De Gouwe, een vergeten rivier, maar met grote potentie

 

Aan de oostzijde van de drukke Randstad loopt de Gouwe, een 14 km lange rivier tussen Alphen en Gouda. Door het drukke scheepvaartverkeer heeft dit water een haat/liefde verhouding opgebouwd met hengelaars. Wie Gouwe zegt denkt onwillekeurig ook aan het Gouwekanaal, het laatste stuk bij Gouda dat voor verbinding zorgt met de Hollandse IJssel.

 

Dit jaar (2006) heb ik voor de 16e keer het hengelkampioenschap van Waddinxveen georganiseerd in de Gouwe. Bij de aanmeldingen voor deelname kom ik namen tegen die er het ene jaar wel en het andere jaar weer niet bij staan. Wat me ook opvalt is dat ‘hengelaars van buiten af’ nauwelijks iets over dit water weten, sommige weten het bestaan niet eens. Aanleiding genoeg om dit water eens nader onder de loep te nemen.

 

Stukje historie

De Gouwe loopt van noord naar zuid, van de Oude Rijn naar de Hollandse IJssel en vertakt zich in Gouda in een oude stroom door de stad en een westelijk kanaal (Gouwekanaal) erlangs. Heel vroeger was het de belangrijkste verkeersader over water tussen de handelsteden Dordrecht en Amsterdam. De Gouwe is nog steeds een belangrijke route voor de binnen- en de pleziervaart, hij maakt daarom ook onderdeel uit van de zogenaamde staande-mast-route. Kenmerkend voor de Gouwe zijn de drie opvallende hefbruggen bij Alphen en de tussenliggende dorpen Boskoop en Waddinxveen. Het water fungeert tevens als boezemwater voor het Rijnland.

Het 2,2 km lange Gouwekanaal is tussen 1927 en 1936 gegraven, in het kader van de werkverschaffing werkten er ongeveer 300 man met schop en kruiwagen aan. Het kanaal moest er komen omdat de toen gebruikelijke vaarroute door de binnenstad van Gouda steeds meer problemen opleverde. Schippers deden er soms 30 uur over om de stad te passeren en grotere schepen konden nauwelijks door de smalle sluizen. Met de bouw van de Julianasluis werd de afsluiting van het eb- en vloedwater van de Hollandse IJssel geregeld.

 

Profiel v/h water

De Gouwe is gemiddeld 40 m breed, enkele uitzonderingen daargelaten, het Gouwekanaal daarentegen 55 m. De diepte in de vaargeul is overal 3,5 à 4 m. Naar beide oevers loopt dit terug tot 1,5 à 2 m, in het Gouwekanaal staat soms maar een meter water. Deze wateren zijn gekanaliseerd en op diverse plaatsen aan de oeverwanden verstevigd met puinstort, dit tot ongenoegen van feederaars. Onder invloed van een hoge waterstand in de IJssel kan de Gouwe langdurig en hard stromen, het gemaal Schieland naast de Julianasluis laat dan water in waardoor de waterstand wel 15 tot 20 cm kan oplopen. In de zomer heeft dit een positieve invloed op het bijtgedrag van de vis. Bij overvloedige regenval vindt het tegenovergestelde plaats. Het teveel aan (boezem)water wordt er weer uitgetrokken en geloosd op de IJssel. De waterstand kan dan zakken tot een halve meter onder zijn normale niveau. Mijn ervaring is dat de vis zich in deze situatie het minst thuis voelt. Dan heb je nog het verschijnsel van het glasheldere water, waarbij je soms tot op de bodem kan kijken. Dit gebeurt soms in weekenden tussen 15 oktober en 15 april, omdat de sluis dan dicht blijft en er een etmaal geen scheepvaartverkeer is. Als je dan al vis vangt is het meestal baars. Eerdergenoemd drukke scheepvaartverkeer drukt naar mijn mening het grootste stempel op de vangst. In het koude jaargetijde kan een volle zandschuit de zaak volledig van slag brengen. Het duurt dan soms een uur eer de vis weer wil bijten, als zij dat nog willen. ’s Zomers in de maanden juli/augustus is het een ander verhaal, dan is de Gouwe op zijn best. Vaart er dan zo’n schuit langs dan is de vis binnen een kwartier weer aanwezig, soms nog vóór het extra balletje voer dat menigeen dan pleegt te gooien. Van pleziervaartuigen heb je weinig last of het moet zijn dat ze je dyneemalijn afvaren omdat je de situatie weer eens verkeerd hebt ingeschat.

