Spiegeling

Inleiding

In 2004 ben ik gestart met een poging om "de Wereld" om mij heen in de 5de normaalvorm te brengen. Ik deed dit met behulp van technieken uit de Informatica. Eigenlijk komt dit heel aardig overeen met het scheermes van Ockham.

Ockham’s scheermes is de stelling dat wanneer er verschillende hypotheses zijn die een verschijnsel in gelijke mate kunnen verklaren, die hypothese gekozen moet worden die de minste aannames bevat en de minste entiteiten veronderstelt. Het is een principe uit de kennistheorie.


Het "scheermes" symboliseert het wegscheren van alle onnodige ingewikkeldheden om bij de eenvoudigste verklaring uit te komen. Ockham gebruikte dit principe om speculatieve begrippen in de filosofie af te wijzen. Betrouwbare speculaties over de wereld waren voor hem uitgesloten. Dit paste in zijn filosofie van het nominalisme, de opvatting dat abstracte begrippen niet op zichzelf bestaan, maar slechts hulpconstructies zijn van de menselijke geest.





Vervolgens heb ik daaruit een model opgesteld, een diagram, een tekening, die ik het Negenvlak heb genoemd. Het bleek voor mij een handig hulpmiddel te zijn om complexe en ingewikkelde kennis onder te brengen op een lijn of in een vlakje.

Kennis blijft zich vernieuwen en gelukkig komt er steeds meer wetenschappelijke kennis beschikbaar die de nog onopgeloste "plekken" in mijn Negenvlak invult.


Universeel Bewustzijn

Om tot het punt van één-wording te komen en de theorieën daaromtrent te verzamelen, heb ik met behulp van technieken uit de Informatica een flink aantal boeken gelezen en daaruit de proposities gefilterd. Een propositie of bewering is in de logica een declaratieve zin die of waar of onwaar kan zijn. Een bewering onderscheidt zich van een zin doordat een zin slechts een formulering van een bewering is, terwijl er vele andere formuleringen kunnen zijn die dezelfde bewering uitdrukken.


Voor mijzelf is de filosofie begonnen bij Socrates, opgevolgd door Plato en Aristoteles.

Socrates

Socrates (ca. 469 v.Chr.) of Sokrates was een klassiek Grieks Atheense filosoof. Hij wordt beschouwd als een van de stichters van de westerse filosofie, al liet hij zelf geen geschriften na. Hij is bekend geworden door de verslagen van zijn studenten, met name die van Plato en Xenophon.

Plato

Plato (ca. 427 v. Chr.) was een Grieks filosoof en schrijver. Plato, leerling van Socrates en leraar van Aristoteles, is een van de invloedrijke denkers in de westerse filosofie en was de stichter van de Atheense Akademeia, het eerste instituut voor hoger onderwijs in het westen. Hij schreef dialogen over diverse onderwerpen en werd met zijn Ideeënleer de aartsvader van het filosofisch idealisme.

Aristoteles

Aristoteles (384 v.Chr. ) was een Grieks filosoof en wetenschapper die met Socrates en Plato wordt beschouwd als een van de invloedrijkste klassieke filosofen in de westerse traditie. Hij was lid van Plato's filosofische Akademeia en diens invloed is dan ook aanwezig in Aristoteles' werk, hoewel Aristoteles een duidelijk van Plato afwijkende filosofische stroming vertegenwoordigt.

Aristoteles hanteerde een analytische, inductieve manier van denken: het destilleren van een algemeen geldende waarheid uit het doen en laten van het individu en de waarneembare werkelijkheid. Daarvan uitgaande bestudeerde hij ook een groot aantal zaken in onder andere bewegingen (wordingen) in de natuur en de biologie, en kwam onder de indruk van de ordening en doelmatigheid daarin. Dit bracht hem tot de uitspraak De natuur doet niets vergeefs. In zijn visie bestaat de wereld uit de vier elementen aarde, water, lucht en vuur, omgeven door de ether, het z.g. "vijfde lichaam", en daarbuiten sfeerlagen, waarvan de buitenste die van de vaste sterren zou zijn. De uiterste sfeer is in zijn visie God.


Dualisme

Dualisme betekent het uitgaan van het bestaan van twee tegenover of naast elkaar bestaande, tot niets anders meer te herleiden grondbeginselen. Het kosmisch dualisme dat houdt zich bezig met de tegenstellingen tussen geest en materie, eindigheid en oneindigheid, tijdelijkheid en eeuwigheid.


Immanuel Kant

Immanuel Kant was een Duitse filosoof ten tijde van de Verlichting, wiens ideeën een grote invloed hebben uitgeoefend op de westerse wijsbegeerte.

In het werk van Kant zijn twee duidelijke periodes te onderscheiden: zijn voor-kritische periode en zijn kritische periode. In het jaar 1781 verscheen zijn "Kritik der reinen Vernunft". De vraag of er een rationalistische metafysica mogelijk is, beaamt Kant in zijn voor-kritische periode in navolging van Leibniz en Wolff. In zijn kritische periode neemt hij hier afstand van. Hij maakt daarbij een onderscheid tussen algemene metafysica en speciale metafysica. De eerste kan wel op de rede gegrond zijn, omdat zaken die binnen deze algemene metafysica vallen, empirisch te controleren zijn. De uit "zuivere rede", zoals Kant het noemt, ontstane ideeën over causaliteit kunnen bijvoorbeeld empirisch getoetst worden.

Bij de speciale metafysica gaat het om vragen die het tot dan toe eigenlijke doel van de metafysica behelzen, namelijk vragen als: "Is er een god?" of "Kan de onsterfelijkheid van de ziel aangetoond worden?". In de kritische periode neemt Kant afstand van de speciale metafysica, omdat deze nooit empirisch te controleren is en dus nooit geverifieerd kan worden als a-priorikennis, vergaard door de zuivere rede. Hij maakt daarbij een vergelijking met Copernicus, die de bewegingen van de sterren niet duidelijk kon verklaren, totdat hij afstand deed van het oude idee en inzag dat niet de sterren om de toeschouwer, de aarde, draaiden, maar de toeschouwer om de zon. Om van metafysica een echte wetenschap te maken, net als wiskunde en de toen opkomende natuurwetenschappen, moest er volgens Kant een drastische ommezwaai komen. Net als de sterren bij Copernicus moest nu de speciale metafysica met rust gelaten worden. Kant spreekt dan ook van een tweede wetenschappelijke revolutie


Leibnitz

Gottfried Wilhelm (von) Leibniz, ook als Leibnitz gespeld, was een veelzijdige Duitse wiskundige, filosoof, logicus, natuurkundige, historicus, rechtsgeleerde en diplomaat, die wordt beschouwd als een van de grootste denkers van de 17e eeuw. Hij ontwikkelde min of meer gelijktijdig met, maar onafhankelijk van, Isaac Newton een tak van de wiskunde die bekendstaat als de "analyse" (differentiaal- en integraalrekening). Wie van de twee het eerst was met deze belangrijke bijdrage aan de wiskunde, heeft tot een geweldige ruzie geleid tussen beide heren. Leibniz staat te boek als een voorloper van de Aufklärung, de Duitse Verlichting.


In de filosofie wordt Leibniz gezien als rationalist. Hij wordt beschouwd als een optimist, vanwege zijn overtuiging dat het heelal waarin wij leven, het beste universum is dat God had kunnen scheppen. Zijn "systeem" is niet alleen maar rationalistisch. Aan de ene kant diep geworteld in de scholastiek, loopt zij aan de andere kant vooruit op latere ontwikkelingen in logica, biologie, geologie, mijnbouwkunde, waarschijnlijkheidsleer, linguïstiek en informatica. Daarnaast schreef hij ook over politiek, recht, ethiek, theologie, geschiedenis en filologie. Zijn bijdragen zijn gespreid over veel publicaties, niet-gepubliceerde manuscripten en vooral tienduizenden brieven. Tot vandaag, driehonderd jaar na zijn dood, bestaat er geen complete editie van Leibniz' geschriften.


Hegel

Hegel streefde naar de ontwikkeling van één totaalconcept waarin hij wetenschap, esthetica, godsdienst en filosofie wilde verenigen. Hij zag de werkelijkheid niet als statisch maar als de uitkomst van een continu doorgaand proces waarbij nieuwe tegenstellingen telkens worden opgeheven. Kernwoord hierbij is "opheffen" (het Duitse aufheben), dat zowel optillen als afschaffen en bewaren betekent. Tijdens het dialectisch proces wordt iets (bijvoorbeeld een moment) eerst gesteld, daarna ontkend, om tot slot tot een hogere waarheid te komen. Eerder werden door Fichte hiervoor de begrippen these, antithese en synthese gebruikt (die deze overigens weer van Kant had), die later door de marxisten werden overgenomen.


Dit dialectische systeem, waarbij de zogeheten "geest" de aard aller dingen is en middels het confronteren van these en antithese tot een nieuwe synthese komt, zou uiteindelijk moeten leiden naar het "Absolute Idee", waarin alle individuele elementen van de geest opgaan en zichzelf overstijgen. Er bestaat geen echte waarheid, maar wel een waarheid die steeds dieper en rijper wordt. Toch zag Hegel in zijn beroemde boek "Die Phänomenologie des Geistes" (1807) zijn eigen filosofie als de synthese van het werk van al zijn voorgangers.


Het dialectische proces is volgens Hegel ook van toepassing op individuen: eerst is er enkel het bewustzijn van de uiterlijke waarheid, vervolgens ontstaat een zelfbewustzijn, dat zich langzaamaan verzoent met het bewustzijn.


Hegels systeem omvat drie grote delen die tot elkaar in dialectische verhouding staan: de filosofie van de logica, de filosofie van de natuur en de filosofie van de geest, respectievelijk de these, de antithese en de synthese.


Volgens de filosofie van Hegel was de ontwikkeling van al het bestaande de ontwikkeling van de redelijkheid van "de Geest" of "God" en derhalve die van "de Geest" zelf.


"Alles wat is, is een trede in de ontwikkeling van de absolute Idee" en "De rede kan niets zonder de werkelijkheid; en de werkelijkheid niets zonder de rede".


Universeel Soefisme

Het universeel soefisme vertegenwoordigt een levenshouding waarin het gedachtegoed van het Oosten en het Westen verbonden worden. Het is een traditie die zich bezighoudt met zowel religie, filosofie als psychologie. Het is een eigentijdse vorm van soefisme die naar het Westen is gebracht door de Indiase muzikant en mysticus Hazrat Inayat Khan, stichter van de International Sufi Movement. Kort samengevat gaat zijn interpretatie van de soefi-boodschap over eenheid, geestelijke vrijheid, liefde, harmonie en schoonheid, bestemd voor de gehele mensheid. Zij is niet bedoeld als een nieuwe religie, maar streeft los te komen van dogma's, principes, onderscheid en verschillen. Deze non-dualistische boodschap is geschikt voor iedereen die geïnteresseerd is in spirituele groei en die daarbij inspiratie hoopt te vinden.


Biocentrisme

Een boek met de titel "Biocentrisme: Hoe leven en bewustzijn de sleutels zijn om de aard van het universum te begrijpen", heeft het internet opgeschud. De reden van de ophef is dat het boek zegt dat het leven niet ophoudt wanneer het lichaam sterft en dat het eeuwig kan duren. De auteur van deze publicatie is wetenschapper Dr. Robert Lanza. Deze man die door de New York Times werd uitgeroepen tot de op drie na belangrijkste nog in leven zijnde wetenschapper, heeft zelf geen twijfels dat dit mogelijk is.


De theorie houdt in dat de dood van het bewustzijn eenvoudigweg niet bestaat. Het bestaat alleen als gedachte omdat mensen zich identificeren met hun lichaam. Omdat het lichaam vergaat denken ze dat vroeg of laat hun bewustzijn ook zal verdwijnen. Als het lichaam het bewustzijn genereert, dan sterft het bewustzijn als het lichaam sterft. Maar als het lichaam op dezelfde manier het bewustzijn ontvangt zoals een satellietontvanger het signaal van een satelliet ontvangt, dan eindigt het bewustzijn niet als het fysieke apparaat kapot is. In feite bestaat het bewustzijn buiten de beperkingen van tijd en ruimte. Het kan overal zijn: in het menselijk lichaam en daarbuiten. Met andere woorden, het is niet lokaal zoals ook kwantumobjecten niet lokaal zijn.


Lanza is ook van mening dat er meerdere universa tegelijkertijd kunnen bestaan. In het ene universum kan het lichaam dood zijn terwijl het in een ander universum blijft bestaan. Het absorbeert het bewustzijn dat naar dit andere universum is gemigreerd. Dit betekent dat een overleden persoon die door de tunnel reist niet in de hemel of hel belandt, maar in een soortgelijke wereld die hij of zij ooit heeft bewoond deze keer in leven. Dit gaat zo oneindig verder.


Eindeloos bewustzijn

In 2001 publiceerde cardioloog Pim van Lommel in het gerenommeerde medische tijdschrift The Lancet over zijn onderzoek naar bijna-dood ervaringen. Het ging om een onderzoek bij 344 Nederlandse patiënten die een hartstilstand in het ziekenhuis hadden overleefd. Van hen bleken 62 een bijna-dood ervaringen te hebben meegemaakt. Van Lommels artikel was wereldnieuws.


