annelies
annelies
tentoonstellingen
recensie
schilderijen
schilderijen
archiform
tekeningen
contact
index » recensie
 
Het werk van Annlies Landsman heeft een bevreemdend realistische beeldtaal. Elk beeldelement op haar doeken is doordacht en geloofwaardig, maar het samenspel van de elementen levert een nieuwe wereld op, die de waarneming van de toeschouwer prikkelt. Die surrealistisch aandoende prikkeling wordt bereikt met lijnen en kleuren, licht en ruimte.

Regie en portretten
Annelies Landsman zet de gebouwen op haar doeken oplichtend neer tegen een strakke horizon en een ijle achtergrond. Het doek lijkt ook in figuurlijke zin de drager van de verbeelding van de gebouwen.
Naar aanleiding van in het onderbewuste ontstane en gefantaseerde gebouwen, maar ook van concrete en aangetroffen situaties, komen nieuwe beelden op. Ze onderzoekt welke elementen ze hiervan wil samenbrengen en maakt daar schetsen van. Na bestudering en uitwerking van die elementen kan het uiterlijk van het geheel wel veranderen, maar het oorsprinkelijke beeld blijft in grote lijnen hetzelfde. Ze improviseert niet of nauwelijks.
Ze heeft het zelf over portretten van gebouwen. Als je haar oeuvre bekijkt, verwijst ze naar het continu wisselende perspectief van het bestaan van de mens, op haar doeken onderzocht. Dagelijkse menselijke ervaringen worden neergezet in situaties rond uiteenlopende gebouwen. Rond strak modernistische gebouwen heerst een hectische activiteit van mensen en de bouwsels krijgen van de kunstenaar soms letterlijk steunlijnen, alsof ze ‘blauwdrukken van een betere samenleving’ (het maakbaarheidsideaal) theatraal overdrijft. Mensen lopen in rijen achter elkaar aan. In sommige doeken heeft Annlies grote kruizen op gebouwen gelegd, voor haar symbolen van verbinding tussen mensen, een overwinning van het goede over het kwade (net zoals de roos een symbool van hoop is). Op andere doeken zien we klassiek opgezette gebouwen in een landelijk omgeving, waarmee vaak iets aan de hand is: ze staan boven de horizon, in vervallen toestand, en zijn prijsgegeven aan de natuur.
Het is niet vreemd dat Annelies zelf kunstenaars als Piero della Francesca, Giorgio de Chirico, René Magritte, Paul Delvaux, Edward Hopper en Thomas Huber als aansprekende kunstenaars noemt, met hun architectonische vormen, emotionele leegte en voortdurend gevoel van bedreiging. In enkele gevallen verwijst Landsman naar concrete maatschappelijke gebeurtenissen, zoals seksueel misbruik in de katholieke kerk, of misstanden in de chemische industrie.

Reizen
Annelies doet veel indrukken op tijdens reizen, onder meer naar Calabrië en Sicilië (Italië), Frankrijk en Argentinië, waaruit elementen in haar werk terugkeren. Een intrigerend recent doek van Landsman toont een gebouw waaromheen honden lopen: “Ik werd hiervoor geïnspireerd door de gebouwen van de Biennale van Venetië. Ik bezocht Venetië eenmaal in januari, wanneer die gebouwen er verlaten bij liggen. Er lopen dan honden en katten over het terrein, op zoek naar voedsel. Die honden symboliseren het achter elkaar aanlopen, geen eigen mening hebben.”
Annelies is gefascineerd door ruïnes, waarmee ze past in een mooie traditie van verbeelding van vergnkelijkheid: het romantische idee dat de bouwsels van mensen na verloop van tijd worden teruggnomen door de natuur, en dat de mens een tijdelijke passant is. Annelies verwijst op haar doeken bijvoorbeeld naar de stijging van de zeespiegel, waardoor een gedeelte van Europa onder water zou kunnen komen te staan: de imposante koepel van een kathedraal is in stukken gebroken en wordt meegevoerd door de stroming. Gelukkig worden locaties steeds ingenomen door nieuwe passanten en dan spreekt men over bewoning en beschaving. “Overigens is reizen ook slecht voor je werk, want je moet daarna weer in je werkroutine terug zien te komen!”

Crisis en verbeeldingskracht
Het werk van Landsman is in constante ontwikkeling, met een niet-aflatende verbeeldingskracht. Steeds dienen zich nieuwe ideeën en beelden aan. Haar komende tentoonstelling is een mooi ijkpunt om die ontwikkeling te overzien, en voor de toeschouwer om de waarneming te laten prikkelen.

Wim van Cleef, 2013