Historie

P.M.

Technische gegevens Curtiss P-40E
Afmetingen:
Spanwijdte: 11,38 m Lengte: 9,66 m
Hoogte: 3,76 m Vleugeloppervlak: 21,92 m2
Gewichten:
Leeggewicht: 2880 kg Max. startgewicht: 4000 kg
Prestaties:
Max. snelheid: 580 km/u kruissnelheid: 435 km/u
Vliegbereik: 1100 km Plafond: 8800 m
Overig:
Motortype: Eén Allison V-1710-39 van 1150 pk
Bemanning: .
Bewapening: Zes . 50 mitrailleurs en 680 kg bommen

Technische gegevens Curtiss P-40N
Afmetingen:
Spanwijdte: 11,42 m Lengte: 10,2 m
Hoogte: 3,76 m Vleugeloppervlak: 21,95 m2
Gewichten:
Leeggewicht: 2724 kg Max. startgewicht: 4018 kg
Prestaties:
Max. snelheid: 609 km/u kruissnelheid: - km/u
Vliegbereik: 3060 km (met extra tankts) Plafond: 11 630 m
Overig:
Motortype: Eén Allison V-1710-82 van 12000 pk
Bemanning: .
Bewapening: Zes .50 mitrailleurs en 680 kg bommen

Gebruik bij ML-KNIL.

Curtiss P-40E Warhawk

De Nederlandse regering in ballingschap in 1940 en 1941 naar jachtvliegtuigen om de Militaire Luchtvaart van het KNIL vliegafdelingen te versterken. Ze probeerde onder andere om Curtiss P-40 Warhawks aan te schaffen. Dit bleek niet mogelijk, omdat de VS deze toestellen zelf hard nodig had en de productiecapaciteit van de vliegtuigfabrieken volop bezet was. Uiteindelijk werd er in Engeland een order geplaatst voor 100 Hawker Hurricanes, die helaas niet meer op tijd geleverd werden. Zie het verhaal over de ML-KNIL-Hurricanes. Met het handjevol Warhawks dat op het laatst aan de ML/KNIL werd toegewezen was het als met de Hurricanes. Ze waren eigenlijk bestemd voor de verdediging van Britse gebiedsdelen in Zuid-Oost Azië, Birma in dit geval. Maar door de snelheid waarmee het front onder de Japanse overmacht instortte, kregen ze een andere bestemming en werden naar Java gedirigeerd: 32 vliegklare P-40E's aan boord van de vliegtuigtender Langley en 27 in kratten aan boord van het vrachtschip Seawitch. Beide schepen waren op 22 februari 1942 vanuit Perth in Australië vertrokken.

Bedreigd transport

Dit transport over zee was zo belangrijk, omdat de aanvoer van versterkingen door de lucht erg moeilijk was geworden. Japan had op 20 februari Bali veroverd en voerde landingen uit op Timor. Daarmee dreigden ze de verbinding af te snijden tussen Australië en Java. De eilanden werden voor tussenstops gebruikt, onder andere op ferryflights van P-40's van de USAAC (waarvan er al meer dan tien verloren waren gegaan bij een Japanse luchtaanval op Bali en doordat Amerikaanse piloten op een keer vliegveld Denpassar niet konden vinden!). Een beperkte hoeveelheid Amerikaanse P-40's was al begin februari op Oost-Java gestationeerd en had aan luchtgevechten deelgenomen boven Ngoro en Soerabaja. Op 27 februari naderden de twee transportschepen de Javaanse zuidkust toen ze werden ontdekt en kort daarna aangevallen. De Langley ging daarbij verloren. Het was dezelfde dag waarop de voor de Geallieerden zo fatale slag in de Javazee plaats vond.

