Koorfragmenten is  vervaardigd t.b.v het 275 jarig jubileum


Bewerkt voor Internet   gpavanvelzen@casema.nl


       

 

koorFragmenten

    samengesteld door Nico Zwarts

     Zangkoor DEO SACRUM        

     parochie Maria van Jesse

    Voorwoord

In hink-stapsprong voert het boekje Fragment  u door 275.jaar koorgeschiedenis.

Vanaf de middeleeuwen tot aan het jaar 1723. wanneer door enkele muzikale gelovigen  het zangkoor Deo Sacrum ( aan God gewijd) wordt opgericht. 

Fragmenten uit de tijd van Napoleon Bonaparte: de periode van de sobere Puriteinen; de diverse oorlogen tot aan het hedendaagse computertijdperk.  Maar, óók fraginenien van voorspoed, vriendschap. Reizen en feesten.

Deo Sacrum: 275 jaar en nog steeds springlevend

Oktober.   1998

de samensteller

Nico Zwarts

Gelukwens van de Bisschop

       
Ons voorbereidend op het jaar 2000 dat door de Paus tot jubeljaar is uitgeroepen. en via de media geconfronteerd met de problemen die 2000 geautomatiseerde maatschappij bezorgt. ga je gemakkelijker denken in millennia dan in eeuwen of jaren.  Een zangkoor dat in 1998 zijn 275 jarig bestaan  viert mag zeker zo denken.  Meer dan een kwart van een millennium. Eigenlijk lag het voor de hand dat de Minderbroeders zo kort na hun  in Delft  gezorgd hebben voor de oprichting van een zangkoor. Zij handelden daarmee geheel in de geest van Vader Franciscus die niet het Zonnelied lof en eer uitzong aan de Schepper van alle dingen.  Deo Sacrum! Minder vanzelfsprekend is het dat een zangkoor een eeuwenlange geschiedenis maakt, onafgebroken zijn rol in de liturgie blijft vervullen. Ondanks wisselende vormgeving en beleving van het Mysterie van ons geloof. 
"Deo Sacrum" viert inderdaad een uniek jubileum, waarmee ik het koor én de parochie van harte gelukwens.  In grote dankbaarheid en met veel waardering denken wij aan alle leden die het koor in zijn huidige samenstelling voorgingen., of zij nu een belangrijke of minder belangrijke stem hadden in het geheel.  De dirigenten en koorleden van vandaag wens ik voor nu een klinkende viering toe en voor de toekomst: dat in Delft niet mag verstommen. Wat wij wekelijks zingen: "U komt de lof toe.  U ons gezang, U alle glorie, 0 Vader, o Zoon. o heilige Geest
In alle eeuwen der eeuwen".
+ A.H. van Aluin S.D.B.
Bisschop van Rotterdam

Zingen  in de Liturgie

Een donker gekleurde man maakt gebaren boven een vuur.  Met zachte stem mompelt hij vreemde klanken.  
Is het spreken? Is het zingen? In een kring rondom staan mannen en vrouwen.  En van tijd tot tijd laten zij zich horen - een soort antwoord op die éne in hun midden.  Een oud, primitief ritueel.  In dat samenzijn, in gebaren en klanken, komen krachten los dat diep in mensen schuilen.  En in de bedding van de traditie van die gemeenschap, scheppen zij éénheid, zijn zij "helend'.  Er is geen liturgie, waar niet gezongen wordt.  Niet in de meest primitieve en oudste rituelen, maar ook niet in de liturgie waar gesproken en gezongen wordt in de taal van onze tijd en onze cultuur: onze eigen eredienst.  En als die liturgie gedragen wordt door de gemeenschap zelf, en dicht aansluit bij wat mensen zelf beleven (hoop en angst, zorg en geluk, verdriet en verwachting), komen er krachten vrij die helen en gemeenschap stichten.  Zo is het ver weg, zo was het lang geleden, zo is het hier en nu.
Zingen is "heilzaam.  Zingen kan sacramenteel zijn: voertuig van genade, werk van de Geest van God.  En als het zingen werkelijk een gemeenschapsgebed is, meer dan het in stand houden van een oud cultuurgoed door een kleine groep - hoe kostbaar ook! - , dan is er geen liturgie, geen gemeenschap, die het gezang missen kan.
Het kerkkoor heeft vanaf zeer oude tijden die taak in de liturgie: met en Namens de gemeenschap het gebed zingt.  De fraaiste manier om dat te doen is natuurlijk in de beurtzang, waarin koor en gemeente als koren van engelen elkaar toezingen (denk maar aan het visioen van Jesaja 6)! De ingewikkeldheid van latere muziek (toen de liturgie los van het leven van de gemeenschap kwam te staan, maar wel expressief kon zijn!) heeft dat onmogelijk gemaakt.  Daar zijn wel wondermooie muziekstukken uit voortgekomen, maar liturgisch hebben zij een geringere functie.  Gelukkig dat ons koor Deo Sacrum meer noten op haar zang heeft dan alleen het behoud van wat onze cultuur heeft Voortgebracht, en ook hart heeft voor de liturgie.  Zo kunnen er diepe krachten vrij komen in de mensen die samen parochie willen zijn. Krachten die de gemeenschap opbouwen.
Wij mogen trots zijn op ons koor. en dankbaar dat zij die dienst willen  verlenen 
Ben Stoffels SJ

