W.C. Fields

Een knorrige dikzak van wie niemand houdt.


W.C. Fields: Never mind what I told you - you do as I tell you!Een groot aantal jaren geleden heeft de VPRO-televisie een aantal films uitgezonden van de befaamde Amerikaanse komiek W.C. Fields. Dat gebeurde in Nederland nog niet eerder, in tegenstelling tot in buurlanden als Duitsland en BelgiŽ. Als warming up begon de VPRO in de zomer met een zestal korte films van Fields. Later volgden de lange films: The Bank Dick, My little Chicadee en Itís a Gift.

Waarom verkreeg W.C. Fields hier nooit de populariteit als die van Chaplin of Laurel & Hardy? Een korte beschouwing van Rogier Proper over de humor van W.C. Fields. In een latere aflevering van VPRO-Cinema zal uitvoeriger op Fields worden ingegaan, wanneer diens langere films uitgezonden worden.


De films van Charlie Chaplin, Buster Keaton, Laurel & Hardy of The Marx Brothers (allen min of meer tijdgenoten van W.C. Fields) mogen zich nog steeds verheugen in een grote populariteit. De VPRO-televisie en Pieter Goedingsí Movies Film Distributie hebben daar, wat de Marx Bros. en L & H betreft, ongetwijfeld een belangrijke bijdrage aan geleverd. Laurel & Hardy werden jaren geleden met grote regelmaat op de tv uitgezonden, The Movies durfde het een paar jaar terug aan om (met groot succes) de films van de Marx Brothers opnieuw in de bioscoop te brengen. Buster Keaton zagen we laatst zowaar met zijn langere film The cameraman op de NCRV-televisie. Met Charlie Chaplin ligt het allemaal wat ingewikkelder, omdat zijn erfgenamen moeilijk doen over de vertoningsrechten.

W.C. Fields: Anyone who hates small dogs and children can't be all badAl generaties lang worden kinderpartijtjes opgeluisterd met vertoningen van de korte films van deze briljante komieken (afgezien van de Marx Brothers! Wel briljant, maar te verbaal voor kinderen), waar humeurige en om zich heen meppende vaders de gehuurde 8 mm-films door het ratelende projectortje proberen te jagen, waarbij de filmpjes nog wel eens willen blijven steken, zodat de smeltende film een prachtige projectie van een zich grillig ontwikkelende bruine jusvlek oplevert. De voorloper van de dia-lichtshow.

Chaplin, L & H, Keaton worden veelal beschouwd als kinderfilms (ook de televisie programmeert ze meestal op Ďkinderurení), en daarin ligt ook de basis van hun populariteit. Onvergetelijke momenten uit de kinderjaren, die zich een leven lang laten afbetalen.

De vraag waarom W.C. Fields nooit heeft mogen delen in hun populariteit in Nederland, lijkt dus op het eerste gezicht makkelijk te beantwoorden. W.C. Fields, de knorrige dikzak met zín drankneus en zín slechte humeur, die het niet bepaald voorzien heeft op kinderen, honden of zín echtgenotes, wordt niet geschikt geacht voor kinderen.

Maar ligt het zo eenvoudig? Ook de humor van The Marx Brothers is niet geheel besteed aan simpele zielen, en hun films wisten toch ook volle bioscoopzalen te trekken?
Zijn zij dan zoveel geestiger dan W.C. Fields?
Neen. (Nee dus.)

W.C. Fields was betrokken bij totaal 42 films. (Dat wil zeggen: trad daarin op, schreef ze vaak of regisseerde soms.) Van deze 42 zijn er twaalf verdwenen. Tot de overige 30 behoren zijn zes korte films (die de VPRO nu gaat uitzenden), maar ook zeven lange films waarin hij slechts een marginale gastrol speelt. Veel blijft er niet over, en daarvan zijn maar enkele beschikbaar. Dat alleen al schept weinig kansen voor een zekere belangstelling.

De VPRO begint met het W.C. Fields-zomerserietje met de allereerste film van de komiek: Pool sharks, uit 1915. Een film zonder geluid, nog wat krakkemikkig gemaakt, maar voor zijn tijd ongetwijfeld een bijzondere film. Comedy op film bestond toen nog nauwelijks.

Man: 'Is this gambling?' 
W.C. Fields: 'Not the way I play it'Het verhaal is uiterst sober: twee rivalen op een party proberen indruk te maken op een meisje. Dat leidt tot pesterijen op de picknick, een vinger in een oog prikken, gedoe met eten, een biljartwedstrijd (waarin de ballen zeer ingenieus een eigen leven lijken te lijden), en nog zo wat grappen. De eerste close-up van Fields komt pas halverwege de film: de nog jonge Fields (hij is dan 35) met een scheef opgeplakt, onmogelijk snorretje met opstaande punten. In elk geval kreeg Fields gelegenheid om, voor het eerst op film, zijn meesterschap op het biljart te tonen, --iets waar hij toen al beroemd om was (ook zijn ingenieuze golf-acts komen in zijn latere films vaak voor.).

Fields (die eigenlijk William Claude Dukenfield heette) was oorspronkelijk een self-made goochelaar. Vanaf zijn veertiende werkte hij op kermissen en in circussen, later in vaudeville-theaters, waar hij zijn acts en sketches verder ontwikkelde. Dat vind je dan ook duidelijk in zijn films terug: je kan je voorstellen dat het rechtstreekse registraties van theateroptredens zijn. Die indruk heeft natuurlijk ook te maken met de ontwikkeling van de filmtechniek van die tijd. In het begin van de geluidsfilm moest de camera op veilige afstand blijven van de microfoons bij de acteurs, omdat het geratel anders hun woorden zou overstemmen.