Onopvallend einde

De Seawitch kwam op 28 februari behouden aan in Tjilatjap. Vijftien P-40E's werden naar de Technische Dienst in Bandoeng gestuurd en twaalf naar de TD in Tasikmalaja. De toe­stellen werden toebedeeld aan het 605 squadron RAF en de ML/KNIL-afdeling. 1V1.G.IV (ex Curtiss Hawks). De assemblage werd door twee ploegen uitgevoerd, die elkaar om de twaalf uur aflosten. Hierbij werd TD-personeel van de ML/KNIL, grondpersoneel van KNILM en ook een aantal vliegtuigmakers van de MLD ingezet.
Veel is er verder niet bekend over de ML/KNIL Warhawks. Tijdens de Japanse raid op 1 maart op Ngoro zou Vdg.Vl.Wn Van de Vooren zijn afgecheckt op een P-40, wat wel heel snel na aankomst van de ongeassembleerde toestellen is. De Japanse opmars viel niet te stuiten en de vernieling van eigen vliegvelden, haven- en olie-installaties was nu in volle gang, evenals de evacuatie van burger en militair personeel.
De USAAC vertrok op 4 maart met het restant van zijn vliegtuigen van Java. Op 7 maart 1942, een dag voor de capitulatie, kwamen er nog drie Nederlandse Warhawks klaar waarmee enkele vliegers proefvluchten maakten vanaf Andir.
De P-40's werden nog op de avond van de zelfde dag door ML-personeel 'zonder rook en vuur', zoals de opdracht luidde, met behulp van bijlen en voorhamers vernield. Letterlijk een onopvallend einde voor deze kisten, die te laat waren gekomen om nog iets mee uit te kunnen richten.

In MIP (Modelbouw in Plastic) 1979/ nr.3 staat een kort artikel van Jim Maas over de ML/KNIL P-40E's. In het Japanse tijdschrift Koku-Asahi, dat tijdens de oorlog verscheen, was hij een foto van een ML/KNIL P-40E tegengekomen. Dit toestel is niet afgemonteerd, maar lijkt verder redelijk intact, waaruit blijkt dat het vernietigen 'zonder rook en vuur' niet helemaal afdoende is geweest.

Opleiding bij RNMFS te Jackson

Tijdens de Japanse aanvallen waren de opleidingen van ML-KNIL en MLD al uitgeweken naar Australië. Men kreeg uiteindelijk toestemming om in de VS een opleiding te starten op vliegbasis Jackson. Voor de jachtvliegers kon onder andere gebruik gemaakt worden van P-40’s. Van dit type werd een twintigtal geleende toestellen naar Jackson gestuurd. Dit waren verschillende versies, zoals een P-40E, een P-40L en 18 P-40F’s Deze verschilden van elkaar qua motortype, bewapening en uitrusting en bovendien waren ze in slechte staat en vergden veel revisiewerk. Later kwamen er nog eens tien nieuwe Lend-Lease P-40N’s bij. In februari 1944 was de jachtvliegopleiding gereed en werden de toestellen geretourneerd. Inmiddels waren acht van de achttien F’s afgeschreven.

Curtiss P-40N Warhawk bij squadron 120

Dit squadron werd op 10 december 1943 opgericht, kort nadat de eerste lichting jachtvliegers van Jackson in Australië arriveerde. Tussen eind december 1943 en half januari 1944 arriveerden de eerste P-40N’s, registraties C3-500 tot en met C3-523, onder Lend-Lease-voorwaarden te Canberra. Hier werd door de RAAF een trainingsprogramma afgewerkt. Nadat aanvankelijk Batchelor, de thuisbasis van 18e squadron, de bestemming van 120e squadron was, werd dit in maart gewijzigd in Merauke op Nieuw-Guinea.

Voor dit tijd werd de bestemming echter weer aangepast in Potshot, Australië. Gedurende deze twee weken durende detachering verdwaalden de vliegers van C3-524 en C3-527 in een zandstorm en moesten springen. Op 10 april 1944 kon eindelijk worden vertrokken naar vliegveld Mopah, Merauke. Eind april was men zover dat men de taak van een ander P-40 squadron kon overnemen. Na enkele maanden van oefeningen en een enkele onderscheppingsvlucht, kon op 5 juli 1944 de eerste actie worden uitgevoerd. Zes toestellen voerden een aanval uit op Japero, bij Timaka.