Prelude

Bij het overzicht ter gelegenheid van het 275-jarig bestaan van Deo Sacrum ontkomen we niet aan een prelude -een inleiding - tot de oprichting van het koor.
Uit de gemeentelijke archiefstukken blijkt dat reeds in 1447 paters Franciscanen Minderbroeders naar Delft komen.  Zij bouwen een kerk en klooster in de omgeving van de Broerhuisstraat en de Beestenmarkt.  In 1556 vluchten de Franciscanen voor de eerste beeldenstorm maar, keren na een half jaar weer terug.
In de rumoerige jaren van de hervorming wordt het de Franciscanen, vooral door de beruchte priesterhater Lumey van de Marck, onmogelijk gemaakt hun priesterwerk uit te oefenen.  In 1572 verlaten de Franciscanen dan ook Delft.
Twintig jaar later. In 1592 wanneer de ergste kruitdampen zijn opgetrokken, komen op verzoek de eerste paters Jezuïeten naar Delft.  De eerste tijd wonen deze in de buurt van het vroegere Minderbroederklooster: om na enige jaren naar de Oude Langendijk te verhuizen.  Dit wordt later de "Papenhoek" genoemd.  Hier beschikken zij over een zolderkerkje, achter het Marktvcld, bezijden de Oude Langendijk, waar nu ongeveer de Maria van Jessekerk staat.
Toen tegen het eind van de 17e- eeuw het Jansenisme (de nieuwe richting van Cornelis Jansenius, bisschop van Ieper) kwam opzetten. hielden de Jezuïeten vast aan de orthodoxe leer van Rome.

In 1708 overkomt de Jezuïeten hetzelfde lot als de Franciscanen, die ruim 130 jaar eerder als gevolg van de beeldenstorm, uit Delft verbannen werden.  Het Jansenisme is nu indirect aanleiding tot de terugkomst van de Franciscanen.  Op 28 december 1708 is het de Rooms Katholieke kerk onder bepaalde voorwaarden binnen de stad Delft gepermitteerd:

“Een priester, bij leening, souden mogen laaten dienst doen in de kerk agter de markt;  mits géén Jezuït zijnde.”

