Start ] Fotogallery ] Other projects ] Curriculum vitae ] [ Written articles ] Contact ] Links ] Schildercursus ]

Written articles

DE AMERIKAANSE WERKELIJKHEID

De schilderijen van Hein Vandervoort (1962, Leiden) voeren me terug naar mijn eerste bezoek aan Amerika, nu meer dan dertig jaar geleden (de Cadillac van de kunstenaar zag een jaar eerder het levenslicht). Naast het vliegveld stapte ik in mijn gehuurde, roodgloeiende Ford Thunderbird en ben gaan rijden. Zonder doel, zonder gerichte plannen, overweldigd door het eindeloze landschap dat onder mijn lange, glimmende motorkap verdween. Alsof ik het wegdek gulzig opvrat. Het voelde alsof ik acteerde in een speelfilm, waarin ik geen medeacteurs duldde en waarin clichébeelden fungeerden als onmisbare rekwisieten. De werkelijkheid was gekleed in Hollywood. Herkenbaar maar anders dan de werkelijkheid die ik van thuis kende. Ik reed in een droom die ik (nog) niet kon benoemen.

Hein Vandervoort heeft verschillende reizen door de Verenigde Staten gemaakt. Hij moet een vergelijkbare ervaring hebben opgedaan. Zijn werk verraadt dat.
Hij schildert figuratief en op het eerste gezicht realistisch. Foto’s zijn vaak zijn uitgangspunt. Toch heeft die realiteit vreemde trekken. De kleuren gaan hun eigen weg en geven de voorkeur aan grijs- of okertonen, de droge manier van schilderen leidt wel naar volledigheid maar niet naar gedetailleerdheid, waardoor de kijker het met een indruk of een gevoel moet doen. Die vertekening van de realiteit heeft zonder twijfel te maken met het bijzondere perspectief. Hij laat de kijker meekijken vanuit zijn Amerikaanse auto of vanachter een kitscherig begordijnd kamerraam (van ranches waar hij onderweg in logeerde?).

Zelfs als de vreemde omgeving zijn weergave van de werkelijkheid niet zou beïnvloeden, dan zijn er andere aspecten die zijn schilderijen doen uitstijgen boven de traditionele figuratie. Er zit bijvoorbeeld altijd beweging in zijn doeken. Door die rijdende auto, maar ook omdat mensen kennelijk alleen maar ten tonele mogen verschijnen als ze iets doen, als ze duidelijk een handeling verrichten. Dat concept wordt versterkt, door alleen actieve handen te laten zien. Verder deelt de kunstenaar zijn doeken vaak op in twee of meer vlakken, waardoor het lijkt alsof hij, als in een film, scènes aan elkaar koppelt. Hij laat de tijd verlopen. Daarnaast slaagt hij erin relativering en zelfs humor in te bouwen. Toegevoegde behangpatronen maken van de uitzichten of vergezichten kitscherige prentbriefkaarten zoals oude tantes je die, gewoontegetrouw en uit voorraad, toesturen. Een blauwwit antiek tegeltje figureert doelloos naast een afbeelding van een roestvrij stalen keuken. Een richtingaanwijzer met ‘City Center’ wijst in de richting van een kale berg. Een lieflijk landschap gecombineerd met het beeld van een mannenhand aan de trekker van een geweer wordt van de droge titel ‘A Safe Place’ voorzien etc.

Los van de inhoud zijn de schilderijen van Vandervoort uitgebalanceerde composities met veel lef aangebracht op een groot vlak. Er zijn zelfs doeken van ruim een meter bij ruim drie meter. Het lijken uitnodigingen aan de kijker om in te stappen en mee te reizen, om deel uit te maken van het afgebeelde tafereel.

Het is verleidelijk om het werk van Hein Vandervoort te plaatsen binnen de Amerikaanse figuratieve traditie van kunstenaars als Edward Hopper, Richard Estes en Eric Fischl. Door de opdeling van zijn doeken in verschillende ‘speelvlakken’ dringt het werk van David Salle zich op. In alle gevallen heb ik het gevoel dat de vergelijking mank gaat. De nuchterheid van Vandervoort past niet bij het melancholische van Hopper en het theatrale van Fischl. Door de beweeglijkheid van zijn doeken neemt hij afstand van de veelal statische werken van Estes. Bij de, soms bijna wellustige, overvloed van Salle worden de schilderijen van Hein Vandervoort uiterst serene beelden.
Kennelijk heeft zijn werk zoveel eigenheid dat het eerder een traditie uitbouwt dan dat het zich eraan spiegelt.

Tekst: Rob Perrée, april 2007


 

Direct nadat Hein Vandervoort (1962) in 1988 afstudeert aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, besluit hij te gaan reizen. Per toeval komt hij terecht in de Verenigde Staten. Sinds die tijd is zijn realistische werk geïnspireerd op de fotografische beelden die hij tijdens zijn tochten door dit land van oneindige mogelijkheden maakt. Meerdere malen ontving hij een stipendium van het Fonds voor Beeldende Kunst. Zijn werk is onder andere aangekocht door het Stedelijk Museum Amsterdam en de Rijksdienst Beeldende Kunsten in Den Haag.

