[ Homepage | Contact | Werk | Curriculum vitae | Publicaties | Stamboom | Sitemap ]

Beroepsmilitairen in de familie

Inhoud

Zie ook:


Nuttige links

Ook geraadpleegd:


Opmerkingen

1. Militaire hiërarchie

Voor onderzoek in Militaire Stamboeken moet je het regiment kennen. Militaire hiërarchie:

APP-6A
Symbool
Naam Aantal personen Subordinate eenheden Rang commandant Officiersrang
commandant
XXXXXXregio, theater of front200.000+2+ legergroepengeneraal of maarschalkopperofficier
XXXXXlegergroep100.000+2+ legersgeneraal of maarschalk
XXXXleger50.000-60.000+2+ legerkorpsengeneraal
XXXlegerkorps30.000-50.000+2+ divisiesluitenant-generaal
XXdivisie10.000–20.0002-4 brigades of regimentengeneraal-majoor
Xbrigade3000–50002+ regimenten
of 3–6 bataljons
brigadegeneraal
IIIregiment of groep2000–30002+ bataljons of afdelingenkolonelhoofdofficier
IIbataljon of afdeling300–10002–6 compagnieën, eskadrons of batterijenluitenant-kolonel
Icompagnie, eskadron of batterij70–2502–8 pelotonsmajoor
of kapiteinsubalterne officier
ooopeloton25–602+ squads, secties, of voertuigeneerste of tweede luitenant
oosectie8–162+ teamssergeantonderofficier
ogroep2-122+ fireteams of 1+ celsergeant
of korporaalkorporaal
(bron: Wikipedia militaire eenheid, rangen)

2. Vestingsteden

In welke plaatsen kun je veel militairen verwachten? Onder meer in vestingsteden of plaatsen waar garnizoenen gelegerd waren; in plaatsen met één of meer kazernes; in marinehavens; in regio's met militaire oefenterreinen; en in plaatsen met een militair hospitaal.

Het standaardwerk om na te zoeken welke legeronderdelen in welke plaats gelegerd waren, is:
H. Ringoir, Vredesgarnizoenen van 1715 tot 1795 en van 1815 tot 1940 (Serie: Bijdragen van de Sectie Militaire Geschiedenis, nr. 8) ('s-Gravenhage: Sectie Militaire Geschiedenis, 1980). (aanwezig in bibliotheek Nationaal Archief: depotnummer V 222)

Hieronder een aanzet tot een lijst met militaire centra, geordend naar (tegenwoordige) provincie. De lijst uit 1793 geeft plaatsen waar in dat jaar een garnizoen gelegerd was volgens het Officiersboekje 1794. Steden waar ten minste tien compagnieën in garnizoen waren (ca. 1000 manschappen), zijn vet weergegeven. De grootste garnizoenen lagen in het zuiden, waar een Franse inval dreigde - te Maastricht (89 compagnieën, zo'n 10.000 man), 's-Hertogenbosch en Breda (elk ca. 60 compagnieën), en Venlo en Bergen op Zoom (elk ruim 40 compagnieën). Opvallend afwezig in de lijst is Amersfoort. Plaatsen met minder dan één compagnie - vaak forten - staan (tussen haakjes). Het gehele leger bestond toentertijd uit ca. 740 compagnieën (rond de 100.000 man).

De lijst met garnizoenen in 1796/'97 is ontleend aan Nationaal Archief inventaris 2.01.15 (Oorlog / Stamboeken voor 1813) van het Nationaal Archief, blz. 26, 31-32. Er lagen toen, na de Franse invasie begin 1795, geen garnizoenen meer in Limburg, wel noordelijker, langs de grote rivieren en in noord-Nederland langs de grens met het Duitse Rijk.

De lijst met militaire hospitalen (ca. 1900) is ontleend aan inventaris 2.13.09 (Militaire Stamboeken) van het Nationaal Archief (inv.nrs. 1438-1472 en 1472A-1472BB).

provincie garnizoenen 1793 garnizoenen 1796 / '97 militaire hospitalen 1900
Groningen (Bellingwolderschans) - Bourtange - Delfzijl - Groningen - Langakkerschans Bourtange - Delfzijl - Groningen - Langakkerschans Groningen
Friesland Harlingen - Leeuwarden - (Terschelling) - (Vlieland) Harlingen - Leeuwarden Leeuwarden
Drenthe Coevorden Coevorden Assen
Overijssel Deventer - (Hasselt) - Kampen - (Ommerschans) - Zwolle Almelo - Deventer - Hardenberg - Zwolle Deventer - Kampen
Gelderland Arnhem - Bommel - Doesburg - Doetinchem - Harderwijk - Loevestein - Nijmegen - (Sint Andries) - Tiel - Wageningen - Zutphen Arnhem - Culemborg - Elst(?)(*) - Heumen - Nijmegen - Wamel - Zaltbommel - Zutphen Arnhem - Doesburg - Harderwijk - Nijmegen - Zutphen (tot 1889)
Utrecht Utrecht - (Woerden) Utrecht - Wijk bij Duurstede Amersfoort - Utrecht
Noord-Holland Alkmaar - Amsterdam - Haarlem - Den Helder - Naarden - Texel Alkmaar - Enkhuizen - Haarlem - Hoorn Amsterdam - Haarlem - Den Helder (tot 1895) - Hoorn (tot 1888) - Naarden
Zuid-Holland Den Briel - Delft - Dordrecht - Goedereede - Gorinchem - 's-Gravenhage - Hellevoetsluis - Leiden - Rotterdam - Schoonhoven Delft - Dordrecht - 's-Gravenhage - Hellevoetsluis - Leiden - Ouddorp Delft - Dordrecht - Gorinchem - Gouda - 's-Gravenhage - Leiden - Schoonhoven
Zeeland Axel - Batzekade - Brouwershaven - (Burgsluis) - Goes - Hulst - Middelburg - Philippine - Sas van Gent - Sluis - Tholen - Veere - Vlissingen - (Walcheren) - IJzendijke - Zierikzee Middelburg Middelburg - Vlissingen
Noord-Brabant Bergen op Zoom - Breda - Geertruidenberg - Grave - Heusden - Klundert - 's-Hertogenbosch - Steenbergen - Willemstad - Woudrichem Bergen op Zoom - Breda - Heusden - 's-Hertogenbosch Bergen op Zoom - Breda - Grave (tot 1891) - Willemstad (tot 1890)
Limburg Maastricht - Venlo --- Maastricht - Venlo

_____________
(*) onduidelijk is of Elst in Gelderland is bedoeld, of Elst in Noord-Brabant (bij Oss), of Elst in Utrecht.

