraag of GOD bestaat, lijkt het zinvol, zolang men het niet zeker weet, zichzelf de opdracht te geven te zoeken naar de Waarheid.


Plato: Geloof is een noodzakelijk onderdeel van kennen, maar het is zeker niet het gehele kennen. Kennis is gerechtvaardigd geloof.


Geloof maakt plaats voor begrijpen (en daarmee mening voor kennis), door de waarneming te verheffen tot het niveau van het begrijpen. Iemand moet van het bijzondere naar het algemene gaan.


Kennis is gebaseerd op een aangeboren idee. Het is een geschenk wat iedereen bij de (weder)geboorte meekrijgt in de ziel. Leren is eigenlijk herinneren. We weten wel degelijk wat we niet weten, en herkenning is herinnering.


Wij allen hebben een verlangen naar vooruitgang. Vooruitgang wil echter zeggen, dat men dichter bij de plaats komt waar men wil wezen. Als men nu een verkeerde richting heeft ingeslagen, dan brengt verdergaan je geen stap dichterbij. Als men op de verkeerde weg is, bestaat vooruitgang hierin, dat men rechtsomkeert maakt en teruggaat naar de juiste weg. In een dergelijk geval is hij die het eerst omkeert het meest vooruitstrevend.



De verticale pijl

De verticale pijl representeert de koppeling tussen het conceptuele in het Geestelijke en het tastbare in het Fysieke. Omdat deze twee niet direct koppelbaar zijn, is er een overgangsgebied. Vergelijk de interfaces tussen software (geestelijk) en hardware (tastbaar).


Telkens wanneer een Geestelijke gebeurtenis een Fysieke tegenhanger zoekt, gaat zij te werk met behulp van het zogenaamde kwantummechanisch lichaam. Zo kunnen de universa van geest en materie met elkaar in verbinding staan. Je zou het kwantummechanische lichaam kunnen beschouwen als een structuur van intelligentie en informatie. Het stoffelijke lichaam is een stroom van atomen, de geest een stroom van gedachten en beiden worden bijeengehouden door het volledige veld van intelligentie.


De pijlen zijn getekend in het blauwe gebied. Dat is bewust gedaan. Het blauwe gebied is dat wat we niet weten. In dat gebied zullen we de koppeling dus nog moeten vinden. In het rode gebied is die koppeling per definitie aanwezig, immers in het rode gebied bevindt zich alles wat we weten. De juiste koppeling zullen we dus vinden op de overgangen van rood ↕ blauw. Omdat er twee overgangen zijn is voorzichtigheid geboden. Wanneer twee niet bij elkaar horende overgangen aan elkaar gekoppeld worden, zal zich dat manifesteren als een concept wat niet tastbaar gemaakt kan worden of een object uit de werkelijkheid wat zich conceptueel niet laat verklaren. De pijlen moeten als het ware in elkaars verlengde worden gedacht. Vervolgens hebben we ook nog eens de bijpassende interface nodig in het overgangsgebied!


Naarmate we minder weten is de te leveren inspanning groter, wat te zien is aan de lengte van de pijlen. Naarmate we meer weten, zullen de pijlen korter zijn.


David Bohm: Ik vermoed dat voor het juist functioneren van de menselijke geest een globaal begrip van algemene kennis nodig is, niet alleen op formeel logisch of wiskundig gebied, maar ook intuïtief, in beelden, gevoelens, poëtisch taalgebruik enzovoort.

Parmenides: De wereld zoals de zintuigen deze waarnemen, is een waanidee. Alleen het verstand kan de waarheid onthullen.

John Locke: De geest haalt alle materiaal van rede en kennis uit de ervaring. Daarin heeft al onze kennis haar oorsprong en daaruit komt kennis uiteindelijk voort.


We kunnen de verticale pijl veronderstellen naar links of naar rechts te bewegen. Voor de beweging naar rechts, dus in de richting Nieuw → geldt dan dat de positie binnen het blauwe gebied een oscillerende blokgolf vormt waarvan de amplitude langzaam afneemt.


Het samenvoegen van vastgelegde zintuig-gegevens in bepaalde modellen (rij 1) is een belangrijk onderdeel van het wetenschappelijke werk (rij 3). De wetenschapper maakt gebruik van al zijn vijf zintuigen of een deel daarvan in het ingewikkelde proces van meten en waarnemen. Zijn vooruitgang is vooral te danken aan technische hulpmiddelen, die hem in feite in staat stellen het gebruik van zijn ledematen en zintuigen te vergroten.


Door inductieve redeneerprocessen stelt hij generalisaties of wetten op over zijn feiten (beweging naar Geestelijk ↑). Door deductieve processen voorspelt hij op grond van zijn wetten wat er in individuele gevallen waarschijnlijk zal gebeuren (beweging naar Fysiek ↓). De wetenschapper houdt zich bezig met de eigenschappen van de materiële wereld; hij probeert mechanische verklaringen te vinden voor stoffelijke verschijnselen. Een profeet doet zijn werk precies andersom. Hij weet al hoe de dingen werken en kan dus de stoffelijke verschijndelen verklaren.


De verticale pijl kan men opgesplitst denken in zijn twee componenten Geestelijk en Fysiek. Wanneer deze componenten los van elkaar beschouwd worden, zijn er een zestal combinaties mogelijk, van waaruit diverse verschijnselen in onze wereld te verklaren zijn. De Geestelijke component kan zowel naar boven als naar beneden wijzen. De Fysieke component kan (per definitie) alleen naar beneden wijzen. De componenten kunnen recht boven elkaar staan of in richting Oud ? Nieuw ten opzichte van elkaar verschoven zijn.


NrComponentVerschijnsel
1G↑     F↓ Oud Geestelijk ↔ Fysiek Nieuw:
Doen met kennis.
2G↑     ↕   F↓ Geestelijk ↕ Fysiek:
Denken is doen.
3F↓     G↑ Oud Fysiek ↔ Geestelijk Nieuw:
Doen zonder kennis.
4G↓   ⌈⌉   F↓ Oud Geestelijk ↔ Fysiek Nieuw:
Doen met ervaring.
5G↓     ↓   F↓ Geestelijk ↓ Fysiek:
Doen.
6F↓   ⌈⌉   G↓ Oud Fysiek ↔ Geestelijk Nieuw:
Doen zonder ervaring.