W.C. Fields: After two days in hospital I took a turn for the nurseHoe gaat dat in Amerika. In Amerika gaat het meestal om het clichť: in de sloppen van Philadelphia geboren als kind van zeer arme ouders, zín vader een Engelse emigrant, liep hij op zín elfde van huis weg omdat zín vader te hard sloeg (dat is niet alleen een traditie op Engelse kostscholen), en hield zich in leven met stelen en als krantenjongen. Het verkopen van kranten als kind is de beste manier om later beroemd te worden in Amerika. De kleine W.C. Fields viel toen al op, omdat hij niet de headlines van de voorpagina van de krant riep om de verkoop te bevorderen, maar de koppen van de kleine berichtjes binnenin de kant. Zín vreemd gevormde neus zou hij te danken hebben aan het straatvechten (niet in eerste instantie aan drank), zín hese stem aan het veelvuldig verblijf in koude en wind (niet in eerste instantie aan drank), volgens de handboeken.

W.C. Fields: The best cure for insomnia is to get a lot of sleepVanuit deze jeugd worden uiteraard alle terugkerende themaís in zijn films verklaard, met de daaraan verbonden, immer geciteerde wise-cracks. Het bestaan van kinderen bevalt hem niet ("They are very good, --with mustard" of "A virgin is a girl of about four, Very ugly."), een moeder in een huisgezin is een potentaat (Iíd never hit a woman, not even my mother!"), laat staan een schoonmoeder ("It is hard to lose a mother-in-law. Almost impossible.") en uit zijn vroege armoede wordt het wantrouwen voor bankiers verklaard. (Het schijnt dat hij aan het eind van zín leven --in 1946-- zijn geld op tweehonderd verschillende banken had staan, waarvan vele in de plaatsen overal ter wereld die hij op zijn tournees aandeed).

De verhoudingen in het gezin, zoals Fields die tekent, zie je in deze VPRO-reeks korte films het meest treffend in The pharmacist, The dentist of The barber shop. Een hebberige, overheersende vrouw, een domme, verliefde oudere dochter, een pesterig zoontje, --de man (Fields) staat alleen in de wereld en probeert zo goed en zo kwaad als het gaat zijn werk te doen (het liefst kwaad). The fatal glass of beer is een gezinsdrama, waarin het gaat om een verloren zoon die op het slechte pad is geraakt in de grote stad (waar hij en passant door een vrouw van het Leger de Heils in het gezicht wordt geschopt), maar wanneer hij bij thuiskomst zijn slechte daden bekent, wordt hij door vader en moeder gezamenlijk het huisje uitgegooid, --in de sneeuwstorm ("And it ainít a fit night out for man and beast.")

Al deze vier films waren een produktie van Mack Sennett, en het zijn ongetwijfeld de leukste en best geconstrueerde van de korte films die Fields ooit maakte. Het zijn ook de vier shorts waarin een afgerond verhaal wordt verteld aan de hand van een plot vol running gags en terugkerende absurde elementen.

W.C. Fields: A thing worth having is a thing worth cheating forToch is Fields het meest briljant in The golf specialist, gebaseerd op een oude theater-act van hem, die vrijwel helemaal draait om de voortdurend uitgestelde pogingen een golf-bal weg te slaan om indruk te maken op een beeldschoon meisje. Als het na eindeloze pogingen dan toch zover is wordt de golfspecialist (J. Effingham Bellweather) gearresteerd vanwege een lange lijst met misdaden waarvoor hij gezocht werd: Bigamie, Passing as the Prince of Wales, Eating spaghetti in public, Using hard words in a speakeasy, Spitting in the Gulf Stream, Possessing a skunk, Revealing the facts of life to an Indian, etc...
W.C. Fields kenmerkt zich door eenzaamheid, maar zonder de sentimentaliteit van Chaplin, hij mist de tragiek van underdog Buster Keaton omdat hij met zijn voortdurend gemompelde temerige terzijdes en beledigingen ongenaakbaar blijkt te zijn, hij mist de innemendheid en het drama van Laurel & Hardy omdat hij gemeen en afstandelijk durft te zijn, en het ontbreekt zijn films aan de erotiek van de The Marx Brothers.

Geen wonder dat Fields films hun populariteit, althans in Nederland, niet hebben kunnen evenaren. Nog niet. Kun je houden van een anarchistische cynicus die zich van niemand iets aantrekt? Graag was ik het kleine mannetje geweest dat bij tandarts Fields op het spreekuur komt. "Staat die man in een gat?" vraagt Fields aan de assistente. "Nee, hij is alleen klein van stuk," zegt ze. "Send him in, Iíll fix him."

© Rogier Proper, 19??, een beetje aangepast en overgenomen zonder zijn toestemming.

THE DENTIST
USA, 1932
Regie: Leslie Pearce
Met W.C. Fields en Babe Kane

THE PHARMACIST
USA, 1933
Regie: Arthur Ripley
Met: W.C. Fields, Babe Kane, Elise Cavanna, Grady Sutton, Lorena Carr

THE GOLF SPECIALIST
USA, 1930
Regie: Clyde Bruckman
Met: W.C. Fields

THE FATAL GLASS OF BEER
USA, 1933
Regie: Clyde Bruckman
Met: W.C. Fields

THE BARBERSHOP
USA, 1933
Regie: Arthur Ripley
Met W.C. Fields, Elise Cavanna, Harry Watson, Dagmar Oakland

Terug