3. Een database

In dtb-registers komt menigmaal de notitie voor dat een bruidegom of vader militair was in troepeneenheid Zus-en-zo. Ook in andere bronnen, bijv. testamenten of bij transacties van onroerend goed, is soms sprake van soldaten. Plaatselijk, voor een aantal garnizoensplaatsen (bijv. Utrecht), werden dergelijke notities al door een enthousiaste genealoog bijeengezameld, vaak in een getypt boekje op het plaatselijk archief. Die zijn voor anderen, via internet, niet echt toegankelijk. Wat zou het mooi zijn als de vermeldingen van deze militairen zouden worden samengebracht in één grote database! Het is nu vaak moeilijk om greep te krijgen op militairen die voortdurend van de ene naar de andere plaats verhuisden. Met één gecentraliseerde database zou dit veel makkelijker worden.

Hier moet ik ook nog een tip noemen die ik kreeg van Klaas Bekkema: kijk in de lidmatenregisters naar de echtgenoten van militairen. De mannen waren misschien niet zo erg kerkelijk, maar de vrouwen vaak wel. Bij een verhuizing brachten ze naar hun nieuwe woonplaats een attestatie mee, genoteerd in de lidmatenboeken. Die attestaties kunnen dus helpen om de verplaatsingen van hun echtgenoten, de militairen, en van hun regimenten, in kaart te brengen.

Bob Coret, ligt hier niet een mooie taak voor u om een project op te zetten waarin alle soldaat-gerelateerde informatie uit dtb- en lidmatenboeken wordt samengebracht?

4. En verder:

Gewoon dienstplichtigen worden op deze pagina alleen vermeld als er iets bijzonders over hen te melden valt.


Gerrit van Deukeren (1853-1926)

Gegevens

Signalement:1.58,0 m;
ovaal gezicht, hoog voorhoofd, gewone neus en mond, kin rond;
blauwe ogen, bruine haren en wenkbrauwen;
gezichtszwakte aan het rechter oog

Militaire loopbaan

(1873 - 1878)
7e Regiment Infanterie

stamboeknr. 62992
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 1085]
1873 (12-5-1873) "ingedeeld als Loteling van de lichting van 1873 uit de gemeente Zaandam (NH) onder No. 99."  
1874 (14-7-1874) met onbepaald verlof (tot 3-8-1875).  
1875 (3 aug - 2 sept 1875) terug in dienst, daarna met onbepaald verlof (tot 4-5-1876). (1875-1876) [arbeider, verblijft te Oostzaan, Monnickendam]
1876 (4 mei - 21 aug 1876) terug in dienst, daarna met onbepaald verlof. (1876-1878) [o.a. werkzaam als timmermansknecht, verblijft te Westzaan, Harderwijk, Amsterdam, Landsmeer, Oostzaan]
1878 (4-1-1878) "vrijwillig geëngageerd als soldaat voor zes jaren met f 60,= premie... ... (Is behebt met gering gezichtszwakte 1/4 op het rechteroog)".
  (16-6-1878) "Overgeplaatst bij de 1e Compagnie Hospitaal Soldaten."  
(1878 - 1893)
1e Compagnie Hospitaal Soldaten

stamboeknr. 325
[Nationaal Archief, ingang 2.13.09, inv.nr. 1475]
  (16-6-1878) "Overgenomen als soldaat van het 7e Regiment Infanterie."  
1879 (26-11-1879) bevorderd tot korporaal.  
1881 (1-4-1881) bevorderd tot sergeant.  
1882 (15-6-1882) onderscheiden met 1 chevron.  
1884 (29-12-1883) "gereengageerd voor zes jaren, ingaande den 4 Januari 1884, met f 120,= premie".  
1887   (mei 1887) [gelegerd Oranjekazerne / Militair-Hospitaal 's Gravenhage, krijgt daar toestemming van zijn commandant om te trouwen]
1888 (15-6-1888) Bronzen medaille.  
1889   (mei 1889) [verhuist van Oranjekazerne Den Haag naar Militair Hospitaal Harderwijk]
1890 (4-1-1890) "gereengageerd voor zes jaren... ... Is behept met gezichtszwakte van het rechteroog".
1893 (15-2-1893) over naar 2e Compagnie Hospitaal Soldaten.  
(1893 - 1904)
2e Compagnie Hospitaal Soldaten,
stamboeknr. 1073

[Nationaal Archief, ingang 2.13.09, inv.nr. 3261]
  (15-2-1893) overgenomen van 1e Compagnie Hospitaal Soldaten. (1893) [gelegerd in Schoonhoven]
1894 (15-6-1894) onderscheiden met 2e chevron.  
1896 (4-1-1896) "gereëngageerd voor zes jaren... ... Is behept met gezichtszwakte van 1/4 op het rechteroog".
1900 (17-6-1900) Zilveren medaille.  
1901 (31-12-1901) "gereëngageerd voor zes jaren ingaande den 4 Januari 1902... ... Is behept met gezichtszwakte op het rechteroog V.O.D. = 1/4". [visus oculi dextri, in potjeslatijn ook visus oculus dexter: gezichtsscherpte van het rechter oog]
1904 (13-4-1904) "Bij beschikking van het Departement van Oorlog d.d. 13 April 1904, IIIde Afdeeling no. 94, benoemd tot Zieken opzichter bij het Militair Hospitaal te Schoonhoven."  
(1904 - 1905)
Militair Hospitaal Schoonhoven,
stamboeknr. 29