Sindsdien kunnen we niet meer om het verschijnsel "bijna-dood ervaring" heen. Het is een authentieke ervaring die niet is te herleiden tot fantasie, psychose of zuurstoftekort. Een bijna-dood ervaringen verandert mensen blijvend.


In zijn boek "Eindeloos bewustzijn" legt Van Lommel stap voor stap uit hoe mensen die klinisch dood zijn toch zo’n indringende ervaring kunnen hebben. Hij doorspekt zijn betoog met verhalen van mensen die een bijna-dood ervaring hebben meegemaakt. Met de meesten van hen heeft Van Lommel persoonlijk contact gehad.


Volgens Van Lommel is de heersende, materialistische visie van artsen, filosofen en psychologen op de relatie tussen hersenen en bewustzijn te beperkt om het verschijnsel te kunnen duiden. Er zijn goede redenen om aan te nemen dat ons bewustzijn niet altijd samenvalt met het functioneren van onze hersenen: het kan ook los van ons lichaam ervaren worden.





Protyposis

Vervolgens zijn er in 2016 twee boeken uitgekomen bij Springer Verlag, van verschillende auteurs, die een compleet nieuw inzicht geven in de Wetenschap.


Het eerste boek is "Die Entschlüsselung der Wirklichkeit" van Imre Koncsik.

Dit boek past uitstekend bij de "buitenkant", de "gene zijde" van mijn Negenvlak. De theorie laat zien hoe uit Quantenbits zowel Energie als Materie kunnen ontstaan door middel van een raster. Het boek behandeld 3 paradigma wissels om van "oud" denken tot "nieuw" denken te komen:


  1. Van Symmetrie naar Systeem

  2. Van Materie en Energie naar Informatie

  3. Van ideale Natuurwet naar numerieke Simulatie



Met oerstof, oer substantie of materia prima wordt in de filosofie de ultieme substantie aangeduid waaruit, waarin, en waardoor alles bestaat. Het is dat wat als ondeelbaar overblijft, indien men analytisch en deductief elke bekende substantie gaat opdelen tot in haar kleinste samenstelling. Omgekeerd kan men ook inductief ervan uitgaan dat aan de basis van alles een enkel oergegeven moet liggen. In de mythologie en in de religies wordt eveneens het concept oerstof in verschillende termen genoemd en mee behandeld. En ook de wetenschap blijkt er al lang naar op zoek. In al deze gevallen is wat men zoekt: "de eenheid in de verscheidenheid".


Emmy Noether

De stelling van Noether (vaak ook theorema van Noether genoemd) is een belangrijke uitkomst van de theoretische natuurkunde en de infinitesimaalrekening waarin wordt aangetoond dat een behoudswet afgeleid kan worden door differentiatie toe te passen op aanwezige symmetrie in natuurkundige systemen. De wet van behoud van energie blijkt bijvoorbeeld het gevolg te zijn van het feit dat alle natuurkundige wetten, inclusief de waarden van natuurkundige constanten, invariant zijn voor een translatie langs de tijd-as; ze veranderen niet in de tijd.


De stelling van Noether is een fundamenteel instrument van de moderne theoretische natuurkunde en de variatierekening geworden. De stelling van Noether staat een verregaande veralgemening toe van eerder werk over bewegingsconstanten in de Lagrangiaanse- en de Hamiltoniaanse mechanica.


De stelling van Noether geldt voor alle natuurkundige wetten die zich met verandering bezighouden. De stelling speelt een belangrijke rol in de kwantummechanica bij het onzekerheidsprincipe van Heisenberg, bij het koppelen van positie en impuls, tijd en energie, hoek en impulsmoment, etc.


Systeem

Systeemtheorie is een multidisciplinaire theorie over de systematische beschouwing van systemen in de natuur, wetenschap en of maatschappij. Deze theorie is gericht op de complexiteit en onderlinge afhankelijkheid tussen en binnen systemen, wat in de praktijk vaak vereenvoudigd wordt door alleen naar bepaalde aspecten uit het systeem te kijken. Ze is gebaseerd op principes uit de natuurkunde, biologie en techniek en heeft haar uitwerking naar onder andere de cybernetica, filosofie, organisatieleer, management, psychotherapie, economie en sociologie


Wheeler en DeWitt

DeWitt benaderde de kwantisatie van de algemene relativiteitstheorie op systematische wijze. In het bijzonder ontwikkelde hij de canonieke kwantumzwaartekracht. Bryce DeWitt formuleerde samen met John Archibald Wheeler de "Wheeler-DeWitt-vergelijking" voor de golffunctie van het universum. Ook bracht hij de formulering van Hugh Everetts veel-werelden-interpretatie van de kwantummechanica onder de aandacht.


Autopoiese

Autopoiese betekent letterlijk "zelf-productie" (van het Grieks: auto voor zelf- en poiesis voor creatie of productie). De term werd oorspronkelijk geïntroduceerd door de Chileense biologen Francisco Varela en Humberto Maturana in het begin van de zeventiger jaren van de twintigste eeuw.


Autopoiese hangt sterk samen met zelforganisatie. De termen autopoiese en zelf-organisatie hebben in de biologie onder andere te maken met het feit dat, wanneer onder de juiste omstandigheden alle componenten van een biologisch systeem aanwezig zijn, dat biologisch systeem "vanzelf" wordt gevormd en zichzelf in stand kan houden. Het is bijvoorbeeld aangetoond dat, wanneer alle componenten van een virus in oplossing worden gebracht, er vanzelf complete en volledig functionele virusdeeltjes ontstaan.


Thomas van Aquino

In de 13e eeuw streefden geleerden naar een ordening, een coherent systeem waarin temperamenten, intellectueel en moreel leven onder te brengen waren. Een plastische weergave van de scholastiek, hèt denksysteem uit de hoge middeleeuwen, is de 13e-eeuwse gotische kathedraal: een soort encyclopedie in steen waar alles zijn vaste plaats en betekenis heeft. Dat betekent echter niet dat er geen beweging in zijn werken zit. Op een aantal punten is namelijk te herleiden dat Thomas in zijn carrière van mening verandert, zodat de dingen die hij schrijft gelezen moeten worden als het huidige beste antwoord.


Het werk van Thomas van Aquino is subliem in de voorstelling van deze ordening. Thomas ontwierp een rationeel systeem waar alles in paste en waarbij hij logisch en deductief te werk ging. Zijn werk geeft onder meer een beeld van de middeleeuwse kosmologie, met haar bekende elementen: de zeven sferen en zeven planeten, twee of drie hemelen (waarbij het aantal hemelsferen op negen of tien komt), de vier elementen (aarde, water, lucht en vuur), de cirkelvormige beweging van de hemellichamen (die wijst op hun volmaaktheid), de tegenstrijdige beweging van de dingen op de (onvolmaakte) aarde (aarde en water van boven naar beneden, vuur en lucht van beneden naar boven).


Bovenal was Thomas een theoloog met een scherp gevoel voor mysterie. Steeds gaat het in zijn werken om God: alle andere dingen zijn relevant voor zover ze betrekking op God hebben. Daarbij is hij zeer precies in de taal die we voor God gebruiken: wat kunnen we nog wel zeggen, en waar houdt onze kennis op? Tenslotte is Thomas een Bijbels theoloog. De Schrift staat steeds centraal en alle vragen die de tekst van de Bijbel oproept worden zeer serieus bestudeerd. Ook Thomas' grootste werk, zijn "Summa Theologiae", laat zich lezen als een Bijbelse theologie.


Entropie vs. de Informatietheorie

Entropie in de thermodynamica is equivalent met de entropie zoals die in de informatietheorie wordt gebruikt, de zogenaamde Shannon entropie, wanneer je voor de kansen pi de kansverdeling over alle mogelijke quantumtoestanden van het systeem neemt. Deze equivalentie is algemeen geldig en kan zelfs worden gebruikt voor systemen die niet in thermodynamisch evenwicht zijn. Wanneer de entropie wordt uitgedrukt in bits, dan komt dit overeen met de hoeveelheid informatie die nodig is om de precieze microtoestand van het systeem te specificeren.


Hermann Haken

Hermann Haken is een Duitse theoretisch natuurkundige die werkt als professor emeritus aan de universiteit van Stuttgart. Hij is één van de grondleggers van de theorie van synergetica. Zijn eerste onderzoek was op niet-lineaire optica. Zijn onderzoek naar het verbeteren van de laser heeft geleid tot een beter begrip van zelforganisatie van fysische systemen.


Shannon-Weaver-model

Het Shannon-Weaver communicatiemodel wordt de "moeder van alle modellen" genoemd. Sociale wetenschappers gebruiken de term om te verwijzen naar een geïntegreerd model van de concepten van informatiebron, bericht, zender, signaal, kanaal, ruis, ontvanger, informatiebestemming, kans op fouten, codering, decodering, informatietarief, kanaalcapaciteit , enz. Sommigen beschouwen de naam echter als misleidend en beweren dat de belangrijkste ideeën alleen door Shannon zijn ontwikkeld.


In 1948 publiceerde Claude Elwood Shannon een artikel over een wiskundige theorie van communicatie in twee delen in de nummers van juli en oktober van het technisch tijdschrift Bell System. In dit fundamentele werk gebruikte hij instrumenten uit de waarschijnlijkheidstheorie, ontwikkeld door Norbert Wiener, die van toepassing waren op de communicatietheorie. Shannon ontwikkelde informatie-entropie als een maat voor de onzekerheid in een bericht.


Superpositie

Superpositie is in de natuur- en technische wetenschappen het bij elkaar voegen van twee of meer gelijksoortige natuurkundige grootheden. Het woord superpositie komt van het Latijnse super (boven) en positio (plaats, plaatsing).


Voor lineaire systemen geldt dat de respons op de som van twee signalen gelijk is aan de som van de responsen op elk van die signalen afzonderlijk. Dit wordt ook wel het superpositiebeginsel genoemd. Dit principe is een inherente eigenschap van lineaire systemen en geldt dus op alle gebieden waar lineaire vergelijkingen, al dan niet als eerste benadering, een verschijnsel beschrijven, zoals in de natuurkunde, de scheikunde en de technische wetenschappen.


De betekenis van het superpositiebeginsel ligt in de analyse van een lineair systeem waarvan de respons op een basisset inputvariabelen eenvoudig af te leiden is, en een willekeurige inputvariabele een superpositie is van de set basisvariabelen. Belangrijke toepassingsgebieden zijn elektromagnetische golven in de optica en in de elektrotechniek en elektronica, stromen en spanningen in de elektrotechniek en elektronica, krachten in de klassieke mechanica, geluidsgolven in de gas- en vloeistofdynamica, quantumtoestanden in de kwantummechanica, etc.


Von Neumann

John von Neumann, was een Hongaars-Amerikaanse wiskundige, die behalve op vele deelgebieden van de wiskunde, ook in de natuurkunde, computerwetenschappen, informatica en economie zeer belangrijke bijdragen leverde. Hij was onder ander actief in de verzamelingenleer, de functionaalanalyse, de kwantummechanica, de operatorentheorie, de ergodische theorie, de continue meetkunde, economie en speltheorie, informatica, numerieke analyse, hydrodynamica (van explosies) en statistiek.


Na zijn afstuderen kreeg Von Neumann een beurs om zijn postdoctorale werk te doen aan de universiteit van Göttingen, bij David Hilbert. Samen werkten ze aan de wiskundige grondslagen van de kwantumfysica. Ook later werkte Von Neumann aan ditzelfde onderwerp, wat leidde tot de ontwikkeling van de Von Neumann-algebra's, en uiteindelijk in 1955 tot een bewijs van de equivalentie van de Erwin Schrödingers golfmechanica en Werner Heisenbergs matrixmechanica, de twee belangrijkste beschrijvingsmethoden van de kwantummechanica. In 1932 publiceerde hij het boek "The Mathematical Foundations of Quantum Mechanics".


Holografisch universum

Het begrip holografisch universum geeft aan, dat onze fysieke werkelijkheid, inclusief het gehele universum, eigenschappen heeft die aan een hologram doen denken. Het zou een tot op het kleinste detail geprojecteerde werkelijkheid zijn vanuit een bron die buiten onze waarneming en ons voorstellingsvermogen ligt. Over deze bron zijn veel speculaties.


De grond voor dit begrip vinden we in de atoomfysica en in de kwantummechanica. De atoomfysica maakt duidelijk dat onze fysieke werkelijkheid voornamelijk uit leegte bestaat, gevuld met elektronen. De kwantummechanica maakt duidelijk dat elektronen en elementaire deeltjes zich enerzijds als deeltjes en anderzijds als golven voordoen, zoals wordt gedemonstreerd door het twee-spleten-experiment.


