Een
uitleg over gevallen-duistere engelen nav Het boek der engelen, geschreven door
Karlien:
Engelen
kunnen niets anders doen dan god dienen en aanbidden. De bescherming die ze ons
met liefde geven gaat in tegen de samenzweringen van de gevallen engelen. Dit
zijn engelen die hun vrije wil hebben behouden. Zij wilden alle macht en glorie
voor zichzelf, niet om te dienen, maar om gediend te worden. Hun arrogantie en
naijver stortten hen in het verderf: ze werden duivels, demonisch, boosaardig.
Beschermd door de duisternis is hun enige doel het ondermijnen van de harmonie
van de kosmos. Bijgevolg is de gehele mensheid betrokken in dit grote gevecht
tussen licht en duister, liefde en haat. Volgens de oude joodse overlevering
waren de engelen de eerste intelligente wezens die god schiep en er wordt vaak
beweerd dat ze allemaal op het zelfde moment op de tweede dag van de schepping
werden geschapen. God gaf de engelen een vrije wil, onsterfelijkheid en goddelijke
intelligentie. Hun taak was het heelal te beheren en van de glorie van God te
getuigen. De meeste engelen verbonden zich met de goddelijke wil en gaven hun
eigen vrije wil, als bewijs van hun aanbidding, terug aan God. De engelen die
dat niet deden, werden uiteindelijk het slachtoffer van hun hoogmoed en kwamen
in conflict met God. En zo begon de hemelse oorlog. Het verhaal over die
oorlog is door joodse en christelijke theologen in de eerste eeuwen na Christus
uitgebreid verfraaid. Satan*, de duivel, zou oorspronkelijk een belangrijke engel
zijn geweest in de hemel. De naam die hij voor de zondeval had gekregen, aartsengel
Lucifer, was gebaseerd op een verkeerde interpretatie van een passage in Jesaja.
Volgends een versie van het verhaal was Lucifer een van de favorieten engelen
van god, de schitterendste in de hemel (Lucifer betekent "lichtdrager"),
maar hij verwierp het bevel van god om te knielen voor Adam, de eerste mens, en
hem eer te bewijzen. Volgens een andere versie was Lucifer zo hoogmoedig geworden
dat hij op een kans wachtte om god van de troon te stoten. De onkreukbare aartsengel
Michaël nam onmiddelijk de wapens tegen hem op en Lucifer trok zich vervolgens
terug en verzamelde de steun van een derde van de engelen. De hierop volgende
titanenstrijd eindigde met de val van de opstandige engelen in de peilloze diepte;
zij werden duivels en demonen. De mensheid die toen nog vertegenwoordigd
werd door Adam en Eva in de hof van Eden, bood Satan* de beste gelegenheid om
wraak te nemen. Volgens één relaas vermomde Satan zich als een cherubijn
en kwam door een list van aartsengel Uriël te weten wat de weg was naar de
hof van Eden. In de gedaante van een slang glipte hij langs de engelen die de
hof bewaakten en hij trof Eva daar alleen aan. Hij verleidde haar tot het eten
van het fruit der kennis van goed en kwaad, dit was hun door God verboden, en
Eva liet zich misleiden. Ze at van de boom en ze gaf ook Adam het fruit en ook
hij at ervan. Hun "ogen (....) werden geopend en ze werden zich voor het
eerst gewaar van hun naaktheid". Voor het eerst voelden ze schaamte en schuld
en waren ze bevreesd voor god. Dit was de erfzonde, waarmee al het leed van de
mensheid begon. Vanaf dat moment hebben we, verstoten uit de hof van Eden, geprobeerd
de weg terug te vinden naar het paradijs. Dit toont ons dat de zondeval van
de mensheid een afspiegeling is van de zondeval van Satan en de opstandige engelen.
Trots is de zonde van Satan*, schaamte de zonde van de mens. Het was de schaamte,
het gevoel van schuld en angst, die ons van God heeft gescheiden. Adam wist dat
hij iets verkeerds had gedaan, omdat hij zich beschaamd voelde; hij had een geweten
gekregen en het is het geweten dat ons helpt om onze persoonlijke moraal te bepalen,
ons eigen besef van goed en kwaad. *
Satan betekent aanklager of tegenstander in het Hebreeuws. In Tenach en dus de
Bijbel komt Satan als persoon onder andere ter sprake in het boek Job, waarin
hij voor God verschijnt en Job in discrediet probeert te brengen en probeert aan
te klagen.
In
het Christendom is Satan (ook bekend als de duivel, de duvel, Lucifer, Droes,
Drommel, Joost of Beëlzebub) de tegenstrever van God, en de oorzaak van sommig
of alle kwaad in de wereld. Geloof in Satan is onder Christenen overigens niet
algemeen, velen geloven in het bestaan hiervan, vele anderen beschouwen Satan
meer als een personificatie van het kwade dan als een daadwerkelijk aanwezige
macht. Volgens
de traditionele theologie was Satan oorspronkelijk een van Gods engelen. Hij werd
echter jaloers op de God, en wilde als God worden, en werd Hem ongehoorzaam. Hij
haalde 1/3 van de engelen over om zijn kant te kiezen. Volgens velen is er een
gevecht gaande tussen God en Satan om de mensheid, beiden proberen de mens te
beheersen, God om hem goed te laten doen en Gods wil te volgen, Satan om hem slecht
te laten doen, en zich afzijdig van God te houden. In
de islam is Satan bekend onder de naam sjejtan. |