[Nationaal Archief, ingang 2.13.09, inv.nr. 1467]
  (16-4-1904) "vrijwillig geengageerd als geëmploijeerde 2e Klasse (ziekenopzichter) voor een jaar... ... Is behept met gezichtszwakte op het rechteroog, V.O.D. = ¼".
1905 (3-4-1905) "gereëngageerd voor een jaar ingaande den 16 April d.a.v. [daaraanvolgend]... ... met gebreken als voren".
  (30-9-1905) "als geëmployeerde 2e Klasse (Portier) overgeplaatst bij het Mil. Hospitaal te Arnhem".  
(1905 - 1919)
Militair Hospitaal Arnhem,
stamboeknr. 56

[Nationaal Archief, ingang 2.13.09, inv.nr. 1440]
  (30-9-1905) "overgeplaatst bij het Militair Hospitaal te Arnhem. Bij beschikking van den Minister van Oorlog van den 26e Augustus 1905, VIe Afdeeling no. 291, met ingang van 1 October a.s. benoemd tot Portier".  
1906 (10-4-1906) "gereëngageerd voor een jaar ingaande den 11en April d.a.v... ... behoudens eene gezichtsscherpte op het rechteroog van ¼"
  (15-6-1906) Onderscheidingsteeken "voor 30 jarigen dienst".  
1907 (12-4-1907) "opnieuw verbonden voor een jaar ing. den 16 d.a.v... ... behoudens gebreken als voren".
1908 (8-4-1908) "opnieuw verbonden voor een jaar ing. den 16 d.a.v... ... Is behept met gebreken, als in 1907".
1909 (8-4-1909) "opnieuw verbonden voor een jaar ing. den 16 d.a.v... ... Is behept met eene gezichtsscherpte op het rechteroog van 1/6".
1910 (14-4-1910) "op nieuw verbonden voor zes jaren ingaande den 16 d.a.v... ... met gebreken als in 1909".
1912 (15-6-1912) Gouden medaille.  
1914 (16-8-1914) Sergeant-Portier "ingevolge KB van 1 Augustus 1914 n. 12".  
1916 (11-4-1916) "op nieuw verbonden voor 2 jaren 11 maanden en 16 dagen ing. den 16 April d.a.v... ... Is behept met gezichtsscherpte op het linkeroog van ½ en op het rechteroog van 1/6 en dubbelzijdige hernia inguinalis [= liesbreuk]".
1919 (1-4-1919) met pensioen: "uit de sterkte gebracht zijnde aan hem bij Koninklijk Besluit d.d. 18 Maart 1919 No. 55, een voortdurend pensioen van f 480,- 's jaars toegekend".  
      (17-6-1919) verhuist als gepensioneerde van Arnhem naar Zutphen.
1920 (1922) (1-1-1920) pensioenverhoging: "Bij K.B. van 9 Augustus 1922 No. 15 is hem, met intrekking van het hem vroeger verleend voortdurend pensioen van f 480- 'sjaars en met verrekening van het uit dien hoofde reeds genotene, een levenslang pensioen van f 836,- toegekend, gerekend van 1 januari 1920". [Dit was vermoedelijk een inflatiecorrectie: na de Eerste Wereldoorlog lagen de prijzen in Nederland 50 tot 100% hoger dan ervóór, zie CBS, 111 jaar statistiek in tijdreeksen 1899-2010, blz. 180]

Opmerking 1: Gerrit wordt ook na 1878 een paar keer aangeduid als sergeant bij de Infanterie (1888, 1889, 1920), dit lijkt onjuist (vermoedelijk een onzorgvuldige formulering door ambtenaren van de burgerlijke stand).

Opmerking 2: in het stamboek van de 2e Compagnie Hospitaal Soldaten (inv. nr. 3261, stamboeknr. 1073) lijkt melding te worden gemaakt van twee verlengingen van het dienstverband (8-7-1912 en 28-7-1915, telkens voor drie jaar per 12 augustus). Deze passen tijdmatig niet in de carrière van Gerrit van Deukeren. Een verwijzingsteken en pijl geven aan dat de gegevens behoren bij het vorige stamboeknummer, Jan Smits (nr. 1072).


Wilhelmus Kooreman (1851-1933)

Gegevens

Signalement:1.59,0 m (1,57,2 in 1867);
rond gezicht, hoog voorhoofd, gewone neus en mond, kin rond;
blauwe ogen, bruine haren en wenkbrauwen;
pokdalig

Militaire loopbaan

  1860   [was ca.1860(?) als wees in Amersfoortse Burgerweeshuis beland en kwam vervolgens...
(1867 - 1868)
2e Regiment Vesting Artillerie

stamboeknr. 21936
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 1336(?)]
1867 (22-10-1867) "vrijwillig geëngageerd als Kanonnier voor tien jaren" ... (1867) op zijn 16e verjaardag in het leger;
(1867) gelegerd te Schoonhoven]
1868 (29-5-1868) "overgenomen bij het 3e Regiment Vesting Artillerie"  
(1868 - 1877)
3e Regiment Vesting Artillerie

stamboeknr. 7289
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 1357]
  (29-5-1868) "overgenomen als kanonnier van het 2e Regiment Vesting Artillerie" -
  (5-11-1868) bevorderd tot Hoornblazer  
1872-4   gelegerd te Zutphen? (1872, 1874), Nijmegen? (1874) [geb.-, huw.akte]
1875 (14-10-1875) 1e chevron toegekend gelegerd te Terneuzen (1874-1877) [geb.akten]
1877 (21-10-1877) uit dienst "met paspoort wegens expiratie van dienst. Het bewijs van goed gedrag afgegeven."  
      [Werd na zijn diensttijd varkensslager te Zutphen]

Folkert (alias Simon) Blaauwijkel alias Edmond Paul Leenarts (1802-1847)

Gegevens

Signalement:1.74,6 m;
rond gezicht, breed voorhoofd, dikke neus en grote mond, kin rond;
blauwe ogen, blonde haren en wenkbrauwen;
(geen bijzondere kenmerken)