Bijzonder bij dit experiment is de rol van de waarnemer. Kort gezegd doen elektronen zich bij observatie door de mens voor als deeltjes en doen ze zich zonder die observatie voor als golven. Deeltjes zijn fysiek waarneembaar en meetbaar; golven zijn dat niet. Ook dit zorgt voor veel speculatie over de aard van onze fysieke werkelijkheid. De waarnemer en hetgeen dat wordt waargenomen lijken onverbrekelijk met elkaar verbonden. In golfvorm spreekt men van kwanta. Deze kwanta ploppen voortdurend in en uit onze realiteit via kwantumfluctuatie; ze lijken voort te komen en terug te keren naar een tot nog toe onbekende toestand.


Thomas Kuhn

Thomas Samuel Kuhn was een Amerikaans natuurkundige en wetenschapsfilosoof. Kuhn is vooral bekend door zijn boek "The Structure of Scientific Revolutions" waarin hij het idee naar voren brengt dat wetenschap niet geleidelijk evolueert maar door paradigmawisselingen sprongsgewijs verandert.


Het belang van de zienswijze van Kuhn, is dat hij niet zozeer naar de rechtvaardiging van wetenschappelijke kennisaanspraken kijkt als de vakfilosofen voor hem, zoals Karl Popper en de logisch positivisten, maar als historicus en socioloog. De wetenschapsfilosofen zoeken naar een logische reconstructie van de processen die een rechtvaardiging en legitimatie aan theorieën kunnen verstrekken in termen van geldigheid of waarheid. Vóór Kuhn hadden anderen er al op gewezen dat de geldigheid van theorieën slechts binnen een context van andere theorieën en experimenten kan worden aangetoond.


Bij Kuhn krijgt deze context een veel bredere sociaal-historische betekenis. Het paradigma verwijst nadrukkelijk naar sociale en psychologische aspecten. Hiermee lijkt de rationaliteit van het wetenschappelijk bedrijf in het geding te komen. Opvolging van wetenschappelijke zienswijzen is dan ook niet de uitkomst van een rationeel, maar van een sociaal proces. Paradigma's sterven uit met hun verdedigers en nieuwe paradigma's ontstaan met nieuwe generaties onderzoekers. Kuhns bijdrage aan de wetenschapstheorie wordt vaak afgezet tegen die van Popper.


Simulatie

Een simulatie is een nabootsing van de werkelijkheid, in veel gevallen met behulp van een model van die werkelijkheid. Een simulatie is een dynamisch proces. Vanuit een gegeven uitgangssituatie, laat een simulatie zien hoe deze situatie verandert en zich ontwikkelt in de loop van de tijd. Het model geeft daarbij als het ware de regels aan volgens welke deze verandering plaatsvindt.


Minkowski-ruimte

In de natuurkunde en de wiskunde is de minkowski-ruimte (of minkowski-ruimtetijd) de ruimtetijd waarin Einsteins speciale relativiteitstheorie is geformuleerd. In deze context worden de drie gewone ruimte-dimensies gecombineerd met één enkele tijd-dimensie tot een vierdimensionale variëteit die de gehele ruimtetijd voorstelt. De minkowski-ruimte is genoemd naar de Duitse wiskundige Hermann Minkowski. Er wordt ook wel gesproken van het minkowski-vacuüm, omdat massa gepaard gaat met kromming van de ruimtetijd, en die is in een minkowski-ruimte niet aan de orde.


Net als de euclidische ruimte is deze ruimte vlak (de krommingstensor is nul), overeenkomend met een ruimte zonder rustmassa of andere energie. Het is daarmee de meest eenvoudige ruimtetijd. De meer volledige beschrijving van de ruimtetijd waarin we leven, welke ook het effect van kromming beschrijft en dus een uitbreiding is van de speciale relativiteitstheorie, wordt beschreven in de algemene relativiteitstheorie.


Volgens de Einstein-vergelijking is de krommingstensor nul in gebieden zonder rustmassa of andere energie. Dit betekent niet dat de ruimte in die gebieden overeenkomt met de minkowski-ruimte, want de massa elders geeft een gravitatie-effect dat neerkomt op een metrische tensor die afwijkt van de minkowski-tensor.






Het tweede boek is "Von der Quantenphysik zum Bewusstsein" van Thomas en Brigitte Görnitz.

Dit boek behandelt de Protyposis en past uitstekend bij de "binnenzijde" van mijn Negenvlak. De theorie laat zien hoe er gelijkheid is tussen Informatie, Energie én Materie. Ook wordt uitgelegd dat er geen verschil is tussen Geest en Materie; de schrijvers komen met de term Uniware. De koppeling tussen beide vindt plaats d.m.v. de Emoties.


Het boek gaat in op de basisprincipes van de Quantentheorie en laat zien welke samenhang er bestaat met het Bewustzijn.



Protyposis

Een op de kosmologie gebaseerde, primair betekenisloze Quanteninformatie. Het is een Quanten-v&oacue;ór-structuur, van waaruit zich voldoende vele Quanten van Materie, van Energie en/of betekenisvolle Informatie vormen kunnen.


Bewustzijn

Quanteninformatie, die zichzelf ervaart en kent en die wezenlijke aspecten van de ervaring als informatie over informatie reflecteren kan, en in ieder geval bij vogels en zoogdieren aanwezig is.


Werner Heisenberg

Werner Karl Heisenberg was een Duitse natuurkundige en een van de grondleggers van de kwantummechanica. De bekende onzekerheidsrelatie van Heisenberg is van hem afkomstig. Daarnaast heeft hij belangrijke bijdragen geleverd aan werk op het gebied van de hydrodynamica van turbulentie, de atoomkern, ferromagnetisme, kosmische straling en elementaire deeltjes en was hij de ontwerper van de eerste naoorlogse kernreactor in Karlsruhe in Duitsland.


Kopenhaagse interpretatie

In Kopenhagen, in samenwerking met Niels Bohr, ontwikkelde Heisenberg in de jaren 20 de zogenaamde "Kopenhaagse interpretatie" van de kwantummechanica. Veel natuurkundigen uit die tijd (meestal al van middelbare leeftijd of nog ouder), onder wie Einstein, hadden grote moeite met de non-deterministische Kopenhaagse interpretatie van de kwantumwereld, maar de experimentele resultaten hebben deze tot nu toe gesteund.


Thomas Kuhn

Kuhn richt zijn kritiek op de grondhouding ten aanzien van de wetenschap in de eerste plaats op de door Popper veronderstelde gestage groei van wetenschappelijke kennis, door er twee soorten van wetenschappelijke bedrijvigheid tegenover te stellen: normale en revolutionaire wetenschap.

Normale wetenschap gaat uit van een verzameling vooronderstellingen of paradigma's die door een wetenschappelijke groep wordt gedeeld en binnen die groep niet (meer) ter discussie staat. Deze paradigma's - wetten, modellen, methoden, schoolvoorbeelden - worden tijdens de opleiding aangeleerd en vormen het onproblematische kader waarbinnen wetenschappelijke vraagstukken snel kunnen worden opgelost, omdat tijdrovende discussies over de geldigheid van de paradigma's achterwege kunnen blijven. Blijven er te veel vraagstukken onopgelost, dan raakt het paradigma in een crisis en komen er alternatieve paradigma's boven tafel. Blijkt een alternatief paradigma succesvoller dan een bestaand, dan betekent dat het verval en de ondergang van een oude en de geboorte van een nieuwe wetenschappelijke school. Er vindt met andere woorden een wetenschappelijke revolutie plaats. De grote voorbeelden van zulke revoluties zijn de overgang van de aristotelische naar de newtoniaanse mechanica en van de newtoniaanse mechanica naar die van Einstein.


Thomas Nagel

Thomas Nagel is een Amerikaans filosoof. Hij is hoogleraar rechten en filosofie aan de New York University. Zijn publicaties gaan vooral over de filosofie van de geest, politieke filosofie en de ethiek. Hij is vooral bekend in de filosofie vanwege zijn kritiek op het reductionisme, met name in zijn artikel "What is it like to be a bat?" (1974). Hij betoogt dat de subjectieve ervaring of het bewustzijn niet kan worden gemeten door middel van de objectieve methoden van de moderne wetenschap. Daarnaast is hij ook bekend voor zijn bijdragen aan discussies rond deontologische en liberale morele en politieke theorieën. Dit komt met name naar voor in zijn werk "The Possibility of Altruism" (1970). Het hoofdthema in zijn gehele werk is de confrontatie tussen enerzijds het objectieve standpunt (onpersoonlijk en extern) en anderzijds het subjectieve standpunt (persoonlijk en intern), en de problemen die hieruit voortvloeien in de filosofie.


Roger Penrose

Roger Penrose is een Brits wis- en natuurkundige. Hij ontwikkelde samen met Stuart Hameroff een bewustzijnstheorie. Deze door hen "Orchestrated Objective Reduction" (Orch-OR) of kortweg kwantumbewustzijn genoemde theorie heeft als grondslag het idee dat met anesthesie het bewustzijn wordt uitgeschakeld. Het begrijpen van de werking ervan zal, aldus deze wetenschappers, leiden tot het begrijpen van het bewustzijn. Volgens Hameroff veroorzaken de toegediende gassen structurele veranderingen in de tubuline-eiwitten die de cilindrische polymeren van de microtubuli vormen en die op hun beurt het cytoskelet in de zenuwcel vormen. Het bewustzijn zou worden ontregeld door het aan banden leggen van de beweeglijkheid van de elektronen binnen deze eiwitmoleculen.


Volgens Penrose en Hameroff is de opbouwlocatie van het "kwantumbewustzijnspotentieel" de microtubulus, een circulatiesysteem (onderdeel van de cilia: dunne haarachtige uitsteeksels van de cellen) waarvan er honderden per neuron, in alle neuronen, aanwezig zijn, en die in staat zijn informatie te verwerken. De Orch-OR gaat uit van kwantumprocessen in deze microtubuli.


De tubuline-eiwitten in de microtubuli kennen twee 3D-configuraties elektronen die zich gedragen als golven of als deeltje, die in superpositie zouden kunnen voorkomen (de gelijktijdige aanwezigheid van verschillende staten of posities). Door wisselwerking tussen de tubuline-eiwitten en spreiding van kwantumstaten (als biologische "kwantum bits" of "Qubit", oftewel 1 en/of 0 positie) over zenuwnetwerken, zouden de hersenen gelijken op een kwantumcomputer, dat door middel van kwantumspincoherentie non-lokaal informatie uitwisselt met bewustzijn, dat zij alsnog buiten de hersenen situeren.


Eric Kandel

Eric Richard Kandel is een Amerikaanse psychiater en neurowetenschapper, die gedurende een groot deel van zijn carrière als hoogleraar Biochemie en Biofysica was verbonden aan de Columbia-universiteit in New York. Hij werd internationaal bekend toen hij in 2000 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde ontving voor zijn onderzoek naar de werking van het geheugen op moleculair niveau.


Kandel deed onderzoek naar de werking van het geheugen en hij toonde aan dat geheugenfuncties op het niveau van de synaps tussen zenuwcellen van de hippocampus plaatsvindt. Voor zijn onderzoek maakte hij gebruik van de zeehaas (Aplysia californica), een weekdier met "eenvoudig" en geheel in kaart gebracht zenuwstelsel. Hiermee wist hij in een diermodel gedragsmatig verschillende gedefinieerde vormen van leren (habilitatie, sensitisatie en klassieke conditionering) te relateren aan subcellulaire en intercellulaire signaaloverdracht.


Hans Christian Ørsted

Hans Christian Ørsted was een Deense natuurkundige en scheikundige en navolger van Immanuel Kant. In april 1820 ontdekte Ørsted het verband tussen elektriciteit en magnetisme, dat hij met een zeer simpel experiment aantoonde. Hij demonstreerde hoe een draad waardoor een elektrische stroom loopt, in staat is om een uitwijking te veroorzaken van de naald in een kompas. Hij was echter niet in staat een voldoende verklaring voor het fenomeen te geven, noch probeerde hij een wiskundig model op te stellen voor het verschijnsel.


James Clerk Maxwell

James Clerk Maxwell was een Schots wis- en natuurkundige. Naar hem zijn de vier Maxwell-vergelijkingen genoemd. Op deze grondvergelijkingen is de hele klassieke elektromagnetische theorie gebouwd. Met Albert Einstein en Isaac Newton wordt hij tot de grootste natuurkundigen gerekend.


Het leven en werk van James Maxwell zijn voor een zeer belangrijk deel bepaald door zijn christelijke wereldvisie. Zijn toegewijd gelovige moeder gaf hem naast regulier onderwijs ook studie van de Bijbelse waarheden. Zij leerde hem om Gods hand te zien in de schoonheid van de natuur. Deze overtuiging dat er volledige harmonie is tussen wetenschappelijk onderzoek en de Bijbel had een grote invloed op het leven en werk van Maxwell. In april 1853 bekeerde hij zich tot het evangelische christendom.

Maxwells intellectuele begrip van het christelijke geloof groeide aanzienlijk tijdens zijn jaren aan de Cambridge universiteit. In een essay dat hij schreef gaf hij duidelijk blijk van zijn rotsvaste overtuiging dat de schepping in alles wijst naar de Bijbelse waarheid.