 

Haat/liefde

Het voorgaande heeft er toe geleid dat velen een echte haat/liefde verhouding hebben met de Gouwe. Het stroomt te hard, te veel scheepvaart, het voer spoelt weg, je zit vaak vast, het water is vuil en zo zijn er nog meer kreten. Maar ze zijn er altijd, de vissers die hierover het hardst roepen, zeker bij de regionale wedstrijdjes. Uit de vele uitslagenlijsten van afgelopen jaren blijkt dat de winnaar in tweeëneenhalf uur gemiddeld 5 kilo vis kon aanbieden. In de jubileumwedstrijd van vorig jaar, daarover straks iets meer, werd door de winnaar bijna 22 kilo gescoord, weliswaar deed hij dat in vijf uur tijd. Kortom de Gouwe levert bijna altijd vis op ondanks eerder geuite commentaar, je moet alleen die lastige factoren voor lief nemen. Zelfs vóór de oorlog, de Gouwe was toen breder maar minder bevaren, kwam men al graag in dit water vissen. In het weekend kwamen ze zelfs op de fiets uit Rotterdam, visa versa 55 km.

 

Visstekken

Het traject van Alphen naar Gouda kun je het best in vieren splitsen:

  1. Alphen – Boskoop, dit ca. 3 km lange stuk staat bekend als de ‘Halve Raak’, het enige stuk met aan weerszijde fietspaden en ook het enige waar je aan de oostzijde de auto nog kwijt kunt. Parkeren doe je op de B-weg die parallel loopt aan de drukke autoweg langs het water.

  2. Boskoop – Waddinxveen, westzijde, hier is plaats voor ca. 50 man als je er een wedstrijd zou willen vissen. Het is er aangenaam zitten vanwege de brede berm, helaas is het aantal parkeerplaatsen beperkt waardoor je soms een paar honderd meter moet lopen.

  3. Zuidkade in Waddinxveen, hier zit je bovenop het smalle talud. Goed als je er met 30 man een wedstrijd wil vissen, minder als je er recreatief een hele dag wenst te verblijven. In de winter n.m.m. een heel goed stuk.

  4. Gouwekanaal, aan de Broekweg (inrijden bij de Julianasluis in Gouda) heb je een drie meter brede en bijna 2 km lange grasstrook langs het water waar het heerlijk toeven is. De rust is bijna gewaarborgd omdat er geen doorgaand autoverkeer is. Hier wordt relatief het meest gevist.

 

Vis- en aassoorten

De Gouwe barst werkelijk van de vis, om het maar even populair te zeggen, al zijn ze niet altijd even gemakkelijk te vangen. Veel bliek, blei en brasem, exemplaren van een halve meter en twee kilo of meer behoren wel tot de uitzonderingen. Op gezette tijden wordt er veel voorn gevangen en daar kunnen hele mooie tussen zitten. Soms hebben windes of een roofbleitje het op je aas voorzien, want ook deze vissen zijn de laatste jaren vertegenwoordigd. Over het te gebruiken aas hoef je niet echt moeilijk te doen. Grote en kleine witte maden zijn normaal gesproken goed voor aardige vangsten, maar er zijn dagen dat de vis een uitgesproken voorkeur heeft voor de caster. Heb je voldoende bij je om de stek te onderhouden, dan kan dat leiden tot een verrassende megavangst. Uiteraard staat hier ook de worm op het menu, maar in mijn optiek komt het vaker niet als wel voor dat (geknipte) wormen tot uitstekende vangsten leiden. Met een made of caster als aas lukt het soms veel beter. Een trosje maden kan zelfs voor de snoekbaars aanleiding zijn om toe te happen. Het nadeel van deze aassoorten bij (extreem) warm weer is alleen dat ze veel paling aantrekken. Maden door het voer kan dan werkelijk je visdag verpesten.