Militaire loopbaan

(1826)
8e Afdeeling Infanterie

stamboeknr. 13828
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 234]
1826 (3-5-1826) "bij de 8 Afd. Infrie ingedeeld als Milicien voor den tijd van Vijf Jaren, zijnde Plaatsvervanger voor Veenstra, Martin Tjeerds, wonende te Grouw, van de Ligitng 1826 uit de Prov. Vriesland, Kanton No. 2, gemeente Idaarderadeel, onder No. 15."  
  (26-7-1826) "Overgegaan bij het 3 Bat. Veld Artie bij Vrijwillig engagement voor Zes jaren."  
(1826 - 1832)
3e Bataillon Veldartillerie

stamboeknr. 2313
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 530]
  (26-7-1826) "bij vrijwillig Engagement voor Zes Jaren. Overgenomen van de 8e Afd. Infrie." -
  (16-12-1826) "Kanonnier stukrijder Vrijwilligers".  
1829 (21-7-1829) bevorderd tot korporaal  
1830/1 (1830-1831) "In Maastricht bij gelegenheid van Opstand in Belgie in 1830 en 1831." (sept 1831) [noemt zich "Simon" Blaauwijkel, "korporaal bij de 5de Kompagnie van het 3de Bataillon veldartillerie, alhier (= in Maastricht) in garnizoen"]
1832 (5-4-1832) Metale Kruis  
  (27-7-1832) "gereEngageerd voor den tyd van Zes Jaren, voor handgeld toegestaan Zes gulden".  
  (30-11-1832) "Den 30 November 1832 vermist en op dato als Deserteur afgevoerd".  
(ca.1833(?) - ca.1837(?))
3e Bataillon Artillerie de Siège

[Belgische leger]
1834/5   (sept 1834, apr 1835) te Luik sergeant in het 3e bataljon Artillerie de Siège in de citadel van Luik. [geb.-, huw.akte]
1836   (feb, apr 1836) "Sergeant bij de derde Kompagnie van het derde Bataillon Artillerie de Siege, in garnizoen te Venloo" [ovl.-, geb.akte]
1837   (april 1837) "Marechal de Logis bij de dertiende Batterij van het derde Regiment Artillerie, in garnizoen te Venloo" [ovl.akte]
  1842   (jan 1842) "daglooner" te Maastricht, is geen militair meer [geb.akte].

Klaas Oosterhuis (1874-1938)

Gegevens

Signalement:1.66,7 m;
ovaal gezicht, hoog voorhoofd, gewone neus en mond, kin rond;
blauwe ogen, blonde haren en wenkbrauwen;
bijziend op het linkeroog

Militaire loopbaan

(1894)
1e Regiment Infanterie

stamboeknr. 67463
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 785]
1894 (13-3-1894) "ingedeeld als loteling van de lichting van 1894 in de gemeente Scheemda (Groningen) onder No. 14."  
  (1-5-1894) "overgeplaatst bij de 2e Compagnie Hospitaal Soldaten"  
(1894 - 1897)
2e Compagnie Hospitaal Soldaten

stamboeknr. 1167
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 3273]
  (1-5-1894) "overgenomen van het 1e Regt Infie"  
1895 (15-5-1895) met groot verlof (tot 1897)  
1897 (9-8-1897) terug in dienst  
  (24-9-1897) "overgegaan bij het 5e Regiment Infanterie met eene op den 16e te voren aangegane vrijwillige verbintenis voor zes jaren met f 60,- premie"  
(1897)
5e Regiment Infanterie

stamboeknr. 90379
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 1003]
  (24-9-1897) "overgenomen als soldaat van de 2e Compagnie Hospitaal Soldaten met eene op den 16 te voren aangegane vrijwillige verbintenis voor zes jaren met f 60,= premie." "Is behept met bijziendheid op het linker oog = 0,75 D." Werd (mogelijk om die reden) op zijn eerste werkdag al weer teruggeplaatst bij de 2e Compagnie Hospitaal Soldaten.
  (24-9-1897) "overgeplaatst bij de 2e Compagnie Hospitaal Soldaten"  
(1897 - 1898)
2e Compagnie Hospitaal Soldaten

stamboeknr. 1349
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 4349]
  (24-9-1897) overgenomen vanaf 5e Reg. Inf. bijziendheid op het linker oog, 0,75 D.
1898 (16-2-1898) "overgeplaatst als korporaal bij de 1e Compagnie Hospitaalsoldaten".  
(1898 - 1904)
1e Compagnie Hospitaal Soldaten

stamboeknr. 1354
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 4341]
  (16-2-1898) "overgenomen van de 2 Compagnie Hospitaalsoldaten" -
1901   (12-3-1901) "uithoofde van geëindigden diensttijd uit den dienst is ontslagen" [huw.bijlage 1912]
1902 (7-6-1902) "onderscheidings teeken voor 6 jaren dienst toegekend"  
1903 (26-8-1903) "gereëngageerd voor één jaar, ingaande den 16en September 1903"  
1904 (15-8-1904) "overgeplaatst als sergeant b/d 2 C.H.S. [Compagnie Hospitaal Soldaten]"  
(1904 - 1916)
2e Compagnie Hospitaal Soldaten

stamboeknr. 1692
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 3273]
  (15-8-1904) "overgenomen als Sergeant van de 1e Compagnie Hospitaalsoldaten. -
  (24-8-1904) "gereëngageerd voor zes jaren, ingaande den 16e September 1904"  
1908 (7-6-1908) Bronzen medaille  
1910 (17-8-1910) "opnieuw verbonden voor zes jaren, ingaande 16 September 1910"  
1912   (1912) Sergeant bij de militaire geneeskundige dienst, vermoedelijk in de buurt van zijn woonplaats Ede: Utrecht? (of Arnhem?, Amersfoort?) [huw.akte]
1914 (7-6-1914) "Onderscheidingsteeken voor 18 jarigen dienst toegekend".  
1916 (16-7-1916) "overgegaan als sergeant-majoor schrijver bij het Militair Hospitaal te Utrecht".  
(1916 - 1921)
Militair Hospitaal Utrecht

stamboeknr. 191
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 1468]
  (16-7-1916) overgeplaatst vanaf 2e Compagnie Hospitaal Soldaten. -
  (16-7-1916) "vrijwillig verbonden als sergeant-majoor schrijver bij het Militair Hospitaal te Utrecht voor een jaar".  
1920 (7-6-1920) Zilveren medaille  
1921 (1-4-1921) "uit de sterkte gebracht, zijnde aan hem bij K.B. van den 1 Maart 1921 nr. 31 een voortdurend pensioen ten bedrage van f 580,- s jaars toegekend". [Oosterhuis was pas 46 jaar oud bij zijn pensionering. Kort tevoren, in december 1920, was zijn vrouw overleden in het kraambed, waarna hij alleen achterbleef met een baby. Mocht hij om die reden zo vroeg met pensioen? Of is hij na psychische problemen (wat we nu PTSS zouden noemen) afgekeurd?]
  1921 (1922) pensioen verhoogd (inflatiecorrectie): "levenslang pensioen van f 1411,- toegekend, gerekend van 1 April 1921" (K.B. 23-8-1922 nr. 50) -

