Telefoon : 06-11143593

E-mail      : info@dehelianth.nl

website   : www.dehelianth.nl

NLD, non-verbale leerstoornis syndroom

De Zonnebloem (latijnse naam: Helianth) wendt zich naar de zon voor warmte, licht en energie. Kinderen zijn als zonnebloemen …….

Wat is NLD

NLD is een syndroom; dat wil zeggen dat er sprake is van een aantal kenmerken of symptomen die kennelijk met elkaar samenhangen.  Bij NLD functioneert de rechter hersenhelft vanaf de geboorte minder goed dan de linker hersenhelft. Dit leidt tot de kenmerken en symptomen die hieronder zijn vermeld, en die achtereenvolgens optreden tot aan de volwassen leeftijd bij mensen met NLD. Hierbij ben ik uitgegaan van het ontwikkelingsneuropsychologisch perspectief zoals Byron P. Rourke dat beschrijft in zijn boek "Syndrome of Nonverbal Learning Disabilities" (1995, Guilford Press).

Kenmerken op heel jonge leeftijd

Kenmerken in de kindertijd

¨ Perceptie: wat er wordt gehoord wordt beter waargenomen dan wat er wordt gevoeld en gezien

¨ Auditieve perceptie: na een periode op zeer jonge leeftijd waarin auditieve perceptuele vaardigheden lijken achter te blijven, ontwikkelen deze echter tot een zeer goed niveau

¨ Op tactiel gebied (het voelen) vallen de tekorten meer op aan de linkerkant van het lichaam. Met het ouder worden komt dit steeds minder naar voren

¨ Op visueel gebied (het zien) worden dingen niet goed onderscheiden, herkend en met elkaar in verband gebracht. Ook zijn er tekorten in de visueel-ruimtelijke waarneming en in de visueel-ruimtelijke organisatievaardigheden. Deze tekorten nemen toe met de leeftijd

¨ Motoriek: de eenvoudige motoriek is beter ontwikkeld dan de complexe motoriek. Eenvoudige, zich herhalende motorische handelingen verlopen goed. Er zijn coördinatieproblemen, vooral aan de linkerkant van het lichaam. De tekorten nemen toe met de leeftijd, met uitzondering van goedgeoefende bewegingen zoals het schrijven. Geautomatiseerde handelingen (waar je niet meer bij nadenkt) ontwikkelen zich op een gemiddeld tot bovengemiddeld niveau

¨ Verwerking van informatie: de automatische verwerking (zonder er bij na te denken) van bekende informatie verloopt beter dan de verwerking van nieuwe, onbekende informatie waar wel bij moet worden nagedacht. Het herhalen van steeds dezelfde soort informatie (vooral auditief) is favoriet. Met nieuw en complex materiaal kan moeilijk worden omgegaan. Problemen met het aanpassen aan nieuwe situaties nemen toe met de leeftijd

¨ Verwerking van informatie: de automatische verwerking (zonder er bij na te denken) van bekende informatie verloopt beter dan de verwerking van nieuwe, onbekende informatie waar wel bij moet worden nagedacht. Het herhalen van steeds dezelfde soort informatie (vooral auditief) is favoriet. Met nieuw en complex materiaal kan moeilijk worden omgegaan. Problemen met het aanpassen aan nieuwe situaties nemen toe met de leeftijd

¨ Aandacht: voor eenvoudige, herhaalde verbale informatie, met name als deze auditief wordt aangeboden, is de selectieve en volgehouden aandacht beter dan voor complexe, nieuwe nonverbale informatie, met name als deze tactiel of visueel wordt aangeboden

¨ Auditieve aandacht is beter ontwikkeld dan visuele en tactiele aandacht. Dit verschil neemt toe met de leeftijd, evenals het verschil in het richten van de aandacht

¨ Tekorten in visuele aandacht nemen toe met de leeftijd, behalve voor programmatisch en veel geoefend materiaal (b.v. lezen van  tekst)

¨ Onderzoeksgedrag: er is weinig verkenning van de omgeving. Voorwerpen worden zelden tactiel of visueel onderzocht. De omgeving wordt verkend door vragen te stellen en te luisteren. Dit gedrag neemt toe met de leeftijd

¨ Geheugen: er is sprake van een goed auditief en verbaal geheugen ten opzichte van het tactiel en visueel geheugen

¨ Automatisch/mechanisch (zonder er bij na te denken) verbaal geheugen en geheugen voor materiaal dat makkelijk wordt gecodeerd op een verbale manier (d.m.v. taal) ontwikkelt zich zeer goed

¨ Complex en nonverbaal geheugen: relatief slecht is het geheugen voor complex, betekenisvol en nieuw materiaal, vooral als het non verbaal wordt aangeboden. Het verschil tussen complex en non verbaal geheugen enerzijds, en automatisch/mechanisch verbaal geheugen anderzijds, neemt toe met de leeftijd

¨ Conceptvorming, probleem oplossen, strategie bepalen, hypothese toetsing, omgaan met feedback: vooral wanneer het te vormen concept, het op te lossen probleem etc., nieuw of complex is levert dit moeilijkheden op. Het omgaan met oorzaak-gevolg-relaties is problematisch, evenals de waardering van incongruenties (onregelmatigheden). Er is daardoor geen bij de leeftijd passend gevoel voor dergelijke humor. Vooral in de latere kindertijd en adolescentie wordt steeds meer een beroep gedaan op het formeel-operationeel denken, en komen de tekorten steeds duidelijker naar voren

