[ Homepage | Contact | Werk | Curriculum vitae | Publicaties | Stamboom | Sitemap ]

Vroege Van Deukerens

Inhoud

Zie ook:

Wortels op de Veluwe: Elspeetse Klaas en Trijntje

huwelijk Claas Gerrits en Trijntjen Harmsen, Elspeet 1742
Een serieuze stamboom van de Van Deukerens schijnt nog niet te bestaan. [noot 1] Maar de oudste vermelding van een Van Deukeren, voorzover nu bekend, valt in het midden van de achttiende eeuw.
In het noorden van de Veluwe (in Nijbroek bij Deventer, en daarna in Elspeet, halverwege tussen Harderwijk en Apeldoorn) duikt dan een familie Van Deukeren op, waarvan de oudste zonen afwisselend Klaas (Klaas Gerritsen van Deukeren) en Gerrit (Gerrit Klaassen van Deukeren) werden genoemd.

Op 3 mei 1742 trouwde een Klaas Gerrits (Claas Gerritsen) [van Deukeren] te Elspeet met Trijntjen (Trientjen) Harmens (Herms, Harms, Hermens) [noot 2]:

(1742)   In Ondertrouw ingetekent               >>>>>
         Klaas Gerrits J.M.(*) van Nijbroek
         wonende in Elspeet
         En Trijntjen Harmens J.D.(*) in
         Elspeet op Den 6 April
         bevestigt op hemelvaartsdag den 3 Maij.

* j.m. = jongeman = niet eerder gehuwde man
  j.d. = jongedochter = niet eerder gehuwde vrouw

Bron:    Trouwregister Elspeet
         (fotokopie: Gelders Archief, Arnhem).

In de namen Klaas Gerrits en Trijntjen Harmens waren "Gerrits" en "Harmens" niet de achternaam, maar patroniemen (een verwijzing naar Klaas' en Trijntjes vaders die respectievelijk de voornaam Gerrit en Harmen droegen). Achternamen waren in de achttiende eeuw weinig gebruikelijk in Elspeet en omgeving. [noot 3] Maar Trijntjes broer Peter droeg later de achternaam Van Kampen; en op grond daarvan zouden we met terugwerkende kracht diezelfde achternaam ook kunnen toekennen aan Trijntjes vader en aan Trijntje zelf.

Trijntje Harmens [van Kampen], die op 19 januari 1721 werd gedoopt - en dus begin 1721 of eind 1720 zal zijn geboren - was een autochtone Elspeetse: haar ouders waren in die plaats getrouwd, haar moeder was er ook geboren, en Trijntjes drie broers en vier zussen werden ook allemaal in Elspeet geboren. Klaas kwam echter niet uit Elspeet, maar - volgens zijn huwelijksregistratie - uit "Nijbroek" (een plaatsje met die naam ligt 19 km oostelijk van Elspeet in de gemeente Voorst, 7 km ten westen van Deventer).

De plaatselijke Veluwse gewoonte om familienamen achterwege te laten, leidt wel tot een complicatie: hoe kunnen we weten dat Klaas Gerrits de achternaam Van Deukeren droeg? In de Elspeetse archieven schijnt die naam Van Deukeren immers niet vermeld te worden. [noot 4]

Het antwoord is te vinden in de Monnickendamse archieven. Daarin wordt namelijk vermeld dat in juli 1778 "Gerrit Klaasen J[onge] M[an] geboortig van Elspeet dog nu wonende alhier [in Monnickendam]" trouwde met Annetje Martens Beesem.

111*   den 11 July A[nn]o 1778 [= ondertrouwdatum]
       Gerrit Klaasen J.M. [Jongeman] Geboortig van
       Elspeet dog nu wonende alhier
                     ende
       Annetje Martens Beesem J[onge] D[ogter]
       wonende binnen deze stadt

       Getrouwt den 26 Julius 1778

* '111' (drie "vinkjes") markeren vermoedelijk de "Huwelijksproclamatiën", de drie verplichte openbare afkondigingen van het huwelijksvoornemen tijdens de ondertrouw.

Bron: huwelijksregister Monnickendam; fotokopie Rijksarchief Noord-Holland

huwelijk Gerrit Klaasen en Annetje Martens Beesem, Monnickendam 1778

Drie jaar later, in maart 1781, kreeg het paar een zoon Claas, en bij die gelegenheid werd bij zowel de vader als de zoon de familienaam gespecificeerd als van Deukeren.

1781   Den 25ste Maart Zondag [= doopdatum]
       de Vader Gerrit van Deukeren, de
       Moeder Annetje Bezem, het Kint
       Genaamt Claas van Deukeren
       de Getuyge Tryntje Bezem

Bron: doopregister Monnickendam; fotokopie Rijksarchief Noord-Holland

Gerrit Claasen draagt familienaam Van Deukeren, Monnickendam 1781

Nijbroek

Ik werd op dit Monnickendamse spoor gezet door een oproep uit 2007 van de voorzitter van de Vereniging Veluwse Geslachten (V.V.G.): "Gevraagd: voorgeslacht en doop van Klaas Gerritsen", waarbij uitdrukkelijk de familienaam was opgegeven als Van Deukeren.

De eerste plek waar je gaat zoeken naar voorouders van Klaas Gerritsen is natuurlijk Nijbroek, het dorp dat in Klaas' huwelijksregistratie vermeld staat als zijn plaats van herkomst. Maar hoewel de doopregistraties daar teruggaan tot 1694, is de geboorte van een Klaas Gerritsen (of een naam die daarop lijkt) er niet te vinden. De voornaam Klaas, of varianten daarvan, was in Nijbroek trouwens uitermate zeldzaam: tussen 1694 en 1730 werden er slechts twee jongetjes Klaas gedoopt - in 1714 een Klaas Jansen, en in 1719 een Klaas "extra matrimonio" (buiten het huwelijk), van wie de vader onbekend bleef. Bij de meisjes was er ook maar één Klaasjen (1708). Er werden ook nog twee kinderen gedoopt bij wie geen voornaam staat vermeld, maar in die beide gevallen heette de vader Jan, niet Gerrit (1697, 1729). [noot 5]

De voornaam Gerrit daarentegen kwam in Nijbroek wel vaak voor: tussen 1695 en 1725 waren er zeventien huwelijken waarbij de man Gerrit heette. Maar geen daarvan lijkt een duidelijke kandidaat om de vader van Klaas te zijn. Lastig is trouwens dat in Nijbroek, net als in Elspeet, in de regel alleen patroniemen werden gebruikt, nauwelijks familienamen. Wel werd bijna altijd vermeld waar de echtgenoten vandaan kwamen. De vrouwen waren meestal autochtoon, maar de mannen kwamen in ongeveer de helft van de gevallen van elders - wel meestal uit een plaats in de buurt. [noot 6]

Ten slotte zijn er nog lidmatenregisters van de gereformeerde kerk van Nijbroek [noot 7], maar ook die maken geen melding van een Klaas Gerritsen. Theoretisch zou diens belijdenis of vertrek naar Elspeet vermeld kunnen zijn, maar dat is dus niet zo. Dat zegt trouwens weinig, want mannen schitterden in de lidmatenboeken over het algemeen door afwezigheid. Klaas Gerritsen was daarop geen uitzondering: ook in de lidmatenboeken van Elspeet ontbreekt hij. In Nijbroek schijnt Klaas Gerritsen dus helemaal geen sporen te hebben nagelaten.

Klaas: een kleine boer

Wat was het beroep van Klaas Gerrits? Dit is te achterhalen via de pseudo-volkstelling op de Veluwe die in 1749 werd gehouden ("pseudo", want kinderen jonger dan vijf jaar werden niet meegeteld).

Deze telling, die werd gehouden om fiscale redenen, geeft voor bijna de hele Veluwe voor ieder huisadres, geordend naar dorp of stadsdeel, een reeks gegevens:

Voor de meeste Veluwse "schoutambten" worden de uitkomsten van de telling bewaard op het Gelders Archief; onder andere voor Nijbroek ("Nieuwbroek"). Als Klaas daar geboren was, zou je de namen van zijn ouderlijk gezin in de lijsten kunnen aantreffen. Echter, ik heb geen Gerrit aangetroffen waarvan aannemelijk is dat hij de vader van Klaas zou kunnen zijn. Dat bewijst niets - Klaas' vader zou vóór 1749 kunnen zijn overleden [noot 9] of weggetrokken - maar het suggereert wel opnieuw dat Klaas' herkomst "van Nijbroek" suspect is.

Helaas bleek bij mijn bezoek aan het Gelders Archief dat de lijst voor Elspeet daar ontbrak. De reden daarvan is dat het Veluwse schoutambt Barneveld (waaronder Elspeet viel), en ook Wageningen, hun lijsten nooit naar het bevoegd gezag hebben ingestuurd, de Staten van het Kwartier van Veluwe en hun Gedeputeerden. [noot 10] De gegevens van Elspeet zijn daardoor nog steeds aanwezig in Barneveld, waar ze op het Gemeentearchief beschikbaar zijn - zelfs in twee lijsten, een voorlopige (1748) en een definitieve (1749). De lijst uit 1749 is ook in zijn geheel gepubliceerd. [noot 11]


Gegevens over Claas Gerritsen in de Veluwse telling van 1748.
"Claas Gerritsen: Een huijs / heeft een bouwerij [bouwland], Dogh geen Capitalist [hij is geen vermogend man] /
geen kinderen
[ouder dan 5 jaar] / geen knegt, geen meidt / 1 Heersteede [één haard] /
heeft geen kleijlant, maar besaait ½ morgen sandagtighlant /
is voor de 5 specien
[levensmiddelenbelasting] geaccordeert, of voor alle[s] geaccordeert /
heeft in 1747 daar voor betaalt 3 guld[en] / in 1748 niets, alsoo
[omdat] geen pachters sijn geweest /
is bij die accoort niet beswaart geweest
[heeft geen bezwaar gemaakt tegen zijn belastingaanslag]"
Bron: Gemeentearchief Barneveld, archief Ambtsbestuur 1617-1812, inv.nr. 93, gegevens Elspeet.

Door beide lijsten te combineren, blijkt dat Claas Gerritsen een "daghuurder" [boerenknecht] was, die ook zelf over een klein stukje land beschikte. Hij had namelijk een lapje "sandagtighlant" in gebruik [zandachtig bouwland] van slechts een halve morgen (0,4 hectare). Daarop zal hij wel rogge en boekweit hebben verbouwd, of wat groente. Personeel (knechts of meiden) had Klaas niet in dienst. De drie kinderen in zijn jonge gezin waren nog zo klein dat ze voor de belasting niet meetelden: in 1748 was hun oudste zoon Gerrit pas vier jaar oud, Hermen werd drie, en Peter één jaar. In 1747 betaalde Klaas een belastingaanslag voor de "vijf speciën" [basale levensmiddelen] van drie gulden. Het zijn allemaal heel bescheiden getallen, de meeste dorpsgenoten beschikten over meer land, hadden grotere gezinnen en meer personeel, en betaalden ook meer aan de belastingpachters. [noot 12]

Meer Gerritsens

Elspeet was maar een klein dorp - er woonden in 1749 slechts 75 gezinnen, dat wil zeggen ca. 350 mensen. Daarom is het opvallend dat in die korte Elspeetse lijst nog drie andere hoofden van huishoudens staan vermeld die het patroniem "Gerritsen" dragen: Cars Gerritsen (van beroep "snijder"), en Gerrit Gerritsen en Hendrik Gerritsen (beiden daghuurder). Mijn eerste indruk was dat het allemaal jonge gezinnen waren. Want al deze drie Gerritsens waren getrouwd, maar geen van hen had kinderen ouder dan vijf jaar, en ze woonden bescheiden in een "camer" (een "camer" kon een kamer met stookgelegenheid zijn, maar ook een verdieping, woonhuisje of pothuis [noot 13]). Bij Cars op zijn "camer" woonde dan ook nog eens diens vader in. Ook sociaal-economisch lijken de vier Gerritsens vergelijkbaar: zo beschikte Gerrit Gerritsen over een stukje land dat nóg kleiner was dan dat van Klaas (slechts een kwart morgen), en Cars en Hendrik hadden zelfs helemaal geen land. Hun belastingaanslagen in 1747 varieerden tussen anderhalf en vijf gulden, dus vergelijkbaar met Klaas.

Het zou dus kunnen zijn dat er onder die drie zojuist genoemde "Gerritsens" broers waren van Klaas. Misschien Cars, bij wie vader Gerrit inwoonde? In dat verband is interessant dat de vrij zeldzame naam Cars ook terugkeert bij een van de zonen van Klaas - die zoon zou dan naar zijn oom vernoemd kunnen zijn. Toch lijkt er geen sprake te zijn geweest van familieverwantschap, zoals valt af te leiden uit gegevens in de doop-, trouw-, begraaf- en lidmatenregisters van Elspeet.

Conclusie: geen van de drie andere Gerritsens die in 1748 gezinshoofd waren in Elspeet, lijkt een bloedverwant van Klaas. Maar ja, de naam "Gerrit" en het patroniem "Gerritsen" kwamen in Elspeet en omgeving erg vaak voor [noot 14]. Dus dat de vier hetzelfde patroniem voerden heeft niets te betekenen. Er waren trouwens in Elspeet omstreeks 1748 nog wel meer Gerritsens, onder wie een Jan Gerritsen die in 1748 trouwde, en een flink aantal dames: Aaltje (trouwde in 1739), Geertje (trouwde in 1746), Gerritje (overleden voor 1748), Grietje (trouwde in 1733), Hendrikje (trouwde in 1740), Janna (trouwde in 1748), en Jannetje (getrouwd in 1727).

Waar precies woonde Klaas?