Opmerking 1. Klaas Oosterhuis kwam drie keer in dienst bij de 2e Compagnie Hospitaal Soldaten. Iedere keer kreeg hij een nieuw stamboeknummer (nr. 1167 in 1894, nr. 1349 in 1897, nr. 1692 in 1904).

Opmerking 2. Bij het 1e Reg. Infanterie, waar Klaas Oosterhuis zijn militaire loopbaan begon, heetten opvallend veel rekruten Oosterhuis: tussen 1890 en 1899 waren het er, naast Klaas, nog veertien: Pieter (1890), Ipo en Barteld (1891), Evert, Hindrik, Jan, Hendrik, Okko, Jakob, Luurt J. en Udde (1892), Jannes (1894), Hendrik (1895), en Derk (1898). Toeval?, familie?, zochten de Groningse Oosterhuizen in tijden van landbouwcrisis hun toevlucht in het leger?
Hetzelfde beeld in de jaren dat Klaas diende bij de 2e Compagnie Hospitaal Soldaten: daar traden ook een Jannes Oosterhuis (stamboeknr. 1103 in 1893, nr. 1141 in 1894) en Derk Oosterhuis (stamboeknr. 1413 in 1899) in dienst. Opvallend, want daarvoor en daarna ontbreekt de familienaam Oosterhuis geheel (de namenklapper van de Compagnie beslaat de periode 1869-1921 [Nat. Archief toegang 2.13.09, inv.nr. 4354]).
Ook bij de Eerste Compagnie Hospitaal Soldaten komt de naam Oosterhuis vrij vaak voor: naast Klaas zijn er Gerrit (stamboeknr. 353 in 1879), Anne C. (nr. 5209 in 1919), Hendrik J. (nr. 5570 in 1920), Allard L. (nr. 6125 in 1922) [Nat. Archief toegang 2.13.09, inv.nr. 4348]).


Willem Frederik Reule (1891-1948)

Gegevens

Signalement:

Militaire loopbaan

(ca.1918)
11 Regiment Infanterie

stamboeknr. ---
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. ----]
1918   Sergeant bij het Mitrailleur Peloton van 11 Regiment Infanterie (Huw.bijlagen Arnhem 11-9-1918)
ca.1926   fourier Infanterie [adresboek Nijmegen 1924, 1928]
ca.1936   sergeant-majoor administratie [adresboek Nijmegen 1932, 1940]

Nog nazoeken:
11 Regiment Infanterie: Nationaal Archief, namenklapper (inv.nr. 3915?, 3916?, 2212?, 2213?), stamboeknr. ... (inv.nr. ...).
(Controlelijsten, ingang 2.13.66): inv.nr. 775 ("Ple-Rib").


Arie Moreau (1893-1958)

Gegevens

Signalement:

Militaire loopbaan

Nazoeken:
Sergeant der Infanterie. Geen nadere aanduiding in huw.akte of Huw.bijlagen (Arnhem 12-3-1919), maar vermoedelijk het 10e of 11e regiment (Ede: het garnizoen).


Johannes (Groenewegen) van Wijk (1790-1863)

Gegevens

Signalement: (jaar) 1814 1840
Lengte: ca. 1.73 m ("5 voeten 6 duim") (?)* 1.68,7 m
Gezicht: ovaal (blozend*) blozend
Voorhoofd: rond (plat*) plat
Neus: "ordinair" [gewoon] "ordinair" [gewoon]
Mond: "ordinair" [gewoon] (klein*) klein
Kin: rond rond
Oogen: blaauw (bruin*) bruin
Haren en wenkbrauwen: bruin (donker bruin*) donkerbruin
Merkbare teekenen: (geen) (geen)
(bron) inv.nr. 494, stamboeknr. 655 inv.nr. 463, stamboeknr. 4406
Opmerkingen:  
*) In het stamboek uit 1814 zijn met lichtere inkt de omschrijvingen gecorrigeerd in die van 1840.
De lengte in 1814 is niet helemaal duidelijk: aanvankelijk schijnt er genoteerd te zijn '5 voeten 6 duim - streek' (- aangegeven door het quote-teken ") = 1.72,7 m; met lichtere inkt lijkt 6 duim gewijzigd in 4 duim (onduidelijk) en ‘" streek’ in ‘2 streek’, dus 5 voeten 4 duim 2 streek = 1.67,9 m, wat aardig in de buurt komt bij de lengte in 1840, namelijk 1.68,7. Een voet (Rijnlands) was 31,39465 cm, verdeeld in 12 duim à 12 streken.

Bij de huw.bijlagen (Arnhem 1822) zit een certificaat Nationale Militie, maar dat is niet ingevuld. De reden is vermoedelijk dat hij voor de dienstplicht niet was ingeloot ("... voor de Land Militie is ingeschreven; dat aan hem vervolgens bij de Loting is ten deele gevallen het Nummer 282, hetwelk tot heden niet opgeroepen zijnde, hem tot geenen dienst heeft verpligt.").

