Synthese

Samenvatting

Alle tot nu toe gevonden uitdrukkingen kunnen een plaats krijgen in het Negenvlak. De samenvatting moet gezien worden als de compilatie van betekenissen.


De drie rijen:

Geestelijk - Creatio ex Nihilo - Gnosis - mannelijk - Pleroma
Overgangsgebied - Interface - geest? ziel
Fysiek - Zintuigen - vrouwelijk - M-theorie

De drie kolommen:

Geloven - IkWeten - WijWaarheid - Het

Twee pijlen:

Horizontaal - Oud ↔ Nieuw - Groter worden ↔ kleiner worden - Leiderschap Verticaal - Geestelijk ↔ Fysiek - conceptueel ↔ tastbaar - Management

Twee gekleurde gebieden:

Blauw - Kwade - onwetendRood - Goede - wetend

De vier horizontale grenzen:

↓   -   Kosmos
↓   -   Introspectie
↓   -   Neurologie
↓   -   6de zintuig

De vier verticale grenzen:

de Wedergeboorte → onbewust-onbewust de Bekering → onbewust-bewust de Dood → bewust-onbewust het Volmaakte → bewust-bewust

De twee overgangen:

'\' - leren'/' - geheugen

Er is een complex systeem denkbaar, waarin alle religieuze inzichten van de wereld worden verenigd tot één spirituele religie. De waarheid moet overal worden gezocht waar ze kan worden gevonden. In zo'n wijsgerig systeem wordt dan de voorislamitische, Iraanse kosmologie gecombineerd met het Ptolemeïsche planetaire stelsel en het neoplatoonse emanatiemodel. De waarheid moet zowel in wetenschappelijk rationalisme als in esoterische mystiek gezocht worden. Gevoelens moeten door het kritische verstand worden gestuurd en geïnformeerd.


Het licht moet worden gezien als het volmaakte synoniem voor GOD. Het licht was (tot de twaalfde eeuw) onstoffelijk en ondefinieerbaar. Toch is het de meest onweerlegbare werkelijkheid op Aarde. Het is een volstrekt vanzelfsprekende aanwezigheid. Alles is er mee doordrenkt. Elke luminescentie die deel van een stoffelijk lichaam uitmaakt, is rechtstreeks van het licht afkomstig, van een bron buiten dat lichaam. Het Licht der Lichten komt overeen met het strikt enkelvoudige, Noodzakelijk Zijnde van de oude filosofie. Dat Licht genereert een afnemende hiërarchie van lager geplaatste lichten. Elk licht, dat zich bewust is van zijn afhankelijkheid van het Licht der Lichten, brengt een schaduwzijde van zichzelf voort dat de oorsprong is van een stoffelijk rijk, dat met één van de Ptolemeïsche sferen correspondeert. Het is een metafoor voor de situatie waarin de mens zich bevindt.


Al in het oude Iraanse geloof bestond er een archetypische wereld waar elk wezen en elk voorwerp in de Fysieke wereld een exacte tegenvoeter heeft in de Geestelijke wereld. Wat nu nodig is, is een middenrijk (de Interface) dat zich tussen de Fysieke wereld en de Geestelijke wereld bevindt. Die interface kan niet met de rede worden begrepen, noch door de zintuigen worden waargenomen. Alleen de creatieve verbeelding stelt ons in staat dit middenrijk van de verborgen archetypen te ontdekken, net zoals de algoritmische interpretatie van de Koran ons er de ware, spirituele betekenis van onthult.