Maxwells grootste verdienste ligt in zijn ontdekkingen op het gebied van elektromagnetisme en elektromagnetische golven. Michael Faraday had veel experimenteel werk gedaan aan inductie, en had de dynamo uitgevonden. Hij opperde het idee dat elektrische en magnetische velden zich door de vrije ruimte konden uitbreiden. Faraday had echter grotere kwaliteiten als experimentator dan als theoreticus. Maxwell bleek in staat om Faradays theorie wiskundig uit te werken.


Heinrich Hertz

Heinrich Rudolf Hertz was een Duits natuurkundige die vooral bekend werd vanwege de ontdekking van radiogolven. Naar hem is de SI-eenheid van frequentie, de hertz, genoemd.

Zijn ontdekking van elektromagnetische golven vormde een directe bevestiging van Maxwells theorie. In 1890 werd hij hiervoor onderscheiden met de Rumford Medal van de Royal Society of London. Zoals zoveel wetenschappers uit die tijd zag ook Hertz geen praktische toepassing voor zijn ontdekking.


Fotonen

Fotonen ("lichtdeeltjes") zijn een verschijningsvorm van elektromagnetische straling. Afhankelijk van de gebruikte meetopstelling zal straling (een vorm van energie) zich voordoen als golven of als een stroom van massaloze deeltjes, de fotonen. Ze worden soms aangeduid met het symbool γ (de derde Griekse letter gamma).


Licht is elektromagnetische straling in een frequentiebereik dat door bepaalde cellen in onze ogen waargenomen kan worden. Licht bestaat uit fotonen. Het kan een golfkarakter en tegelijkertijd een deeltjeskarakter aannemen. Dit valt vervolgens te benaderen met de onzekerheidsrelatie van Heisenberg.


Fotonen kunnen binnen een atoom ontstaan wanneer een elektron naar een lagere energietoestand terugvalt en de vrijkomende energie uitzendt in de vorm van een foton. Fotonen kunnen ook opgewekt worden bij processen in de atoomkern, zoals het terugvallen van een kern uit een aangeslagen toestand naar een lagere energietoestand, kernsplijting en kernfusie. Ook bij de wisselwerking tussen elementaire deeltjes of het spontane verval van één elementair deeltje naar een ander kunnen fotonen vrijkomen. Wanneer een elementair deeltje en zijn antideeltje botsen, kan alle massa worden omgezet in een energierijk foton (en omgekeerd). Elk elektromagnetisch veld dat in sterkte varieert, produceert ook elektromagnetische straling (en dus fotonen).


Lichtdeeltjes bewegen zich met de lichtsnelheid (c), die in een vacuüm exact 299.792.458 meter per seconde bedraagt. Uit de speciale relativiteitstheorie volgt dat een deeltje met een rustmassa groter dan 0 nooit de lichtsnelheid kan bereiken. Een lichtdeeltje heeft dan ook geen rustmassa. Een lichtdeeltje vervalt niet en is dus volkomen stabiel. Volgens de speciale relativiteitstheorie staat de lokale tijd van een lichtdeeltje stil, dus een lichtdeeltje krijgt niet de tijd om uiteen te vallen, zelfs als het een eindige levensduur had.


Hans Berger

Hans Berger was een Duitse psychiater en neurowetenschapper. Hij is bekend geworden doordat hij de eerste was die een elektro-encefalogram van mensen maakte. Hij is tevens de ontdekker van de type-alfa-hersengolven.

Berger had vele interesses op het gebied van neurologisch onderzoek, waaronder psychofysiologie en hersentemperatuur. Zijn grootste bijdrage aan de neurologie was de studie naar elektrische activiteit van het menselijk brein en de ontwikkeling van elektro-encefalografie, waarbij hij verderging met het onderzoek dat Richard Caton (1842-1926) al daarvoor had gedaan op dieren. In 1924 maakte Berger het eerste elektro-encefalogram van een man. Hiervan gebruikmakend was hij ook de eerste die de verschillende golven en ritmes beschreef die aanwezig waren in de hersenen, zoals de alfa-hersengolven. Berger bestudeerde en beschreef ook als eerste de verschillen tussen elektro-encefalogrammen gemaakt van mensen met ziektes zoals epilepsie.


Qubit

Een Qubit (ook: kwantumbit of quantum bit) is een eenheid van kwantuminformatie. Die informatie wordt beschreven door een toestand in een kwantummechanisch systeem met twee niveaus, dat formeel equivalent is aan een tweedimensionale vectorruimte over de complexe getallen. De twee basistoestanden (of vectorruimtes) worden gewoonlijk geschreven als |0> en |1> (uitspraak: 'ket 0' en 'ket 1'), volgens de gebruikelijke bra-ketnotatie voor kwantumtoestanden.

Een Qubit kan dus worden gezien als een kwantummechanische versie van een klassieke databit.



De mogelijke toestanden van een Qubit worden door de grijze pijlen gerepresenteerd. Elke toestand is hierbij even waarschijnlijk, wat te zien is aan de lengte van de grijze pijlen.

Wordt nu een meting aan dit Qubit gedaan, gerepresenteerd door de rode pijl, dan wordt ineens alles anders. Van de oneindig mogelijke toestanden blijft er nu nog maar één over. De lengte van de blauwe pijlen is een maat voor de waarschijnlijkheid dat een betreffende toestand optreedt. De lengte van de zwarte pijl is altijd nul, maar dat kan niet getekend worden, en wordt hier gerepresenteerd door een gestreepte lijn.



Kwantumverstrengeling

Kwantumverstrengeling is een fenomeen uit de kwantummechanica waarbij twee of meer natuurkundige objecten zodanig verbonden zijn, dat het ene object niet meer volledig beschreven kan worden zonder het andere specifiek te noemen - ook al zijn de beide objecten ruimtelijk gescheiden ("non-lokaal").

Omdat kwantummechanische deeltjes zich tegelijkertijd in meerdere meetbare toestanden kunnen bevinden, zolang er nog niet gemeten wordt, betekent de verstrengeling dat er een correlatie zal zijn tussen metingen aan de deeltjes. Dit doet denken aan de klassieke "gemeenschappelijke oorzaak"-correlatie die kan bestaan, met dit verschil dat de verstrengeling bij kwantummechanische systemen kan gaan over een superpositie van schijnbaar tegenstrijdige toestanden. Dit verband gaat dus verder dan in de klassieke natuurkunde mogelijk is.


John Searle

John Rogers Searle is een Amerikaans filosoof en hoogleraar aan de Universiteit van Californië in Berkeley. Hij is vooral bekend van zijn bijdragen aan de taalfilosofie en de filosofie van de geest, en zijn bijdrage aan het concept van "sociale realiteit". Hij wordt beschouwd als een van de toonaangevende taalfilosofen uit de twintigste eeuw, en wordt geplaatst in de stroming van de Ordinary language philosophy.

Karakteristiek aan zijn denken is de toegankelijkheid en de helderheid van argumentatie. Zijn denken blijft doorgaans ook binnen de kaders van wat wordt aanvaard door het gezond verstand. Searle heeft zich altijd tot een breed publiek gericht, en zich uitgesproken over een breed scala aan filosofische onderwerpen. Zijn filosofie is uiteindelijk een samenhangend geheel van doctrines over taal, geest en de sociale wereld.


Antonio Damasio

António Rosa Damásio is een Portugees neuroloog en schrijver die al tientallen jaren in de VS woont en werkt, en die vooral bekend is geworden door zijn boek "Descartes' Error: Emotion, Reason, and the Human Brain" waarin hij de biologische basis van de werking van de hersenen onder de loep neemt.


Volgens Damásio is het bewustzijn een toestand waarin men kennis heeft van het eigen bestaan en dat van de omgeving. Het is een exclusieve kijk, of perspectief op het eigen organisme, dat niet toegankelijk is voor anderen. De toestand van het bewustzijn is niet hetzelfde als louter "wakker zijn"; het laatste is eerder een voorwaarde voor het zelfbewustzijn. Binnen het proces van de evolutie hebben het zelfbewustzijn en gerelateerde processen als nadenken, zelfreflectie etc. vermoedelijk een voordeel betekend in de strijd om te overleven. Het bewustzijn als beleving van het zelf komt in het brein tot stand in de vorm van beelden van objecten en gevoelens. Damásio noemt dit een "protozelf". Het protozelf is niet hetzelfde als een homunculus (mannetje in het hoofd) maar een verzameling van patronen of kaarten ("maps") van activiteiten in de hersenen waarin waarneming van externe prikkels (indrukken uit omgeving) en interne prikkels (beleving van innerlijke lichamelijke processen) worden geïntegreerd. Hierbij werken gebieden in de hersenstam samen met gebieden in de cortex cerebri zoals de insula, de cortex cingularis anterior , de tastgebieden en de frontale oogvelden.


Richard Feynman

Richard Phillips Feynman was een Amerikaans natuurkundige en Nobelprijswinnaar.

Een succesvol werk van Feynman is het boek QED. Behalve voor "quod erat demonstrandum" staat dat voor quantum electrodynamics (kwantumelektrodynamica). Zo heet de theorie over het gedrag van geladen deeltjes waarmee Feynman zijn Nobelprijs verdiende. De grap van Feynmans versie van deze theorie is, dat hij van een deeltje de baan berekende door oneindig veel versies van het deeltje alle kanten op te laten gaan. Elk deeltje in deze spookachtige meute gedraagt zich als een golf – en golven kunnen elkaar uitdoven. Als je uitrekent hoe het met deze golven afloopt, dan blijkt doorgaans dat ze elkaar overal in de ruimte nagenoeg uitdoven behalve in een relatief klein gebied: het meest waarschijnlijke pad van het eigenlijke, fysieke deeltje. Maar overal waar de uitdoving van golven niet volledig is – en dat is bijna overal – is nog een heel kleine kans om het betreffende deeltje te vinden. Deze theorie voorspelt verschijnselen met een ongeëvenaarde nauwkeurigheid; tien significante cijfers is geen uitzondering.


Het bijzondere van de QED is dus dat deeltjes zich voortdurend bewust lijken van de omstandigheden in de ruimte om hen heen. Een mogelijk pad heeft invloed op de lotgevallen van het deeltje, alleen door er te zijn.


Feynman noteert het totale effect van alle mogelijke tijdsevoluties van het systeem ("paden") met het wiskundige integraalsymbool. Hij heeft beschreven hoe met dergelijke padintegralen een consistente herformulering van de kwantummechanica mogelijk is. De padintegralen van Feynman hebben ook aanleiding gegeven tot veel wiskundig onderzoek. Het is historisch interessant dat Feynman zijn padintegralen ongeveer gelijktijdig uitvond met de ontwikkeling van de functionaal-integratie door Norbert Wiener met betrekking tot de Brownse beweging, naar verluidt zonder dat beide geleerden aanvankelijk van elkaars werk op de hoogte waren. Het later gepubliceerde Feynman-Kac-formalisme toont het verband tussen beide theorieën.


Qualia

Qualia (enkelvoud "quale") zijn kwalitatieve eigenschappen van de waarneming, zoals smaak en kleur. In het debat van de filosofie van de geest spelen qualia een belangrijke rol.


In de zienswijze van het dualisme zijn bewustzijn en hersenen gescheiden entiteiten. Ook qualia zoals de waarneming van de kleur rood of mijn persoonlijke herinnering aan een vroegere vakantie zouden niet tot hersenfuncties te herleiden zijn. Dualisme is derhalve niet verenigbaar met een neurofysiologische verklaring van het bewustzijn.

Veel neurowetenschappers menen echter dat de voortschrijdende kennis van hersenfuncties op den duur zal leiden tot een scherper inzicht in de aard van bewustzijnsverschijnselen.


Bindingsprobleem

Het bindingprobleem is de vraag hoe in onze hersenen allerlei afzonderlijke details van objecten die wij waarnemen, worden gebundeld tot een geheel. Bij het waarnemen van een rode auto zien wij bijvoorbeeld niet allerlei losse details of onderdelen (waaruit de auto is samengesteld) maar een compleet bewegend object. Binding is een centraal en nog onopgelost probleem voor de theorie van de waarneming en theorie van het bewustzijn.


Het is bekend dat verwerking van informatie uit de buitenwereld plaatsvindt in aparte gespecialiseerde gebiedjes van de hersenen. Bij het waarnemen van een schilderij wordt bijvoorbeeld het complexe ruwe beeld in onze hersenen uiteengerafeld in allerlei afzonderlijke kenmerken, zoals vorm, grootte, kleurnuances, e.d. Vervolgens worden deze afzonderlijke informatiestromen parallel (ongeveer gelijktijdig) in specifieke gebiedjes van de visuele cortex geanalyseerd. De vraag rijst dan hoe deze informatie weer wordt samengevoegd in de (ongedeelde) bewuste waarneming van het totale object of tafereel. Bij waarneming waarbij verschillende zintuigen (horen, zien, tast) zijn betrokken, moet informatie van verschillende zintuigen worden samengevoegd.


Symbool

Een symbool is een teken waarbij geen natuurlijke relatie bestaat tussen de representatie van het teken en de betekenis die ermee wordt uitgedrukt.