Militaire loopbaan

(1814)
Regiment Dragonders (van Timmerman, No. 1)

stamboeknr. 655
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 494]
1814 (26-2-1814) in dienst als dragonder "voor den tijd van Zes Jaren" [het Regiment Dragonders Nr. 1 (van Timmerman) werd medio 1814 hernoemd tot Reg. Karabiniers Nr. 1]
(1814 - 1816)
Regiment Karabiniers No. 1

stamboeknr. 655
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 494]
  (1-8-1814) "geavanceerd tot Corporaal".  
1815 ([18 juni] 1815) [neemt deel aan Slag] "bij Waterloo". Hij ontving een Waterloo gratificatie à f 29,10½ (61,60 franc). Zie opmerking onder deze tabel.
1816   [het Regiment Karabiniers Nr. 1 werd in 1816 hernoemd in Afd. Kurassiers Nr. 1]
(1816 - 1840)
Afdeeling Kurassiers No. 1

stamboeknr. 655
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 494]
1818 (27-8-1818) "gereengageerd voor den tyd van zes Jaren, expirerende den tijd van Zyn voorgaand engagegement [sic] den 26 Febr 1820". [inv.nr. 463 voegt toe: "f 10- en handgeld"; inv.nr. 1194 voegt toe "f 10,00 handgeld"]
  (4-9-1818) benoemd tot Wachtmeester [inv.nr. 463; niet vermeld in inv.nr. 494] In 1820, 1822, 1823, 1825 wordt hij bij de Burgerlijke Stand vermeld als wachtmeester bij de Afdeling Kurassiers Nummer Een, 2e Kompagnie, "leggende alhier [in Arnhem] in garnizoen" (1820, 1822)
1825 (19-4-1825) "gereengageerd voor den tyd van zes Jaren". [inv.nr. 463 en 1194 voegen toe: "zonder handgeld"]
1826 (21-7-1826) Bronze medaille "voor 12 Jaren trouw in Nederlandsche dienst met f 12= gratificatie ingevolge ministrieele Aut. van den 30e Junij 1825 No. 73". [inv.nr. 463 en 1194 geven jaar foutief als 1825]
  (4e kwartaal 1826) [onleesbaar: "Zie kanerd 4 Kw. 1826"?].  
1830 (19-6-1830) "gereengageerd, voor Zyn leeftyd" [voor de rest van zijn leven]. [inv.nr. 463 en 1194 hebben "voor zijn leven" en voegen toe: "zonder handgeld"]
  "(1830-1832) Bij het mobiele Leger bij gelegenheid van den Opstand in Belgiein 1830. & 1831. 1832.". [inv.nr. 463 en 1194 voegen toe: "...en in de Vesting Maastricht"]
1832 (5-4-1832) Metalen Kruis.  
1834 (12-5-1834) Zilveren medaille "ontvangen ingevolge Ministe Aut. d.d. 21 April 1834 N. [nummer] 102".  
1840 (1-2-1840) "tengevolge van de ontbinding dezer Afd. overgegaan bij der Afd. Kurass. No. 3".  
(1840 - 1841)
Afdeeling Kurassiers No. 3

stamboeknr. 4406
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 463 en 1194]
  (1-2-1840) "bij suppressie (Superessie) overgenomen van de Afdeeling Kurassiers No. 1 ingevolge besluit van Z.M. d.d. 4 Januarij 1840 No. 87." [Afd. Kurass. 3 werd in 1841 1e Reg. Zware Dragonders, in 1843 1e Reg. Dragonders; zie Nat. Arch. inv. 2.13.09, pdf blz. 152]
1841 (15-5-1841) uit dienst: "met een jaarlijksch gagement van f 130- afgegaan. Aut. d.d. 23 April 1841 No. 34". [inv.nr. 463 formuleert: "op een Jaarlijksch gagement van f 130,00 gesteld naar aanleiding van Z.M. besluit d.d. 7 Maart 1841 N. 100 ingevolge aanschrijving van het Departement van Oorlog d.d. 23 April 1841 No. 34"]
      [In het bevolkingsregister van Zutphen is zijn beroep "portier" (1849), in 1850 "poortier" (huwelijksakte van zijn zoon).
Vertrok in 1854 uit Zutphen naar Geertruidenberg (als militair?).]

Opmerkingen:

  1. De militaire stamboeken noteren onder Gedane Veldtogten (etc.) "1815 bij Waterloo". Johannes Groenewegen van Wijk had dan recht op een Waterloo gratificatie. Hij is wat lastig te vinden in de lijst met gegratificeerden [SAA, index] doordat zijn naam niet is genoteerd als "van Wij(c)k", maar als "Wyk Groenewegen (Johs van)" (korporaal, Cavalerie, Regiment Kurassiers No. 1, Archief Fonds Aanmoediging (etc.) inv.nr. 715, volgnr. 601). De gratificatie werd 24-9-1817 t.b.v. hem uitbetaald aan A.L. de Mist.
    N.B.: in de gratificatielijst niet te verwarren met Johannes van Wyk (sergeant, 3e Bataljon Inf. Nat. Militie) of Johs van Wyck (soldaat. 17e Bataljon Inf. Nat. Militie).
  2. Voor periode 1840-1841 staat Johannes vermeld in twee stamboeken, die elkaar aanvullen in hun omschrijving van zijn uitdiensttreding: inv.nr. 1194 zegt expliciet dat hij is "afgegaan", inv.nr. 463 geeft de nauwkeurigste ambtelijke details.

Pieter Johannes Groenewegen van Wijk (1820-1904)

Gegevens

Signalement:1.70,0 m (volgens certificaat Nationale Militie 1.71,0 m];
rond gezicht, rond voorhoofd, gewone neus en mond, kin rond;
donkerbruine ogen, zwarte haren en wenkbrauwen;
(geen bijzondere kenmerken)

Militaire loopbaan

(1839 - 1840)
13e afdeling infanterie

stamboeknr. 26710
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 113]
1839 (10-6-1839) "ingedeeld als milicien voor den tijd van vijf jaren, zijnde loteling van de ligting van 1839 uit de provincie Gelderland, gemeente Arnhem, onder No. 152.". Volgens Certificaat Nat. Militie ging hij vanaf 1839 voor tien jaar in militaire dienst bij de 13e afdeling infanterie, te Arnhem.
  (12-6-1839) "met onbepaald verlof" [na slechts twee dagen dienst!?].  
1840 (20-5-1840) "gepasporteerd door het stellen van een plaatsvervanger des zelfs broeder. Zie No. 27769 ingevolge aut. dd. 29 April 1840 No. 5". ["des zelfs broeder" was Didericus, op dat moment 17 jaar oud]

Opmerking 1: Voor 13e Afdeling Infanterie, zie Nationaal Archief inv. 2.13.09 onder 3e Regiment Infanterie [zie toelichting in inventaris, in pdf-versie blz. 32].