Wáár precies in Elspeet heeft Klaas Gerritsen gewoond? Het is misschien mogelijk dat nader te bepalen. Bij een telling zoals in 1748/9 werd een dorp vaak van huis naar huis doorgelopen, en de volgorde van de namen in de lijst correspondeert dan dus met de volgorde van de huizen. Nu is het probleem dat er twee versies van de volkstellinglijst zijn (de voorlopige versie uit 1748, inventarisnummer 93, en de definitieve lijst uit 1749, inventarisnummer 94), en dat de volgorde van de namen in die beide lijsten zeer verschilt. Welke lijst geeft dan de geografische volgorde? Ik vermoed dat dit de voorlopige lijst uit 1748 is, op twee gronden. Ten eerste naar analogie met Barneveld. Voor Barneveld is een historisch kadaster samengesteld, en daar blijkt de volgorde van de namen in de voorlopige lijst wel, maar in de definitieve lijst niet te corresponderen met de kadastrale volgorde. [noot 15] In de tweede plaats staan in de voorlopige lijst van Elspeet personen bij elkaar die waarschijnlijk ook werkelijk in elkaars directe nabijheid woonden, zoals de dominee en de custos, of "camer"-bewoners en de bijbehorende verhuurder. De volgorde in de definitieve lijst is veel minder logisch. Zo staat daar Claas Gerritsen vermeld direct vóór dominee Martinius - maar is het waarschijnlijk dat een arme sloeber als Claas Gerritsen echt direct naast de dominee zou hebben gewoond? [noot 16]

Mijn veronderstelling wordt nog bevestigd door gegevens in het doopboek van Elspeet. Dominee Dithmar Martinius, die dit doopboek van 1728 tot 1763 bijhield, vermeldde bij de meeste dopen waar de ouders woonden: vaak "in 't Dorp" [in Elspeet zelf], maar ook in Uddel, in Veenhuizen, op de Hardenberg, te Vierhouten, enz. Koppelen we deze woongegevens aan de namen in de voorlopige belastinglijst, dan blijken de meeste personen op die lijst zoals verwacht "in 't dorp" te hebben gewoond. Maar diegenen die ergens anders woonden, staan vlak bij elkaar in de voorlopige lijst! De enigen die bijvoorbeeld in Veenhuizen woonden, waren de nummers 44, 48, 51 en 56 in de voorlopige lijst. Op de Hardenberg woonden alleen de nummers 52 tot en met 55. [noot 16a]

Ik ga dus maar uit van de volgorde in de voorlopige lijst. Je zou dan misschien van een paar personen kunnen nagaan waar ze hebben gewoond (de dominee, de twee herbergiers). Vervolgens zou je ook bij anderen, door interpolatie, kunnen schatten waar ongeveer hun huis stond. Veel nauwkeuriger is een procedure die ook voor Barneveld is gevolgd, waarbij de opvolgende bewoners van alle huizen worden getraceerd tot het moment waarop het kadaster werd ingesteld. Dat lijkt een monnikenwerk, en het is vooralsnog niet duidelijk of daarvoor de benodigde bronnen beschikbaar zijn. Het schijnt echter dat het Gemeentearchief Barneveld hiervoor al een "Zoeksysteem geschiedenis panden en bewoners" beschikbaar heeft, ook voor Elspeet (Historisch kadaster: cedullen ambtslasten, deel 5). Ik ben daar zeer benieuwd naar!

Kindersterfte

In de jaren na hun trouwen werden er in het gezin van Elspeetse Klaas en Trijntje elf kinderen gedoopt. De meeste daarvan overleden jong. Maar het kindertal van het echtpaar was vermoedelijk nog groter dan elf, want de begraafregisters van Elspeet maken ook nog melding van één doodgeboren kind, en van het overlijden van twee kinderen van het echtpaar waarvan de doop niet staat aangetekend - kennelijk kinderen die al overleden voordat ze gedoopt konden worden. De eerste die overleefde, was Gerrit, geboren in augustus 1744.

Gerrit van Deukeren te Elspeet gedoopt, 1744

Hier is de hele lijst van kinderen, zoals die is te construeren uit doop- en begraafregister samen - je vraagt je af hoe de moeder al die zwangerschappen (twaalf, in negentien jaar tijds) overleefd heeft:

    naam                     geboren (ca.)     gedoopt        overleden      begraven      opm
----------------------------------------------------------------------------------------------
 1. Gerrit [1]                   mei 1743     09-05-1743     25-08-1743     29-08-1743     (a)
 2. Gerrit [2]                   aug 1744     30-08-1744     april 1785     22-04-1785     (b)
 3. Hermen / Harmen [1]          okt 1745     17-10-1745     05-11-1757     11-11-1757
 4. Peter                        apr 1747     09-04-1747     26-05-1787?    26-05-1787?
 5. Aalt [1]                     dec 1750    niet gedoopt    19-12-1750     24-12-1750     (c)
 6. Jan                          dec 1750    niet gedoopt    28-01-1751     02-02-1751     (c)
 7. Aalt [2]                     okt 1751     24-10-1751     03-12-1751     08-12-1751
 8. Gerhardus / Garhardus [1]    apr 1753     15-04-1753     22-02-1754     28-02-1754
 9. zoon, "doodt geboren"        aug 1754    niet gedoopt    08-08-1754     10-08-1754
10. Gerhardus (d)/ Garhardus [2] jul 1755     03-08-1755     04-04-1757     09-04-1757     (d)
11. Gerritjen                    jun 1758     02-07-1758
12. Aaltjen                      jul 1760     20-07-1760     11-04-1766     16-04-1766
13. Hermen / Harmen [2]          aug 1762     08-08-1762     09-02-1764     15-02-1764     (c)
14. Cars                         aug 1762     08-08-1762     14-04-1764     20-04-1764     (c)
----------------------------------------------------------------------------------------------

Opmerkingen:

  1. In het begraafregister wordt de voornaam van deze zoon niet vermeld; maar het moet Gerrit [1] zijn geweest, want andere kinderen had het echtpaar in 1743 nog niet. Bovendien werd de eerstvolgende zoon die na de dood van het kind werd geboren, opnieuw Gerrit genoemd.
  2. Gerrit [2] is de stamvader van de latere Van Deukerens. Hij is begraven te Monnickendam.
  3. Tweeling.
  4. De lezing "Gerharda" in VVG 163 (doop 3-8-1755) is klaarblijkelijk onjuist: de voornaam van de dopeling eindigt duidelijk op -us; zie afbeelding.
  5. De datum van geboorte is geschat uit de doopdatum. We weten dat de Elspeetse dominee Martinius zijn eigen kinderen (1736, 1738, 1741, 1743, 1748) in de regel doopte op de eerste zondag na de geboorte. Hetzelfde gold later in de eeuw, zoals blijkt uit het doopboek dat tussen 1772 en 1792 voor iedere dopeling zowel de geboorte- als de doopdatum vermeldde. Aangenomen is dat bij Klaas' kinderen een vergelijkbaar tijdsverschil van gemiddeld vier dagen tussen geboorte en doop gebruikelijk was. (Na 1800 schijnt in Elspeet de doop gemiddeld enkele dagen later plaats te vinden, maar nog steeds ruim binnen de twee weken.)

Bronnen:

Hoewel er in het gezin in totaal veertien kinderen werden geboren, bleven daarvan maar zelden meer dan vier tegelijk in leven. De grootste omvang, acht personen, behield het gezin niet langer dan anderhalf jaar, tussen augustus 1762 en februari 1764. Maar al een half jaar later, na de dood van de vader en de twee jongste kinderen, was de omvang weer gedaald naar vijf: de moeder, de zoons Gerrit (20 jaar) en Peter (17), en de meisjes Gerritjen (6) en Aaltjen (4).

Over wat er daarna met het gezin gebeurde zijn de gegevens onvolledig. We weten dat Aaltjen twee jaar later overleed, en tien jaar daarna, in 1776, de moeder. Als dochter Gerritjen toen nog leefde, was die inmiddels achttien jaar. Omdat wij haar naam in Elspeet niet meer terugvinden - niet in het begraafregister, niet in het trouw- of kerkregister, en ook niet na 1812 in de overlijdensaktes van de burgerlijke stand - is het mogelijk dat zij naar een naburig dorp is vertrokken, zoals veel van haar leeftijdsgenoten. Daar zou zij dienstbode kunnen zijn geworden, of is ze misschien getrouwd, om vervolgens vóór 1812 te overlijden. Met wat geluk kan een systematische speurtocht in de begraafboeken van de omliggende dorpen dat misschien aan het licht brengen.

Zoon Gerrit trouwde, zoals we zagen, in juli 1778 te Monnickendam, en hij zal dus enige tijd daarvoor uit Elspeet "geëmigreerd" zijn - misschien na het overlijden van zijn moeder in november 1776. Nu zou je verwachten, als vader Klaas van beroep boer was geweest, dat de oudste zoon, dus Gerrit, het bedrijf van zijn vader zou overnemen. Maar kennelijk is dat niet gebeurd. In plaats daarvan lijkt Gerrits jongere broer Peter na de dood van hun ouders als enige in Elspeet te zijn achtergebleven. Waarschijnlijk is hij daar in 1787, veertig jaar oud, overleden. Getrouwd schijnt Peter nooit te zijn geweest.

Klaas' schoonfamilie: de Van Kampens

Wat weten we van de familie van Klaas' vrouw Trijntje? En kunnen er nog nazaten van Trijntjes broers en zussen in leven zijn?

Uit de Elspeetse doop-, trouw- en begraafregisters blijkt dat Trijntje drie broers en vier zussen heeft gehad. Vijf van hen zijn al als kind overleden; bij de "volkstelling" van 1748/49 bleken alleen Peter (geboren in 1723) en Gerrit (geboren in 1740) nog in leven.

Hun moeder, Gerritje Gerritsen, was in maart 1746 overleden. Vader Harmen bleef toen dus achter met twee zoons, waarvan de jongste, Gerrit, amper vijf en een half jaar oud was. Wat doe je dan als vader? Dan zoek je een andere vrouw die voor je jonge kind wil zorgen. In dit geval schijnt daarvoor een uitgelezen kandidate te zijn geweest; Jannetje of Janna, de jongere, en ongetrouwde, zus van Harmens eerste vrouw Gerritje. In 1748 trouwde zij met vader Harmen.

Zoon Peter is pas kort voor zijn veertigste getrouwd, in 1763. Er werden uit dat huwelijk drie kinderen geboren: eerst een zoontje Gerrit, in 1767, en daarna twee dochters, Evertje en Aaltje, in 1769 en 1773. De beide dochters zijn in oktober 1779, twee dagen na elkaar, bezweken aan een dysenterie-epidemie ("de [rode] Loop") die toen in Elspeet woedde. Die epidemie had trouwens enkele dagen daarvoor ook al het leven gekost aan Peters broer Gerrit.

Peter lijkt niet alleen in zijn huwelijk, maar ook kerkelijk een laatbloeier. Pas in zijn tweeënveertigste levensjaar (in 1765) liet hij zich inschrijven als lidmaat van de kerk, samen met zijn jongere broer Gerrit. (Zus Trijntje had dat al in 1741 gedaan.) Toch lijkt deze trage start geen belemmering te zijn geweest voor een kerkelijke carrière, want toen Peter in 1802 overleed, werd aangetekend dat hij "kerkm[eester]" [koster of kerkvoogd, noot 17a] was geweest.

Trijntjes jongste broer Gerrit (die was geboren in 1740) trouwde in 1767, met Dirkje Carssen. Een jaar later werd een tweeling geboren, Cars en Jannetje. Maar de levenskansen van tweelingen waren in de achttiende eeuw gering, en Gerrits kinderen vormden daarop geen uitzondering: de tweeling overleed nog voordat ze gedoopt konden worden. Twee dagen na de tweeling overleed bovendien ook de moeder. Gerrit zelf is in 1779 overleden, zoals gezegd bezweek hij tijdens een dysenterie-epidemie.

Zus Trijntje was drie jaar eerder overleden, in 1776. Daarmee was uit het kinderrijke gezin alleen Peter nog in leven. Hij zou pas in 1802 overlijden, bijna 80 jaar oud. Peters enige overlevende kind, zoon Gerrit, trouwde net als zijn vader laat en kreeg pas na zijn 40e een zoon, Peter. Ook deze Peter jr. (het verhaal wordt eentonig) trouwde laat en kreeg na zijn 40e een zoon, die hij Gerrit noemde. Deze Gerrit doorbrak op treurige wijze de familietraditie, door al vóór zijn 40e te overlijden. Hij is wel zeven jaar getrouwd geweest, en in die tijd werden er vijf kinderen geboren, maar geen daarvan heeft hun vader overleefd. - Daarmee lijkt het uiterst twijfelachtig of er thans nog nazaten van Trijntjes broers in leven zijn.