Het systeemdenken (dat complementair wordt gezien ten aanzien van het machine denken), is gebaseerd op expansionisme en teleologie en wordt gekenmerkt door de synthese als wijze van denken. Expansionisme kan in deze geest worden gezien als de veronderstelling dat alle objecten en/of gebeurtenissen delen zijn van grotere gehelen. Er wordt dus niet ontkend dat systemen delen hebben, maar de aandacht is gericht op de grotere gehelen waarvan systemen deel uitmaken. Teleologie, de studie van doelgericht gedrag, is een conceptie die het effect van het gedrag als uitgangspunt heeft samen met het besef dat een oorzaak wel noodzakelijk doch meestal niet voldoende voorwaarde is voor een bepaald gevolg. Hiermee doen (traditioneel als onwetenschappelijk gedefinieerde) begrippen als vrije wil en nut hun intrede in de discussie. Bij de synthetische wijze van denken wordt iets dat moet worden verklaard als deel van een groter geheel gezien en verklaard in termen van zijn rol binnen dat grotere geheel.



Het anthropisch beginsel

Het anthropisch beginsel brengt het bestaan van de mens in verband met de natuurwetten. Het anthropisch beginsel is er in twee versies, een zwakke en een sterke. De zwakke versie zegt dat de natuurwetten zo in elkaar moeten zitten dat het bestaan van de mens mogelijk is. De sterke versie zegt dat de natuurwetten zo zijn dat het ontstaan van de mens onvermijdelijk is.


In de huidige natuurwetenschappen gaat men er van uit dat de elementen die op aarde belangrijk zijn, zijn ontstaan in supernova's. Gewone sterren hebben nauwelijks een rol gespeeld. Om de juiste hoeveelheden te vormen, moeten allerlei kernreacties met precies de juiste snelheid verlopen. Dit is het fijnafstemmingsprobleem. Niet alleen moeten de juiste elementen gevormd worden, ze moeten ook nog eens door een sterexplosie over de ruimte verspreid worden.


Ook over de wetenschap kun je een sterke en een zwakke opvatting hebben. De sterke opvatting zegt: vroeger was er God. Wij natuurkundigen hebben tegenwoordig iets beters om de wereld te besturen, namelijk vier krachten. De zwakke opvatting is: er zijn slechts waarnemingen. De natuurwetten zijn slechts samenvattingen van die waarnemingen.


Die samenvattingen blijken inmiddels wel heel erg compact te kunnen worden. Je houdt vier krachten over. Er is dus best wat te zeggen voor de sterke opvatting. Op dit punt kun je het anthropisch beginsel eindelijk zien in verband met intelligent leven in plaats van leven in het algemeen. Zat de wereld veel ingewikkelder in elkaar, dan zouden wij er veel minder van begrijpen. Dan zouden wij dus ten overstaan van onze omgeving veel minder intelligent zijn. Zo heb je dus een verband tussen de mens en de natuurwetten, net als het anthropisch beginsel stelt.


Het begin van het einde van het anthropisch principe gaat er van uit dat er een alles overkoepelende theorie van de vier krachten zal komen. De vier krachten hangen samen via vier getallen: de massa van het elektron, van het up-quark, van het down-quark en een koppelingsconstante g. De verenigde theorie zal waarden leveren voor deze vier getallen, zoals de wiskunde waarden levert voor getallen als pi en e, zonder een beroep te doen op metingen. De fijnafstemmingen van het zwakke anthropisch beginsel zullen vervolgens geheel berekenbaar zijn vanuit de theorie.



Leven

Levende materie is de observeerbare verzameling van fysisch-chemische interacties tussen macromoleculen die zich in structurele entiteiten (organellen in eencelligen, organen in meercelligen) afspelen in zich als een eenheid manifesterende aggregaten, die zich bevinden in wat we eencellige en meercellige organismen noemen. Het gaat hier om een operationele benadering en definitie van levend. Door die fysisch-chemische reacties ontwikkelen, groeien, bewegen, vermenigvuldigen en ontbinden (sterven) de entiteiten die we organismen noemen.


Levende materie is een materieel organisatieniveau dat al een hele evolutiegeschiedenis heeft gehad. Er zijn meerdere cel-organellen die hun eigen DNA hebben (buiten het celkern-DNA), waarbij men veronderstelt dat het eukaryotisch celniveau eigenlijk evolutief uit een symbiose tussen bakteriën is ontstaan die ooit zelfstandig hebben geleefd. De biogenese (= het evolutionair ontstaan van de levende materie) is nog niet ten volle opgelost.