"Mijn werk gaat over natuur maar ook over cultuur; situaties en dingen die door mensen zijn ontstaan". Zo spelen huizen, interieurs, auto's, koelkasten en allerhande voorwerpen een grote rol in zijn werk. "Wat mij boeit is dat zij een rol hebben gespeeld in iemands leven en daardoor een bepaalde sfeer uitstralen. In Amerika heb je 'Estate Sales'; daarbij wordt de nalatenschap van een overleden persoon publiekelijk verkocht. Dan struin je letterlijk door iemands leven; zijn huis, zijn persoonlijk bezit. Dat is een vreemde gewaarwording". Opvallend is dat in zijn schilderijen, op een enkel stel handen na, de mens zelf niet voorkomt. Hierdoor ontstaat de verstilde, haast vervreemdende sfeer die zo kenmerkend is voor zijn werk. "Een landschap of interieur zonder mensen laat veel meer te raden over".

Ook het thema veiligheid versus onveiligheid loopt als rode draad door zijn oeuvre. "Een vaak terugkerend gegeven is bijvoorbeeld de tegenstelling tussen het onderweg zijn met de daaraan inherente ontberingen en het weer veilig op honk geraken alwaar je geliefde je opwacht met home made cookies". Hij schildert vaak de typische Amerikaanse 'suburbs' waar men bij uitstek op zoek is naar dat gevoel van geborgenheid, maar waarbij men zich kan afvragen of die daar wel te vinden is. Vandervoort speelt met dit gegeven, bijvoorbeeld in zijn reeks schilderijen over schijnbaar neutrale dagelijkse onderwerpen waarvan de ene helft de titel 'Safe neighbourhood' draagt en de andere 'Crime scene'. "Het fascineert mij dat hetzelfde beeld hierdoor direct zo'n andere lading krijgt".

"De zoektocht naar veiligheid is bij mij sterker geworden nadat in 2001 een brand mijn atelier en de daar aanwezige schilderijen heeft verwoest". De brand heeft het werk van Vandervoort niet veranderd, hij is verder gegaan waarmee hij bezig was. Wel krijgen alle schilderijen die na dit voorval ontstaan de vermelding 'after the fire' (A.T.F.). "Daarnaast wordt mij door de huidige gebeurtenissen in de wereld ook steeds duidelijker hoe belangrijk de kleine dingen des levens zijn".

Zijn schilderijen bestaan regelmatig uit meerdere beelden die iets met elkaar te maken hebben of die samen iets zeggen. "Soms komen ze willekeurig bij elkaar - dan zijn het bijvoorbeeld diverse registraties van één dag. Maar soms ook blijken beelden opeens na jaren bij elkaar te horen". Kenmerkend is ook zijn specifieke kleurgebruik waarbij diverse soorten grijs worden gecombineerd met gedempte tonen bruin, groen en rood. "Door het gebruik van natuurlijke kleuren, probeer ik evenwicht en rust te bereiken; een verstilling waarnaar ik in mijn werk altijd op zoek ben". 

Tekst: Manon Funcke, SBK Amsterdam 2005


HAAGSCHE COURANT – 2004

 

door Roos van Put

 

Hem overkwam wat je onder kunstenaars de ergste nachtmerrie zou kunnen noemen; zijn atelier brandde volledig af. Schade: meer dan honderd schilderijen werden verwoest.

De verzekering vergoedde slechts de materiaalkosten.

“Ik had een inventarisverzekering afgesloten voor mijn atelier”, vertelt Hein Vandervoort.

“De waarde van mijn kunst kreeg ik niet terug. Dat was al een ramp, maar alle tijd die ik er in had gestoken, was echt verloren. In rook opgegaan. Hoewel de brand al enige tijd geleden is, heb ik er nog steeds last van. Lichamelijk dan, ik lijd zo nu en dan aan spanning, in mijn nek bijvoorbeeld. Zo’n ervaring maakt toch veel meer indruk dan je kunt vermoeden.”