Ten slotte de familienaam "Van Kampen" die Peters nazaten droegen. De vroegste vermelding van die naam die ik heb gevonden, staat in de lijst van de naamsaannemingen in de gemeente Garderen (waaronder Elspeet viel), 4 november 1812, nr. 153: Peters zoon Gerrit liet toen noteren dat hij de familienaam Van Kampen zou dragen. Andere Van Kampens vermeldt de lijst niet. De eerstvolgende vermelding stamt uit juni 1813, toen diezelfde Gerrit ("Gerrit Petersen van Kampen") als getuige werd vermeld in een overlijdensakte. De naam Van Kampen staat ook zwart op wit in diens overlijdensakte (Ermelo, 1834). Gerrits vader wordt in die laatste akte aangeduid als "Peter Harmsen van Kampen" [ noot 17b], maar dat lijkt me een toeschrijving achteraf, ik betwijfel of Peter Harmsen (die in 1802 overleed) zich ooit zelf "Van Kampen" heeft genoemd. Ik vermoed dat de naam "Van Kampen" pas is ontstaan in 1812, kort nadat het (in 1811) wettelijk verplicht werd een vaste achternaam te voeren. Hoe is "Gerrit Petersen van Kampen" dan op die familienaam gekomen? Ik gok dat hij die ontleend heeft aan de herkomst van zijn grootvader Harmen Jacobs, van wie we - uit diens huwelijksregistratie (1720) - weten dat hij oorspronkelijk niet uit Elspeet afkomstig was. Als grootvader Harmen Jacobs in Kampen geboren zou zijn - en Gerrit zou dat ongetwijfeld van zijn vader, misschien zelfs ook van zijn opa zelf gehoord hebben - dan zou Gerrit een goede reden hebben gehad om zich "Van Kampen" te noemen. In Elspeet was het namelijk vrij gebruikelijk om mensen te identificeren met behulp van de plaats vanwaar zij, of hun familie, afkomstig waren. De hypothese dat Harmen Jacobs uit Kampen kwam, wordt nog extra plausibel omdat de Kampense doopboeken inderdaad precies in de juiste periode melding maken van een dopeling met de naam Harmen Jacobs: in oktober 1696.[ noot 17c]

Oudere sporen

Waar leefden de vroege Van Deukerens voordat ze opdoken in Nijbroek en Elspeet? Bij het zoeken van die voorouders moet je erop verdacht zijn dat hun familienaam enigszins anders gespeld kan zijn dan "Van Deukeren". Plausibele mogelijkheden zijn Van Duijkeren, Deuker, Duiker, en dergelijke. [ details ]

In de eerste plaats zou het kunnen zijn dat Klaas Gerrits verwant was aan een boerenfamilie Deuker die sinds de late zeventiende eeuw in Deventer en directe omgeving woonde (dus vlakbij Nijbroek). Helaas bleek het niet mogelijk om beide families op een soepele of overtuigende manier met elkaar te verbinden. Er is ook gesuggereerd dat deze Deukers uit Deventer zouden afstammen van doopsgezinde immigranten uit Münster (Duitsland). Dit moet wel zeer onwaarschijnlijk worden geacht, omdat doopsgezinden bekend staan om hun heftig weigeren van militaire dienst, terwijl de stamvader van de Deventerse Deukers nota bene een soldaat was. [ details ]

Een ander spoor dat ik heb verkend, is dat de vader van Klaas Gerrits een Katwijkenaar zou zijn, met de naam Gerrit Claase van Duijkeren. Die had een zoon Claes Gerritsz van Duijkeren, van wie de gegevens goed overlapten met die van de Elspeter Klaas Gerrits. De identificatie zou spectaculair zijn, omdat deze Claes/Klaas zowel in Katwijk als in Elspeet gelijktijdig een echtgenote had, hij zou dus een bigamist zijn. Helaas bleek uiteindelijk dat het toch om twee verschillende personen ging: de Elspeter overleed namelijk in 1764, zijn Katwijker naamgenoot tien jaar later. [ details ]

Ten slotte was er nog een derde spoor: in Delft dook de naam Van Deukeren in 1778 op. Maar ook dit bleek een dwaalspoor: het ging hier om leden van de familie Van Duijkeren, van wie de familienaam alternatief gespeld was. [ details ]

Ik heb dus een paar sporen gevolgd, maar die hebben nog niet tot een antwoord geleid op de vraag wie de voorouders waren van de Elspeter Klaas Gerrits van Deukeren. Het mooiste zou het natuurlijk zijn ergens een "smoking gun" te vinden in de vorm van bijvoorbeeld een doopregistratie van Klaas Gerrits.

Gerrit en Annetje

Terug naar Klaas en Trijntje in Elspeet. Zoals gezegd kregen zij, twee jaar na hun huwelijk, in augustus 1744 een zoon, Gerrit Klaassen (afbeelding doopregister). Deze Elspeetse Gerrit trouwde in 1778 in Monnickendam met Annetje Martens Besem. Kennelijk was Gerrit inmiddels daarheen verhuisd. [bron]

Gerrit en Annetje kregen in Monnickendam al snel drie kinderen: eerst een zoon Klaas (geboren in 1781), en daarna twee dochters die als baby overleden: Hendrikje, die acht maanden oud werd (1783-1784), en Trijntje, die maar krap een week leefde (1785, gedoopt 3 april, begraven 16 april). Een week na de dood van dochter Trijntje overleed Gerrit zelf ook, 40 jaar oud. Hij werd net als zijn twee dochters begraven (22 april 1785) op het kerkhof van Monnickendam. Zijn weduwe was op dat moment pas 32 jaar oud en hertrouwde twee jaar later met een Monnickendamse weduwnaar, Dirk Cornelisz Nooy.


Monnickendam in 1866. Bron: Gemeente Atlas Jacob Kuyper 1865-1870 (voorheen www.kuijsten.de).

Dat Gerrit zijn eerste zoon Klaas noemde, weerspiegelt de familietraditie om de oudste zonen afwisselend Klaas en Gerrit te noemen. De achtergrond daarvan is dat ouders hun eerste zoon traditioneel vaak vernoemden naar zijn grootvader van vaderskant. Stel dat vader A zijn oudste zoon B noemde, dan noemde B zijn oudste zoon weer A, naar de grootvader. Die zoon A noemde zijn oudste zoon weer B, en zo voort. Het gevolg was van generatie op generatie een namenketting van de vorm A - B - A - B - A, enz. Bij de Van Deukerens dus: Klaas - Gerrit - Klaas - Gerrit - Klaas, enz.

De Klaas die werd geboren in 1781, vinden we één generatie later terug als hij trouwt.

Klaas en Trijntje in Monnickendam

Klaas junior trouwde op 22 mei 1803 met Catharina Rietsnyder (ook genaamd: Catrijntje of Trijntje Rietsnijder). Zij kwam net als hij uit Monnickendam en was een half jaar ouder dan haar man [Dueker]. Geheel volgens familietraditie gaf Klaas zijn eerste zoon, die in 1810 werd geboren, de naam Gerrit. Daarvóór had het echtpaar al drie dochters gekregen, Annetje (geboren in 1803), Toontje (1805) en de als baby gestorven Klaasje (1807). Na Gerrit volgden nog twee meisjes en twee jongens: Klaasie (Klaasje, 1812), Jan (1815), Jacob (1817) en Neeltje (1821).

Uit de geboorteakten van Klaas' en Trijntjes kinderen blijkt dat Klaas van beroep timmerman was. Aanvankelijk timmermansknecht, of "garçon charpentier" zoals het in de Franstalige geboorteakte van dochter Klaasie staat (1812), maar vanaf ongeveer zijn dertigste jaar verdwijnt dat "knecht". Interessant is dat ook onder Klaas' nazaten uit de 20e en 21e eeuw het timmermans- en meubelmakersvirus nog steeds actief is. Zo gebruik ik nog steeds een houten salontafeltje dat mijn opa, Herman van Deukeren, ooit gemaakt heeft en dat ik van hem heb geërfd.

Klaas van Deukeren is ook de eerste in de familie van wie we een handtekening hebben - dit is de handtekening die hij in 1812 zette bij de geboorte van dochter Klaasie:

handtekening Klaas van Deukeren, 1812
Handtekening Klaas van Deukeren, 17 november 1812.
Bron: geboorteakten Monnickendam, afbeelding FamilySearch.

Dezelfde geboorteakte vermeldt ook het huisadres in Monnickendam waar het gezin Van Deukeren in 1812 woonde: Kerkstraat 88 (aan de zuidkant van de toenmalige stad).

De zeven kinderen van Klaas en Trijntje

1. Annetje (1803-1863)

De oudste dochter Annetje trouwde in 1830 in Ilpendam met Johannes Veeger. Het paar vestigde zich te Purmerend, waar Johannes onderwijzer werd. In het dorp waren zij daarmee een soort semi-notabelen en het verbaast dus niet dat bij hun dood overlijdensadvertenties verschenen in het plaatselijke nieuwsblad.

overlijdensadvertentie Veeger 1862
overlijdensadvertentie Annetje van Deukeren 1863
Overlijdensadvertenties voor Johannes Veeger en Annetje van Deukeren.
Bron: Algemeen Weekblad (Purmerend), 24-12-1862 en 20-5-1863; digitaal beschikbaar via het Waterlands Archief.
De handgeschreven notities (advertentienummer, aantal regels, en prijs) zijn kennelijk aantekeningen van de uitgever van de krant.

Annetje en Johannes kregen acht kinderen. De twee oudste dochters, Neeltje en Catharina Veeger (geboren 1831 en 1832), trouwden eind 1853 - begin 1854 een paar maanden na elkaar allebei met een Lakeman, twee broers, die alletwee "landman" waren (boerenarbeider). Maar binnen een paar jaar waren zowel Neeltje als Catharina alweer weduwe; in 1859 hertrouwde Neeltje en het jaar daarop Catharina.
Ook van vier andere kinderen van Annetje en Johannes Veeger - Geertruida Anthonia (geboren 1834), Anthonia (1836), Klaas (de enig overlevende zoon, geboren 1838) en Klasina (1842) - is bekend dat ze de volwassenheid bereikten en trouwden. De twee andere kinderen zijn jong overleden: Alberta (1840-1856) en Lourens (1845-1846).

2. Toontje (1805-1855)

De tweede dochter van Klaas en Trijntje, Toontje, trouwde in 1835 met de (huis)schilder Cornelis Moen. Nadat in 1836 hun eerste kind dood geboren was, kregen zij twee zoons: in 1837 Klaas en in 1840 Hendrik. Zoon Klaas Moen werd in Monnickendam timmerman (net als zijn grootvader). Hij trouwde met Aaltje Walbrecht en bereikte de gezegende leeftijd van 86 jaar. [bron (Walbrecht)]

Met Toontje en Cornelis Moen zelf lijkt het minder goed afgelopen te zijn: beiden zijn op exact dezelfde dag overleden, 31 januari 1855. Uit hun overlijdensaktes bij de burgerlijke stand blijkt dat op die dag eerst Cornelis was overleden, 's ochtends om 5 uur, waarna veertien uur later ook Toontje overleed, 's avonds om 7 uur. De volgorde van overlijden blijkt op subtiele wijze ook uit de terminologie in de akten: Cornelis werd namelijk omschreven als "echtgenoot", Toontje als "weduwe". Beiden zijn volgens de akten thuis overleden, op Noordeinde 11 (wijk 3).

Is hun samen een ongeluk overkomen? Zijn ze door de winterkou bevangen? (De winter van 1855 was uitzonderlijk lang en streng - het Noord-Hollandsch Kanaal lag van december tot maart dichtgevroren. Op 31 januari, de dag dat Cornelis en Toontje overleden, was het ijskoud, met een snijdende oostenwind - 's avonds wakkerde de wind aan tot windkracht acht of negen bij een temperatuur van min tien.) Of waren ze ziek? (in 1855 heerste de cholera in Nederland.) Als het een ongeluk was - bijvoorbeeld een brand - is dat misschien in oude kranten terug te vinden. [noot 18]

 
Weerrapporten van 31 januari 1855 te Halfweg (Zwanenburg).
`
tijdstip temperatuur wind luchtgesteldheid luchtdruk neerslag
31 jan 1855, 08:00 -9,3 °C NO, 6 Bft betrokken 1006 mbar (geen gegevens)
31 jan 1855, 13:00 -5,6 °C O, 6 Bft betrokken 1003 mbar (geen gegevens)
31 jan 1855, 22:00 -9,9 °C ONO, 8-9 Bft helder 998 mbar (geen gegevens)
Bron: KNMI (gegevens; toelichting, met name blz. 7-30).

3. Klaasje (1807-1807)

Dochter Klaasje werd geboren op 8 februari 1807, maar overleed al zeven weken later, op 28 maart. In het doopboek van Monnickendam is bij haar naam Klaasje achteraf (in andere inkt) een notitie toegevoegd, "gedoopt Claas van Deukeren". Een jongensnaam dus, in plaats van de meisjesnaam! Was Klaasje dan een jongetje, Klaas?

Vermoedelijk toch niet. De zaak zit waarschijnlijk zo. Uit verschillende andere notities in het doopboek blijkt dat er naast het officiële doopboek, van de kerk, nog een tweede "privé"-doopboek werd bijgehouden door de dominee. Jaarlijks werden beide lijsten, de privélijst van de dominee en de officiële lijst van de kerk, met elkaar vergeleken, de verschillen werden aangetekend en zo nodig gecorrigeerd. Kennelijk had in dit geval de dominee Klaasjes naam als "Claas" genoteerd.

Ten onrechte, want de juiste naam zal echt wel Klaasje zijn geweest (dus een meisje). Ook bij haar overlijden werd namelijk in het begraafboek de vrouwelijke vorm vermeld. Ze was vermoedelijk vernoemd naar Klaasje de Moes, haar grootmoeder van moederskant, die ook bij haar doop was opgetreden als de doopgetuige. Was Klaasje een jongetje geweest, dan zou ze de oudste zoon in het gezin zijn geweest. Als naam had dan niet "Klaas" maar "Gerrit" het meest voor de hand gelegen, een traditionele vernoeming naar haar grootvader van vaderskant. Nu kreeg pas het volgende kind, dat wel het eerste zoontje in het gezin was, die naam.

4. Gerrit (1810-1881)

Zie verderop.

5. Klaasie (1812-1877)

De vierde dochter kreeg dezelfde naam als haar eerder overleden oudere zus, Klaasje. In de doopakte werd de naam overigens gespeld Klaasie. Zij werd dienstbode en trouwde in 1834 met de slager Klaas Stiemer uit Purmerend. Een jaar later kregen Klaas en Klaasie hun eerste kind, dat ze, weinig origineel, Klaas noemden. "Klaas, Klaasie en kleine Klaas", zogezegd. Na kleine Klaas volgden tussen 1838 en 1846 nog vijf kinderen: Gerrit, Jannetje, Catharina, Dirk en Jacob. [bron: Stiemer(1) (in 2008: http://www.fkerkhoven.dyndns.org/genealogie/d0000/g0000029.html#I511), Stiemer(2)]

6. Jan (1815-1816)

Zoon Jan overleed al als baby in de zomer van 1816, vijftien maanden oud.