Het organisatieniveau van bakteriën en eukaryotische cellen is véél ingewikkelder dan dat van atomen, moleculen en macromoleculen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de eigenschappen van dergelijke ingewikkelde systemen behoorlijk verschillen van deze van dode systemen. Alle stoffen die we in levende organismen hebben aangetroffen zijn op zich totaal niet onderscheidbaar van de dode moleculen. Alleen de georganiseerde samenhang van een groot aantal verschillende moleculen via georganiseerde organellen en de daardoor gecoördineerde fysisch-chemische reactieprocessen op microniveau, waarover een lange evolutiegeschiedenis moet zijn heengegaan, heeft een set van eigenschappen opgeleverd die wij als levend kwalificeren op macroniveau. We omschrijven die gedragseigenschappen als bewegen, vluchten, aanvallen, voedsel opnemen, verteren, weer opbouwen tot eigen bouwstenen, zorgen, zich voortplanten, memoriseren, emoties of gevoelens hebben, denken, enzovoort. Dat het geheel méér is dan de som der delen' is een dubbelzinnige bewering.


Bij celdelingen dient het DNA zich telkens te dupliceren, zodat er geen informatie verloren gaat van de moedercel naar de dochtercel. Bij de duplicatie van het DNA-materiaal verkorten de eindstukjes (telomeren) van de chromosomen stilaan (hoewel dit verschillend is voor verschillende celsoorten), wat impliceert dat uiteindelijk de normale werking van dochtercellen in het gedrang komt. Dit fenomeen ligt aan de basis van het verouderingsproces en is er voor verantwoordelijk dat elk individu binnen eenzelfde soort zowat een plafondgrens met betrekking tot haar ouderdom heeft. Allerlei gebeurtenissen en gezond of minder gezond gedrag kunnen de individuele leeftijd verkorten, maar algemeen geldt dat een buitengewone verlenging van de individuele ouderdom niet mogelijk is.



Meta tot de Nde

Meta is een begrip uit de informatica. Het voorvoegsel meta-, in het Grieks metá, geeft verandering, opvolging, opeenvolging in tijd, overdracht en het verder afgelegen zijn aan. Zo is de essentie van een metamodel, dat het andere modellen kan modelleren. Metatheorie is een theorie over de aard van wetenschappelijke theorieën en kennis. Metagegeven zijn gegevens over gegevens.


Laten we om het begrip Meta tot de Nde uit te leggen het volgende gedachte-experiment doen. We nemen als voorbeeld een huis. Het huis is fysiek, dus tastbaar, en we kunnen er in wonen. We noemen dit huis Meta tot de 0de. Het huis kan worden beschreven met behulp van een bouwtekening en een bestek. Deze bouwtekening is tastbaar, maar we kunnen er niet in wonen. De bouwtekening is een hogere dimensie, en daarom noemen we deze Meta tot de 1ste. De bouwtekening kunnen we ons voorstellen in onze gedachten, in ons brein. Het ontwerp van de bouwtekening in ons brein is een hogere dimensie, en daarom noemen we deze Meta tot de 2de. Ons brein heeft een verandering ondergaan. Er zijn synapsen gevormd. De synapsenvorming is hogere dimensie, en daarom zouden we deze Meta tot de 3de kunnen noemen.


Meta tot de 0de wordt beschreven door Meta tot de 1ste. Meta tot de 1ste wordt beschreven door Meta tot de 2de. Meta tot de 2de door Meta tot de 3de, enzovoort. Meta tot de 10de lijkt de hoogste dimensie te zijn.


Vanuit de snaartheorie zit de wereld eenvoudig in elkaar. Waar andere natuurkundigen een heel deeltjespark nodig hebben om de wereld om ons heen te verklaren heeft de snaartheorie genoeg aan een piepklein trillend snaartje. Die snaartjes, zo betogen de theoretici, zijn de meest fundamentele bouwstenen in het heelal. Alle andere deeltjes komen eruit voort. Zoals een en dezelfde vioolsnaar verschillende muzieknoten ten gehore kan brengen, zo brengen de snaartjes, afhankelijk van de manier waarop ze in trilling worden gebracht, verschillende soorten deeltjes voort.