5 januari 1709:
Op de vooravond van Driekoningen komt van de Rotterdamse Straatweg een tamelijk onooglijk rijtuig aangerold.  Voor de Rotterdamse Poort laat de koetsier de ijzeren klopper op de zware stadsdeuren neerkomen.  Na enig wachten verschijnt de slaperige poortwachter en vergewist zich of het goed volk is dat zich in de koets bevindt.  In één van de drie inzittenden herkent hij de eerzame Delftse bierbrouwer Bartholomeus van Berckel.  Hierdoor gerustgesteld en na ontvangst van het poortgeld. kan het rijtuig zijn weg langs de Geer, Koornmarkt en Oude Langendijk vervolgen.  Uiteindelijk wordt het reisdoel, de verlaten Jezuïetenstatie aan de Molenpoort bereikt.  De medereizigers van Bartholomeus van Berckel, blijken de Franciscaner paters Cornelis Vroom en Pater Stephanus van Luyck te zijn.  Zij zijn, na een afwezigheid van bijna 140 jaar. weer de eerste Minderbroeders binnen de stadsmuren van Delft.
Dit is het begin van een duurzaam en zegenrijk verblijf van de Franciscanen, van waaruit in 1723 het koor Deo Sacrum zal ontstaan.
Deo Sacrum: 1723 - 1998
Twee honderd vijf en zeventig jaar koorgeschiedenis: de tijd holt even achteruit, terug naar 1723 :
Delft is op dat tijdstip één van de belangrijkste steden van West Nederland en overtreft in betekenis en aanzien steden als Den Haag en Rotterdam.  Als gevolg van langdurige vrede heerst er welvaart in de republiek.  We leven midden in de barok - en pruikentijd.  De welgestelde burger beschikt over een kerk -, huis - en straatpruik.  De dames uit de gegoede kringen dragen, naar Frans voorbeeld. torenhoge kapsels.  Eenvoud en soberheid hebben plaats gemaakt voor genotzucht en pronk lust.  Er verschijnen spotrijmen op de jonge mannen die, met een waaiertje in de hand, op hoge hakjes lopen, zijden linten en strikjes dragen en hun lippen verven.  Er wordt zelfs les gegeven in het nemen van een snuifje en het hierbij hanteren van de gouden snuifdoos.  Er is kritiek op de rechtspraak. de straffen zijn namelijk streng en wreed.  Ondeugende kinderen die bijvoorbeeld van huis weglopen of geringe vergrijpen begaan, worden soms gegeseld en gebrandmerkt.  Kleine dieven worden zelfs geradbraakt en soms opgehangen.  In Delft gebeurt dat op het Galgenveld (nu Zuideinde) en later op de Markt. 
In het stichtingsjaar van Deo Sacrum wordt een valsmunter in de kokende olie verbrand.
Rechters en baljuws zijn omkoopbaar. Voor een beetje godsdienstvrijheid moeten de "Roomsen " hoge steekpenningen betalen.  Wat geeft dit jaar buiten Nederland te zien?
Czaar Peter de Grote (die in Zaandam het vak van scheepstimmerman leerde) regeert in Rusland en sticht St. Petersburg.
In Frankrijk bestijgt Lodewijk XV, als opvolger van Lodewijk XIV (de Zonnekoning), de troon.
Er zijn vier werelddelen bekend; Australië is nog niet ontdekt.
Bach en Händel zijn in de kracht van hun leven en componeren hun mooiste werken.  Haydn.  Mozart en Beethoven zijn nog niet geboren.
Deo Sacrum (aan God gewijd) wordt tijdens het principaal van Stephanus Luyck op 24 augustus 1723 door enkele muzikale gelovigen van de "Roomsche kerk- achter of bezijden het Marktveld " opgericht.
Het  Koor


Oorspronkelijk is het koor verdeeld in een muziekoor en een Gregoriaans koor.  Het muziekkoor bestaat uit instrumentalisten die vooral op de kerkelijke hoge feestdagen de diensten opluisteren.  Rond 1740 wordt Deo Sacrum een gemengd koor; de versterking met een dameskoor heeft positieve gevolgen.  Er kunnen nu stukken uitgevoerd worden met partijen voor sopranen, alten, tenoren en bassen. Een vrolijke noot is dat de samenzang in al die jaren menig muzikaal  huwelijk tot gevolg heeft.  In december 1829 ontstaan er problemen tussen beide koren.     Het vermoeden bestaat dat de politieke ontwikkelingen tussen de Noordelijke - en Zuidelijke Nederlanden mede oorzaak    van deze onenigheden zijn.  Een kleine interne 8-jarige oorlog is het gevolg. Ondanks jaarlijkse vredesbesprekingen wordt pas in 1837 de vrede getekend en wordt er weer gezamenlijk gemusiceerd en gezongen.

Na een succesvolle priesterloopbaan in Maastricht, keert in 1774 Bartholomaeus van Berckel (de kleinzoon van bierbrouwer van Berckel die op 6 januari 1709 's nachts de Franciscanen Delft binnenloodste) terug naar Delft. Tot aan zijn dood in 1809 is hij een ijverig werkend lid, tevens voorzitter, van het zang- en muziekkoor. Hij laat voor zijn rekening het orgel vergulden.  Testamentair bepaalt hij dat het "Muzyckkoor" voor de zang bij zijn uitvaart vier dukaten (toen ruim 20 gulden) zal ontvangen.  Het Gregoriaanse koor krijgt voor de zang bij zijn "maandstond" (= mis voor een overledene, die het eerste jaar na het overlijden iedere maand gelezen wordt) twee dukaten.  
In 1837 wordt door de toenmalige directeur Th.  Duffels het: Musijck Choor en het Gregoriaansch Choor samengevoegd.  In 1847 blijkt dat er van de vier organisten, die afwisselend het orgel behoren te bespelen. nog slechts één in leven is.  Besloten wordt een organist in vaste dienst te nemen.   Vanwege het regelmatig spoorloos verdwijnen van instrumenten en partituren besluit het bestuur in 1849 alle bezittingen van Deo Sacrum van een stempel te voorzien. In 1852 wordt aan de organist Hfl. 150.-, aan de orgelknecht Hfl. 40.- en aan de orgeltrapper Hfl. 16.- per jaar betaald.  Deze ontvangt nog wél een van fooi Hfl. 2,25 per jaar. (Pas in 1914 wordt niettegenstaande zijn ijver, de toenmalige onvermoeibare orgeltrapper aan de kant gezet.  Hij zal, tot vreugde van de organist, door een elektrische motor worden vervangen ).  Het koor geeft regelmatig blijk van sociale betrokkenheid.  Zo ontvangen de in behoeftige omstandigheden geraakte koorleden  Mejuffrouw van Veen en de heer Bos een toelage van Hfl.100.respectievelijk Hfl.50.- per jaar.  De naam Mejuffrouw van Veen wordt regelmatig in de notulen genoemd.  Er wordt helaas niet vermeld op grond waarvan Mejuffrouw van Veen een jaarlijkse toelage van het koor en later van het kerkbestuur ontvangt.  Wij houden het er voorlopig op dat zij een stem als een engel gehad moet hebben .  