De laatste maanden van 1944 en de eerste maanden van 1945 werden geregeld patrouilles gedetacheerd op Noemfoer of Biak, van waaruit als onderdeel van een Australisch P-40 squadron, oorlogsvluchten naar onder meer Vogelkop werden ondernomen. Hierbij werden ook de eerste gevechtsverliezen geleden. Vanaf mei 1945 werden vele, succesvolle aanvalsvluchten op doelen in Vogelkop, Ceram of de Banda-eilanden uitgevierd. Ook hierbij werden verliezen gelden, twee vliegers kwamen om en vier toestellen gingen verloren.
Na beëindiging van de oorlog, bleef het squadron onder RAAF-bevel vallen en bleef gestationeerd op Biak. Men had op dat moment nog 34 Kittyhawks over van de 67 die men gedurende de oorlog had ontvangen. Om politieke redenen werd geen toestemming verleend om naar Java te vertrekken. Aanvankelijk werd nog wat patrouilles gevlogen om de naleving van het bestand te controleren, maar dit was al gauw over.

Na verloop van tijd sloeg de verveling toe en werden, onder andere als tijdverdrijf, de Amerikaanse dumps afgestroopt op zoek naar bruikbaar materiaal. Het RAAF-personeel werd ook gedemobiliseerd en vervangen door oorlogsvrijwilligers en gerepatrieerde, vaak uitgeputte krijgsgevangenen. Eind 1945 wilde men 120e squadron overbrengen naar Balikpapan, waar 18e squadron reeds aanwezig was.
Voor transport van het grondmaterieel was begin december MS Japara gearriveerd, maar deze bleek onvoldoende ruimte te hebben om al het verzamelde materiaal te kunnen vervoeren. Kort na vertrek van de Japara richting Batavia, werd het vertrek van personeel en vliegtuigen toch weer geannuleerd. De Japara kreeg van de Britse autoriteiten geen toestemming om in Batavia te ontschepen. Hierdoor zat het squadron weer zonder grondmaterieel en werd opnieuw begonnen met verzamelen van gedumpt materiaal.
Pas in april 1946 kon het squadron naar Perak bij Soerabaja worden overgebracht, om een Engels squadron af te lossen. De Engelsen waren nu in gevecht geraakt met Indonesische opstandelingen, die vaak werden gesteund door gedeserteerde Japanners Tijdens de overtocht gingen twee toestellen verloren, één door motorstoring en één crashte.
Om een KNIL-bataljon te ondersteunen werd een detachement van drie toestellen op Bali geplaatst.
In oktober werd ’t squadron afgelost door 860e squadron MLD, uitgerust met Fireflies en vertrok het naar Kalibanteng, wel bleef ter overbrugging van de opwerkperiode een patrouille achter tot eind januari.
Vanaf Kalibanteng werden regelmatig patrouilles en ondersteuningsvluchten gemaakt tegen Indonesische opstandelingen. Ook werd deelgenomen aan de Politionele actie van zomer van 1947. De toestellen begonnen nu wel erg oud en versleten de raken en de Technische Dienst had er de handen vol aan. In januari 1948 werd de taak van 120e squadron overgenomen door het 322e squadron, dat was uitgerust met Spitfires.

In de loop va 1948 werden een aantal P-40s afgeschreven of gekannibaliseerd. November 1948 was de sterkte van 120e squadron 9 toestellen; het totale bestand P-40’s was 19 stuks, waarvan één bij de PVA (PhotoVerkenningsAfdeling). Gedurende de tweede Politionele Actie tussen 19 december en 5 januari werden een groot aantal vluchten uitgevoerd .In deze periode gingen vier machines verloren. Saillant is dat ondanks het oude materieel er toch de meeste uren werd gevlogen van alle drie jachtvliegsquadrons. Tussen april en juli 1949 werden de Kittyhawks eindelijk vervangen door de lang verwachte Mustangs, eind 1948 waren de eerste conversietrainingen hiervoor al gestart. Na juli 1949 was geen enkele P-40 meer in de boeken te vinden als operationeel toestel.