De fundamentele snaartjes zijn werkelijk uitzonderlijk klein: een miljardste van een biljoenste van een biljoenste centimeter. Als je een zandkorrel op zou blazen tot de grootte van het heelal, dan zouden de snaartjes waar de zandkorrelatomen uiteindelijk uit opgebouwd zijn ongeveer een duizendste millimeter groot zijn: nog dunner dan een mensenhaar. De snaartheorie vereist het bestaan van tien dimensies. Want alleen in tien dimensies blijkt voldoende ruimte om de zwaartekracht en de kwantummechanica met elkaar te verenigen.


Ruimte is veel meer dan slechts een uitgebreidheid van materiële dimensies, die slechts een van de eigenschappen van materie is, en die bij wijze van spreken het lichaam van de ruimte is. In de opvatting van de esoterische traditie is ruimte het AL (alles wat is, was of zal zijn), door heel de eindeloze duur. Ruimte opgevat als het grenzeloze plenum of pleroma van al het zijn of beter van zijn-heid, omvat de onbegrensde hiërarchieën van werelden en gebieden vanaf het bovengoddelijke neerwaarts door alle tussenliggende graden tot aan het fysieke en dat wat voorbij de fysieke materie ligt.


In de theosofische literatuur kom je vaak het begrip monade tegen. Waarvoor staat dat woord nu precies? De monade is dat deel van de geestelijke mens dat elke keer weer incarneert. Dus het allerhoogste, blijvende beginsel van de mens, dat steeds weer teruggaat en weerkeert en vasthoudt wat in de onderscheiden levens is geleerd. Bewustwording en eenwording met de oerbron. De monade zoekt de weg terug door alle incarnaties heen. Wat uitgeademd is dient op een hoger bewuster niveau terug te komen dan waarvan het is uitgegaan. Uiteindelijk eindigt dat in de versmelting met de universele geest, het atmische principe, waaruit het is voortgekomen. Op ons huidig menselijk niveau kunnen we de uiteindelijke zin daarvan niet kennen. We moeten die hogere lagen in ons denken nog ontdekken in komende incarnaties om weer terug te komen bij het oerbeginsel. Er zijn natuurlijk mensen die ons voor gaan op die weg zoals Lao Tse, Jezus Christus, Mani en Boeddha. Je zou kunnen zeggen dat zij het Christusbewustzijn in zichzelf hebben verwezenlijkt. Het is de bedoeling dat ieder mens dat op den duur moet doen, maar we zijn allen op weg en nog niet allen even ver.


Er kunnen nare dingen gebeuren in je eigen leven en in de wereld om je heen. Dan ontmoet je het onbekende, het onbegrepene. Door die ervaringen wordt je gedwongen ernaar te kijken en krijg je een kans om ze om te zetten. De mensheid staat nog in de kinderschoenen. Als wij ons afwenden van de geest en ons volledig op de materie richten, dan leven we als afgescheidenen, als eenlingen en is het weten van de verbondenheid met je monade, je hogere zelf, maar ook met je medemens verstoord. Wij leven in ons dagelijks leven misschien wel voor negentig procent op die manier en dan gebeuren er natuurlijk dingen die wij heel erg vinden, maar die ons tegelijk kunnen opwekken tot een andere manier van leven. Dat zal pas ophouden als wij als mensen niet meer in de dualiteit van geest en materie leven.



Materie

Neutron

Quarks zijn elementaire deeltjes die de bouwstenen zijn voor hadronen. Tot de hadronen behoren onder andere de Neutronen en de Protonen, de basis voor allerdaagse materie. Quarks behoren tot de groep fermionen. Quarks zijn, net zoals de leptonen, elementaire fermionen. Dit wil zeggen dat deze deeltjes niet uit kleinere deeltjes zijn opgebouwd. Er bestaan waarschijnlijk zes verschillende soorten quarks. Deze zijn onderverdeeld in drie generaties. Iedere generatie bevat twee quarks.