Opmerking 2: Gegevens zijn verwarrend, vooral de chronologie. Is hij echt al na twee dagen dienst met onbepaald verlof gegaan? Mogelijk is in "Op den 12 Junij 1839" het jaartal een verschrijving voor 1849 of 1840? Is de duur van zijn militaire loopbaan vijf jaar [stamboek] of tien jaar [certificaat nationale Militie]? En is het niet vreemd dat een beroepsmilitair op zeker moment een plaatsvervanger stelt?


Didericus Groenewegen van Wijk (1823-na 1893)

Gegevens

Signalement:1.70,0 m;
ovaal gezicht, rond voorhoofd, gewone neus en mond, kin rond;
blauwe ogen, blonde haren en wenkbrauwen;
(geen bijzondere kenmerken)

Militaire loopbaan

(1840)
13e afdeling infanterie

stamboeknr. 27769
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 114]
1840 (18-5-1840) "ingedeeld als milicien voor den tijd van vier jaren, zijnde plaatsvervanger voor Van Wijk, Pieter Johannes Groenewegen, des zelfs broeder, loteling van de ligting van 1839 uit de provincie Gelderland gemeente Arnhem onder N. [nummer] 152, zie N. 26710, vervangen ingevolge aanschrijving van D[epartement] van Oorlog d.d. 29 April 1840 N. 5".  
  (24-5-1840) "overgegaan bij het 1 Bat. Jagers voor den tijd van zes jaren, krachtens art. 171 der Wet van 8 Januarij 1817 en aanschrijving van den Provincialen Kommandant van Gelderland d.d. 22 Mei 1840 N. 949"  
(1840 - 1846)
1e Bataljon Jagers

(vanaf sept 1840:) Afdeeling Jagers;
(vanaf maart 1841:) Regiment Jagers;
(vanaf 1843:) Regiment Grenadiers en Jagers
stamboeknr. 11432
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 47]
  (24-5-1840) "overgenomen als Jager van de 3e Afd. Inf. voor den tijd van zes jaren ingev. art. 171 der wet van 8 Janij 1817 en aanschrijving [... etc.]". [Opmerking: onder meer vanwege fusies met andere legeronderdelen verandert de naam van het 1e Bataljon Jagers in 1840-1843 meermalen (details in inventaris Nationaal Archief toegang 2.13.09, pdf blz. 37].
ca. 1841 (ca. 1841) loteling van de gemeente Arnhem, onder No. 164; door Militie-Raad "uit hoofde van vijfjarigen dienst van de plaatsvervanger eens broeders, finaal is vrijgestelt." [certificaat Nationale Militie]  
1844 (10-3-1844) "ingevolge de instructie van het D.v.O. [Departement van Oorlog] d.d. 18 April 1836 No. 10 als milicien geroyeerd en thans als vrijwilliger aangemerkt"  
1846 (23-5-1846) uit dienst "met paspoort wegens expiratie van dienst ingevolge autorisatie van het D.v.O. d.d. 25 Nov 1845 No. 1B, gegrond op 's Konings besluit van den 12 October 1845 No. 58".  

Johannes van Wijk (1851-1918)

Gegevens

Johannes was in 1871 beroepsmilitair, onbekend bij welk legeronderdeel. Volgens het certificaat Nationale Militie (huwelijksbijlage 1875) was hij "van beroep militair [...] in het inschrijvings-register van de gemeente Harlingen van het jaar 1870 voor de ligting van het jaar 1871 is ingeschreven, dat hem bij de loting is ten deel gevallen No. 19 en dat hij vervolgens door den militieraad uithoofde van eigen dienst van de dienst is vrijgesteld."


Eelke van Wijk (1852-1921)

Gegevens

Eelke was in 1872 beroepsmilitair (korporaal), onbekend bij welk legeronderdeel. Volgens het certificaat Nationale Militie (huwelijksbijlage 1880) was hij "van beroep korporaal [...] in het inschrijvings-register van de gemeente Harlingen van het jaar 1871 voor de ligting van het jaar 1872 is ingeschreven, dat hem bij de loting is ten deel gevallen No. 66 en dat hij vervolgens door den militieraad uithoofde van eigen militaire dienst van de dienst is vrijgesteld."


Pieter (Peter) van Wijk van Brievingh (1806-1868)

Gegevens

Signalement:

Militaire loopbaan

Diende 1834 "als Sergeant bij de [3e afdeling] mobile Noord-Brabandsche Schutterij in garnisoen te Woerden". Certificaat Nat. Militie.
---: ---. Schutterij, legeronderdeel?

Joseph (of Jan Joseph, Johan Joost) Heijn (Hein) (1771-1841)

Gegevens

Signalement:

Militaire loopbaan

Beroepsmilitair, gelegerd onder andere te Zutphen (1798, Keizerlijke Gendarme), misschien Arnhem (1799), waarschijnlijk Groningen (1801), Den Haag (1810), misschien Leiden (1810), vermoedelijk Arnhem (1812), Woerden (1822).
Komt vermoedelijk voor, als Joseph Hein, in lijst van geëngageerde militairen te Groningen (archief 2.01.15 inv.nr. 167), zie index.
In de database van het Nationaal Archief van Staatse militairen komt hij mogelijk voor (zoektermen hein, heijn, hein): nog uitzoeken.
---: ---. Legeronderdeel?

Koenraad (Coenraad) Hein (1730-1811)

Gegevens

Signalement:

Militaire loopbaan

Beroepsmilitair, soldaat "in het Regiment Hollandsche Guardes onder de Compagnie van Luitenant-Kolonel Grave van Degenfeld Schonburg" [Vink].
Komt vermoedelijk voor, als Conraad Hein, in drie lijsten van gepensioneerde soldaten in archief 2.01.15: inv.nr. 161 folio 23; inv.nr. 168 folio 121; inv.nr. 169 folio 10; zie index.
In de database van het Nationaal Archief van Staatse militairen komt hij mogelijk voor (zoektermen hein, heijn, hein): nog uitzoeken.
---: ---. Legeronderdeel?