  Het Gregoriaans

Gregoriaans is het door Paus Gregorius 1 in de zesde eeuw ingevoerd éénstemmige koraalgezang met noten die alle even lang zijn, de zogenaamde acht kerktonen.
Het is Paus Pius X die, bij het aanvaarden van zijn pauselijke regering te kennen geeft dat hij meer eenheid in de gezongen erediensten wenst.  Er wordt definitief gekozen voor het Gregoriaans, dat reeds eeuwen door de Benedictijner orde gezongen wordt.  De bisschop van Haarlem en pastoor H.A. van Kessel, die tevens president van het koor Deo Sacrum is, verklaren zich eveneens sterk voorstander van het Gregoriaans.  Menig koorlid ziet dit besluit als een verarming van de kerkzang en daarom besluit pastoor van Kessel een afvaardiging van het koor - op kosten van de kerk - een studiereis te laten maken.
Fragmenten uit het reisverslag:
Ieder gewapend met een Graduale (is een boek waarin de door het koor gedurende de H.Mis voor te dragen gezangen staan) vertrekt op 22 augustus 1909 een vier-mans sterke afvaardiging onder aanvoering van organist Saraber naar Breda.  Teneinde op de 23e augustus niet te laat in Oosterhout aan te komen, wordt in Breda overnacht.  Ter informatie wordt nog vermeld dat de heren s'avonds slechts een vreedzaam dominosteentje gelegd hebben. Voor dag en dauw vertrekt men de volgende ochtend met de eerste tram naar Oosterhout.  Hier zijn sinds de eeuwwisseling de abdij van de uit Frankrijk afkomstige paters Benedictijnen en het klooster van de zusters Benedictinessen gevestigd.  De heren zijn nét op tijd voor de gezongen vroegmis en raken al direct onder de indruk van de rust en eenvoud van de zusters Benedictinessen.  Zonder enige drang naar solistisch optreden en met treffende pauze tussen iedere zin, wordt het Gregoriaans door de eenvoudige kloosterzusters gezongen.  Het geheel klinkt statig, vroom. hoogst beschaafd en wordt met gedekte stem gezongen.  De deelnemers aan deze studiereis zijn dan ook unaniem van mening nooit eerder een kerkdienst bijgewoond te hebben waarin zó mooi gezongen werd. Onze reisverslaggever wordt zelfs lyrisch wanneer hij opmerkt: Vrouwenstemmen, van zulk religieus gevoel doordrongen in zulk een vrome omgeving, kunnen niet anders dan als een "koor van engelen " klinken.
Na de mis begeeft het gezelschap zich naar de abdij waar de abt, de zeer eerwaarde dom Sergent, op de hoogte is van hun komst.  Door een broodmagere broeder wordt men naar de ontvangkamer geleid. Via het openstaande raam, dat op de kloostertuin uitkijkt stort zich plotseling een zwerm bijen op onze Deo Sacrum afvaardiging.  De strijd duurt lang en is hevig; de één roept om zijn "biechtvader" en de ander vraagt om "het sacrament der stervenden".  Eindelijk arriveert de abt dom Sergent en sluit het venster. Na het likken der wonden worden gedurende twee uren verschillende gezangen uit de Graduale gerepeteerd.  Tot zover het verslag dat eindigt niet de verklaring dat deze verkenningstocht naar het Gregoriaans zeer nuttig is geweest en Deo Sacrum hierdoor andere koren vér vooruit is.