Proton

In de eerste generatie zitten de up en de down quarks. De tweede generatie bevat charm en strange quarks. De derde generatie bestaat uit de top en de bottom quarks. Het verschil tussen de twee quarks uit een generatie is, dat de ene quark een elektrische lading heeft van +2/3 en de andere een elektrische lading heeft van -1/3. De up, charm en top quarks zijn +2/3 en de down, strange en bottom quarks zijn -1/3. Het verschil in generatie duidt het verschil in gewicht aan. De up quarks zijn de lichtste positieve quarks terwijl de down quarks de lichtste negatieve quarks zijn. Hoe hoger de generatie wordt, hoe zwaarder de quark.


Behalve de elektrische lading hebben quarks ook een zogenaamde kleurlading. Kleurlading heeft niets te maken met de kleuren die wij kunnen zien, maar is gewoon een naam. Kleurlading is belangrijk voor de sterke kernkracht, de kracht die de deeltjes in een atoomkern bij elkaar houdt. Er zijn drie verschillende kleuren: rood, groen en blauw (samen wit). Iedere quark kan iedere kleur krijgen en de kleurlading van een quark verandert continue.


Quarks worden nooit alleen aangetroffen. Ze bevinden zich altijd in groepen van twee of drie. Als er twee quarks bij elkaar zijn, wordt het ontstane deeltje een meson. Mesonen zijn bosonen en geen fermionen. Als er drie quarks bij elkaar in een deeltje zitten, is het deeltje een fermion en heet dan baryon.


De sterke kracht zorgt ervoor dat atoomkernen niet uit elkaar vallen. Op lange afstand (dat wil zeggen tussen protonen en neutronen) manifesteert de kracht zich door de uitwisseling van zogenaamde pionen. Op een fundamenteler niveau speelt de sterke kracht zich af tussen de quarks. De quarks in protonen, neutronen en andere hadronen zijn onherroepelijk aan elkaar gekluisterd.


Hoe werkt die sterke kracht? In de theorie van de sterke kracht hebben de quarks een kleur. Net zoals deeltjes positieve of negatieve elektrische lading kunnen dragen, kunnen de quarks volgens deze theorie een kleurlading dragen. Er zijn drie soorten kleurlading: rood, groen en blauw. Zoals het bij de elektromagnetische kracht draait om de elektrische lading van deeltjes, draait het bij de sterke kracht om de kleur van quarks. De verschillend gekleurde quarks wisselen zogenaamde gluonen of lijmdeeltjes uit.


Een gluon kun je een beetje vergelijken met een elastiekje met aan ieder uiteinde een quark. Zijn de quarks dichtbij elkaar, dan is het elastiek slap: de quarks kunnen bijna vrijuit bewegen. Raken de quarks verder uit elkaar, dan spant het elastiek: de quarks worden door een enorme spankracht (vergelijkbaar met 14 ton) bij elkaar gehouden! Deze kleurkracht is dus met recht een sterke kracht: zij is 1000 maal sterker dan de elektromagnetische kracht, die de elektronen in hun baan om de atoomkern houdt.


De sterke kracht neemt af naarmate quarks dichter bij elkaar komen. Quarks die erg dicht op elkaar gepakt zitten, merken vrijwel niets van de sterke kracht en voelen zich zo goed als vrij. Zij lijken quasi-vrij.


Hexagram

In Indië representeerde het hexagram de voortdurende vereniging der seksen, gerepresenteerd door de God Shiva en de Godin Kali, van waaruit Shiva's eeuwige, cyclische wedergeboorte verklaard werd; dit stond bekend als de 'Sri Yantra' of Grote Yantra. Men geloofde, dat door deze vereniging het leven in ons universum behouden bleef. Daarmee gaat het hier mede om een vruchtbaarheidssymbool. Volgens de leer der Tantra ligt de hoogste waarheid in het samenkomen van mannelijke en vrouwelijke energie, van Purusha (vorm) en Prakriti (materie).