Simon Wittebroodt (of Wittebroot) (1820-1872)

Gegevens

Signalement:

Militaire loopbaan

Van beroep timmerman (1853), opzigter bij de Fortificatiën derde klasse (1853). Hij was in 1853 kennelijk werkzaam te Geertruidenberg, want hoewel hij woonde in Arnhem overlegde bij zijn huwelijk een verklaring van zijn militaire meerdere, "den Kapitein Eerstaanwezend Ingenieur te Geertruidenberg, houdende dat toestemming tot het aangaan van een huwelijk is verleend."
---: ---. Legeronderdeel?

Wijnand Kooreman (1799-1848)

Gegevens

Signalement:

Militaire loopbaan

"remplacant bij de Utrechtsche plattelandsche schutterij gekantonneerd te Vensem" [?Vessem, NB] (1833).
---: ---. Schutterij, legeronderdeel?

Maria Kooreman (1762-1836)

Gegevens

Twee van haar partners waren militair:


Antonie Kooreman (1734-1804)

Gegevens

Signalement:

Militaire loopbaan

Hij was "soldaat in de compagnie van capt[ein] Schëtter (of Schutter) [Æ. Schutter], onder het tweede batt[allion] [nl. 3de Compagnie] van generaal luitenant (de) Croyé" (1761), hij was gelegerd in Leeuwarden ([Officiersboekjes]. bij zijn trouwen heeft hij een attestatie uit die plaats).


Melle Johannes de Jong Blaauwwykel (Blaauwwijkel de Jong) (1819-1843)

Gegevens

Signalement:1.67,2 m;
ovaal gezicht, plat voorhoofd, "orinaire" neus en "middelmatige" mond, kin rond;
blauwe ogen, bruine haren en wenkbrauwen;
(geen bijzondere kenmerken)

Militaire loopbaan

(1838 - 1841)
Regiment Lichte Dragonders No. 5 (vanaf 1841 No. 3)

stamboeknr. 5127
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 474]
1838 (1-5-1838) "ingedeeld als Milicien voor den tijd van vijf Jaren, zijnde Loteling van de ligting 1838 uit de provincie Vriesland, gemeente Smallingerland onder No. 32; en op dato in activiteit gesteld". [de regimenten Dragonders werden in 1841 hernummerd, zie inv. Nat. Archief 2.13.09 pdf blz. 151]
  (12-6-1838) "naar aanleiding van art. 171 der wet op de N.M. [Nationalie Militie] van 8 Januarij 1817 en aanschrijving van het DvO [Departement van Oorlog] d.d. 26 October 1830 No. 29 vrijwillig geëngageerd als Dragonder voor den tijd van zes Jaren, met f 20= premie".  
1840 (3-2-1840) "voor den Krijgsraad van Overijssel, bij vonnis van denzelven d.d. 18 Februarij 1840 veroordeeld, tot eene detentie voor den tijd van zes weken, mitsgaders in de kosten, ter zake zich schuldig te hebben gemaakt 1. aan overtreding tegen de Krijgstucht; 2. aan het verkopen van een zijner groote Kleeding- of Equipementstukken, hem van gouvernements wege ten gebruike gegeven".  
  (11-4-1840) "bij het Korps terug".  
1841 (7-4-1841) "ingev. aanschr. van het DvO [Departement van Oorlog] d.d. ___ overgegaan bij de 2e divisie algemeen depot der landmagt N. 33, en daarbij gedetacheerd gevoerd". [lacune ___ en onderstreping als in stamboek]
(1841 - 1843)
Algemeen Depot der Landmacht No. 33 (troepen bestemd voor de Koloniën)

stamboeknr. 41768
[Nationaal Archief: ingang 2.13.09, inv.nr. 662]
  (7-4-1841) "als soldaat, bij de 2e Divisie, ingevolge autorisatie van het Departement van Oorlog d.d. 26 Maart 1841 No. 4 overgenomen van het Regiment Ligte Dragonders No. 3" -
1842 (19-4-1842) "overgeg. bij de 1e Div. en geengageerd voor zes jaren, bij de troepen in O.I. Auth. d.d. 23 february 1842 No. 25B. - in te gaan met den dag van inscheping".  
  (1-5-1842) "overgegaan aan boord van het schip Admiraal van Kinsbergen bestemd naar O.I.". [stamboek vermeldt "idem"; de specificatie hiernaast is overgenomen van vorige stamboeknummer, 41767]
    (12-5-1842) vertrokken met schip "Admiraal van Kingsbergen" als militair (gewoon Soldaat) naar Nederlandsch-Indië (bron).
1843 (10-3-1843) uit dienst: "afgevoert naar aanleiding der aanschrijving van het DvO d.d. 3 Febr. 1843 N. 9A [met potlood gecorrigeerd uit: 18 April 1836 N. 10]: wegens volbragte diensttijd bij de Nat. Militie". [onderstreping als in stamboek inv.nr. 474]
      (16-10-1843) overleden te Samarang. Had bij zijn dood de 'graad' van Cavalerist bereikt (bron).

Opmerkingen:

  1. Hij is in namenklapper inv.nr. 665C te vinden zowel onder de "B" (Blaauwijkel de Jong) als onder de "J" (de Jongh Blaauwijkel). De stamboeken spellen zijn naam steeds met dubbel w: "Blaauwwykel de Jong".
  2. Mogelijk zijn er over zijn (korte) Indische loopbaan meer gegevens te vinden via Nationaal Archief inv. 2.10.50, "Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën: Stamboeken en pensioenregisters van Militairen in Oost- en West-Indië, 1815-1949 (1954)" of 2.10.50.01 "Inventaris van de stamboeken van onderofficieren en minderen KNIL (inclusief Pupillen) 1832-1899 en enig ander archiefmateriaal van het KNIL 1881-1950".

Aanvullingen en correcties zijn van harte welkom! (op e-mailadres h.vandeukeren [apenstaart] casema.nl)

Zie ook:


(19 juni 2013; laatste wijziging: 5 november 2016)