
Fort de Vaux.
In 1881
begonnen de Fransen aan de bouw van fort Vaux dat in 1912
gevechtsgereed was. Vanaf het begin van de Slag bij Verdun werd
het fort regelmatig door Duitse vuurmonden beschoten. De granaten
veroorzaakten scheuren in de twee watertanks van fort Vaux en de
verbindingslijnen met de buitenwereld werden verbroken. Door
middel van lichtsignalen en postduiven onderhield commandant
Raynal Moeizaam contact met de andere vestingwerken in de regio.
Vanaf 31 mei 1916 kwam fort Vaux onder constant Duits granaatvuur
te liggen, waarna de Duitse infanterie op 2 juni aanviel. De
Duitsers lieten strijdgas het fort instromen en gingen hun
tegenstanders met handgranaten en vlammenwerpers te lijf. Meter
na meter wisten ze dieper in het fort te komen. Tot 7 juni boden
de Fransen dapper verzet, waarna ze zich -gedwongen door
water gebrek met verschroeide kelen overgaven. Het fort was
oorspronkelijk bedoeld voor een garnizoen van 250 man maar op het
moment dat commandant Raynal zich overgaf aan de Duitsers stond
hij aan het hoofd van 670 militairen bestaande uit de bezetting
van het bastion, zieken, soldaten die hun eenheid kwijt waren en
groepjes mannen die in fort Vaux een schuilplaats vonden. Door de
scheuren in de tanks was de watervoorziening van het overbezette
fort Vaux zwaar onder druk komen te staan. Vanaf 4 juni was er in
het hele fort al geen druppel water meer te bekennen. Op 2
november 1916 namen Franse troepen het door de Duitsers verlaten
fort van Vaux weer in.












Majoor Raynal, commandant van het fort Vaux.

In fort Vaux

In fort Vaux