Registraties.

Curtiss P-40E Warhawk

Er zijn over deze toestellen geen registratiegegevens bekend.

Curtiss P-40s RNMFS

Registratie Tail-code US-Fiscal Year-nr. Date in service Date out of service Opmerkingen
Curtiss P-40E
           
Curtiss P-40F
           
Curtiss P-40L
           
Curtiss P-40N
           

Curtiss P-40N Kittyhawk

Opmerking: In onderstaande lijst is de kolom "Datum in Dienst" de eerste datum wanneer het betreffende toestel in de sterkte van 120e squadron is opgenomen.

Registratie Staart-code Tweede Registratie (na 15-8-1945) US-Fiscal Year-nr. Bijnaam Datum in dienst Datum uit dienst Opmerkingen
C3-500 Y J-300 43-22972   01-01-1944 09-06-1947  
C3-501   J-301 43-22974   01-01-1944 01-01-1949 datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-502 B J-302 43-22975 Wham Bham 01-01-1944 09-03-1949 Buiklanding op Perwakarta; Afgeschreven 01-05-1949
C3-503     43-22976   01-01-1944 19-09-1944 Botsing in lucht met C3-544
C3-504     43-22977   01-01-1944 01-08-1944 Ongeval
C3-505   J-305 43-22978   01-01-1944 01-01-1949 datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-506     43-22979   01-01-1944 14-11-1944 Crash op Merauke
C3-507     43-22980   01-01-1944 01-10-1944 Voerde ook enige tijd RAAF-registratie A29-503; Datum uit dienst is niet zeker
C3-508     43-22981   01-01-1944 24-08-1944 Motorbrand tijdens vlucht.
C3-509   J-309 43-22982   01-01-1944 01-01-1949 datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-510 J J-310 43-22983   01-01-1944 05-05-1946 Mogelijk crash tijdens ferryvlucht op 20-4-1946
C3-511   J-311 43-22984   01-01-1944 medio 1949 Naar OOC
C3-512     43-22789 Rocky 01-12-1943 01-03-1944  
C3-513     43-22790   01-12-1943 01-09-1944  
C3-514     43-22793   01-12-1943 01-09-1944 Crash tijdens oefenvlucht
C3-515     43-22799 Goony Bird 01-12-1943 05-07-1944 Crash bij Cooks Bay
C3-516   J-316 43-22762   01-12-1943 medio 1949 Naar OOC
C3-517     43-22763   01-12-1943 01-03-1944  
C3-518   J-318 43-22769   01-12-1943 04-05-1946  
C3-519     43-22771   01-12-1943 medio 1945 Waarschijnlijk tussen 02-1945 en 06-1945 afgeschreven
C3-520 P J-320 43-22772 Izzy the Injun 01-12-1943 03-02-1949 Toestel was ingedeeld bij Photo VerkenningsAfdeling; buiklanding op Tjililitan
C3-521 E J-321 43-22774   01-12-1943 07-02-1946 Afgeschreven in periode tussen 6-1945 en 11-1945
C3-522 R J-322 43-22775   01-12-1943 medio 1949 Naar OOC
C3-523   J-323 43-22777   01-12-1943 01-01-1949 datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-524     43-22778   01-01-1944 29-03-1944 Piloot gesprongen bij Mildura
C3-525   J-325 43-22784   01-01-1944 29-07-1947 Neergeschoten bij Magoewo
C3-526   J-326 43-22804   01-01-1944 01-01-1949 datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-527     43-22757   01-01-1944 29-03-1944 Piloot gesprongen bij Mildura
C3-528     43-22985   01-05-1944 09-07-1945 Piloot gesprongen bij Biak
C3-529   J-329 43-22986 Jinx 01-05-1944 medio 1949 Naar OOC
C3-530     43-22988   01-03-1944 30-08-1944 Buiklanding bij Merauke
C3-531   J-331 43-22991   01-02-1945 17-03-1948 Botsing met tractor tijdens de start
C3-532   J-332 43-22995   01-12-1945 01-03-1949 Zowel datum in dienst als datum uit dienst niet zeker; Buiklanding op Solo; afgeschreven 1-5-1949
C3-533     43-23003   01-03-1944 17-02-1945 Crash tijdens oefenvlucht
C3-534   J-334 43-24347   01-10-1944 01-08-1945 Neergeschoten bij Manokwari