De driehoek met de punt naar beneden was en is daarbij ook het vrouwelijke aspect (water) en correspondeert met de 'yoni'. (vulva, symbool voor de oerbron voor alle leven en het mysterie der schepping). Deze driehoek heet hier de 'shakti'. De driehoek met de punt naar boven geeft het mannelijke aspect weer, correspondeert met de 'lingam' (staande penis, het symbool voor de creatieve kracht van het universum) en heet 'vahni' (het vuur).


De moderne Theosofie in de 19e eeuw, gebruikte in haar correspondentie op haar briefpapier een zegel met een hexagram in het midden. De twee driehoeken van het hexagram wijzen op de goddelijke drie-eenheid. De driehoek met de punt naar boven staat voor de geest, het bewustzijn en de lekkende vlammen van het vuur, en de andere driehoek staat voor de manifestatie van de materie, het naar de aarde stromende water. Daarmee duidt het hexagram op de dualiteit van onze wereld: Geest en materie, water en vuur, donker en licht, vrouwelijk en mannelijk. Het is de verbinding van de scheppende en de manifesterende (barende) krachten en wijst ook op de wederzijdse liefde tussen de Godheid en de wereld.


Al sinds de oude Grieken hebben mensen nagedacht over het begrip atoom. Pas in de laatste honderd jaar zijn we te weten gekomen hoe een atoom is opgebouwd uit een kern en een elektronenwolk.


Het grootste deel van een atoom bestaat uit lege ruimte. De kern van een atoom bevat meer dan 99% van de massa, maar is 10.000 maal zo klein als het ganse atoom. Deze kleine kern bestaat uit protonen en neutronen, bijeengehouden door de sterke kracht. Het aantal protonen in de kern bepaalt om wat voor element het gaat. Zo bezit waterstof 1 proton, helium 2 en uranium 92. Het aantal neutronen in de kern bepaalt vooral of het element stabiel is of niet. Gewone waterstof, zonder neutronen in de kern is stabiel. Ook het aantal protonen speelt mee in de stabiliteit van de kern.


Het atoom

Rond de kern vinden we een ijle wolk van elektronen. De wolk telt nauwelijks mee in de massa van het atoom, maar bepaalt wel de manier waarop het atoom met andere atomen zal reageren. Een neutraal atoom heeft normaal gezien evenveel elektronen als er protonen in de kern zitten. De elektronen vliegen niet willekeurig rond de kern, maar bevinden zich op welbepaalde banen. Elektronen kunnen in een andere baan terecht komen door energie op te nemen of af te geven onder de vorming van fotonen. Dit geeft ons een interessante manier om atomen te herkennen. Elke atoomsoort bezit een unieke elektronenwolk.


De Liefde is het enige scheppingsprincipe. Het is de cohesie van alles. Zonder Liefde zou er geen Universum kunnen bestaan. Liefde is dan ook de weg en het leven zelf die wij door onze kwetsbaarheid te tonen de weg van de ziel zal vrijmaken. Zuivere Liefde is een eigenschap van onze ziel die als harmonie in onszelf ervaren wordt en deze inhoud geeft. Door onze zelfbewuste inspanningen in Liefde tot het Zelf zal er een einde komen aan disharmonie in onszelf. We zullen hierdoor ons zelf, het leven en de Wet als één gaan ervaren.


Wetenschappelijk manifesteert Liefde zich als aantrekkingskracht tussen elektronen. Het atoom heeft dan ook drie gestalten in één ongedeelde wezendheid, die de kracht van de Liefde is. Het is de sturende intelligentie die deze atomen in een vorm dwingt en maakt dat deze rond één centrale kern blijft cirkelen. De energie binnen deze kern maakt dat deze naar de kern wordt toegetrokken zoals het proces van ademhalen. Dit principe geldt voor elke werveling van energie in het universum. In ieder atoom of kern is latente vrouwelijke energie aanwezig. Het is een uitgebreid potentieel aan psychische energie, die bij manifestatie een transcenderend Licht van bewustzijn geeft en ons de mogelijkheid geeft om met GOD in een diepere vereniging te komen.


