De eerste topazen zijn rond 1980 voor
het eerst gekweekt en werden toen ook wel melanine centraal
genoemd. Bij wie deze mutant voor het eerst is opgetreden is
helaas niet meer te achterhalen,wel is bekent dat dhr. Ascheri uit Parijs
een van de eerste was die de topaas verder
heeft ontwikkeld door de topaas in de diversen basiskleuren te
kweken. De duidelijke kenmerken van de topaas zijn een
duidelijke omzoming in de pennen, omdat het pigment tegen de
schacht is geconcentreerd, ook is de schacht zelf kleurloos.
De hoorndelen van de topazen zullen door de vermindering van
het zwartpigment licht van kleur zijn. De Topaasfactor werkt
recessief en de vererving is onafhankelijk.
Zwarttopaas
Bij de topazen uit de zwartreeks zal er
altijd phaeomelanine zichtbaar blijven men is er nog steeds
niet in geslaagd om dit weg te kweken. De melanine is daar
door bruinzwart.
Agaattopaas
In de agaatreeks zijn de vogels al een
stuk helderder.
Vooral met de witte grondkleur zijn er
al prachtige exemplaren te bewonderen. Het grootste probleem
bij de agaatreeks in rood en geel is het verkrijgen van
melanine op de kop.
Bij agaattopaas met wit is duidelijk te
zien dat deze genetisch afstammen van de mozaïeken. Omdat er
bij de mannen een duidelijke voorhoofdsband ontstaat. Om een
goede topaaskenmerk te kweken zal men met splitvogels met
een sterk melanine bezit moeten kweken om de melanine goed
zichtbaar te houden.
In de mozaïek reeks zijn er wel al heel
mooie contrastrijke en gemelaniseerde vogels te zien.