Een symbool is een betekenisdrager; het heeft enerzijds een vorm of representatie, en anderzijds een betekenis. De betekenis van een symbool is conventioneel; zij berust meestal op afspraken die de gebruikers van het symbool of (zoals in de taal) de gebruikers van het systeem waar het symbool deel van uitmaakt ooit hebben gemaakt. De semiotiek onderscheidt naast het symbool twee andere soorten tekens: de index en het icoon.


Symbolen worden gebruikt in vrijwel alle wetenschappen zoals de wiskunde, de logica en de natuur- en scheikunde, om te streven naar eenvoud en zo veel mogelijk ondubbelzinnigheid in de uitspraken; er worden, dikwijls na verhitte debatten, nauwkeurige afspraken gemaakt over hun betekenis, zodat later zo precies mogelijk gepraat kan worden over de begrippen die in de betreffende wetenschap worden bestudeerd.


De cultuur wordt ook wel gezien als een groot symbolenspel waar religie, kunst, wetenschappelijke en filosofische kennis alsmede economische verschijnselen deel van uitmaken. Maar wellicht vinden we een van de meest complexe en tegelijkertijd meest gebruikte vorm van symbolen terug in de gesproken en geschreven taal.


Emotie

Een emotie wordt vaak omgeschreven als een innerlijke beleving of gevoel van bijvoorbeeld vreugde, angst, boosheid, verdriet dat door een bepaalde situatie wordt opgeroepen of spontaan kan optreden. Emoties gaan echter niet alleen met subjectieve gevoelens, maar ook met lichamelijke reacties en bepaalde expressies in het gedrag gepaard. In biologische zin kan men een emotie ook definiëren als een reactie van onze hersenen op een affectieve prikkel. Dit komt zowel bij mensen als dieren vrijwel automatisch tot uiting in een bepaald patroon van gedrag (bijvoorbeeld vluchten of toenadering) en fysiologische reacties.


Emoticon

Emoticons zijn weergaven van emoties door middel van een afbeelding, een teken of een combinatie van lees- en lettertekens. Voor vrijwel alle emoties is inmiddels wel een icoon beschikbaar.

Positieve emoties zijn bijvoorbeeld: Blij, Rustig, Veilig, Vertrouwd, Geaccepteerd, Geliefd, Ontspannen, Vredig, Energiek, Vrolijk, Enthousiast, Tevreden, Sterk, Zelfverzekerd, Onbezorgd, Verbonden, Comfortabel, Competent, Behaaglijk, Dankbaar, Trots, Waardevol, Plezierig, Hoopvol.

Negatieve emoties zijn bijvoorbeeld: Boos, Verlegen, Gespannen, Verdrietig ,Zwak, Bedreigd, Bang, Jaloers, Paniekerig, Gejaagd, Ontevreden, Onzeker, Schaamtevol, Gekwetst, Gebruikt, Verraden, Afgewezen, Benauwd, Woedend, Gefrustreerd, Vernederd, Vijandig, Afhankelijk, Verloren, Ongeduldig, Verveeld, Nutteloos.


Representatie

Representatie is een term uit de cognitieve psychologie en neurowetenschap, waarmee een code of symbool voor opslag van kennis van de buitenwereld in de hersenen wordt bedoeld.

Voor de neurowetenschap is vooral de vraag actueel hoe representaties in de hersenen zijn opgeslagen. Hoe worden beelden of bewegingen in zenuwcellen gecodeerd? Hierover bestaan globaal gezien twee opvattingen, aangeduid als lokale codering en ensemblecodering.


Lokale codering wil zeggen dat kennis in een enkele zenuwcel, of klein gebiedje van identieke zenuwcellen in de hersenen is vastgelegd.

Ensemblecodering wil zeggen dat de voorstelling van een complex object, zoals een hand of een gezicht, in een hele populatie of ensemble van zenuwcellen is opgeslagen.


Transcriptie

Transcriptie is in de genetica het proces dat van het DNA van een gen een complementaire kopie maakt bestaande uit enkelstrengs messenger-RNA (mRNA). Transcriptie vindt plaats in alle organismen, maar werkt niet bij alle organismen precies hetzelfde. Thymine (T) van het DNA wordt adenine (A) bij het RNA, adenine van het DNA wordt uracil bij het RNA, cytosine (C) van het DNA wordt guanine (G) bij het RNA en guanine bij het DNA wordt cytosine bij het RNA.


Junk-DNA

Junk-DNA is de naam voor stukken DNA in het genoom die geen bekende functie hebben. De naam is achterhaald, omdat veel van de stukken DNA die als "junk" werden beschouwd, toch bepaalde functies blijken te hebben.

Ongeveer 95% van het menselijk genoom wordt beschouwd als "junk-DNA", waaronder ook introns vallen. Nog geen 2% van het DNA van de mens codeert voor eiwitmakende genen. Bij aanvankelijk gebrek aan inzicht in de functie van de rest van het DNA is de term 'junk' (afval, rommel) DNA gekozen, al prefereren sommigen de term "niet-coderend".


Leren

Leren is het verwerven van nieuwe of het aanpassen van bestaande kennis, gedrag, vaardigheden of waarden en kan synthetiseren van verschillende soorten informatie inhouden.

In de psychologie wordt leren gedefinieerd als het verwerven (= opslaan in de hersenen) van nieuwe kennis. Het verwerven van nieuwe kennis wordt ook wel aangeduid als geheugen. Leerprocessen hebben grote invloed op de manier waarop mensen denken, voelen, waarnemen en zich gedragen. Zij zijn gebaseerd op fysieke veranderingen in de eigenschap van de hersenen, en de circuits in de hersenen die gebruikt worden bij het waarnemen, bewegen, denken en plannen van ons gedrag.


Herinnering

Een herinnering, is een ervaring uit het verleden die in het geheugen is opgeslagen, en die men zich voor de geest kan roepen. Hoe ervaring of kennis in het langetermijngeheugen wordt opgeslagen en weer kan worden teruggezocht, is onderwerp van studie in de zowel de cognitieve psychologie als cognitieve neurowetenschap. Herinneringen vormen het bewustzijn, en vormen als zodanig een onderdeel van het declaratief geheugen. Herinneringen zijn niet altijd betrouwbaar.


Neurofeedback

Neurofeedback (NFB), ook wel neurotherapie, neurobiofeedback of EEG-biofeedback (EEGBF) genoemd, is een therapie waarbij de hersengolfactiviteit wordt omgezet in beelden, geluiden of trillingen. Met behulp van deze "feedback" zou men via operante conditionering de eigen hersenactiviteit kunnen beïnvloeden. Bepaalde soorten hersengolven hangen namelijk rechtstreeks samen met bepaalde hersenactiviteiten. Zo blijken de trage corticale golven, ofwel de slow cortical potentials (SCP), verband te houden met slaap en ontspanning, terwijl de snellere bètagolven juist duiden op concentratie. De bedoeling van neurofeedback is om de golven die met een bepaalde klacht verband houden te onderdrukken en de golven die de klacht verminderen juist te versterken.


Psychosomatiek

Psychosomatiek of psychosomatische geneeskunde is een medisch gebied dat zich bezighoudt met de ziektebeelden die zich vooral lichamelijk manifesteren, maar waarbij psychische factoren een duidelijke factor zijn. Het betreft vooral aandoeningen die in de ICD-10 zijn opgenomen in het hoofdstuk Neurotische stoornissen, stress-gebonden stoornissen en somatoforme stoornissen (tegenwoordig ook wel psychofysiologische aandoeningen genoemd). Het woord psychosomatisch komt van de Oud-Griekse woorden psuchè wat "geest" betekent en soma wat "lichaam" betekent.   (werking van de psyche op het lichaam en de aanname dat de Psyche een realiteit is)


Vrije wil

De vrije wil wordt meestal gedefinieerd als het vermogen van rationeel handelende personen om controle uit te oefenen over eigen daden en beslissingen. Om antwoord te kunnen geven op de vraag of dit vermogen werkelijk bestaat, moet worden nagegaan wat het verband is tussen vrijheid en oorzakelijkheid en dient het al dan niet deterministische karakter van de natuurwetten onderzocht te worden.


De twee uitgesproken tegengestelde posities binnen dit debat zijn enerzijds het metafysisch libertarisme, dat betoogt dat het determinisme fout is en dat vrije wil dus bestaat (of op z'n minst mogelijk is) en anderzijds het harde determinisme dat stelt dat determinisme wel waar is en vrije wil dus niet bestaat. Beide posities worden dan ook beschouwd als incompatibele (lastig verenigbare) opvattingen. Daartegenover staat dan weer de compatibele opvatting dat determinisme misschien wel bestaat, maar de vrije wil daarmee niet uitgesloten is. Beide zijn dus compatibel, en kunnen naast elkaar bestaan.


De vraag naar het bestaan van vrije wil is een klassieke vraag binnen de filosofie van de geest. Breder heeft het ook theologische, ethische en wetenschappelijke implicaties. Op het gebied van de religie kan het bijvoorbeeld impliceren dat een alvermogende godheid geen macht uitoefent over de wil en keuzes van de mens. In de ethiek kan het betekenen dat individuen voor hun daden moreel verantwoordelijk gehouden kunnen worden. En op wetenschappelijk gebied kan het de vraag inhouden of het doen en denken van de mens afhangt van fysieke oorzaken, zoals o.a. de werking van functies en mechanismen in de menselijke hersenen.


Toeval

Men spreekt van toeval als een gebeurtenis plaatsvindt waarvoor geen doeloorzaak te vinden is. Toeval is een vorm van het ruimere begrip "onbepaalde oorzaak", waaronder wordt verstaan iedere gebeurtenis die onbedoeld, ongericht of ongestructureerd het plaatsvinden van een andere gebeurtenis bepaalt.

Het woord toeval, in de betekenis zoals hier beschreven, kwam pas in de 17e eeuw algemeen in gebruik en wordt door taalkundigen beschouwd als afkomstig van het Latijnse accidens.


De theorie dat toeval niet bestaat, met andere woorden, dat alle gebeurtenissen van tevoren volledig bepaald en dus volledig voorspelbaar zijn (het determinisme, het beroemdst geformuleerd door Laplace) heeft lange tijd de grootste schare volgelingen gekend in zowel de filosofie als de natuurkunde. In de theologie is er voortdurend strijd tussen de stelling dat God alles heeft voorbestemd (predestinatie) en de stelling dat God de mens een vrije wil heeft gegeven om te kunnen kiezen tussen goed en kwaad.


Goed en kwaad

Het begrip goed en kwaad verwoordt doorgaans een tegenstelling of spanning die in vele religies, filosofieën, mythen en andere verhalen wordt aangetroffen. In de wetenschap worden de begrippen goed en kwaad in verschillende disciplines en vanuit verschillende invalshoeken bekeken: de ethiek (een tak van de filosofie) bestudeert het verband en het onderscheid tussen goed en kwaad, de psychologie onderzoekt het gedrag en de redenen van mensen die voor het goede of het kwade kiezen, binnen de medische wetenschap wordt onder andere naar biologische verbanden met deze begrippen gezocht en de theologie richt zich op mogelijke manieren van ermee omgaan. Er bestaan verschillende filosofieën om het onderscheid tussen goed en kwaad te kunnen maken, zoals het utilitarisme en consequentialisme.


In de filosofie staat het goede voor al datgene wat met instemming wordt begroet, dus positief geëvalueerd. Een moeilijkheid is dat hierbij de taal een rol speelt die de vraag naar wat goed is, al snel versluiert. Zo kan worden gezegd dat het goede datgene is wat wordt goedgekeurd, maar daarmee ontstaat geen verklaring; het begrip goed wordt dan immers met "goed" omschreven, hetgeen niets verduidelijkt.


In de oudheid en tot in de middeleeuwen namen vele filosofen het standpunt in dat het goede gelijk moest worden gesteld aan alles wat werkelijk bestond. Modernere opvattingen zijn dat het goede slechts onderdeel uitmaakt van de werkelijkheid, of dat het datgene is wat het belang van de mens dient, of datgene waarbij de mens zich wel bevindt.


Het kwade is in de filosofie alles wat negatief wordt geëvalueerd. Er valt te onderscheiden naar het morele kwaad, dat door mensen wordt aangericht. Voorbeelden zijn oorlog of verraad. Daarnaast is er het natuurlijke kwaad, dat de menselijke macht te boven gaat: natuurrampen, de dood.


Vrijheid

Vrijheid in de filosofie van de geest is een concept rond kernvragen als: Bestaat menselijke vrijheid en zo ja, wat is het dan precies? En waartoe is de mens dan vrij? Het antwoord op deze vragen is hecht verbonden met iemands visie op de geest. Want is onze geest niet alleen maar een bepaald aspect van de materie?


Volgens sommige neurowetenschappers zijn wij niets dan onze hersenprocessen. In de filosofie is dit al lange tijd de dominante visie: psychische processen ziet men als hersenprocessen, net als bliksem elektrische ontlading is. Deze filosofische stroming noemt men fysicalisme. Als fysicalisme waar is, is vrijheid een illusie. Wat je ook doet, je doet het door de neurobiologische keten van oorzaak en gevolg in je hersenen.