7. Jacob (1817-1856)

Zie verderop.

8. Neeltje (1820-1893)

De jongste dochter, Neeltje, trouwde in 1846 met de werkman (arbeider) Pieter Klein uit Purmerend. Al was de naam Klein, het gezin werd behoorlijk groot. Neeltje kreeg acht kinderen: Steffen (geboren in 1847), Klaas (1848), de tweeling Maria en Gerrit (1849), Jacob Cornelis (1852), Catharina (1854), Johannes (1857), en Pieter (1861). Op hun beurt waren ook de gezinnen van deze kinderen weer kinderrijk - toen Neeltje op 73-jarige leeftijd overleed, had ze al minstens vijftig kleinkinderen geboren zien worden (en er zouden er daarna nog een paar volgen) (lijst).

Een van de kleinzoons van Neeltje van Deukeren was Klaas Klein. Hij is geboren in 1884 (of 1883), en werd van beroep barbier [noot 19]. Op de ansichtkaart hieronder, een foto van het Noordeinde te Monnickendam uit het begin van de twintigste eeuw, is rechts zijn winkel te zien: "K. Klein, Coiffeur" (afbeelding rechts: uitvergroting van dat detail).

Bron: Beeldbank Noord-Hollands Archief.

K. Klein Coiffeur
Monnickendam Noordeinde

Over de twee andere zoons, Gerrit (die ik maar de "Amsterdamse Gerrit" zal noemen) en Jacob, zo dadelijk meer.

Alle kinderen van Klaas en Trijntje vestigden zich in de nabijheid van hun ouders: Toontje en Neeltje bleven in Monnickendam wonen, Annetje en Klaasje vertrokken naar Purmerend, Gerrit werd scheepstimmerman in Amsterdam, en Jacob broodbakker in Zaandam. Interessant is dat deze Jacob toch in Monnickendam aangifte deed van de geboorte van zijn oudste zoon Klaas: zou zijn vrouw zijn bevallen bij haar schoonouders?

"Amsterdamse" Gerrit en zijn kinderen

Klaas' en Trijntjes oudste zoon, Gerrit (geboren 1810, overleden 1881) werd, net als zijn vader, van beroep timmerman. Meer in het bijzonder scheepstimmerman, hetgeen verklaart dat hij in 1831 verhuisde naar de grote havenstad Amsterdam.

Voor zijn huwelijk keerde Gerrit toch even terug naar Monnickendam: daar trouwde hij op 4 augustus 1833 met Elisabeth Pool, afkomstig uit Edam. Elisabeth moet op dat moment hoogzwanger zijn geweest, want minder dan een maand later, op 29 augustus, beviel zij van een dochter, die de naam Elisabeth kreeg. Nog diezelfde dag overleed moeder Elisabeth in het kraambed, nog vóór haar 21e verjaardag.

Snel daarna moet Gerrit zijn getrouwd met Christina Maria Brugman, afkomstig uit Uithoorn. In 1836 kreeg het paar hun eerste kind, een dochter die ze opnieuw Elisabeth noemden, kennelijk een vernoeming naar Gerrits eerste vrouw.

Het bevolkingsregister van Amsterdam uit 1851 [een index was tot voor kort beschikbaar op http://amsterdameo.ngv.nl/amsterdam-br-1851-R-02.html?caller=index] meldt dat er in dat jaar vijf Van Deukerens in de stad woonden: vier die in Amsterdam zelf geboren waren, en één die elders in de provincie geboren was. Die ene was Gerrit zelf, en de vier anderen waren zijn kinderen. De namen van die vier kinderen zijn, naast Elisabeth die was geboren in 1836, Klaas (1842), Johannes Jogchem (1843) en Catharina Christina Maria (1849).

1. Oudste dochter Elisabeth trouwde met de ijzergieter Hermanus Walraven. Het paar woonde op verschillende adressen in Amsterdam. Een tijdlang (tot 1876) woonde ook een elf jaar jongere broer van Hermanus, genaamd Johannes, bij het echtpaar in.

bericht Klaas van Deukeren in SPC 1895
2. Gerrits zoon Klaas werd (hulp)onderwijzer. Hij verhuisde een paar keer: in 1862 vertrok hij naar Westzaan, in 1895 woonde hij in Mijdrecht. Daar was hij toen tevens penningmeester van het waterschap Groot-Mijdrecht, blijkens een bericht in Schuitemakers Purmerender Courant (20/02/1895, blz. 2) [zie afbeelding rechts; bron Waterlands Archief].
Klaas trouwde twee maal. Eerst in 1869 met Antoinetta van Vuure, die begin 1894 overleed. Daarna in 1895 met Catharina Geertruida Zwart. Niet bekend is of Klaas kinderen had.

3. Gerrits zoon Johannes Jogchem moet jong zijn overleden, omstreeks zijn twintigste. Bij de volkstelling van 1869 constateerden de tellers dat hij niet meer leefde. Als sterfjaar werd een vraagteken ingevuld; kennelijk was zijn dood toen al zo lang geleden, dat zijn familie het precieze jaar van overlijden niet meer paraat had.

4. Gerrits dochter Catharina trouwde in 1874 in Hoorn met de kruidenier Derk Jan Goedhart. Zij kregen drie jaar later een zoon die ze de naam Gerrit (Goedhart) gaven. [bron (Goedhart)] Kennelijk bleef Monnickendam trekken, want deze zoon Gerrit Goedhart verliet later weer Hoorn om terug te keren naar Monnickendam en daar te trouwen (in 1904).

Tegen het eind van zijn leven, omstreeks 1875, schijnt Gerrit gewoond te hebben in de Huiszittensteeg 4 in Amsterdam - vermoedelijk een bejaardentehuis. Maar hij overleed in 1881 op de Bickersgracht 66, waarbij de overlijdensakte vermeldt dat dat op dat moment ook zijn woonadres was.

Tot het eind van de negentiende eeuw bleven er Van Deukerens in Amsterdam wonen, maar die heb ik nog niet in detail gevolgd.

Jacob en zijn kinderen (1)

De jongste zoon van Klaas en Trijntje was, zoals gezegd, Jacob van Deukeren. Hij werd broodbakker en venter (broodventer?) te Zaandam en trouwde daar in 1842 met de winkeliersdochter Aaltje Fris. Al in 1856 is hij overleden, nog geen veertig jaar oud; zijn vrouw Aaltje overleed een jaar later.

Het echtpaar kreeg zes kinderen, van wie er één, Klaas, al na vijf weken overleed (1845), en een ander dood geboren werd (in 1847). De andere vier waren Trijntje, geboren in 1843, Lambertus (1844-1884), Klaas (1849-1923), en Gerrit (1853-1926).

De oudste dochter Trijntje trouwde in 1869 met een Amsterdamse bakker, Johannes Hermanus Everhardus van Elst. Het echtpaar ging in Amsterdam wonen en kreeg vier kinderen: een dochter Engelina Sophia (1870), en drie zoons, Gerardus Johannes (1875) en Johannes Hermanus Everardus [1] en [2] (geboren in 1877 en 1879).

Opmerkelijk is dat midden jaren '70 twee broers van Trijntje tijdelijk bij hun zus en zwager kwamen inwonen. Eerst arriveerde in november 1875 broer Lambertus uit Zaandam, die bijna drie jaar later weer vertrok, naar een adres elders in Amsterdam. Vervolgens kwam broer Gerrit, vanuit Harderwijk. Het jaar waarin Gerrit bij zijn zus introk, staat in het bevolkingsregister genoteerd als "1867", maar dat moet een verschrijving zijn: mutaties werden chronologisch genoteerd, en dan kan Gerrit alleen in 1875 (?) of 1876 gearriveerd zijn. Een bezwaar tegen het jaartal 1867 is ook dat Gerrit toen pas 14 jaar oud was; het is dan een raadsel wat hij daarvóór in Harderwijk deed, want zijn ouderlijk gezin woonde niet daar, maar in Zaandam (of directe omgeving). Het jaar 1876 (of 1875) is daarentegen wel plausibel: Gerrit volgde een carrière als beroepsmilitair, en dan is het aannemelijk dat hij als 23-jarige in de garnizoensstad Harderwijk gelegerd was. Overigens gaf Gerrit in Amsterdam op dat hij "arbeider" was, net als zijn broer Lambertus, maar gezien zijn korte verblijf in die stad (hij vertrok in december 1876 alweer, naar Landsmeer) is hij misschien bij het bevolkingsregister wat losjes omgegaan met de formaliteiten.

Trijntje en haar echtgenoot waren kennelijk gastvrije en sympathieke mensen: Gerrit zou later twee van zijn zoons vernoemen naar deze zwager.

Over Jacob en Aaltjes oudste zoon Lambertus is op dit moment nog weinig bekend. Hij was, zoals gezegd, in 1844 geboren, werd arbeider, en trok vanaf zijn 31e tot zijn 34e levensjaar in bij zijn oudere zus en zwager. Daarna vertrok hij naar een ander adres in Amsterdam. Hij overleed begin 1884 in het Amsterdamse Binnengasthuis. Hij was toen van beroep bakker, ongehuwd, en woonde Koningstraat 16 te Amsterdam.

Over de twee jongste zonen, Klaas en Gerrit, is veel meer bekend. Over hen gaan de twee volgende paragrafen.

Jacob en zijn kinderen (2): zoon Klaas

Jacobs tweede zoon, Klaas, werd net als zijn vader bakker. Hij vestigde zich te Monnickendam, aan het Zuideinde. De manier waarop hij zijn nering beschreef, werd geleidelijk bescheidener: noemde hij zich in 1877 nog weids "koopman" en in 1878 "winkelier", in 1904 was dat "broodverkoper" geworden, en in 1910 "broodventer". Dat klinkt alsof de zaken achteruit waren gegaan, maar misschien ging hij ook in de tijd dat hij zich nog koopman noemde, eigenlijk al met brood langs de deuren. Klaas trouwde in 1877 te Monnickendam met Geertje Ploeger uit Broek in Waterland. Ze kregen vermoedelijk negen kinderen. Vier daarvan overleden al op zeer jonge leeftijd: Aaltje[1] (1877-1878), Roelof[1] (1881-1882), Aaltje[2] (1884-1884) en Trijntje[1] (1886-1887). Vijf andere kinderen bereikten wel de volwassenheid:

1. Geesje (geboren in 1878) werkte van 1898 tot 1908 in Amsterdam als dienstbode, onder andere aan de Keizersgracht, Vossiusstraat en P.C. Hooftstraat. In 1908 - zij was toen dertig jaar oud - keerde ze terug naar Monnickendam. Drieënhalf jaar later trouwde Geesje te Nieuwendam met de negentien jaar oudere "los werkman" Cornelis Grim. Bij die gelegenheid omschreef zij haar beroep als "huishoudster". Trouwde ze met haar werkgever?

2. Jacob (1880-1940), werd net als zijn vader en grootvader een broodbakker. Hij trouwde in 1904 te Marken met Jannetje Hartog uit Zaandam. Tweemaal beviel Jannetje van een dochter, maar in beide gevallen was het kind levenloos (1905, 1910).

3. Roelof[2] (1882-1910) werd "varensgezel". Toen hij overleed, was hij niet ouder dan 27 jaar.

4. Trijntje[2] (1890-1956) trouwde in 1910 met de timmerman Gerrit de Wit (1887-1963) uit Broek in Waterland. Beiden liggen ook in die plaats begraven. [bron]

5. Ten slotte zijn op de begraafplaats van Oud-Monnickendam Antje van Deukeren (1892-1962) en haar man L. Ploeger (1895-1960) begraven. [bron] Ik heb nog niet vermeld gevonden wie Antjes ouders waren, maar ik vermoed dat Antje een jongere zus van Geesje, Roelof, Jacob en Trijntje was. Opmerkelijk is dat dit het tweede huwelijk tussen een Van Deukeren en een Ploeger was, want ook de vermoedelijke moeder van Antje droeg die achternaam: Geertje Ploeger. Dan waren dus zowel de echtgenoot van Antje als haar moeder Ploegers.

Monnickendam en omgeving omstreeks 1850.
Basiskaart: Provinciekaart uit de Gemeente Atlas Jacob Kuyper 1865-1870 (voorheen www.kuijsten.de),
aangepast aan de hand van de Grote Historische Atlas van Nederland 1:50000,
deel 1. West-Nederland 1839-1859
(Groningen: Wolters-Noordhoff, 1990).

Jacob en zijn kinderen (3): zoon Gerrit

De Van Deukerens die we tot nu toe tegenkwamen, leefden en werkten allemaal in (de zuidelijke helft van) Noord-Holland, hooguit vijftien kilometer - drie uur lopen - van Monnickendam vandaan. Ze waren dus allen erg honkvast.

Dat kan volstrekt niet gezegd worden van de jongste zoon van Jacob en Aaltje, Gerrit (1853-1926). Gerrit (die aanvankelijk even olieslager was geweest) werd in 1873 opgeroepen voor de Nationale Militie, en daar zou hij blijven. Zijn carrière in het leger voerde hem van de ene vestingplaats naar de andere. Zijn keuze voor het leger hing ongetwijfeld samen met het feit dat hij op zijn vierde al wees was: eerst verloor hij, als kleuter van drie, zijn vader, en ruim een jaar later overleed ook zijn moeder. Het lijkt een patroon: het komt vaker voor in de familie dat een kind op jonge leeftijd zijn beide ouders verliest en daarna, doorgaans via een kindertehuis, in het leger terechtkomt. Vergelijk bijvoorbeeld mijn betovergrootvader Wilhelmus Kooreman.