We zien hier dus dat het atoom een entiteit ofwel een levend en bezield wezen is. Geschapen door GODs Liefde. Zijn adem die de Wil van de zelfbewuste Intelligentie is. De manifestatie van haar Wezen komt tot stand uit denken en voelen, zoals op deze wijze Het Woord vlees geworden is. Onze vrije wil maakt het mogelijk om ons bewust te worden van afbrekende en egocentrische gedachten. Deze gedachten veranderen de verhouding en de snelheid van de elektronen in een atoom zo zeer, dat op den duur de adem van GOD in de pool verandert. Het is dit grondbeginsel dat regeert en in oneindigheid de vorm bepaald. Van doorslaggevende waarde is de bewuste beheersing van de gedachten en gevoelens over de atomaire structuur van het eigen lichaam. Als de mens tracht om zich dit principe eigen te maken, dan kant het meester worden over zichzelf. De atomaire structuur van onze geest en lichaam zal hem op deze wijze gehoorzaam geworden. Maar ook zal elke andere atomaire structuur buiten onze geest en lichaam ons gehoorzamen. Op deze wijze zal alles in het heelal bereidwillig met hem mee gaan werken in deze eeuwige harmonische resonantie waarbij alles wat hij wenst of wil door Liefde verwezenlijkt wordt. Wie zichzelf vrijwillig aan de Wet van Liefde (de verticale pijl) onderwerpt, bezit in zijn geest en lichaam een blijvende volmaaktheid en is met Lichtwerk bezig.


Een ontwikkeling sinds ongeveer 1990 is de zogenaamde Intelligent Design beweging. Dit is een groep creationisten die beweert dat er op celniveau en moleculair niveau zoveel ingewikkelde mechanismen zijn die perfect op elkaar afgestemd zijn dat dit niet door toeval ontstaan kan zijn. Zij zien in de natuur een Intelligent Ontwerp, dat er ooit van buiten in is gebracht. Vaak vergelijken ID'ers de genetische informatie van levende wezens met de software die computers gebruiken om toepassingen te kunnen draaien. Een computer zonder software is een dood ding en een cel zonder goede genetische code is ook onbruikbaar. Hoewel het duidelijk is dat ze een (al of niet traditionele) Schepper veronderstellen die aan het begin van het leven staat, bemoeien ze zich volgens eigen zeggen niet met godsdienst. Ze vinden wel dat wetenschap alléén tekort schiet om diepere aspecten van de biologische natuur, waaronder een eventuele evolutionaire voorgeschiedenis, te onderzoeken.



GOD

Uitsluitend door schouwing van de wereld leren we GOD kennen. Tot dusver is het leerstuk van de schepping de uitdrukking van een spirituele waarheid geweest. Het heeft zowel in het jodendom als in het christendom laat een plaats gekregen en wordt altijd vrij problematisch gevonden. Nu heeft de nieuwe wetenschap de schepping naar een voortoneel geschoven en bepaalt dat een letterlijke en mechanistische uitleg van dit leerstuk cruciaal is voor de godsvoorstelling. Wanneer mensen tegenwoordig het bestaan van GOD ontkennen, verwerpen ze vaak de God van de wetenschap, de oorsprong en bouwer van het heelal die wetenschappers niet meer in systeem kunnen onderbrengen.