Zowel in de neurowetenschap als in de filosofie gelden dualistische voorstellingen van het mens-zijn voor velen als passé. Als er al sprake is van zoiets als een menselijke geest, dan is die geest een aspect van de materie. Vergelijk het met kleuren: zoals "geel" altijd een aspect is van een bepaald oppervlak, bijvoorbeeld van een herfstblad, en zonder een oppervlak moeilijk denkbaar is, zo is geest ook niet mogelijk zonder brein, zonder ministroompjes in hersencellen. Tegenover het dualisme dat stelt dat er sprake is van twee substanties, lichaam en geest, stelt het fysicalisme dus dat er maar één substantie bestaat, namelijk materie. Die materie geeft men op de een of andere manier dan wel twee "gezichten": mind and body. Andere veel gebruikte namen voor deze stroming zijn monisme of materialisme.


Feiten

Een feit is een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat, ofwel zintuiglijk kan worden waargenomen of instrumenteel gemeten.


Een feit moet met objectieve waarnemingen vastgesteld en getoetst kunnen . Echter, het doen van de waarneming is subjectief en afhankelijk van persoonsgebonden factoren, zoals perspectief, voorkeur, nauwkeurigheid, tijdigheid, compleetheid en omstandigheden.


Max Planck

Hij verrichtte onderzoek naar de wetten van de thermodynamica en de uitstraling van energie door zwarte lichamen (black body radiation) en zocht naar de oplossing voor het probleem waar de klassieke natuurkunde niet uit kwam: hoe luidt de formule die het continue energieverloop beschrijft van een energie-uitstralend lichaam. Het was al bekend dat de golflengte van elektromagnetische straling korter wordt naarmate de temperatuur van het lichaam stijgt.


Zijn onderzoekingen brachten Planck er in 1900 toe de klassieke Newtoniaanse principes te verwerpen en een heel nieuw principe te introduceren, wat uiteindelijk resulteerde in de kwantumtheorie.


Plancks theorie komt erop neer dat energie wordt uitgestraald in kleine "pakketjes" of eenheden, die hij kwanta noemde, meervoud van het Latijnse quantum, dat "hoeveelheid" betekent. Zijn idee was daarbij dat de hoeveelheid kwantumenergie en de hoeveelheid fotonen afhing van de golflengte van die straling: hoe korter de straling, hoe groter de energie per kwantum. De relatie tussen de frequentie v (aantal golven per seconde), de golflengte en de energie E per kwantum legde hij vast in de vergelijking, waarbij de Constante van Planck voorstelt:   E = ℏ * v


Op Plancks grafsteen staat de waarde van ingebeiteld: 6,626 × 10−27 erg seconde, wat gelijk is aan 6,626 × 10−34 Js. Met Plancks theorie kon ook worden vastgesteld dat een kwantum van violet licht tweemaal zoveel energie bevatte als een kwantum van rood licht en dat het dus meer energie zou kosten om violette kwanta te produceren dan rode kwanta. Met de kwantumtheorie lukte het om één nette, het hele spectrum omvattende formule te vinden voor uitstraling van energie door zwarte lichamen.


Albert Einstein

Albert Einstein was een Duits-Zwitsers-Amerikaanse theoretisch natuurkundige van Joodse afkomst.

Hij wordt algemeen gezien als een van de belangrijkste natuurkundigen uit de geschiedenis, naast Isaac Newton en James Clerk Maxwell.


Einsteins vierde artikel uit 1905 gaat over het verband tussen de traagheid van een voorwerp en zijn energie-inhoud en is een gevolg van de speciale relativiteitstheorie. Massa en energie blijken in elkaar uit te drukken volgens de bekende formule  E = mc2. Kleine beetjes massa (m) kunnen worden omgezet in enorme hoeveelheden energie (E) dankzij de vermenigvuldiging in de formule met het kwadraat van de lichtsnelheid c.


Quanten-informatie

Massa en Energie zijn equivalent. We kunnen dus ook alleen van energie spreken. We kunnen bovenstaande formules dus ook herschrijven met aantallen Qubits (N):


E = N * ℏ / tkosmos * 12 π2


Met andere woorden: Materie en Energie zijn geconcentreerde Quanten-informatie!

(hierbij kan een elektron gevormd worden uit 1030 Qubits en een proton uit 1041 Qubits)


Welke soorten Quanten zijn er? Het is zinvol om de Quantenstructuren in 3 klassen onder te brengen:

  1. Quanten met een rustmassa. Hiertoe beheren de Elektronen, Protonen en Neutronen.
  2. Quanten zonder rustmassa, zoals de fotonen van het licht. Deze bewegen altijd met de snelheid van het licht.
  3. Structuurquanten. Hiertoe behoren bijvoorbeeld fotonen, golfquanten en de quarks, de gluonen en tenslotte de Quantenbits (Qubits). Structuurquanten bestaan en werken. Ze kunnen echter niet als zelfstandige objecten voorkomen en hebben dus een drager nodig om zich in de Ruimtetijd te kunnen manifesteren.


Atoom

Een atoom is van ieder scheikundig element de kleinste bouwsteen met de chemische eigenschappen van het element. Vrijwel alle scheikundige en natuurkundige eigenschappen van de op aarde voorkomende materie zijn gekoppeld aan de eigenschappen van atomen. Het atoom is daarom een sleutelbegrip in deze beide wetenschappen.


Een atoom bestaat uit subatomaire deeltjes: een uiterst kleine, positief geladen atoomkern, die is opgebouwd uit protonen, positief geladen deeltjes, en neutronen (niet geladen), met daaromheen een wolk van elektronen, die negatief geladen zijn. De elektronenwolk blijft rondom de kern zitten door de elektrische aantrekking tussen de positief geladen kern en de negatief geladen elektronen, kernbinding genoemd.


Quarks

Quarks zijn elementaire deeltjes, of specifieker subatomaire deeltjes, die de bouwstenen vormen van hadronen.


Er bestaan zes soorten quarks: voor elke "generatie" van elementaire deeltjes een paar. De drie paren worden aangeduid door de Engelse namen up en down; charm en strange; top en bottom. Het eerste uit het paar heeft een elektrische lading van +2/3 elementaire lading, het tweede van -1/3.



Protonen bestaan uit 2 upquarks en 1 downquark,
met een totale elementaire lading van +1.




Neutronen bestaan uit 1 upquark en 2 downquarks,
met een totale elementaire lading van 0.



Niels Bohr

Niels Henrik David Bohr was een Deens theoretisch natuurkundige en theoretisch scheikundige.

Niels Bohr wordt algemeen gezien als een van de grondleggers van de atoomfysica. Waar Ernest Rutherford als groot experimentator veel over de interne opbouw van het atoom ontdekte, was het de grote verdienste van Bohr om een theoretische grondslag voor dit nieuwe atoommodel te formuleren, waarmee hij tevens een grote bijdrage leverde aan de meest spraakmakende tak van fysica in de 20e eeuw: de kwantummechanica.


Twee jaar nadat Rutherford zijn atoomtheorie bekend had gemaakt voltooide Bohr in Kopenhagen zijn kwantummodel van het Bohr-atoommodel. In 1913 publiceerde hij in het Philosophical Magazine het werk "On the Constitution of Atoms and Molecules". Hierin beschreef hij dat de banen van elektronen om de atoomkern gekwantificeerd zijn. Deze banen worden gekenmerkt door gedefinieerde waardes, namelijk ℏ/2π, 2ℏ/2π, 3ℏ/2π etc. (waarbij de constante van Planck is).


Verder postuleerde hij dat de emissie van licht optreedt wanneer een elektron zich verplaatst van een hogere energiebaan naar een lagere; absorptie zorgt voor het tegengestelde effect. De energie die hierbij vrijkomt (in de vorm van een foton) is ℏν, met ν de frequentie van de uitgezonden golf. Op deze wijze kon hij de atoomspectra – exacte frequenties van lichtkwanta – van waterstof verklaren.


Werner Heisenberg

Werner Karl Heisenberg was een Duitse natuurkundige en een van de grondleggers van de kwantummechanica. De bekende onzekerheidsrelatie van Heisenberg is van hem afkomstig. Daarnaast heeft hij belangrijke bijdragen geleverd aan werk op het gebied van de hydrodynamica van turbulentie, de atoomkern, ferromagnetisme, kosmische straling en elementaire deeltjes.


In 1927 realiseerde Heisenberg zich dat de kwantumtheorie enkele vreemde gevolgen had. Namelijk dat experimenten nooit in volledige afzondering uitgevoerd kunnen worden, omdat het meten zelf altijd de uitkomst beïnvloedt. Ofwel, hoe nauwkeuriger je de ene grootheid meet, des te minder je over de andere grootheid te weten kunt komen.


De wederzijdse onnauwkeurigheid of onscherpte bij de meting is niet het gevolg van (onvermijdelijke) meetfouten maar is in zekere zin het gevolg van natuurkundige wetmatigheden; een door het bestaan van de kwantumconstante de constante van Planck bepaald feit. Dit drukte hij uit in zijn "onzekerheidsrelatie", wat later uitgeschreven werd in de volgende formulevorm:


Kwantumsprong

In de kwantummechanica, een deelgebied van de natuurkunde , is een kwantumsprong een verandering van een elektron binnen een atoom van de ene kwantumtoestand naar de andere kwantumtoestand. Het lijkt discontinu dat het elektron zeer snel van het ene naar het andere energieniveau "springt", na zeer kort in een toestand van superpositie te hebben bestaan. De tijd dat dit kost staat in verhouding tot de druk die de spectraallijnen verbreedt. Dit fenomeen is in tegenspraak met klassieke theorieën, die verwachten dat energieniveaus continu zijn. Kwantumsprongen veroorzaken de emissie of absorptie van elektromagnetische straling, waaronder die van het licht, dat plaatsvindt in de vorm van gekwantiseerde eenheden, die fotonen worden genoemd.


Tijd

Tijd is het verschijnsel dat van een gebeurtenis gezegd kan worden dat deze na een andere gebeurtenis plaatsvindt. Een gebeurtenis vindt plaats op een tijdstip of moment. De tijd wordt wel gezien als een opeenvolging van tijdstippen. Daarnaast kan bepaald worden hoelang een gebeurtenis na een andere plaatsvindt. Het betreft dan de tijdsduur tussen twee tijdstippen. Tijd is het begrip waarmee deze volgorde en duur worden beschreven. Tijd kan na hoogte, breedte en lengte gezien worden als de vierde dimensie.


Er zijn overeenkomsten aan te wijzen tussen de begrippen ruimte en tijd. Een gebeurtenis heeft behalve een plaats ook een tijdstip, en evenzo kan een object bepaalde afmetingen in de ruimte hebben, maar ook in de tijd indien het gedurende een bepaalde duur bestaat. Omdat de ruimte uit drie dimensies bestaat, wordt tijd weleens de vierde dimensie genoemd. Een gebeurtenis heeft aldus een "positie" in de zogenaamde ruimtetijd. In de natuurkunde is het op deze manier samen beschouwen van ruimte en tijd soms praktisch. Als men relativistische verschijnselen in aanmerking wil kunnen nemen modelleert men deze ruimte niet als vierdimensionale euclidische ruimte, maar als minkowski-ruimte.


Aan de andere kant is er onderscheid tussen ruimte en tijd. Men kan zich vrijelijk bewegen in de ruimte, maar niet in de tijd. Vanuit theoretisch oogpunt is dit alles het gevolg van de wetten van de causaliteit en het onderscheid tussen ruimteachtige en tijdachtige verbanden zoals dit volgt uit de relativiteitstheorie.


Object

In de filosofie is object (latijn: obiectum, het tegengeworpene) een veelvuldig gebruikt concept met meerdere betekenissen. Informeel wordt met een object een voorwerp, ding, zaak, of entiteit aangeduid, dat zowel van materiële of onstoffelijke aard kan zijn. Als algemene omschrijving kan gezegd worden dat een object datgene is waar de mens zijn aandacht, zijn bewustzijn, op richt.


In de ontologie (zijnsleer) geldt het object als een fundamenteel begrip. Samen met de begrippen als eigenschap, relatie, gebeurtenis maar ook propositie, verzameling en de universalia geldt het object als een wezenlijke ontologische categorie. Samen omvatten deze begrippen al het bestaande - dus elke entiteit.


Een object is iets dat eigenschappen kan hebben en ook kan een object in relatie staan tot andere objecten. In deze zin gelden eigenschappen, relatie en ook proposities niet als objecten, maar worden zij daar expliciet mee geconstrasteerd. De begrippen vallen in een verschillende logische categorieën. Men bespreekt bijvoorbeeld of eigenschappen een van objecten onafhankelijk bestaan hebben, of dat gebeurtenissen zich laten verklaren als de verspreiding van eigenschappen over objecten in de tijd.