                                                                
                                                  

Hulde woord

Op 24 augustus 1923, bij de viering van het 200-jarig bestaan van het zangkoor
 Deo Sacrum verschijnt onderstaand huldewoord in het Delftsche Advertentieblad.  
Nu, 75 jaar later blijkt het gedicht van Flip nog steeds actueel en op de sfeer binnen
 Deo Sacrum, van toepassing.
Het is nog niet zoo vaak gebeurd,  dat 'n tweetal eeuwen lang 
een hechte, trouwe band bestond bij minnaars van den zang.
Toch wordt dit uiterst zeldzaam feest hier binnenkort herdacht,
als dank, voor wat op dit terrein, den hoorders werd gebracht.
't is "Deo Sacrum " 't Burgwal koor; dat er wel wezen mag,
en technisch degelijk geschoold, herdenkt z'n jubeldag.
Maar ook 'n koor, waar vriendenband de leden samenhoudt:
zoo na het werk een gulle l ach en kostelijke kout.
En als ze op gezette tijd de stad ontvluchten gaan,
dan ziet het buitenland steeds pret met eendracht samengaan.
I k- ben geen zanger, ken geen noot, als die te kraken zijn,
maar 'k rijm hier toch m 'n  huldewoord bij 'n zeldzaam mooi festijn.

Flip

Zwarte Donderdag

Op donderdag 10 september 1931 komt, als donderslag bij heldere hemel het bericht dat de president van Deo Sacrum de eerwaarde pastoor Hase, besloten heeft het zangkoor te ontbinden.  De pastoor meent Onze Lieve Heer en de parochie beter te dienen door oprichting van een Schola Cantorum welke alleen Gregoriaanse muziek zingt, zodat alle profane muziek kan worden afgeschaft.  Kort voor de repetitie overhandigt de pastoor de brief persoonlijk aan de vice-president en secretaris.  Op de eerste reactie van de bestuursleden dat dit ongemotiveerde ontslag zonder overleg zomaar niet kan, antwoordt de pastoor dat hij zich nergens aan stoort en deze brief afdoende vindt.  Geëmotioneerde Deo Sacrumleden met een dienst van 25, 35 en zelfs 50 jaren, begrijpen er niets van.  De secretaris notuleert: We waren allen (liep getroffen en in ons bloedend hart ontsproot het plan ons als "Deo Sacriaansche Leeuwen ", waardig te weren !
Reeds op dinsdag 15 september 1931 staat een bestuurs afvaardiging met knikkende knieën bij de bisschop van Haarlem, Monseigneur J.D.J. Aengenent, op de stoep.  Hier worden zij welwillend en aller vriendelijkst door de bisschop in audiëntie ontvangen.  Mgr.  Aengenent had de courant "De Maasbode " gelezen en blijkt op de hoogte van het ontslag.  Uitvoerig wordt de bisschop verslag gedaan van de manier waarop het gehele zangkoor is ontslagen.  Van begin tot eind geeft de bisschop zijn afkeuring te kennen en geeft tevens de garantie dat een vooraanstaand koor, met een reputatie als Deo Sacrum, niet mag verdwijnen.  Wél stelt de bisschop dat het de bedoeling van het bisdom is, de gelovigen actiever aan de kerkelijke plechtigheden te laten deelnemen.
Op 10 november 1931 besluit Pastoor Hase te bedanken voor de functie van President van het zangkoor Deo Sacrum en draagt dit over aan pater Vergeer.  De opheffing van het oudste kerkkoor van Nederland is verijdeld; de leden worden echter verzocht dit niet als een overwinning doch als een herstel te vieren.

 
Mirakel van Sint Bernardus
Een degelijke gelijkenis kan geen toeval zijn
Links van het orgel, daar waar de sopranen staan opgesteld, kijkt Sint Bernardinus als laatste van een lange rij muurschilderingen. ernstig neer op het koor van Deo Sacrum.  Óók in het repetitielokaal aan de Oude Langedijk houdt dezelfde markante kop vanaf de wand de zangers in de gaten.  Tussen vergeelde foto's uit vervlogen tijden hangt hier de reïncarnatie van Sint Bernardinus in de persoon van de heer G.J. Murk die vanaf 1876 lid en van 1887 tot 1904 president van Deo Sacrum was.
Een dergelijke gelijkenis kan géén toeval zijn....
Dat was het ook niet, want:
Tijdens de bouw van de St. Jozefkerk, die o.I.v. architect E.J.Margrij, leerling van Dr.P.J.H.Cuijpers, in 1882 gereed komt, neemt één van de decoratieschilders de foto van de heer Murk als voorbeeld -"voor Sint Bernardinus 
Dankzij het bouwverslag van de kerk wordt ons de mystieke relatie tussen Sint Bernardinus en de president van het zangkoor Deo Sacrum, uit de doeken gedaan.  Dus toch géén mirakel... Sint Bernardinus is geen uitzondering.  In het medaillon van Petrus van Alcantara (kruisbeeld in de hand, duif op de schouder) aan de rechterkant van het middenschip, herkent men bouwpastoor Strik.