C3-535 G J-335 43-24349   01-12-1945 01-01-1949 Datum in dienst niet zeker; datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-536   J-336 43-24353   01-11-1944 13-12-1945 Crash bij Bandoeng
C3-537   J-337 43-24355   01-12-1945 31-03-1949 Datum in dienst niet zeker; datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-538   J-338 43-24357   01-12-1945 22-02-1946 Datum in dienst niet zeker;
C3-539   J-339 43-24537   01-07-1944 medio 1945 Datum uit dienst tussen 6-1945 en 11-1945
C3-540     43-24540   01-07-1944 24-07-1944 Crash bij Nassam
C3-541     43-24541 Crazy number 23 01-09-1945 11-08-1945 Neergeschoten; 16-8-1945 afgeschreven
C3-542     43-24545   01-09-1945 01-02-1945  
C3-543   J-343 43-24549   01-12-1945 31-03-1949 Datum in dienst niet zeker; datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-544     43-24548   01-09-1944 19-09-1944 Botsing in de lucht met C3-503
C3-545   J-345 43-24552   01-08-1944 31-03-1949 Datum in dienst niet zeker; datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-546   J-346 43-24553   01-08-1944 01-11-1945 18-7-1945 bij Sorong
C3-547   J-347 43-24556   01-12-1945 medio 1949 Datum in dienst niet zeker; Naar OOC
C3-548   J-348 43-24544   01-12-1945 31-03-1949 Datum in dienst niet zeker; datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-549 H J-349 44-7195 Snafu 01-09-1944 medio 1949 Naar OOC
C3-550     44-7198   01-09-1944 19-09-1944 Afgeschreven na noodlanding wegens defecte motor.
C3-551     44-7200   01-09-1944   Mogelijk 11-1944 afgeschreven
C3-552   J-352 44-7202   01-12-1945   Buiklanding op 26-1-1949; 3-1949 nog in reparatie
C3-553     44-7207   01-09-1944 19-11-1944 Crash bij oefening duikbombardement.
C3-554     44-7209   01-09-1944 09-12-1944 Crash bij aanval op Lantar (Banda)
C3-555   J-355 44-7856   01-03-1945 medio 1949 Datum in dienst niet zeker; Naar OOC
C3-556   J-356 44-7857   01-06-1945 medio 1948 Datum in dienst niet zeker; Naar OOC
C3-557   J-357 44-7858   01-03-1945 medio 1945 Datum uit dienst tussen 6-1945 en 11-1945
C3-558   J-358 44-7859   01-06-1945 25-01-1949 Crash bij Semarang; 3-1949 nog in reparatie
C3-559   J-359 44-7860   01-06-1945 medio 1949 Naar OOC
C3-560   J-360 44-7861   01-06-1945 31-01-1949 Datum in dienst niet zeker; datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum; Zwaar beschadigd bij crash op 14-8-1948 bij Semarang
C3-561   J-361 44-7862   01-03-1945 17-05-1946  
C3-562     44-7863   01-03-1945 01-08-1945 Ditch Manokwari
C3-563   J-363 44-7864   01-03-1945 31-03-1949 Datum in dienst niet zeker; datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-564   J-364 44-7865   01-03-1945 31-03-1949 Datum in dienst niet zeker; datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum
C3-565   J-365 44-7866   01-03-1945 medio 1949 Naar OOC
C3-566   J-366 44-7867   01-12-1944 31-03-1949 Datum in dienst niet zeker; datum uit dienst is niet bekend; zeker voor genoemde datum

Modelbouwgegevens

Schaal 1/72

Schaal 1/48

Modelling add-on

Decals

Kleurgegevens

De Curtiss P-40E-toestellen waren afkomstig uit Amerikaanse leveranties en hadden de standaard USAAC-beschildering van toen: olive drab en lightgrey. De rood-wit-blauwe vlag werd over de Amerikaanse kentekens geschilderd.
De witte ster schemerde door het rood heen. De rest van de Amerikaanse kentekens waren met een donkere kleur overgeschilderd. Waarschijnlijk met de beschikbare ML/KNIL-verf, dus 'donker blad' (Humbrol Dark Green).
Aan de onderzijde van beide vleugels werd eveneens de Nederlandse vlag aangebracht.