In 1887 was Gerrit sergeant bij de Infanterie, 1e Compagnie Hospitaal Soldaten, gelegerd in het Militair Hospitaal te Den Haag. Dertig jaar later was hij nog steeds sergeant. In 1908 specificeerde hij zijn beroep als: hospitaalonderofficier, in 1912 was hij werkzaam als portier in het Militair Hospitaal in Arnhem, en in 1917 noemde hij zich sergeant-portier.

Na Zaandam, waar hij was geboren, treffen we Gerrit voor het eerst aan in Harderwijk, waar hij op zijn 23ste waarschijnlijk als militair was gelegerd. Eind 1876 "woonde" hij even (een week, vermoedelijk) in Amsterdam bij zijn zus en zwager, waarna hij vertrok naar Landsmeer.

Gerrits vrouw, Maria Catharina Blaauwijkel

In mei 1887 treffen we hem aan in Maastricht, toen hij daar in het huwelijk trad met de aldaar geboren Maria Catharina Blaauwijkel (1862-1944). Zij was de kleindochter van een uit Friesland (Drachten) afkomstige beroepsmilitair, de artillerist Simon Blaauwijkel (ca.1802-1847), die in de tijd van de Belgische opstand (1830-1839) gelegerd was in de vestingsteden Maastricht, Luik en Venlo. Simons vrouw, Cornelia Lenaerts, was afkomstig uit Belgisch Limburg. Later is Simon aan lager wal geraakt: zijn laatste levensjaar bracht hij door als gevangene in Ommerschans, een strafkolonie voor notoire landlopers en bedelaars, zeg maar de gesloten afdeling van het meer bekende Veenhuizen. In Ommerschans is Simon ook overleden.

Curieus is dat Simon Blaauwijkel sinds de vroege jaren '30 door het leven ging als "Edmond Paul Leenarts", een naam die hij kennelijk gedeeltelijk had ontleend aan de familie van zijn vrouw - haar vader heette Paulus Lenaerts. Een geval van identiteitsfraude? [noot 19a] In ieder geval zou zijn zoon er later nog een kluif aan hebben om aan te tonen dat Simon Blaauwijkel echt dezelfde was als de man die onder de onwaarschijnlijke naam "Egmundus Lenderts" [Edmond Leenarts] in 1847 in Ommerschans was overleden.

Maria Catharina's vader, Paulus Blaauwijkel (1831-1916), moet een wat muizige man zijn geweest - lengte nog geen 1.49 meter, smal gezicht - die wegens zijn geringe lengte voor de dienst werd afgekeurd. Je kunt je voorstellen dat het voor Maria Catharina, kleindochter van een beroepsmilitair en wonend in een garnizoensstad, een dagelijkse frustratie was dat haar vader zo'n weinig martiaal uiterlijk had meegekregen. Ze compenseerde dat door zelf met een militair te trouwen, sergeant Gerrit van Deukeren. Ook de dochters uit dat huwelijk zouden later steevast met sergeants of andere geüniformeerden trouwen.

Maria Catharina Blaauwijkel

Maria Catharina Blaauwijkel (1862-1944)
Foto in het familie-archief. De opname dateert waarschijnlijk uit omstreeks 1930.

Kennelijk kenden Maria Catharina en Gerrit elkaar al enige tijd vóór hun trouwen, want bij gelegenheid van het huwelijk werden twee kinderen geëcht: Maria Hubertina, geboren in 1883, en Mathilde Sophie, geboren in februari 1887 (drie maanden voor het huwelijk). Maria Hubertina zou in 1908 te Twisk trouwen met de conducteur Germent Kee, waarmee voor het eerst een connectie optreedt tussen de Van Deukerens en het openbaar vervoer. Opmerkelijk is dat Gerrit, inmiddels een volwassen man van bijna 34 jaar, als beroepsmilitair toestemming van zijn commandant nodig had om te kunnen trouwen.

Hoe zag Gerrit er uit?


Handtekening van "sergeant" Gerrit in 1888.
Gerrit zette deze twee handtekeningen toen hij aangifte deed van de geboorte van de tweeling Paulus Gerardus en Hermanus Everardus Johannes.
Bron: Gemeentearchief Den Haag.

Omdat Gerrit beroepsmilitair was, is er een manier om daar achter te komen: via zijn inschrijving in het militair stamboek. Je moet dan wel eerst weten in welk regiment hij diende, maar dat is te vinden in een "certificaat van militie", dat als bijlage is bijgevoegd bij zijn huwelijksakte. De huwelijksbijlagen van dat huwelijk staan inmiddels op internet (FamilySearch, zie huwelijken Maastricht 1887, nr. 73). Daaruit blijkt dat hij sergeant was bij de 1e Compagnie Hospitaal Soldaten, gelegerd in het Militair-Hospitaal te 's Gravenhage.

De volgende stap is dan het opvragen van dat militair stamboek (beschikbaar tot 1924, wat voor Gerrit ruimschoots voldoende is); dat kan bij het Algemeen Rijksarchief of, op microfiche, bij het Centraal Bureau voor Genealogie (beide in Den Haag). Het stamboek vermeldt niet alleen de personalia, maar geeft ook een signalement (lengte, kleur ogen, haarkleur, littekens, vorm van de neus, etc.) en zijn staat van dienst (bijvoorbeeld medailles of verwondingen). (Vaak zit zo'n militair signalement ook bij de huwelijksbijlagen, maar bij Gerrit is dat helaas niet het geval.)

Bron: Rob van Drie (red.) e.a., Voorouders in beeld. Stamboom en familiegeschiedenis (Utrecht / Den Haag: Teleac/NOT en CBG, 1997) p. 158-159; handleiding Nationaal Archief; handleiding Drents Archief.

De kinderen van Gerrit

Maria Hubertina
Maria Hubertina ("tante Kee"), vermoedelijk ca. 1910/20.   > 

De beide meisjes Maria Hubertina en Mathilde Sophie waren de eerste van een lange rij kinderen van het echtpaar: in totaal werden er twaalf kinderen geboren. Slechts de helft daarvan bereikte de volwassenheid; deze zes trouwden ook alle. De zes andere kinderen overleden echter al op jonge leeftijd. Mathilde Sophie was het eerste kind dat overleed: in november 1887, nog geen negen maanden oud.

Interessant is dat Gerrit Nederlands-Hervormd was, en zijn Maastrichtse vrouw rooms-katholiek. In zulke gemengd-godsdienstige gezinnen werden de kinderen meestal opgevoed in de godsdienst van de moeder, en dat was ook hier zo. Althans, de godsdienst van de eerste vier kinderen werd bij de bevolkingsregisters aangetekend als "RC" (rooms-katholiek). Of ook de latere kinderen katholiek zijn opgevoed, heb ik nog niet kunnen controleren.

Oranjekazerne Den Haag, bron: Het geheugen van Nederland
Direct na hun huwelijk waren Gerrit en Maria Catharina met hun twee dochters in Den Haag gaan wonen. Gerrit was voor zijn huwelijk in die plaats gelegerd in de Oranjekazerne, en de afstand tot zijn aanstaande in Maastricht was dus wel groot geweest. In Den Haag ging het paar wonen op de Nieuwe Havenstraat nummer 148g.

In 1888 werd daar een tweeling geboren: Paulus Gerardus en Hermanus Everardus Johannes. Gerrit nam, als militair, twee korporaals als getuigen mee naar de Burgerlijke stand toen hij aangifte deed van de geboortes.

Interessant is dat bij Hermanus Everardus Johannes voor het eerst (voorzover nu bekend) de voornaam Herman(us) opduikt, die ook daarna door menig lid van de familie gedragen werd. Het jongetje was kennelijk vernoemd naar zijn oom, Johannes Hermanus Everhardus van Elst, de echtgenoot van Gerrits zus Trijntje.

Militair Hospitaal Harderwijk, bron: http://www.harderwijkonline.nl/canon/HarderwijkGaveStad.pdf
In mei 1889 keerde Gerrit terug naar Harderwijk, vermoedelijk naar het Militair Hospitaal, aan de Kaatsbaan aldaar. Zijn jonge gezin ging mee. Al enkele maanden na hun aankomst in Harderwijk overleden daar, nauwelijks een jaar oud, de twee zoontjes: Hermanus op 28 september 1889, Paulus enkele weken later op 15 oktober. Van de vier kinderen uit het gezin was er nu nog maar één in leven, maar weldra werden kort na elkaar nog drie kinderen geboren: Alida Catharina Josephina (1889-1920), de jong overleden Mechtildis Sophie Catharina (1891-1893) en Gerardus Jacob (1892-1966).

Alida Catharina Josephina vertrok in 1910 naar Amsterdam, waar ze winkeljuffrouw werd, vermoedelijk bij een firma Boon aan de Leliegracht 14. Ze trouwde twee jaar later met ene Klaas Oosterhuis, een vijftien jaar oudere sergeant bij de militaire geneeskundige dienst, die Alida misschien heeft leren kennen in het Arnhemse Militair Hospitaal waar haar vader werkte.

Direct na de bruiloft ging het echtpaar in Ede wonen, in "Villa Reehorst". Acht jaar later vinden we hen terug in Utrecht, waar Alida op tragische wijze in het kraambed zou overlijden. Op 6 december 1920 bracht zij er een tweeling ter wereld. Maar een van die twee kinderen werd dood geboren, en twee dagen later overleed ook moeder Alida zelf. Vader Klaas Oosterhuis bleef alleen achter met de andere baby, die de naam Gerrit Hendrik had gekregen. Een onhoudbare situatie, waarvoor als oplossing werd gekozen dat Gerrit Hendrik werd opgenomen in het gezin van zijn grootouders, dat wil zeggen bij Gerrit van Deukeren (die inmiddels 67 jaar oud en gepensioneerd was) en Maria Catharina Blaauwijkel. Pleegouder Gerrit zal daarbij ongetwijfeld hebben teruggedacht aan zijn eigen jeugd: zelf was hij immers wees geworden als kleuter van vier, en hij is toen misschien opgevangen door zijn oma.

Oud is Gerrit Hendrik niet geworden: hij is aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, op 1 februari 1945, om het leven gekomen in "Kainsch, Duitsland" (het tegenwoordige Kęszyca in Polen, tussen Frankfurt a/d Oder en Poznań) [Genlias: overlijdensakte Zutphen d.d. 24-6-1950]. Kęszyca was een centraal punt in de Ostwall van de nazi's, een gordel van militaire verdedigingswerken, bedoeld om het oprukkende Rode Leger tegen te houden. In 1944 werd die Ostwall zwaar versterkt, en het vermoeden ligt voor de hand dat Gerrit Hendrik, die van beroep automonteur was, daar als dwangarbeider (Arbeidsinzet) bij betrokken is geweest. Zijn sterfdatum valt samen met het moment waarop het Rode Leger met ongekende snelheid in slechts enkele dagen west-Polen dóórtrok richting Berlijn - zo snel naar het schijnt, dat de Russen de Ostwall al hadden veroverd voordat de Duitse verdedigingstroepen - deels "kindsoldaten" van de Hitler Jugend - daar op sterkte konden worden gebracht. De Russen openden hun aanval op de linies bij Kęszyca op 28 januari. Drie dagen later viel de Ostwall, en nog een dag later is Gerrit Hendrik overleden. Hij staat vermeld in het Slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting (OGS).

Gerardus Jacob werd later kok en zou in 1917 te Zutphen trouwen met Jacomina Kraaijenbrink uit Arnhem. In 1918 kregen zij een zoon, die ze de naam Gerrit gaven. Deze Gerrit was in 1951 journalist te Zutphen. Hij trouwde met J.J. Janssen, die als medium bekend werd onder de naam "Mevrouw Jade" (is Jade een door haar echtgenoot bedachte samentrekking van Janssen en Deukeren? [noot 20]). Het paar kreeg twee dochters, die mooie en naar het schijnt programmatische namen ontvingen: Yoka ("de verbindende" - zij werd later eveneens medium), en Lucia ("de lichtende").

Schoonhoven

In 1892 of 1893 verhuisden sergeant Gerrit en zijn gezin opnieuw, en wel naar Schoonhoven. Daar werden drie zoons en twee dochters geboren.

Eerst een zoontje dat (vrijwel) dezelfde naam kreeg als een vier jaar eerder overleden broertje, namelijk Hermanus Everhardus Johannes. Het jongetje overleed echter nog vóór zijn eerste verjaardag (1893).

Twee jaar later werd Sophia Mathilde geboren ("tante Fie", 1895-1977), die in 1918 trouwde met de militair Willem Frederik Reule (1891-1948) en met hem begraven ligt te Medemblik. [bron]

Maria Catharina
Vervolgens werd weer een jongetje geboren, Jacob. Ook deze zoon overleed nog voor zijn eerste verjaardag (1896).

Maria Catharina ("tante Truus uit Ede"), ca. 1958.   > 

Daarna werd Maria Catharina geboren, in 1898. In 1919 trouwde zij met Arie Moreau die, net als haar eigen vader, sergeant was. De vader van Arie, Jules Arthur Emile Gustave Moreau, was van beroep tramconducteur. Het is opvallend dat alle vier de dochters van Gerrit die de volwassenheid bereikten, trouwden met een militair of conducteur: kennelijk hadden zij van hun vader (of van hun moeder) een zwak voor uniformen en blinkende knopen meegekregen.

Ten slotte is Schoonhoven ook de geboorteplaats van het twaalfde en laatste kind, Herman (Hermanus Jacob) van Deukeren (1901-1984) ("opa uit Zutphen"), en daarmee hebben we de link naar de Van Deukerens van nu.