Als ruimte onveranderlijk en oneindig is, waar past GOD dan in? Is ruimte zelf niet op een of andere manier goddelijk, omdat ze immers de attributen eeuwigheid en oneindigheid bezit? Is ruimte een tweede goddelijke entiteit die vanaf de voortijd naast GOD had bestaan? Aangezien GOD oneindig is, moet Hij overal aanwezig zijn. De ruimte is een gevolg van GODs existentie, een eeuwige uitvloeiing uit de goddelijke alomtegenwoordigheid. De ruimte is niet door een wilsact van GOD geschapen, maar bestaat als noodzakelijke consequentie of extensie van zijn alomtegenwoordige zijn. Op analoge wijze is ook de tijd uit GOD geëmaneerd, omdat GOD eeuwig is.


De materie daarentegen heeft GOD wel op de dag van de schepping door een vrijwillige wilsact geschapen. Men zou kunnen zeggen dat Hij had besloten bepaalde delen van de ruimte te bedelen met vorm, dichtheid, waarneembaarheid en beweging. Er is daarom niets mis met het christelijke dogma van de schepping uit Niets, want GOD heeft uit een lege ruimte stoffelijke substantie voorgebracht. Hij heeft uit Niets materie gemaakt. Noach heeft ooit de oergodsdienst gesticht. Deze oorspronkelijke niet-joodse theologie kent geen bijgeloof en bepleit de rationele aanbidding van één God. Het enige wat in die theologie wordt geboden zijn de liefde tot God en liefde tot de naaste. De mens krijgt het bevel zich schouwend in de Natuur te verdiepen, want zij is de enige tempel van de machtige God. Latere generaties hebben deze zuivere religie bezoedeld met verhalen over mirakels en wonderen. Daardoor is men tot idolatrie en bijgeloof vervallen. Jezus is één van de profeten geweest die tot de mensheid is gezonden om haar naar de waarheid terug te voeren.


Joden, moslims en orthodoxe christenen hebben allen op hun eigen manier beklemtoond dat onze menselijke voorstelling van GOD niet overeenkomt met de onzegbare werkelijkheid waar Hij louter een symbool van is. Allen hebben gesuggereerd dat het beter is GOD te beschrijven als Niets dan als het Opperwezen, aangezien Hij niet op een door ons te bevatten manier bestaat. In de loop der eeuwen heeft de mens deze imaginatieve godsvoorstelling echter geleidelijk uit het zicht verloren. Katholieken en protestanten zijn Hem gaan beschouwen als een wezen dat een andere werkelijkheid is, toegevoegd aan een wereld die we kennen en dat als een hemelse Big Brother toezicht houdt op ons handelen.


Een God die aan het universum blijft sleutelen, is absurd. Een God die zich met menselijke vrijheid en creativiteit bemoeit, is een tiran. Als God wordt beschouwd als een ik in zijn eigen wereld, als een ego dat overeenkomt met een gij, als een oorzaak die losstaat van haar effect, wordt hij gewoon een niet zijnde, niet het zijn zelf. Een almachtige, alwetende tiran verschilt weinig van aardse dictators die alles en iedereen degraderen tot raderen van de machine die zij bedienen. Een atheïst die een dergelijke God verwerpt, heeft het grootste gelijk van de wereld.


We moeten een GOD boven deze persoonlijke God zoeken. Op zichzelf is deze gedachte niet nieuw. Elk gebed is een contradictie, aangezien het tot Iemand tracht te spreken voor wie taal onmogelijk is. Het gebed vraagt gunsten aan Iemand die deze gunsten, vóór Hem erom is gevraagd, reeds al dan niet heeft verleend. Participatie in een dergelijke GOD boven God vervreemdt ons niet van de wereld, maar dompelt ons onder in de werkelijkheid. Ze voert ons tot onszelf terug.


Eeuwenlang hebben de symbolen God, voorzienigheid en onsterfelijkheid de mensen in staat gesteld de verschrikkingen van het leven en de angst voor de dood het hoofd te bieden. Wanneer deze symbolen hun kracht verliezen, dienen vrees en twijfel zich aan. Mensen die door ontzetting en angst worden overmand, moeten op zoek gaan naar de GOD bóven de in diskrediet geraakte God van een theïsme dat zijn symbolische macht heeft verloren.