Kenmerken in de tienerleeftijd en adolescentie

Spraak en taal

Schoolvaardigheden 

Sociaal-emotioneel functioneren 

Verbale vaardigheden:

¨ Aanvankelijk lijkt de spraak- en taalontwlkkeling wat achter te lopen, maar daarna ontwikkelt deze zich erg snel

¨ Er is sprake van een goed fonemisch gehoor (goed klanken horen), goede verbale ontvangst (informatieverwerking, analyseren, hakken&plakken), verbale herhaling (nazeggen), verbale opsIag (geheugen) en verbale associaties (spontane woordrelaties)

¨ Er is een hoog volume van verbale output. Er wordt dus veel gepraat

¨ De verbale vaardigheden nemen toe met de leeftijd

 

Verbale tekorten:

¨ Er is een licht afwijkende mondmotorische praxis (articulatie), een gebrekkige intonatie en gebrekkige taalopbouw

¨ Gemaakte fouten zijn meestal fonologisch van aard, niet semantisch

¨ Er is niet altijd sprake van nuttig en functioneel taalgebruik, er wordt veel herhaald, de kwantiteit is groter dan de kwaliteit van de taal: dit wordt ook wel 'cocktail party speech' genoemd

¨ Taal wordt gebruikt als middel om sociale relaties aan te gaan, om informatie te verzamelen, en om angst te overwinnen

¨ Al deze tekorten, uitgezonderd de articulatie, nemen toe met de leeftijd

¨ Schrijven: ondanks beginnende problemen met het schrijven door tekorten op visueel-motorisch gebied, zoals een onrijpe oog-hand-coördinatie, wordt de schrijfvaardigheid uiteindelijk na veel oefening goed tot zeer goed

¨ Lezen: technisch lezen gaat veel beter dan begrijpend lezen. In het begin zijn er problemen met het visueel discrimineren (onderscheiden), analyseren (ontleden) en synthetiseren (samenvoegen) van woorden, vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het lezen. Daarna ontwikkelen zich goede tot zeer goede decodeervaardigheden (kunnen hakken en plakken). Woorden worden daardoor goed herkend. De tekorten in het leesbegrip, vooral voor nieuw materiaal, nemen met de jaren toe

¨ Spellen: woorddictees worden op een bovengemiddeld niveau gedaan. De woordherkenning is goed. In het begin is schriftelijk spellen moeilijker dan mondeling spellen, vanwege de motorische en visueel perceptuele tekorten. Wanneer de decodeervaardigheden zich ontwikkelen gaat het beter. Spelfouten zijn voornamelijk fonetisch van aard. Een woord wordt dan geschreven zoals het klinkt

¨ Rekenen: het mechanisch en inzichtelijk rekenen zijn opvallend zwakker dan het (technisch) lezen en spellen. Dit verschil wordt na verloop van tijd steeds groter. Wiskundig inzicht blijft, in tegenstelling tot het mechanisch rekenen, slecht ontwikkeld.
De ruimtelijke organisatie van een taak levert met name problemen op. Ook het afwisselen van verschillende rekenkundige procedures is moeilijk

¨ Letterlijk geheugen: het geheugen voor gesproken en geschreven taal kan zich vanaf de bovenbouw van de basisschool tot zeer hoog niveau ontwikkelen

¨ Voor zover bekend zijn er geen opvallende vaardigheden in het sociaal-emotioneel functioneren, wel tekorten

¨ Aanpassen aan nieuwe situaties: het blijkt moeilijk om nieuwe en complexe situaties te analyseren, te organiseren, en in te passen in bekende (re)actiepatronen of handelingen. Dit leidt tot onaangepast gedrag. Er wordt vaak teruggevallen op al bekende handelingen en (re)actiepatronen. Deze aanpassingsmoeilijkheden worden steeds duidelijker met het vorderen van de leeftijd

¨ Sociale competentie: sociale vaardigheden als de perceptie en beoordeling van nonverbale communicatie (lichaamstaal) zijn beperkt. Lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen worden slecht begrepen. Hierdoor verloopt de interactie met leeftijdsgenoten moeizaam. Dit verslechtert met de jaren waardoor sociale teruggetrokkenheid en sociaal isolement toe zullen nemen

¨ Emotionele stabiliteit: de externaliserende problematiek, zoals agressie of acting-out gedrag, die op jonge leeftijd nogal eens voorkomt, gaat meestal vanaf 9-12 jaar over in meer internaliserende problematiek, zoals angst en depressiviteit. Deze internaliserende problemen lijken toe te nemen met de leeftijd

¨ Activiteitsniveau: in de vroege kindertijd is het gedrag vaak hyperactief te noemen. Maar met het ouder worden verandert dit eerst in normaalactief en vervolgens in hypoactief gedrag

Tekstvak: De Helianth
Psychologenpraktijk voor kinderen met ontwikkelingsstoornissen of problemen op het gebied van  gezondheid, leren, of gedrag