Honderd jaar Deo Sacrum

In augustus 1823 wordt het 100-jarig bestaan van Deo Sacrum feestelijk gevierd.  Dat over deze eerste honderd jaar weinig bekend is, wordt door de toenmalige secretaris als volgt genotuleerd:
Van de eerste honderd jaar zvn de bescheiden dienaangaande grootendeels verloren geraackt: dit is voor-zeker jammer en is alleen te wijten aan de secretarissen die hiermede roekeloos hebben geleefd. Het past evenwel niet hen hiervoor kwaad te bejegenen, maar niettegenstaande hun verzuim, hen toe te roepen: "Zij rusten in vrede

De episode

dr.A.G.Venderbos                                                                                                                                                                          

Wat voorafgaat:
Uit de notulen : De ontslagname als organist van de heer E C Sarabel-, was voor ons allen zeer zeker een verrassing, die niemand had voorzien.  Pogingen welke zijn gedaan om hem van dit besluit af te brengen, mochten niet baten.  Op 31 december 1919, op oudejaarsavond, na het beëindigen van het lof, streelt hij nog eenmaal de toetsen van het orgel dat hij bijna vijfentwintig jaar heeft bespeeld en verlaat vervolgens het koor...
De volgende dag, 1 januari 1920 wordt de 19-jarige Adr. G.Venderbos uit Leiden, tot organist van de St. Jozefkerk benoemd.  De geliefde dirigent A.F.Funnekouer leidt in die jaren het koor naar grote hoogte. 