Subject

Subject (van het Latijnse subicere, subiectum, als vertaling van het Griekse hupokeimenon of hypokeimenon) betekent letterlijk het ondergeworpene, het onderliggende. Door Aristoteles kwam het begrip in gebruik in de zin van substantie, dat is de wezenskern van het ding, datgene wat blijft bestaan onder wisselende omstandigheden.


Ná de 17e eeuw kreeg het echter een totaal andere betekenis; het werd het psychologische of epistemologische ik: datgeen wat aan de bewustzijnstoestanden ten grondslag ligt. Het denkende ik, het subject, wordt dan onderscheiden van het niet-ik ofwel het object. Dit object is een voorwerp, ding, zaak, entiteit of wezen, en kan van materiële of onstoffelijke aard zijn. In filosofische zin is een subject een zijnde dat subjectieve ervaringen of relaties met een andere entiteit (of "object") kan hebben. Een subject is de waarnemer, terwijl een object naar het waargenomene verwijst.


Materie uit de Protyposis

De sinus graaf, hier van (sinus)101 en van (sinus)10.001 over de opengesneden cirkel met radius 1.


Overgedragen op de Protyposis komt de sinus overeen met de zich over de kosmos uitbreidende basis-trilling. Hoe meer Qubits zich in dezelfde toestand bevinden, hoe meer nabij gelegen toestanden zich kunnen vormen (in het plaatje de scherpe spitsen), en zoals ze door een deeltje ingenomen worden.


Dit energiekwantum is dermate klein, dat het lichtste stabiele deeltje, het elektron, het enorme aantal van 1030 Qubits beslaat. Een proton komt dan overeen met wel 1041 Qubits.


Kosmologische roodverschuiving

De lichtspectra die op aarde worden ontvangen van de andere sterrenstelsels zijn verschoven ten opzichte van het lichtspectrum van de zon. De spectraallijnen van bijvoorbeeld waterstof zijn in het licht van verre sterrenstelsels verschoven naar het rode eind van het spectrum ten opzichte van de ligging van de spectraallijnen die hier op aarde aan waterstof wordt gemeten. De golflengte van deze spectraallijnen is langer geworden. Voor elk sterrenstelsel heeft deze verschuiving een andere waarde. Verreweg de meeste sterrenstelsels vertonen een roodverschuiving, een enkele ander vertoont een blauwverschuiving.


Hubble heeft als een van de eersten metingen aan roodverschuiving en blauwverschuivingen uitgevoerd. In eerste instantie interpreteerde hij de resultaten als gevolg van het dopplereffect, maar later ontdekte hij een correlatie tussen de roodverschuiving en de afstand van sterrenstelsels. De waarnemingen konden verklaard worden door een ander mechanisme voor roodverschuiving te introduceren, de kosmologische roodverschuiving (ook wel Hubble-roodverschuiving genoemd). Fotonen die een grote afstand door de ruimte afleggen worden a.h.w. uitgerekt, hetgeen voor deze kosmologische roodverschuiving zorgt. Dit wordt veroorzaakt doordat de ruimte waardoor de fotonen reizen uitzet tijdens de reis van het foton.


Aleksandr Friedmann

Aleksandr Aleksandrovitsj Friedmann was een Russische wiskundige en astronoom. De Friedmann-vergelijking is van zijn hand. Deze vergelijking is het startpunt voor de theorie van het uitdijend heelal in de kosmologie.Friedmann ontdekte in 1922 een oplossing van de vergelijkingen van de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein, die een ui


tdijend heelal beschrijft. In zijn artikel beschouwde hij de veldvergelijkingen van Einstein in hun meest eenvoudige vorm, toegepast op een heelal met een positieve kromming (hyposfeer), zonder kosmologische constante Λ – een door Einstein geïntroduceerde correctiefactor die het krimpen van het heelal moest compenseren – maar met een variabele massadichtheid. Aanvankelijk gaf Einstein een bondig en kritisch antwoord op het artikel, maar na een uitleg per brief van Friedmann nam Einstein zijn kritiek weer terug.


Sinus cirkel

De sinus deelt de cirkelring in twee helften. Getoond worden verschillende perspectieven van dezelfde cirkel en van dezelfde functie. In de blauwe helft zijn de waarden positief en in de rode helft negatief.


Als dit eendimensionale model nu op een Qubit in de driedimensionale ruimte van toestanden overgedragen wordt, dan volgt uit wiskundige gronden dat er net zo veel punten in deze ruimte zijn, als dat er toestanden van het Qubit zijn.



Manfred Eigen

Manfred Eigen is een Duits natuurkundige en chemicus. Hem werd in 1967 de Nobelprijs voor de Scheikunde toegekend voor zijn aandeel in het onderzoek naar zeer snelle reacties die worden veroorzaakt door zeer korte energiepulsen.


Hij pionierde nieuwe methoden voor de studie naar extreem snelle chemische reacties, relaxtie-systemen genoemd. Door gebruik te maken van hoogfrequente geluidsgolven wekte hij energiepulsen in chemische systemen op en berekende de snelheid waarbij deze snelle chemische reacties tot rust komen.


In een tweedelige voordracht "Die Selbstorganisation der Materie und die Evolution biologischer Makromoleküle" ontwikkelde Eigen in 1970 in München een zuiver fysisch-chemisch model van het ontstaan van het leven.


Leven

Volgens scheppingsverhalen is het leven ontworpen en gemaakt ("geschapen") door een hogere macht. In de abrahamistische traditie (jodendom, christendom en islam) wordt God gezien als schepper van het heelal en het leven. De schepping zou in zes al dan niet symbolische dagen zijn afgerond. De mens werd gemaakt naar Gods beeld en als heerser over de Schepping.


In de oosterse traditie (hindoeïsme, boeddhisme, taoïsme, enz.) wordt leven als eeuwig beschouwd: elk levend wezen is een eeuwig deeltje van het goddelijke. Leven is volgens de oosterse religies niet geschapen, maar is eeuwig onderdeel van de absolute werkelijkheid.


Volgens de leer van de Protyposis laat leven zich niet enkel verklaren uit Kracht en Stof, Natuurkunde en Scheikunde. Leven is het product uit de drie-eenheid van Energie, Materie en Informatie. Het leven stopt wanneer er geen uitwisseling meer is van fotonen.


Cybernetica

Cybernetica is de wetenschap die zich bezighoudt met besturing van biologische en mechanische systemen met behulp van terugkoppeling (feedback).


De cybernetica werd als vakgebied ingevoerd door de Amerikaanse wiskundige Norbert Wiener, die in 1948 zijn boek "Cybernetics: Or the Control and Communication in the Animal and the Machine" publiceerde. Cybernetica is verwant met de systeemtheorie, en is van toepassing op alle stelsels met inbegrip van biologische systemen, maar bijvoorbeeld ook een eenvoudig stelsel als een thermostaat die de temperatuur in een ruimte regelt.


Het begrip terugkoppeling of regelsysteem was al bekend ver voor de tijd dat Norbert Wiener het begrip cybernetica ten doop hield. Norbert Wiener was de eerste die het begrip informatie betrok op de werking van een teruggekoppelde lus.


De meer bekende (maar andere) betekenis van cybernetica is de fysieke samensmelting tussen mens en machine. Het menselijke lichaam wordt verrijkt of vervangen met/door elektronica of mechanische onderdelen.


Epigenetica

Epigenetica is het vakgebied binnen de genetica dat de invloed bestudeert van de omkeerbare erfelijke veranderingen in de gen functie die optreden zonder wijzigingen in de sequentie (volgorde van de basenparen) van het DNA in de celkern. Het bestudeert ook de processen die de zich ontplooiende ontwikkeling van een organisme beïnvloeden. In beide gevallen wordt bestudeerd hoe gen-regulerende informatie die niet in DNA-sequenties wordt uitgedrukt toch van de ene generatie (cellen of organismen) op de andere wordt overgedragen - dat wil zeggen (afgaand op het Griekse prefix), "bijkomend bij" of "supplementair aan" de genetische informatie die in het DNA gecodeerd zit.


Los van de min of meer ingebakken genen-sequentie, die in de cel de basisstructuur vormt om de voorraad erfelijke eigenschappen en hun relatieve overhand te bepalen, is er een mechanisme dat zich hierop ent, genaamd genomische afstempeling of genomic imprinting. Dit epi-mechanisme heeft te maken met de mogelijkheid voor het DNA om een gen aan of uit te zetten. Uiteraard ondergaat de verdere ontwikkeling van een nieuwgeboren organisme de beperkingen of bepalingen die door het aan- of uitpatroon worden meegegeven. Rekening houdend met het gegeven dat er 25.000 genen in het menselijk genoom zitten, biedt dit een gigantische hoeveelheid aan mogelijke profielen.


Uit onderzoek is gebleken dat een hypothese die door de Britse professor Marcus Pembrey werd geopperd, als zouden omgevingstoestanden een invloed hebben op de overdraagbaarheid, inderdaad bevestigd wordt. Dit onderzoek gebeurde aan de hand van een Zweedse studie samen met professor Lars Olov Bygren die hem hierop gewezen had. Uit gegevens en cijfers van een ruim en compleet Zweeds bevolkingsregister kon worden aangetoond dat perioden van relatieve hongersnood bij een eerste generatie systematisch een significante uiting van diabetes bij de derde generatie tot gevolg had.


Het oog   (als voorbeeld)

Het menselijk oog is een waarnemingsorgaan (zintuig) dat gebruikmaakt van licht om een beeld door te geven naar de hersenen.


De cornea, waarvan het bolronde oppervlak het voornaamste lichtbrekende element van het oog is, projecteert samen met de ooglens waarvan de verstelbare brekende functie voor de scherpstelling wordt gebruikt, een scherp, ondersteboven staand beeld op het netvlies. De lichtsterkte ervan wordt, net als bij een camera, geregeld door een diafragma. Bij de mens heeft het regenboogvlies de functie van diafragma. Kringspiertjes trekken dit afhankelijk van de lichtsterkte in meer of mindere mate dicht.


Op het netvlies bevinden zich lichtgevoelige zenuwcellen, die een signaal naar de hersenen afgeven dat afhankelijk is van de hoeveelheid licht op de plaats van de cel op het netvlies. Alle prikkels tezamen worden door de oogzenuw naar de hersenen getransporteerd, die er een beeld van maken.


Ter herinnering: een zichtbaar foton is vanuit de Protyposis bezien een speciale toestand van 1030 Qubits. Het merendeel van deze fotonen is drager van gecodeerde informatie, welke bij dit proces gedecodeerd wordt tot betekenisvolle informatie, en daarmee toetreedt tot ons bewustzijn. Doordat een oog ongeveer 7 miljoen kegeltjes en ongeveer 100 miljoen staafjes bevat, kan een foton niet meer als 108 informatie eenheden v.w.b. richting met zich meebrengen. Wel komen er ook enkele bits t.b.v. kleurinformatie (rood, groen, blauw) bij.


Gustav Theodor Fechner

Gustav Theodor Fechner was een Duits experimenteel psycholoog. Hij was een pionier in de experimentele psychologie en een grondlegger van het psychofysische onderzoek. Hij inspireerde veel 20e-eeuwse wetenschappers, onder wie Gerard Heymans, Ernst Mach, Wilhelm Wundt en Granville Stanley Hall.


Fechners belangrijkste werk was het boek "Elemente der Psychophysik" uit 1860. In het boek start hij met Spinoza's gedachte dat fysieke feiten en de perceptie van deze feiten, hoewel niet tot elkaar reduceerbaar, twee aspecten zijn van één realiteit. Fechners ontdekking bestaat eruit dat hij, voortbouwend op het werk van Ernst Heinrich Weber, een mathematisch verband tussen deze twee feiten formuleerde. Het verband dat Fechner ontdekte is later bekend geworden als de wet van Weber-Fechner en is als volgt te omschrijven: De sensatie is evenredig met de logaritme van de prikkel.


William James

William James was een Amerikaanse filosoof en psycholoog. Hij was degene die de moderne Europese psychologie naar de Verenigde Staten bracht. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste personen in de geschiedenis van de Amerikaanse psychologie. Als filosoof wordt hij in de traditie geplaatst van het pragmatisme.


James had als psycholoog grotere belangstelling voor het procesmatige dan het inhoudelijke van het bewustzijn en was eerder functionalistisch dan structuralistisch, zoals zijn collega Wilhelm Wundt bij uitstek was. Hoewel hij er wel voor ijverde de kloof tussen deze beide te dichten.


James legde zelf in zijn psychologische leerstellingen de nadruk op het belang van gewoontevorming en automatisme, en de fysiologische basis van gewoontevorming en emoties. Gewoontes zouden als het ware een netwerk van paden in de geest uitslijten, de hersenen conditioneren en energie in automatische reactiepatronen dwingen. Dit idee, dat overigens niet geheel nieuw was, werd zeer populair.


James ging ervan uit dat emotie gelijk staat aan lichamelijke verandering. Elke emotie heeft zijn eigen veranderingen in het lichaam (het sneller kloppen van het hart, overeind staande huidhaartjes, etc.). Daarin verschillen emoties van elkaar. Evenals Darwin geloofde hij dat emoties een evolutionaire functie hebben en dienen om het organisme klaar te maken voor een vechten-of-vluchten-reactie (fight or flight). De expressie van emotie heeft niet tot doel te communiceren, maar is ontstaan uit een associatie van bepaald gedrag met een bepaalde emotie: denk bijvoorbeeld aan het gevoel walging waarbij je je tong uit je mond steekt en "bah" roept.