Schema   Kleurnaam FS-nummer BS-nummer Humbrol XtraColor
Standaard #1 Bovenzijde ANA 613 Olive Drab       X112
Medium Green (vlekken op P-40N) ~4092   149 X114
Onderzijde Grey ~6270   Mix: 1*156 + 1*34 X133

Literatuur.

Van Glenn Martins en Mustangs H.Hooftman Pag. 160 - 164 1967 La Rivière & Voorhoeve, Zwolle
Aircraft Number 26: Curtiss P-40 in action Ernest R. McDowell Pag. 16 - 21; 43 - 55 1976 Uitgever Squadron/Signal Publications Inc., Carrolton, Texas
Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië in beeld, Deel 2 Hugo Hooftman Pag. 95 - 109 1981 Uitgever Europese Bibliotheek, Zaltbommel
The Royal Netherlands Military Flying School 1942-1944: Bijdrage tot de Geschiedenis van het Zeewezen deel 16 O.G. Ward & P.C. Boer Pag. 105 - 112; 252 - 257 1982 Uitgever Afdeling Maritieme Historie, 's Gravenhage
Squadrons van de Koninklijke Luchtmacht Willem Helfferich Pag. 48 1983 Uitgever Unieboek b.v., Houten
Modelbouw in Plastic: nr.2: KNIL Nationaliteitskenmerken', dl. 2 M. Schep Pag. 26-29. 1984 Uitg. IPMS Nederland
Luchtvaartwereld; 3e jaargang nummer 4: De vliegtuigen van Jackson (2) Gerard Casius Pag. 1986 Uitgeverij Ten Brink Plaats: Meppel
Luchtvaartwereld; 3e jaargang nummer 3: De vliegtuigen van Jackson Gerard Casius Pag. 82 - 92 1986 Uitgeverij Ten Brink Plaats: Meppel
Modelbouw in Plastic jaargang 15,: nr 1: De P-40N van het ML-KNIL, deel 1 M.Schep & L. Boerman Pag. 11 1986 Uitg. IPMS Nederland
Modelbouw in Plastic jaargang 15,: nr 2: De P-40N van het ML-KNIL, deel 2 M.Schep & L. Boerman pag. 52 - 57 1986 Uitg. IPMS Nederland
Modelbouw in Plastic jaargang 15,: nr 3: De P-40N van het ML-KNIL, deel 3 M.Schep & L. Boerman pag. 80 - 85 1986 Uitg. IPMS Nederland
De Militaire Luchtvaart in Nederlands-Indië.   Pag. 23-24. 1987 De Bataafsche Leeuw; Amsterdam
Luchtvaartwereld; 5e jaargang nummer 10: De Curtiss Kittyhawk in Indië Gerard Casius pag. 277 - 282 1988 Uitgeverij Ten Brink, Meppel
40 Jaar luchtvaart in Indië. B. van der Klaauw, B.M. Rijnhout Pag. 61, 82-83, 152. 1989 De Alk; Alkmaar
De luchtstrijd om Indië. P.C.Boer e.a Pag. 137, 181 1990 Unieboek, Houten
ML-KNIL-colours and markings, SAFO, vol. 16, nr 7 (62) J. Maas, pag. 53-55 april 1992  
Squadrons van de Koninklijke Luchtmacht (derde herzien druk) Willem Helfferich Pag. 21 1994 Uitgevers Wyt, Rotterdam
Camouflage en Kentekens J.Greuter e.a.   1997 Bonneville – Bergen (NH)

Websites.