 

Welke hengel?

Dat is afhankelijk van de sterkte van de stroom, maar natuurlijk ook van je persoonlijke voorkeur. Vliegt het water voorbij, om het zo maar te zeggen, dan zou ik de feeder pakken en niet op al te grote afstand gaan vissen. Is de stroom matig of staat hij stil dan gaat mijn voorkeur naar de vaste stok, op 11 m heb je al gauw 3 m water. In het Gouwekanaal ligt op 11 m een rand, hier is het verstandiger om de stok iets langer uit te pakken, zodat je net achter de richel vist. Maar hier kan de relatief ondiepe oeverzone in de zomer ook verrassend veel vis opleveren. Probeer het maar eens een paar uur vol te houden met een 4 of 5 m stokje en breng frequent wat casters en gekookte hennep. Met wat geluk zal dit niet alleen leiden tot het vangen van een serie mooie voorns, maar ook van een winde, een dikke brasem of een flinke baars. Met de feeder kun je zowel in de Gouwe als in het Gouwekanaal uit de voeten, al vind ik het laatste water daar beter voor geschikt. Op 55 m vlak tegen de balk vissen kan een leuk netje brasem opleveren, het blijft echter oppassen voor eerder genoemde puinstort tegen de oeverwand. Kom je direct al vast te zitten blijf dan beter een meter of 5 van de balk af.

 

De wedstrijden

Vroeger werden aanzienlijk meer wedstrijden gehouden in de Gouwe dan tegenwoordig. De najaarswedstrijden eind jaren zeventig van hengelsportwinkelier Noorlander, ik assisteerde hem altijd, stonden goed aangeschreven in de regio. 60 à 70 deelnemers was heel gewoon en 10 gulden inleg voor een serie van drie wedstrijden alleszins redelijk. Natuurlijk werd er om de prijzen gevist – en soms heel fanatiek – maar gezelligheid ging boven alles. Mede door die bekendheid ging de toenmalige Federatie Randstad haar selectiewedstrijden ‘alle maten’ ook in de Gouwe houden. Geraffineerd vingen de deelnemers toen honderden visjes onder de kant met hun slaghengeltje, iets wat tegenwoordig nauwelijks nog denkbaar is. Na het overlijden van Noorlander heb ik de traditie van de regiowedstrijden voortgezet in de vorm van het kampioenschap van Waddinxveen. Memorabel qua vangst was de 15e editie vorig jaar. Door de droge periode werd al dagenlang water ingelaten uit de IJssel waardoor de Gouwe stroomde als nooit tevoren, zo ook op de wedstrijddag. De vaste stok bleef daarom bij velen in de foedraal. De wedstrijd werd gewonnen met 22 kg grove brasem, gevangen met de feeder tegen de balk aan de overzijde. De winnaar kwam uit Brabant, had nog nooit in de Gouwe gevist en zat op een stek waar ook nooit werd gevist. In de 16e editie dit jaar hoopte iedereen natuurlijk die stek te loten. Heel sneu was het voor de gelukkige te ervaren dat die gouden stek van vorig jaar he-le-maal niets opleverde. Jammer, maar dat is ook vissen. Aan het Gouwekanaal worden meest competitiewedstrijden van de verenigingen uit de regio gehouden, in de zomertijd dikwijls tot volle tevredenheid, in de winter tot ergernis van velen.

 

Conclusie

De Gouwe blijft een prachtig stuk water waar ondanks de scheepvaart op hengelgebied veel te beleven valt, het vraagt soms wat aanpassing van de hengelaar.

 

Rinus Reichard

 

 

Terug