De 42-jarige Hein Vandervoort is er niet de kunstenaar naar na zo’n rampzalige gebeurtenis bij de pakken neer te gaan zitten. Integendeel. Na het technisch onderzoek van de brandweer, waaruit bleek dat het vuur was ontstaan door een technisch euvel – volgens Hein Vandervoort wellicht een tl-buis die was blijven branden in het ateliercomplex – heeft het nog enige tijd geduurd alvorens de kunstenaar een nieuw atelier kon betrekken. Sommige werken – enkele van monumentaal formaat – uit zijn vorige werkplaats waren al verkocht. Ze waren alleen nog niet opgehaald door de toekomstige eigenaar. Hij besloot – met medeweten van de koper – de verloren werken opnieuw te maken. “Ik wilde deze werken als het ware bij de Hellepoort wegslepen. Onder het mom van: dan heb ik er in elk geval een paar van de ondergang gered. Met dit opnieuw schilderen ben ik ruim een jaar bezig geweest.”Gelukkig maakt hij van al zijn kunst foto’s die hij thuis bewaart, zodoende was het geen ingewikkelde opgave dergelijke schilderijen een tweede leven te geven. ”Het werkte ook heel goed voor mij dat te doen. Misschien wel therapeutisch. Ik merkte dat ik eigenlijk standvastiger was dan ooit – de onderwerpen die ik schilder komen voort uit mijn reizen door Amerika – en ik wilde daar absoluut verder mee.” In zijn schilderijen overheersen als vanouds aardetinten, zwart, wit, en grijs. De kunstenaar kiest in het beeld voor fragmentatie, het doek is opgedeeld in vlakken en deze hebben alle op een bepaalde manier met elkaar te maken. De beelden die je ziet zijn ofwel door de kunstenaar lukraak waargenomen op één dag ofwel is er sprake van een beeldrijm, de opvolgende taferelen zijn bijvoorbeeld achtereenvolgens gezien.

Maar altijd overheerst een zekere nostalgie. Het lijkt soms ook alsof de kunstenaar enkele decennia in de tijd is teruggegaan. “Als je in Amerika reist, lijkt dat af en toe ook wel zo. Auto’s rijdt men bijvoorbeeld net zo lang totdat ze uit elkaar vallen”, zegt Vandervoort

“De fragmenten die je op deze werken ziet, zijn alle ontstaan vlak voor 11 september (2001),

voor mij betekenen deze werken een soort voorbode. Dat wat ik toen heb gezien zijn beelden uit een onbekommerde tijd, ze geven een idee van een plezierig en veilig leven. Nu moet gezegd dat de Amerikanen dat idee van een ‘safe home en neighbourhood’ hoog in het vaandel hebben staan, ze hechten veel waarde aan huiselijke vrede, ze zijn bereid deze met een pistool te verdedigen. Zo zie je op een werk biddende handen en het topje van de Empire State Building. Ik zag dat toevallig samen in een rommelwinkel staan. Nu hebben de handen een andere betekenis dan toen ik ze zag en het Empire State Building in weer het hoogste gebouw van New York. Het is heel bizar te zien hoe waargenomen zaken door het verloop van de geschiedenis van betekenis veranderen.”

- Galerie De Greef en De Greef –Wassenaar.-


AMERICAN REALITY by Rob Perrée, 2007 april

The paintings of HvdV take me back to my first visit to the USA, which is now more than 30yrs ago. (the artist's caddy dates back even further). When I arrived in the US my rental car was awaiting me; a red hot Ford Thunderbird, I started driving immediately without a goal or specific plan, I was stunned by the seemingly endless vistas. I felt one with the car devouring the road beneath us. It felt like I was part of a movie, a movie which demanded no other actors. The reality was Hollywood. Recognizable but nothing like home (Holland), a dream not quite able to pinpoint. HvdV made several trips to the US, I believe he must have had a similar experience because his work speaks of this. His paintings appear realistic at first glance, based on photographs but then, on closer examination the colors in the paintings seem to go their own way, grey-ochre tones, the use of "dry" thick paint, shows a complete yet undetailed picture, which leads the observer to a strong feeling/impression. The shift in reality seems heavily influenced by the painter's use of perspective. It is like he places the observer in the back seat of his caddy or behind kitch curtained windows. Even if the strange surrounding would not influence his portrayal, there are often aspects about his paintings that cross the traditional figuration. For example there is movement in his canvases. The moving vehicle, the movement of hands, visible in some of his work. Often times the artist divides his canvas in two or more sections, which gives it the feel of movie clips, sometimes touched with humor; old wall paper patterns or scenes that evoke memories of old aunts sending even older post cards. Blue white tile next to an old stainless steel sink, or you may find a painted sign saying"city center" pointing to a bald mountain. Another canvas " a safe place" offers a view of a picturesque landscape in one part of the canvas, the other part shows a hand with a finger on the trigger of a riffle. Aside form the contents of the paintings, vdV paints with a lot of passion. Some canvases measure approx. 1yrd by 3 yrds. They seem to invite the viewer to step into the painting and become part of it. It is tempting to place vdV's work within the American figurative tradition of such artists like Edward Hopper, Richard Estes and Eric Fischl. HvdV works evokes the likes of David Salle by dividing his canvases in more sections. However, my comparison does not completely apply because vdV's work has a sober quality that does not match the melancholy of Hopper, nor the theatrical quality of Fischl. Because of the movement in HvdV's paintings, he distances himself from the "stillness" in works by Estes. HvdV's paintings evoke a serenity in contrast to the abundance of Salle.
I can simply say that vdV's paintings, his style are very much his own.

 

Back to homepage