Opa uit Zutphen

Gezinskaart Van Deukeren Zutphen
"Gezinskaart" van het gezin Van Deukeren uit Zutphen, waarop de geboorte van de drie zoons en één dochter staan aangetekend.
(Bron: Regionaal Archief Zutphen)

examen 1923
In 1923 deed opa examen Krankzinnigenverpleging II. >
[Bron: De Gelderlander, 19 juni 1923, blz. 2].
Mijn vader ging als jongen, in de jaren '30, wel eens met opa mee naar diens werk.
Later vertelde hij dat opa een groot talent had om met psychiatrische patiënten om te gaan en ze te kalmeren.
"Er was daar een bóóm van een vent. Niemand kon hem aan, maar mijn vader kreeg hem rustig."

In 1924 trouwde opa Herman met Wilhelmina Gerritdina Maria Kooreman uit Zutphen ("oma uit Zutphen"). Zij hebben elkaar vermoedelijk leren kennen op het werk: oma was in 1922 dienstbode en later hoofd van de strijkafdeling in het Oude en Nieuwe Gasthuis, opa was daar verpleger en (sinds 1924) tuinman.

Voordat ze trouwden woonden ze al minstens een jaar of twee op hetzelfde adres: eerst alletwee in de Gasthuisstraat A.18, daarna op de Lievenheersteeg D.111. Nu was Lievenheersteeg D.111 precies het adres waar het gezin van Hendrikus Antonius Kooreman woonde - oma's vader; dus kennelijk was het paar gaan inwonen bij haar ouders. Hun eerdere adres in de Gasthuissteeg was het adres van het Oude en Nieuwe Gasthuis, misschien een broeder- en zusterhuis waar ze intern woonden. Naar het schijnt was de Gasthuisstraat of -steeg een deel van het terrein van het Oude en Nieuwe Gasthuis, dat door een monumentale poort werd afgesloten aan de kant van de Nieuwstad [voor een foto, gedateerd 1914, zie: J. Harenberg, Zutphen in oude ansichten, deel 2 (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 4e druk, 1996 = 1977) foto 77].

Opa en oma
Opa en oma Van Deukeren, studiofoto. Vermoedelijk eind jaren '50.

Het samenwonen van het paar leverde kennelijk administratief een probleem op voor het bevolkingsregister; want op de "gezinskaarten" woonden er tot 1924 dríé "gezinnen" op precies hetzelfde adres Lievenheersteeg D.111: het eerste dat alleen uit opa bestond, een tweede gezin dat alleen uit oma bestond, en een derde dat bestond uit de familie Kooreman (vader, moeder en zeven kinderen).

Oma was het derde van de acht kinderen van Hendrikus Antonius Kooreman en Petronella Aleida Willemsen. Zij kwam dus net als opa uit een groot gezin, en net als opa was ze al op jonge leeftijd, vóór haar achttiende jaar, uit huis gegaan. In juli 1924, toen oma in verwachting was geraakt, trouwde het paar. Twee maanden later werd mijn vader geboren, Gerrit. Tussen 1930 en 1934 kreeg het echtpaar nog twee zoons en een dochter: Hendrikus Antonius (Henk), Hermanus Jacob (Herman) en Maria Catharina (Rie).

Opa tussen zijn vier kinderen
Opa tussen zijn kinderen, (van links naar rechts) Herman, Rie, Henk en Gerrit. Ca. 1980.

De kinderen werden onmiskenbaar vernoemd. Gerrit werd vernoemd naar zijn opa van vaderskant, sergeant Gerrit. Henk naar zijn opa van moederskant, Hendrikus Antonius Kooreman. Herman kreeg dezelfde voornamen als zijn vader. En Rie, Maria Catharina, droeg de voornamen van haar oma, de vrouw van sergeant Gerrit.

De oudste zoon Gerrit trouwde kort na de oorlog met Dirkje (Dittie) Groenewegen van Wijk, en zij kregen vier zoons: Hans (dat ben ik dus), Gert, Jan Willem en Peter.

Gerrits laatste jaren

In zijn latere jaren is sergeant Gerrit weer naar het oosten verhuisd. In 1910 was hij kennelijk werkzaam in het Militair Hospitaal in Arnhem (gelegen aan Onder de Linden; beschrijving), want dat was de plek vanwaar in dat jaar zijn dochter Alida naar Amsterdam vertrok. Misschien dat Gerrits jongste zoon Herman, mijn opa, die toen negen jaar oud was, daar de inspiratie opdeed om later zelf in een ziekenhuis te gaan werken.

In 1920, na Gerrits pensionering, woonden hij en zijn vrouw in Zutphen, in de Bornhovestraat. Ook verschillende van hun kinderen treffen we dan in die omgeving aan: in Zutphen, Arnhem, Gorssel. Kan het zijn dat hij aan het eind van zijn militaire loopbaan was overgeplaatst naar de vestingstad Zutphen? De Bornhovestraat, gelegen aan de Zutphense stadsmuur ( ! ), zou voor een militair wel een heel passende plek zijn.

Zutphen, Bornhovestraat (tek. Herman de Wit)
Ook Gerrits jongste zoon Herman (mijn opa) is later met zijn gezin gaan wonen aan de Bornhovestraat, en wel op nummer 31-b. Ze woonden daar vanaf 1935 bijna een kwart eeuw. Op deze tekening is de achterkant van het huis afgebeeld, waar een tuintje was. Goed is te zien dat de woning (waar ik in 1952 geboren ben) oorspronkelijk deel uitmaakte van de stadsmuur.
De tekening werd gemaakt door opa's kleinzoon Herman de Wit (pen en aquarelpotlood; meer werk).

Gerrit overleed in 1926 in Nijmegen. Zijn weduwe, Maria Catharina Blaauwijkel, overleed achttien jaar later in diezelfde plaats. Volgens de website Oorlogsdoden Nijmegen 1940-1945 is zij als burgerslachtoffer "omgekomen", wat wil zeggen dat haar overlijden verband zou houden met de oorlogshandelingen die toen nabij de frontstad Nijmegen plaatsvonden.
Overigens woonde er in de jaren '50 nog een "opoe" in Zutphen, maar dat was niet oma Blaauwijkel maar oma Kooreman, de schoonmoeder van mijn opa Herman. Haar meisjesnaam was Petronella Aleida Willemsen, en ze leefde van 1880 tot 1957. Mijn tante Rie omschreef haar als "een echte opoe", iemand die "gehuld in zwart en grijs de hele dag bewegingloos achter een raam naar buiten zat te kijken".

Karel de Grote

Stammen de Van Deukerens af van Karel de Grote? Of van een adellijk geslacht? Je zou het bijna gaan geloven als je de "exclusieve aanbieding" mocht geloven die boekhandel / antiquariaat "De Heraut" een jaar of tien geleden in "gelimiteerde persoonlijke oplage" aanbood: het "gecertificeerde fraaie boekwerk" Het geslacht "Van Deukeren", samen met een familiewapen [noot 21], ("uitgevoerd op perkament, is een sieraad aan de wand") en een toelichting ("Wat betekenen de symbolen op familiewapens, wat is de betekenis van de kleuren op wapens"). Als extra was ook nog een "Persoonlijke Wandstamboom" ("50x70cm") verkrijgbaar, alsmede een "mooie massiefhouten lijst" voor het familiewapen.

Kort daarna "ontdekte" iemand anders dat de naam Van Deukeren een verbastering zou zijn van "ducere" (latijn: leiden, aanvoeren) of van "Dux" (laat-latijn voor hertog), en dat wij dus wel zouden afstammen van Limburgse (of Kleefse) hertogen uit omstreeks 1200. Over de ca. achttien generaties tussen 1740 en 1200 werd helaas nauwelijks of geen verifieerbare informatie beschikbaar gesteld. Dus via welke schakels die afstamming dan concreet verlopen was, bleef enigszins duister. (Vergelijk Forum historie Sittard)

Toch had laatstgenoemde onderzoeker vermoedelijk wel gelijk, want alle hedendaagse Nederlanders stammen statistisch gezien van Limburgse hertogen uit 1200 af. En ook van Karel de Grote (een aantoonbare afstamming van Karel de Grote schijnt de heilige graal te zijn van alle genealogen). [noot 22]

Grafiek aantal directe voorouders
Reken maar mee, ik neem mezelf als voorbeeld (zie ook het overzicht van mijn directe voorouders tot zes generaties geleden). Net als iedereen heb ik

Iedere generatie verdubbelt het aantal voorouders. Over de generatie van mijn betbetbetovergrootouders (of oudgrootouders, geboren ca. 1760-1790) en over de generaties daarvóór zijn mijn gegevens niet compleet, maar als je ervan uitgaat dat een generatie gemiddeld dertig jaar beslaat, kun je de berekening onbeperkt voortzetten en dan ontstaat de figuur hiernaast: de groene balken geven aan hoeveel directe voorouders ik had in iedere generatie sinds het jaar 800 (de tijd van Karel de Grote).

Rond 1350 zijn dat er één miljoen, ongeveer evenveel als de totale toenmalige bevolking in het gebied dat nu Nederland heet. Omstreeks 1100 komt het aantal directe voorouders uit op de hele toenmalige wereldbevolking. En rond het jaar 800 zou ik duizend keer zoveel directe voorouders hebben gehad als er toen mensen rondliepen op deze aarde. [noot 23]

De oplossing van deze paradox is natuurlijk dat als je maar ver genoeg teruggaat, je voorouders bloedverwanten van elkaar zijn. Oftewel, dat je via verschillende geslachtslijnen bij dezelfde persoon terechtkomt. [noot 23a]

Statistisch gezien stamt dus iedereen die nu in Nederland leeft van Karel de Grote af. [noot 24] Sterker, dat was zelfs al zo rond het jaar 1500. Maar Karels bloed is natuurlijk inmiddels wel heel erg verdund - tot minder dan één miljoenste. (Na al die eeuwen van bloedvermenging wordt statistisch gezien het aandeel waarmee je nazaat bent van elk van de ca. 200 miljoen toenmalige aardbewoners voor iedereen steeds meer gelijk, dus uiteindelijk 1 op 200.000.000).

Blijft nog de vraag waarop boekhandel "De Heraut" zijn geslachtsbeschrijving ("U wordt hierin ook vermeld !!") heeft gebaseerd: een stamboom die teruggaat tot het midden van de achttiende eeuw is toch wat mager. Vermoedelijk zijn in de stamboom ook verwante familienamen verwerkt.

De Nederlandse Familienamen Databank geeft als verwante achternamen Van Duijkeren, Van Duijker en Van Duikeren, die in 1947 in Nederland respectievelijk 144x, 59x en 52x voorkwamen. In 2007 waren er, volgens dezelfde bron, 17 Van Deukerens, 216 Van Duijkerens, 6 Van Duykerens, 25 Van Duijkers, en 54 Van Duikerens.
Vervolgens zijn er ook nog de "varianten van varianten" en vormen die (taalkundig) vergelijkbaar zijn, zoals

Via de weg van deze variante achternamen is de stamboom vermoedelijk uit te breiden. Maar dan moet er toch eerst een aantoonbaar knooppunt met die andere achternamen vastgesteld worden, vóór 1811, toen de Burgerlijke Stand werd ingesteld en de achternamen in principe gefixeerd werden.

Legpuzzel

Als je de stukjes informatie die er nu liggen aan elkaar past, krijg je een aardig beeld hoe de koppeling kan worden gelegd tussen de vroege Van Deukerens en de huidige.

Via de Burgerlijke Stand en de bevolkingsregisters is de stamboom natuurlijk zonder veel problemen verder te completeren vanaf het moment dat de Burgerlijke Stand landelijk werd ingesteld, in 1811. Mondelinge navraag binnen de familie kan ook helderheid scheppen over familieleden uit het begin van de twintigste eeuw. En er bestaat vast wel fotomateriaal over vroegere familieleden, of herinneringen, verhalen; misschien ook documenten, brieven?

Aanvullingen en correcties zijn van harte welkom! (op e-mailadres h.vandeukeren [apenstaart] casema.nl)

Zie ook:

Noten

1. In E.A. van Beresteyn, Genealogisch repertorium (1972), en de tot nog toe verschenen supplementen daarop (1970-1984 t/m 1995-1999) staan geen publicaties vermeld over de familienaam Van Deukeren. [ ^ terug ]

2. De spelling wisselt. In de elf huwelijks- en geboorteregistraties (1742-1762) die ik persoonlijk heb gezien, wordt Klaas' voornaam na zijn huwelijk (in 1742) steeds Claas gespeld; zijn achternaam (patroniem) blijft eerst Gerrits, maar wordt vanaf 1747 geschreven als Gerritsen (eenmaal Gerittsen, 1751). De voornaam van zijn vrouw wordt eerst consequent met een "ij" geschreven, maar vanaf 1751 steevast met een "ie": Trijntjen (1742-47), Thrientjen (1751), Trientjen (1753-1762). Haar achternaam (patroniem) wisselt minder voorspelbaar: Harmens in 1742 en 1751, Hermens (1743), Herms (1744-47 en 1758-62) of Harms (1753, 1755). [ ^ terug ]

3. Vergelijk bijvoorbeeld het registre civique uit Ermelo uit 1811, waar minder dan een derde van de mannen een achternaam opgeeft. [ ^ terug ]

4. André van Duijkeren (Spijkenisse) heeft mij nog een alternatieve mogelijkheid gesuggereerd voor de herkomst van de familienaam. Het is namelijk mogelijk dat Veluwse Klaas en Gerrit in de achttiende eeuw helemaal nog geen familienaam droegen. Gerrit Klaasen zou zich dan pas in Monnickendam om de een of andere reden een familienaam hebben aangemeten, die hij dan vermoedelijk ontleende aan kennissen of vrienden van hem die Duiker, Duycker, of iets dergelijks heetten. Die woonden daar wel in de omgeving. [ ^ terug ]