Cognitie

Cognitie is het vermogen tot kennisverwerving door waarneming en het verwerken van de daarmee opgedane informatie door het denken. Dit kan meer of minder ontwikkeld zijn, afhankelijk van het voorstellingsvermogen, geheugen, de rede, ervaring en het vermogen tot gewaarwording en hypothesetoetsing van ideeën of overtuigingen. Een sterke cognitie draagt bij tot het vermogen tot probleemoplossing en besluitvorming.


Als mensen communiceren kan de verzender van informatie cognities overdragen aan de ontvanger. De verzender kan echter niet controleren in welk kader de ontvanger deze informatie plaatst. De ontvanger kan deze informatie immers verbinden met andere informatie. Bovendien kan er sprake zijn van cognitieve dissonantie waarbij er (al dan niet schijnbaar) tegenspraak is tussen de ontvangen cognities en de cognities die de ontvanger al in zijn hoofd heeft.


Sigmund Freud

Sigmund Schlomo Freud was een neuroloog uit Oostenrijk-Hongarije en de grondlegger van de psychoanalyse. Hij was van joodse afkomst. Dit was de reden waarom hij aan het eind van zijn leven, na de overname van Oostenrijk door nazi-Duitsland, moest vertrekken naar het Verenigd Koninkrijk. Hoewel Freuds theorieën en methodes omstreden zijn, wordt hij gezien als een van de meest invloedrijke psychologen en denkers van de 20e eeuw.


Sigmund Freud zag geest en lichaam als een geheel van energiestromen. Die energiestromen noemde Freud "driften" (Triebe). Deze driften werken doorgaans ongemerkt, en zijn "primair". Zo onderscheidde Freud een levensdrift (Eros), de primaire drang tot zelfbehoud (voortzetting van de soort, liefde voor jezelf en voor de anderen). In zijn latere werk meent Freud ook een doodsdrift (Thanatos) te kunnen onderscheiden, het streven naar een spanningsloze toestand (oceanisch gevoel). De seksuele driften noemde hij libido.


Deze driften zijn in aanvang ongestuurd en ongeremd. Freud noemde dit het Es. De mens leert deze driften te beheersen door zich aan te passen aan de verwachtingen van anderen. Het is het Ik, of ego in het Latijn, het bewuste deel van het psychische apparaat, dat leert om die driften te beheersen. De opvoeding en de cultuur dwingen deze aanpassing af, en geven de voorbeelden waar het bewuste zich op kan richten. Het deel van het psychisch apparaat dat deze voorbeelden internaliseert is het über-ich (super-ego of geweten).


Deze indeling van de menselijke geest doet enigszins denken aan de leer van Plato. Hij beschrijft dat de mens bestaat uit het onderlichaam (verlangens) dat door de borst in bedwang moet worden gehouden. De perfecte mens leeft uit het hoofd, dat daar weer boven staat.


Freud zag het onbewuste als cruciaal voor de psychoanalyse. Volgens Freud bestaat de menselijke geest uit een ingewikkeld web van gebeurtenissen en processen waarvan slechts een deel voor het bewustzijn toegankelijk is. De geest is als het ware opgedeeld in twee afdelingen, min of meer onafhankelijk van elkaar. Het onbewuste bestaat uit de aangeboren driften, maar ook de verdrongen wensen en traumatische ervaringen. Daarnaast bevat het ook sluimerende gedachten, herinneringen, kennis, beelden, die zonder veel problemen wel tot inhoud van het bewustzijn kunnen worden gemaakt.


Alfred Adler

Alfred Adler was een Oostenrijks psycholoog en psychiater, en evenals Carl Gustav Jung een tijdgenoot van Sigmund Freud. Naast Freud en Jung geldt Adler als de derde stamvader van de psychoanalyse. Adler stichtte zijn eigen leerschool, die van de "Individualpsychologie" of de individuele psychologie, de vlag waar ook Jung zich onder schaarde.


Als psychoanalyticus onderzocht Adler processen in het bewuste en het onbewuste die de persoonlijkheid zouden vormen en beheersen. Hij ontwikkelde het begrip minderwaardigheidscomplex, inhoudend sterke gevoelens van minderwaardigheid en onzekerheid voortkomend uit reële of ingebeelde tekorten, veelal stammend uit de vroege jeugd. Ook geloofde hij dat de sterkste menselijke drijfveer het verlangen naar meerderwaardigheid is.


De naam Individualpsychologie heeft betrekking op het ondeelbare, de eenheid, van iedere persoon. Ieder mens is een "individuum" dat als een geheel functioneert. De term hanteerde Adler in een tijd dat anderen - met name Freud - een verdeelde persoonlijkheid benadrukten. Daarbij werd aangenomen dat delen van de persoon met elkaar in een innerlijke strijd binnen het individu gewikkeld waren. Voor Adler bestond de mens niet uit gescheiden onderdelen.


Carl Gustav Jung

Carl Gustav Jung was een Zwitsers psychiater en psycholoog. Hij was de grondlegger van de analytische psychologie.

In Jungs opvatting wordt het gedrag van de mens in belangrijke mate bepaald door een algemene levensdrang die hij libido noemde. Hiervoor zag hij, en daarin verschilde hij sterk van inzicht met Freud, niet in de eerste plaats een seksuele oorsprong, maar eerder een religieuze (in de ruimste zin van het woord).


Hij was van mening dat het wezen van de persoonlijkheid behalve door het persoonlijk bewustzijn ook, en grotendeels, gevormd wordt door wat hij het collectief onbewuste noemde, een als het ware epigenetisch overgeërfd deel van het onbewuste; een psychisch gebied, dat volgens zijn leer door alle vertegenwoordigers van een ras of soort wordt gedeeld. Hiervan uitgaande ontwikkelde Jung de leer van de archetypen. Deze archetypen, begrippen zoals de schaduw, de eeuwige jongeling, de boze geest, de held, enzovoorts, zijn als het ware overgeleverde, functionele oerdrijfveren of "ervarings modaliteiten", die de persoonlijkheid van de mens structureren. Archetypen zijn mogelijkheden of neigingen om ons op een bepaalde manier te ontwikkelen. Zij drukken zich uit in beelden die veelvuldig te vinden zijn in onze dromen, maar evenzeer in sprookjes en mythen, en vormen het ervaringsmateriaal van elke religie.


Het centrale doel van Jungs psychologie is het proces van de zelfverwezenlijking of individuatie. Naast het "ik" of "ego" onderkent Jung het Zelf: een totaliteit om het "ik" heen die zowel het bewuste als het onbewuste deel van de persoonlijkheid omvat. Dit onbewuste deel, het persoonlijk onbewuste dus, staat in contact met de dieperliggende laag van het collectief onbewuste, waarvan het persoonlijk onbewuste in wezen een verbijzondering, dus als het ware een bovenlaag is. Het collectief onbewuste is in principe onbegrensd, en de alleronderste lagen ervan zijn zelfs nooit bewust te maken. De realisatie van het Zelf is een proces dat gekenmerkt wordt door de vereniging van tegenstellingen in de mens, zoals goed en kwaad, licht en schaduw, binnen en buiten.


Wolfgang Pauli

Wolfgang Ernst Pauli was een Oostenrijks-Amerikaans natuurkundige, en vanaf 1927 professor aan de Technische hogeschool te Zürich. Zijn werk ligt grotendeels op het terrein van de kwantumtheorie. In 1925 vond hij het principe dat zijn naam draagt: Twee elektronen van eenzelfde atoom kunnen niet [vier] dezelfde kwantumgetallen hebben. Of ook: twee elektronen kunnen zich niet in dezelfde kwantumtoestand bevinden.






Synchroniciteit

De term synchroniciteit (letterlijk: gelijktijdigheid) is een a-causaal, verbindend beginsel, in 1930 geformuleerd door de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung. Van synchroniciteit is sprake wanneer twee of meer gebeurtenissen min of meer tegelijkertijd optreden in een voor de betrokkene zinvol verband, dat niet noodzakelijk als causaal wordt ervaren. Eenvoudig gezegd: je ervaart het als "meer dan gewoon toeval"; omdat de twee gebeurtenissen voor jou met elkaar te maken schijnen te hebben, maar niet zo dat het ene het andere heeft voortgebracht. Jung zag synchroniciteit als een ander verklaringsmodel dat naast causaliteit zijn plaats verdiende. Met de huidige inzichten over de universele geldigheid van de Quantentheorie laten zich de optredende fenomenen makkelijker in een wetenschappelijk kader gieten als vroeger.


Persoonsidentiteit

Het probleem van persoonsidentiteit gaat om de vraag naar hoe het komt dat een persoon dezelfde persoon zal en kan zijn als de persoon op een ander tijdstip (bijvoorbeeld morgen). Het gaat er dus om dat het onduidelijk is dat we dezelfde persoon blijven ondanks de talloze veranderingen, zowel in je eigen geval als dat van anderen. Technisch geformuleerd gaat het om de vraag waarop we ons baseren wanneer we stellen dat iemand numeriek identiek is door de tijd heen. Persoonsidentiteit is dus geen psychologisch vraagstuk in de zin dat het vraagt naar de aard van ons karakter, geen vraag over de eigenheid van de mens zelf (personhood) tegenover het dier, noch is het een ethische vraag naar de aard van de mens (of hij al dan niet goed van nature is of niet).


Naast de vraag naar het fundament van deze identiteit, dit "Zelf", zijn er ook vele vragen mogelijk naar de aard van dit Zelf. Voorbeelden hiervan zijn de vraag naar wat dit Zelf nu net inhoudt, wanneer dit Zelf ontstond en wat ermee gebeurt nadat de persoon in kwestie sterft. Of: is de persoon nog dezelfde persoon na een amputatie? En na een transplantatie van een ander orgaan?


Het probleem rond de identiteit van een persoon, maar ook van een object is al heel vroeg vastgesteld. Zo vindt men in het werk "Theseus van Plutarchus" het verhaal terug van het schip van Theseus, waarvan alle onderdelen in de loop van de tijd vervangen zijn. De vraag hierbij is nu of dit schip nog hetzelfde schip is als het oorspronkelijk was. Dit staat bekend onder de naam "de paradox van Theseus".

De moderne filosoof Thomas Hobbes zou de zaak nog gecompliceerder maken: wat als men de oorspronkelijke onderdelen terug bij elkaar zoekt en er het schip mee reconstrueert. Is dat schip dan niet het schip van Theseus? Dan zijn er echter twee schepen van Theseus, wat absurd is.


Big Five   (persoonlijkheidsdimensies)

De theorie van de Big Five geeft vijf dimensies waarmee het karakter, ofwel de persoonlijkheid, van personen beschreven kan worden door van elk van die dimensies aan te geven of die meer of minder van toepassing is op die persoon. De Big Five is oorspronkelijk gebaseerd op een Amerikaans onderzoek naar het gebruik van alle bijvoeglijk naamwoorden waarmee proefpersonen het karakter van een hun bekende persoon beschreven.


De vijf dimensies zijn van een hoog en breed algemeen betekenisniveau. Daarom zijn aanduidingen met abstracte termen uit de psychologie, zoals "extraversie" of "neuroticisme", beter dan aanduidingen met woorden die in de omgangstaal een heel specifieke betekenis hebben, zoals "vriendelijkheid". De Nederlandse Big Five onderzoekers Willem Hofstee en Boele de Raad, hebben voor de vijfde dimensie een iets ander label gekozen dat beter aansluit bij hun onderzoeksgegevens: Intellectuele autonomie.

  1. Extraversie (tegenover introversie).
    Engels:   Extraversion or Introversion.
  2. ervice gerichtheid: anderen helpen (tegenover eigen interesse).
    Engels:   Agreeableness.
  3. Zorgvuldigheid (tegenover onzorgvuldigheid)
    Engels:   Conscientiousness
  4. Emotionele stabiliteit (tegenover Emotionele instabiliteit)
    Engels:   Emotional Stability t.o Neuroticism.
  5. Openheid t.o.v. nieuwe ervaringen, open staan verschillende invalshoeken (meningen) op 1 bepaald thema (tegenover gesloten koppigheid)
    Engels:   Openness to Experience
Natuurwetenschappen

Onder de natuurwetenschappen worden die takken van de wetenschap verstaan, die met behulp van empirische en wetenschappelijke methoden op zoek gaan naar natuurwetten die verklaringen kunnen bieden voor natuurverschijnselen.


De natuurwetenschappen kunnen als volgt worden ingedeeld:

Formele wetenschap

Formele wetenschap is de wetenschap van formele systemen, zoals logica, wiskunde, systeemtheorie, en de theoretische aspecten van informatica, informatiewetenschap, besluitvormingstheorie, statistiek en linguïstiek.


Tot de formele wetenschappen kunnen worden gerekend:



Frans Fokkenrood,   november 2017.