Wanneer hij op hoge leeftijd in 1922 door het koorlid D.P.F.van der Steuijt als dirigent wordt opgevolgd, breken onrustige jaren aan.  Een dan 21 -jarige organist en een dirigent, die zijn voorganger nog niet kan doen vergeten, staan samen bij ruwe zee aan het roer. Wanneer op 5 april 1934, tegen de zin van het koor, organist Adr.G.Venderbos door Pastoor Hase tot dirigent/organist wordt benoemd, neemt het bestuur en een groot aantal leden ontslag.  De kas (saldo: Hfl. 1. 148,90 ) wordt verdeeld; de deur gaat dicht. Twee maanden later, wanneer pastoor Hase tot pastoor in Rotterdam is benoemd, neemt de legendarische pater Vrijmoed ofm. zijn plaats in. Deze pakt de zaak voortvarend aan en zo kan het gebeuren dat reeds na 14 dagen het Deo Sacrum bestuur en nagenoeg alle leden weer dáár staan waar ze horen: op het koor ! Vanaf 1934, 33 jaar oud, vervult Adr.G.Venderbos tot 1981 de dubbel funktie van dirigent/organist van het zangkoor Deo Sacrum.  Hij is een sterk en veelzijdig kunstenaar die voor het Delftse muziekleven grote waarde en betekenis heeft en in het bijzonder voor de St.Jozef parochie een onmisbaar figuur is. Hij beleeft de bloeitijd van het rijke Roomse leven.  Wanneer hij in 1981, na ruim 60 jaar de hem zo dierbare taak moet beëindigen heeft hij bij maar liefst 30.000 mis - en lofdiensten het orgel bespeeld.  Dit diamanten jubileum, in januari 1980, trok zelfs landelijk de aandacht.  De verdiensten van Adr.G.Venderbos zijn bij zijn 40-, 50- en 60-jarig jubileum erkend met onderscheidingen als de zilveren erepenning van de gemeente Delft, de pauselijke orde "Pro Excelsia et Pontifice" en de eremedaille in goud van Oranje-Nassau.
Op 19 januari 1987 overlijdt Adr.G.Venderbos. Op zijn uitdrukkelijk verzoek vindt de uitvaartplechtigheid in familiekring plaats.  De begenadigd musicus heeft zijn gave 60 jaar in dienst van God en zijn parochie gesteld en hiermee het woord van de psalmist in praktijk gebracht:    Het is goed de Heer te loven, Gods naam te prijzen.  
Intermezzo
Tussendoortjes:
Op 26 september 1948 wordt het 225-jarig bestaan van Deo Sacrum gevierd. Het feestelijk ontbijt na de H. Mis, wordt verzorgd door de slagers en bakkers welke lid zijn van het zangkoor, terwijl Jos van Bommel, van de Stads Doelen, het diner verzorgt. Het jaarverslag van juni 1949 melding dat Frans van Zuylen als élève (leerling) is toegelaten en dat A.Arkesteijn tot aspirant lid is bevorderd. Op 16 april 1953 wordt melding gemaakt dat de heer Venderbos, als gevolg van de lage opkomst, niet verder wenst te repeteren.  Er was o.a. slechts één 2e bas, te meten Ton Hartman en die was meestal nog verkouden ook. Op donderdag 21 mei 1953 verliest Frans van Zuylen, bij het weggaan na de repetitie. zijn verlovingsring en een week later op 18 mei is het lid A. van de Zijde zelfs zijn kunstgebit kwijt. Piet Buitendijk komt de bassen van Deo Sacrum versterken en is ook nu nog een vooraanstaand lid van deze groep bromberen.  In 1955 wordt door -de nu reeds legendarische- Pierre van Hauwe het tot dan toe   kwakkelende jongenskoor opgeleid en aan de dirigent/lorganist  Adr. G. Venderbos overgedragen.  De kwaliteit van het knapenkoor wordt daarna uitstekend genoemd.
In 1957 wordt Ton Pieterse, die sinds 1951 lid is, als expert van gedistilleerd, benoemd tot barbeheerder. Eerste tenor Rob Pieterse behoort ook reeds tot de oudgedienden.  Hij hoeft echter bij de "hoge C" nog steeds niet te playbacken. Jan Kouwenhoven; de huidige vice-voorzitter, wordt in 1957 reeds geroemd als getalenteerd zanger én decoratieschilder. In 1960 wordt de repetitieavond vanwege het goede TV programma op donderdagavond, verplaatst naar de woensdagavond. Wanneer op woensdagavond Europacup voetbal uitgezonden wordt. verhuist men weer naar de donderdag....
Een ander tijdsverschijnsel, als gevolg van welvaart, is het bezit van een caravan.  In 1970 signaleert de heer Venderbos dat er reeds 8 leden zo'n ding bezitten, wat de hoge absentie verklaart. Na de opheffing van "Sursum Corda" het zangkoor van de Sacramentskerk in de Wippolder, komen Roos van der Kruk. Ton Andela,  Sjaan van Dijk,  Cees Bakker,  Ben Scholte en Gerard van Velzen Deo Sacrum versterken.
Enkele koor -uitdrukkingen
"zingen maakt dorstig!" of "des zangers keel is altijd droog" "niet zeuren, maar zingen!"
"wie goed zingt, bidt dubbel" (Qui bene Cantat, bis Orat)
"zingen maakt van elke dag een feestdag" 

 


1723 - 1923

  •     De speciale Feestwijzer ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van het zangkoor Deo Sacrum geeft een druk programma aan :  

  •     Op donderdag 23 augustus leest en becommentarieert de oud - secretaris, de heer van Hoek, een biografie over het tijdvak 1723 -        1923.

  •     Op vrijdag 24 augustus is er een plechtige H.Mis van Requiem ter intentie van de overleden leden van het zangkoor.

  •    Gezongen   wordt de Messa da Requiem van Lorenzo Perosi.

  •  Op zondag 26 augustus is er s’morgens om 8.00 uur reeds een H.Mis in het gebouw der Jongelings-Congregatie met na afloop een gezamenlijk ontbijt.   Om 10.00 uur volgt de Plechtige Hoogmis waarbij het Gregoriaans Veni Creator gezongen wordt.   Verder vermeldt het programma de: Missa Beati Misencordes V. Goller opus 80 en het Jubilata van Aiblinger.   Na afloop van de Hoogmis volgt een bijeenkomst in de Pastorie waar door de Pastoor de erewijn aangeboden wordt.   Hier wordt tevens van 13.00-14.00 uur de receptie gehouden.   Het valt de koorleden tegen dat weinig parochianen blijk geven van hun belangstelling.   Eén der meest vooraanstaande parochianen echter die het bestuurscollege bedankt voor het blije gevoel dat de koorzang haar steeds weer bezorgt, maakt met haar verklaring alles goed:

 

               

                 

                                                     

 

Om 17.00 uur volgt er het Plechtig Lof met Te Deum van Hubert Cuypers op. 40 waarna het om 18.00 uur tijd wordt voor een borrel en een feestsigaar. De feestelijkheden worden besloten met een diner vanaf 19.00 uur dat, volgens de notulen, tot in de kleine uurtjes doorgaat.  