5. Kopieën van de doopboeken van Nijbroek: Gelders Archief, Arnhem, nrs. 1556.1-1557 (Nederduits gereformeerd, 1694-1811) en nrs. 1581-1584 (rooms-katholiek, 1675-1811; gegevens zijn opgenomen onder Twello (Voorst)). Transcriptie in Publicatiereeks V.V.G., deel 249, en op de website van de Oudheidkundige kring Voorst te Twello (kies Collectie > Documentatie). [ ^ terug ]

6. Kopieën van de trouwboeken van Nijbroek: Gelders Archief, Arnhem, nrs. 1556.2, 1557.1-2 (Nederduits gereformeerd, 1695-1811), nrs. 1581-1584 (rooms-katholiek, 1675-1811; gegevens zijn opgenomen onder Twello (Voorst)), en 1560-1562 (BG, 1796-1811). Transcriptie in Publicatiereeks V.V.G., deel 74, en op de website van de Oudheidkundige kring Voorst te Twello (kies Collectie > Documentatie). [ ^ terug ]

7. Kopieën van de lidmatenboeken van Nijbroek: Gelders Archief, Arnhem, nrs. 1556.2, 1557.1, 1557.3-4 (Nederduits gereformeerd, 1698-1860). [ ^ terug ]

8. Gelders Archief, Archief Staten van het Kwartier van Veluwe en hun Gedeputeerden (toegang nr. 0008), nrs. 249-277, "Lijsten van huizen, inwoners, beroepen en bezittingen" (oude inventarisnummering 285-312; op studiezaal beschikbaar op filmcassette nrs. 1130-1133). Nijbroek (Nieuwbroek) is hierin inv.nr. 269 (oude nummering 312; filmcassette 1133, 6e "boek"). -
Een toelichting op de bron in: H.K. Roessingh, 'Het Veluwse inwonertal, 1526-1947', in: A.A.G. Bijdragen 11 (1964), blz. 79-150; aldaar bijlage 9, blz. 147-150 ('Kort overzicht van de Generale middelen van consumptie en het hoofd- en haardstedegeld in het Kwartier van de Veluwe').
De lijsten zijn door Roessingh geanalyseerd in 'Het Veluwse inwonertal', en ook in 'Beroep en bedrijf op de Veluwe in het midden van de achttiende eeuw' in: A.A.G. Bijdragen 13 (1965), blz. 181-274. De resultaten voor de bevolkingsgroottes in de beide artikelen lopen licht uiteen, maar Elspeet telde in 1749 ca. 75 gezinnen (350 inwoners), Nijbroek 102 gezinnen (480 inwoners). Roessingh geeft totaalcijfers voor de beroepsstructuur in Elspeet, maar niet voor Nijbroek ('Beroep en bedrijf', blz. 266-267 (nrs. 12 en 38)). [ ^ terug ]

9. De begraafboeken van Nijbroek kunnen hierover geen uitsluitsel geven, omdat ze pas aanvangen in 1749: kopieën ervan op Gelders Archief, Arnhem, nrs. 1557.5, 1558, 1559 (Nederduits gereformeerd, 1749-1811; tevens grafsteden 1677, 1810). Transcriptie op de website van de Oudheidkundige kring Voorst te Twello (kies Collectie > Documentatie). [ ^ terug ]

10. Gerjan Crebolder en Dick Veldhuizen, Kohier hoofd- en haardstedegeld 1749 voor het ambt Barneveld (Serie: Bijdragen tot de geschiedenis van Barneveld, 13) (Barneveld, 1989; ISBN 90-72981-14-6) blz. ii. - Dit boek biedt een volledige transcriptie van het betreffende kohier, aangevuld met een summiere inleiding. Voor Elspeet zie blz. 60-64. Bij vergelijking met het originele kohier (Gemeentearchief Barneveld, archief Ambtsbestuur 1617-1812, inv.nr. 94; aldaar blad 44-47) bleek de transcriptie betrouwbaar, maar wel lijken in enkele gevallen de aantekeningen in de linkermarge aan de verkeerde regel te zijn gekoppeld (bijv. blz. 61 "in de camer van...": de puntjes wijzen naar Gerrit Gerritsen; blz. 63 "in aart Eyberts camer" hoort bij Jan Dirksen). Ook schijnen enkele doorhalingen niet te zijn opgemerkt, bijvoorbeeld de '1' voor "Pieter Beerts weduwe" (blz. 64) en misschien (onduidelijk) "en vrouw" na "Wigman Helmertsen" (blz. 61). - Het boek is nog steeds (2010) te koop op het Gemeentearchief Barneveld. [ nadere omschrijving (volg de link, aldaar onder nr. 13) ].
[ ^ terug ]

11. Gemeentearchief Barneveld, archief Ambtsbestuur 1617-1812, inv.nr. 93-94 (vgl. ook nrs. 92, 95-98, die ik nog niet heb ingezien) [voor inventaris zie Gementearchief Barneveld > Archievenoverzicht > 1. Algemeen bestuur en administratie > Ambtsbestuur 1617-1812: inv.nrs. 1 t/m 257]. - Inv.nr. 93 bevat voorlopige lijsten uit 1748, die de belastingbedragen over 1747 vermelden, met telkens de mededeling dat "in 1748 niet [is betaalt] alsoo [=omdat] geen pachters sijn geweest". Uit correspondentie in dezelfde map blijkt dat de lijst voor Elspeet ongewijzigd door de toeziende commissie uit de Veluwse Staten "geaccordeert" werd. Inv.nr. 94 zal uit 1749 dateren, want die bevat ook de vastgestelde pacht over het jaar 1748, die in inv.nr. 93 nog ontbreekt. De pacht over 1748 werd overigens consequent vastgesteld als 75% van het bedrag over 1747.
Ik kwam op het spoor van deze bron via Roessingh, 'Het Veluwse inwonertal', die zijn gegevens voor Barneveld, Voorthuizen, Kootwijk, Garderen en Elspeet putte uit een aanvullende bron die hij omschrijft als "Gemeentearchief Barneveld: Oud-archief der gemeente Barneveld, niet geïnventariseerd" [a.w., blz. 261, 266; ook: H.K. Roessingh, 'Het Veluwse inwonertal, 1526-1947', in: A.A.G. Bijdragen 11 (1964), blz. 79-150: 142-145]. -
Om eventuele latere familie in Elspeet te kunnen opsporen, is het van belang te weten dat in de 19e eeuw Elspeet niet meer onder Barneveld viel, maar eerst onder de gemeente Garderen (1 jan 1812-1 jan 1818) en daarna onder Ermelo (Garderen zelf kwam per 1.1.1818 onder Barneveld).
[ ^ terug ]

12. Gemeentearchief Barneveld, archief Ambtsbestuur 1617-1812, inv.nr. 93-94. Voor "rogge en boekweit", zie: J.L. van Zanden, De economische ontwikkeling van de Nederlandse landbouw in de negentiende eeuw, 1800-1914 (Utrecht: Hes, 1985) blz. 168.
[ ^ terug ]

13. Historisch kadaster van Barneveld dorp, Inleiding, verwijzend naar Verdam, Middelnederlands Handwoordenboek (Den Haag, 1932). Minder gespecificeerd zijn het Woordenboek der Nederlandsche Taal ('kamer': o.a. Ï-3. "Een huurkamer [...]", I-14. "Klein huisje, woninkje van één verdieping en dat in hoofzaak [...] slechts uit één vertrek bestaat."), en het Middelnederlandsch Woordenboek ('camere': "[...] 2) Kamer, vertrek, bepaaldelijk een vertrek met eene stookplaats [...]"). De beide laatste woordenboeken zijn online beschikbaar via het INL.
[ ^ terug ]

13a. Er was nog een tweede Kars Gerritsen in Elspeet, namelijk een in 1714 geboren zoon van Gerrit Karssen en Elbertje Beerts. Maar die lijkt te jong om al in 1729 als lidmaat van de kerk te zijn toegelaten.
[ ^ terug ]

13b. In totaal vermelden de doopboeken van Elspeet (1670-1811) zeven geboortes van een Hendrik Gerritsen: in 1713, 1720, 1730, 1755, 1786, 1788 en 1810. Alleen de eerste twee komen in aanmerking om dezelfde te zijn als de Hendrik Gerritsen die in 1748 bij de "volkstelling" werd genoemd. Hendrikken Gerritsen die in de decennia vóór 1748 trouwden, waren er in 1715, 1721 en 1727. Als vader komt de naam Hendrik Gerritsen in de doopboeken alleen voor in de jaren 1685-1705 en daarna pas weer vanaf 1756.
[ ^ terug ]

13c. In het doopboek is er een lacune tussen februari 1673 en mei 1674, zoals de dominee zelf aangeeft: "Hier moeten nogh tuessen beijden koomen eenige kinderties die in het verloop [tussentijd] geboren ende van mij gedo[o]pt sijn, dogh niet aengeteijcken[t]". - In de periode 1672-1675 is overal in midden-Nederland sprake van administratieve chaos, de nasleep van het rampjaar 1672, toen een coalitie van Frankrijk, Engeland, Münster en Keulen de Republiek aanviel. Ook in de nabijheid van Elspeet opereerden de troepen: Arnhem gaf zich in juni 1672 over aan de Franse koning, Kampen en Zwolle in diezelfde maand aan de bisschop van Münster.
[
^ terug ]

13d. Mogelijk is hij dezelfde als de Gerrit Kersenberg die op 25.08.1715 samen met zijn tweelingbroer Henrik werd gedoopt in de Nederduits Gereformeerde Gemeente Lochem (doopboek; zie ook de index). Het patroniem klopt dan weliswaar niet, want de vader staat vermeld als Herman Kersenberg, maar er schijnt bij deze doop enige verwarring te zijn geweest tussen de namen Gerrit en Herman - de transcriptie noteert althans "[er stond 'Herman en Henrik', doch de naam 'Herman' werd doorgestreept en vervangen door 'Gerrit']".
[ ^ terug ]

14. Het register in Crebolder & Veldhuizen, Kohier hoofd- en haardstedegeld 1749 voor het ambt Barneveld (blz. 68-69) verwijst naar 43 personen met een patroniem "Gerrits(en)", wat betekent dat ongeveer 5% van de 822 huishoudens in het scholtambt Barneveld deze naam droeg. Hierbij zijn nog niet meegerekend de tien personen met het verwante patroniem "Geurts(en)". - De naam "Klaas" was aanzienlijk zeldzamer: hetzelfde register in Crebolder & Veldhuizen, Kohier, vermeldt tien personen "Claas(sen)" en één "Klaasen". Onder anderen woonde in Garderen een Gerrit Claasen (ibidem, blz. 46) en in Garderbroek een Gerrit Klaasen (zie blz. 49; het register verwijst ten onrechte naar paginanummer 48).
[ ^ terug ]

15. Zo zijn de eerste zes personen op de voorlopige lijst van het dorp Barneveld (inv.nr. 93): weduwe Jacob Jansen, Hendrik Jansen, Evert Lansel, Willem Prins, Jacob Hendrikse, en Bessel Jansen. Deze namen zijn in het historisch kadaster dorp Barneveld terug te vinden op resp. fiche 3, 1, 4, 11, 12 en 13. (Bij de ontbrekende fichenummers was er geen bewoner in 1748/9).
Er is daarnaast nog een derde volgorde voor de namen, namelijk in het register van de belastingpachters ("Op Welk blad of Pagina dit accoord in des Pagters boek te vinden is"; staat in de definitieve lijst vermeld in de laatste kolom). Deze volgorde wijkt op zijn beurt weer sterk af van de twee andere lijsten.
[ ^ terug ]

16. Ik wil binnenkort de beide Elspeetse namenlijsten, in hun onderlinge samenhang, en aangevuld met gezinsgegevens, op een aparte webpagina publiceren. - Welk ordeningsprincipe is toegepast voor de definitieve lijst, is mij niet duidelijk. - Bij drie Barneveldse buurschappen (Esveld, Glinde en Kallenbroek) wordt bij de meeste gezinnen de naam vermeld van de boerderij waar ze woonden. Dat is helemaal een prachtig hulpmiddel om gezinnen te localiseren, maar helaas hebben de opstellers van de tellinglijsten voor Elspeet deze informatie achterwege gelaten...
[ ^ terug ]

16a. De nummering is van mij. Tussen de nummers 44 (Otte Jans' weduwe) t/m 56 (Beerent Hannissen) staan slechts twee huishoudens - op nr. 49 en 50 - die dominee Martinius localiseerde "in 't dorp". Nr. 49 betreft Wouter Aertsen; maar diens "adresgegevens" stammen uit 1738, dus hij kan sindsdien verhuisd zijn. Nr. 50 is Otte Maassen, de molenaar van het dorp.
Naast "Veenhuizen" en "de Hardenberg" (die ik nog niet heb kunnen identificeren) staan in de lijst slechts twee andere adressen "buiten" het dorp. Ten eerste "in de Nagtegaal": daar localiseert de dominee in 1742 en '43 het huishouden van timmerman Beert Jansen (nr. 42). Het kan de naam van een boerderij zijn geweest in Veenhuizen (in 1738 wordt Veenhuizen expliciet als Beert Jansens adres vermeld). Beert Jansen kan overigens in 1748 inmiddels in 't dorp zijn gaan wonen, want zijn vrouw was twee jaar eerder overleden. Het andere adres buiten het dorp is "Kijkover", ruim 3 kilometer zuidwestelijk van Elspeet. Dit adres wordt in 1747 en 1749 vermeld bij Jan Jansen, nr. 2 op de lijst, in 1749 opmerkelijk genoeg in combinatie met "in 't dorp".
[ ^ terug ]

17. De V.V.G. heeft in haar reeks Uitgaven de volgende bronbewerkingen over Elspeet gepubliceerd (online afbeeldingen):
- deel 92: huwelijken Elspeet 1670-1795;
- deel 137 en 145: dopen 1670-1771 resp. 1772-1826;
- deel 161: overlijdens en begrafenissen 1742-1811, en lidmatenboeken kerk 1670-1740 [de bron loopt tot 1771];
- deel 163: gezinsboeken 1670-1826.
Voor al deze bronnen zijn ook registers (indices) beschikbaar. [ ^ terug ]