De Presidenten

1866 – 1880   J .P.Kok                                       1930 – 1946       J.G. Bertels

1880 – 1887   P.H.M.Drabbe                             1946 – 1953       Jos van Bommel

1887 – 1904   G.J.Murk                                     1953 – 1958        J.A.Romijn

1904 – 1908   J.W.v.d.Polder                             1958 – 1965        E.Lutz

1908 – 1912   A.Reichert                                   1965 – 1983        Koos v. Leeuwen

1912 – 1914   M.W,Moeskops                          1983 – 1987        Rob Pieterse

1914 – 1917   J.B.Lübbers                                 1987 – 1990        Bruno via Steuijt

1917 – 1922   A.M.Koevoets                             1990 – 1994        Gerard v.Velzen

1922 – 1930   G.J.M.v.Hoek                              1994 --2002         Roos v.d. Kruk de Vreede

 

Het hoogste ambt binnen   Deo Sacrum is dat van president, tegenwoordig voorzitter genoemd.   Hun leiding is reeds 275 jaar van groot gewicht voor het wel en wee van het zangkoor.   "Gedurende een lange periode is het gebruikelijk dat de pastoor van de parochie ambtshalve president van het koor is.   De dagelijkse leiding berust dan bij de vice-president.   Sinds 1994 kent het gemengdkoor Deo Sacrum in Roos van der Krak haar eerste vrouwelijke voorzitter.   Samen met de vice-voorzitter Jan Kouwenhoven, de secretaris/penningmeester Theo van Dijk, de bibliothecaris Frans van Zuylen en het bestuurslid Ben Scholte, staat voorzitter Roos van der Kruk nu reeds aan de basis van "Deo Sacrum 300jaar" in het jaar 2023.  






Deo Sacrum zingt weer gemengd.

Tijdens de jaarvergadering van het mannenkoor op 2 september 1982 wordt een voorstel om tot -mogelijke- vorming van een gemengd koor te komen, met 22 tegen 3 stemmen aangenomen. Tijdens gesprekken en een vergadering op 25 november 1982 wordt gekozen voor de naam: Gemengdkoor Deo Sacrum. Vervolgens wordt er, op 20 december 1982 voortvarend met de dames vergaderd.   Een paar dagen later, tijdens de Ie nachtmis op 24 december 1982, wordt er reeds door de nachtegalen van Deo Sacrum in het koor meegezongen. Op 1 januari 1984 volgt, onder leiding van Pastoor Banning, de officiële oprichting van het Gemengdkoor Deo Sacrum.

Om tot een goede koorklank te komen zal er in eerste instantie meer gerepeteerd dan uitgevoerd worden.   Er wordt daarom besloten 1 x per maand gezamenlijk de Eucharistieviering te verzorgen.   De vaststelling van de contributie dreigt nog roet in 't eten te gooien; uiteindelijk vindt een bedrag van Hfl. 5.- per maand, voor zowel dames als heren, genade bij de vergadering.   Het volgend probleem: de financiering van bijvoorbeeld het Cacciliafeest wordt voorlopig vooruit geschoven. Wegens een nijpend gebrek aan koorzangers om de extra wekelijkse diensten als huwelijken en uitvaart missen te verzorgen, wordt in 1967 besloten hiervoor een speciaal dameskoor op te richten.   Ook dit koor staat onder leiding van dirigent/organist Petra Veenswijk.   De Samenwerking tussen het dameskoor Maria van Jesse en Gemengd- koor Deo Sacrum is uitstekend.   Regelmatig wordt een beroep op elkaar gedaan wanneer vervanging of versterking nodig is.   Het eerste gezamenlijke succes wordt reeds op 16 behaald wanneer de door het Gemengdkoor Deo Sacrum Missa Brevis in C dur, door de KRO voor de radio wordt uitgezonden. In korte tijd drukken de dames een stevig stempel op Deo Sacrum dat onder de muzikale leiding staat van dirigent/organist Petra Veenswijk en tevens, voor het eerst in 275 jaar, een vrouwelijke voorzitter -Roos van der Kruk- aan het roer heeft staan. Het Gemengdkoor Deo Sacrum telt momenteel: 23 damesleden, 20 herenleden en 3 ereleden.

 


terug