17a. Zie het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). [ ^ terug ]

17b. Garderen, naamsaannemingen 1812, aldaar nr. 153 [beschikbaar in FamilySearch]; Garderen, overlijdensakte Derkje Mulder [ongenummerd] d.d. 15-6-1813 [FamilySearch]; Ermelo, overlijdensakte 1834 nr. 45 d.d. 10-10-1834. [ ^ terug ]

17c. Voor uitvoeriger toelichting, zie elders. [ ^ terug ]

18. Noord-Holland was in 1855 de provincie die het zwaarst werd getroffen door de cholera, met 1312 doden (op een landelijk totaal van 2980): P.D. 't Hart, Utrecht en de cholera 1832-1910 (Stichtse Historische Reeks, 15) ([Zutphen]: Walburg Pers / [Utrecht]: Stichtse Historische Reeks, 1990) blz. 303. Cholera, waarvan de ziektekiemen hoofdzakelijk via het drinkwater worden verspreid, maakte weliswaar vooral slachtoffers in de zomer en het najaar [ibidem, blz. 58, 302], maar kon ook toeslaan bij langdurige kou [ibidem, blz. 21], bijvoorbeeld op de Russische permafrost [ibidem, blz. 36].
Op zoek naar oude kranten die opheldering zouden kunnen geven over de dood van Toontje en haar man, kwam ik terecht bij het Waterlands Archief te Purmerend. Daar worden regionale kranten bewaard, waarvan er slechts één teruggaat tot 1855: het Algemeen Weekblad, dat van 1854 tot 1863 werd uitgegeven te Purmerend. Het is gedigitaliseerd en te raadplegen via internet. Ik heb de nummers van januari t/m maart 1855 doorgenomen, maar daarin geen relevante informatie aangetroffen, anders dan berichten over de strenge winter. Bijvoorbeeld "[D]e buitengewone en langdurige koude heeft ook hier aanleiding gegeven tot werken der barmhartigheid en liefde, die tot navolging openlijk mogen vermeld worden", waaronder een collecte in Purmerland [21-2-1855, blz. 3].
Eind februari, begin maart lag er nog volop ijs: Men deelt ons mede dat maandag j.l. [5 maart?, 26 februari??] een man, met een geladen slede van Wormerveer komende, nabij Amsterdam door het ijs geraakt en verdronken is." [7-3-1855, blz. 3] Het Noord-Hollandsch kanaal was door het ijs bijna drie maanden onbevaarbaar. [28-3-1855, blz. 3]
In maart veroorzaakte kruiend ijs op de Rijn, Maas, Waal en IJssel dijkdoorbraken en ernstige overstromingen: "Amsterdam, 5 Maart. Volgens de laatste berigten uit Arnhem is het rivier-ijs nabij die stad huizen hoog boven den dijk opgekruid en stroomt het water daar met geweld over heen. Voor de bewoners der Betuwe ziet het er zorgwekkend uit. Men moet met kistingen en verbazende inspanning het water keeren. Te Wageningen staat de dijk op het punt van door te breken; ieder is op vlugten bedacht. Te Rhenen is het water 1½ voet boven den dijk gerezen." [7-3-1855, blz. 3] Veenendaal moest worden geëvacueerd.
"Te Dreumel en Lith zijn meer dan 100 huizen weggespoeld en vele menschen verdronken; akelig is het om te zien hoe vrouwen en kinderen door de gaten in de daken der huizen zich moeten redden en te vergeefs naar hulp uitzien. Het land is een veld van water en schotsen ijs. Het ongeluk van Maas en Waal is niet te overzien." Overal hield men collectes voor de slachtoffers. De beroemde Zweedse zangeres Jenny Lind gaf zelfs op 14 maart een benefietconcert te Amsterdam "ten behoeve van onze ongelukkige landgenooten, die door den watersnood van alles beroofd zijn. De kunstenaresse, die zooveel harten betoovert, kon voorzeker geen waardiger gebruik maken van het heerlijk talent dat haar geschonken werd." [14-3-1855, blz. 2-3; 21-3-1855, blz. 2-3] [ ^ terug ]

19. In deze periode zijn vier personen "K. Klein" in Monnickendam bekend:
1. Klaas Klein, geboren 1848, zoon van Neeltje van Deukeren, beroep werkman, grondwerker;
2. Klaas Klein, geboren 1876, zoon van Steffen Klein, beroep timmerman;
3. Klaas Klein, geboren c.1884, zoon van Klaas Klein nr. 1, beroep: barbier;
4. Klaas Klein, geboren c.1890, zoon van Gerrit Klein, beroep: visroker.
Het is duidelijk dat de derde Klaas de "coiffeur" moet zijn geweest. [ ^ terug ]

19a. Je kunt je zelfs afvragen of Simon zijn naam niet al eens eerder had veranderd, want in het gezin van zijn ouders in Ureterp bij Drachten is geen geboorte van een "Simon" te vinden. Wel werd er in 1802 een Folkert geboren [bron: Tresoar], van wie daarna niets meer wordt vernomen. Was Folkert dezelfde als Simon? Qua leeftijd zou het kloppen, want Simon gaf in 1831 op dat hij toen 28 jaar oud was. [ ^ terug ]

20. Met dank aan Jan Willem van Deukeren voor deze suggestie. [ ^ terug ]

21. Vermoedelijk het familiewapen van Dückher von Hasslau (afbeelding), waarvan ook een fotokopie en (gedeeltelijke) beschrijving waren opgenomen in het pakket papieren dat ik in 2004 anoniem ontving (vergelijk noot). [ ^ terug ]

22. Er bestaan webpagina's met lijsten van vermeende, uiteraarde beroemde, afstammelingen van Karel de Grote, bijvoorbeeld deze (met o.a. (schilder) Peter Paul Rubens, Sir Winston Churchill, ir. Frits Philips, Che Guevara, Remco Campert, tal van Amerikaanse presidenten waaronder George Washington, Jimmy Carter en George Bush (sr. en jr.), prinses Máxima, Edwin de Roy van Zuydewijn, en "de opsteller van deze lijst, Henk Reinders" [met foto!]). Ach ja, ieder zijn lolletje.
Nog curieuzer is de website van Johan Carel van der Lippe. Daarop traceert Van der Lippe zijn voorouders niet alleen tot Karel de Grote (aldaar volgnummer [34.20], in de 34e generatie), maar nog verder, tot de Romeinse keizer Claudius (Tiberius Claudius I Drusus Nero Germanicus Caesar, nummer [60.4]) en diens grootvader de triumvir [62.4] Marcus Antonius (ook bekend als minnaar van Cleopatra), en dan zelfs nog verder tot, in de honderdenderde (sic!) generatie, de bijbelse (???) [103.2] Zedekia en diens dochter [102.3] Tamar (die ca. 1000 v.Chr. geleefd moeten hebben). Verder herbergt Van der Lippe's kwartierstaat natuurlijk ook nog een keur aan andere Keltische, Gotische, Angelsaksische, Lotharingse en andere vorsten. De Katwijker Claes Gerritsz van Duijkeren (geboren rond 1655, hierboven genoemd) is te vinden onder het nummer [1332].
Tip: Linksonder op Van der Lippe's webpagina kun je op naam zoeken ("Duijker(en)"), rechtsonder op generatie (de jongste generaties staan bovenaan en dragen de gebruikelijke nummers in een kwartierstaat: 1, 2-3, 4-7, 8-15, 16-31, 32-63 enz.; vroegere generaties, vanaf de 32ste, hebben nummers van de vorm "n.m", met n het generatienummer en m een volgnummer). Als je in het vak rechtsonder op een naam klikt zie je bovenin een grafische voorstelling van het betreffende stuk stamboom.
Technisch heel fraai, maar zou de informatie echt kloppen? Op het eerste gezicht maakt het een weinig geloofwaardige indruk dat bijvoorbeeld [53.12] Brond van Walland, geboren in 271, trouwde met een vrouw [53.13] die 93 jaar jonger was - en dat schijnt geen typfout te zijn, want haar vader, [48.10] Alaric I van de Westgoten, leefde van 344 tot 410.
En als we het toch over biologische wonderen hebben, even wonderbaarlijk is het dat [61.4] Nero Claudius Germanicus Drusus in het jaar 5, toen hij nog in de luiers lag, want hij was hooguit een paar maanden oud, trouwde met de tienjarige [61.5] Antonia Minor, en dat de pasgehuwden in hetzelfde jaar nog een kind kregen, [60.4] de latere keizer Claudius. [ ^ terug ]

22a. Een complicatie is dat er in deze generatie twee vaders onbekend zijn (er waren twee ongehuwde moeders in deze generatie). Het geboortejaar van die vaders is per definitie onbekend. Bij de overige veertien koppels in deze generatie was de man gemiddeld één jaar ouder dan de vrouw. Dit leeftijdverschil is ook aangenomen voor de twee gevallen waar de vader onbekend was. Mochten de vaders aanzienlijk jonger of ouder zijn geweest, dan heeft dat toch nauwelijks invloed op het gemiddelde geboortejaar in deze generatie. Indien bijvoorbeeld beide onbekende vaders gemiddeld zestien jaar ouder waren dan verondersteld, dan wordt het gemiddelde geboortejaar voor deze generatie slechts één jaar vroeger, dus 1799 in plaats van 1800. [ ^ terug ]

23. Historische bevolkingscijfers zijn ontleend aan de volgende bronnen: Colin McEvedy & Richard Jones, Atlas of World Population History (Harmondsworth: Penguin, 1978) met name blz. 18 (Europa), 65 (Nederland), 342 (wereld); U.S. Census Bureau (bevolkingscijfers per land vanaf 1950); B.H. Slicher van Bath, 'De demografische ontwikkeling tijdens de Republiek', in: G.A.M. Beekelaar e.a. (red.), Vaderlands Verleden in Veelvoud (Den Haag: Nijhoff, 1975) blz. 312-336: aldaar blz. 317 (Nederland 1500-1795); Centraal Bureau voor de Statistiek, o.a. de uitgave Tweehonderd jaar statistiek in tijdreeksen 1800-1999 (Voorburg/Heerlen: CBS, 2001) blz. 13-17; E.W. Hofstee, De demografische ontwikkeling van Nederland in de eerste helft van de negentiende eeuw (NIDI/Van Loghum Slaterus, 1978), blz. 190-1 (met name als alternatief voor de CBS-gegevens over 1835-1840, die hoogst onaannemelijk ogen met een bevolkingsdaling van niet minder dan 20% van 1839 op 1840). [ ^ terug ]

23a. Drie concrete voorbeelden zijn aanwijsbaar bij mijn voorouders. Bij mijn voorouders De Groot gaan twee afstammingslijnen vermoedelijk terug op dezelfde Dirk de Groot (Ameland, ca.1750). Op een eiland - Ameland - is dat trouwens niet zo verwonderlijk. En in de familie Groenewegen van Wijk komen twee lijnen samen bij ene Wouter Hanegraaff (Werkendam, ca.1580). Maar het meest duidelijke en meest nabije voorbeeld is dat in Monnickendam omstreeks 1750 Jan Lammertsz Rietsnijder en zijn vrouw Trijntje Anthonis van den Bosch de overgrootouders waren van zowel mijn betovergrootvader Jacob van Deukeren (1817-1856) als van diens echtgenote Aaltje Fris (1818-1857). [ ^ terug ]

24. De historicus James Kennedy zei onlangs dat "ongeveer een op de twee Europeanen een nakomeling van Karel de Grote was" (in het televisieprogramma 'Nederland zingt op zondag' van de Evangelische Omroep; bron: VPRO Gids, 2008/nr.51-52 (20 dec 2008 - 2 jan 2009) blz. 23). Ik weet niet hoe Kennedy aan dat cijfer komt - geschat of door berekening - noch wat hij onder 'Europa' verstaat, maar het verraste mij dat het aandeel niet dichter bij de 99% ligt. In Nederland zal het getal zeker veel hoger zijn. Mogelijk heeft Kennedy geredeneerd dat de helft van de Europeanen in West-Europa woont, waar iedereen van Karel de Grote afstamt, en de andere helft in Oost-Europa, waar men andere voorouders heeft (daar stamt vermoedelijk iedereen af van Wladimir van Kiëv). [ ^ terug ]
 


Opmerkingen

Meer gegevens

  1. Zie ook de alfabetische personenlijst van de Van Deukerens en hun directe familie, met gedetailleerder gegevens en volledige bronvermeldingen.
  2. Geboortejaren zijn in veel gevallen afgeleid uit de leeftijd die aan de Burgerlijke Stand werd opgegeven bij een huwelijk. Dat betekent dat deze jaartallen vaak "circa" zijn, de betreffende persoon kan namelijk ook een jaar eerder geboren zijn.

Bronnen

Welke informatie over vroege leden van de familie Van Deukeren is al op internet beschikbaar? Een middagje zoeken met Google naar "deukeren" leidde binnen een paar uren al tot heel wat resultaten. Bovendien is inmiddels veel informatie uit de bevolkingsregisters digitaal beschikbaar via Genlias (een gulden tip van Peter van Deukeren) en Digitale Bronbewerkingen Nederland en België.
Genlias biedt ook een handige handleiding genealogie voor beginners.

  1. Genlias
  2. Digitale Bronbewerkingen Nederland en België
  3. FamilySearch Record Search
  4. Regionaal Archief Zutphen
  5. Digitale Stamboom
  6. Oude kranten
  7. Google

Aanvullingen en correcties zijn van harte welkom! (op e-mailadres h.vandeukeren [apenstaart] casema.nl)

Zie ook:


Weblinks

Stamboom Gids Logo Stamboom Gids.

(24 februari 2008; laatste wijziging: 5 april 2012)